Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerkmuziek is geen noodzakelijk kwaad

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerkmuziek is geen noodzakelijk kwaad

VOGG-Voorzitter D. Sanderman: Als je verzorgd Worp speelt, zijn wij al gelukkig

8 minuten leestijd

De Tweede Wereldoorlog was voorbij en Nederland wachtte veel werk. Dat werd ook opgemerkt door enkele organisten van de Gereformeerde Gemeenten. Men stelde vast: Het muzikale niveau binnen het kerkverband is te laag. Een nieuwe Vereniging van Organisten der Gereformeerde Gemeenten (VOGG) moest gaan zorgen voor verbetering. Bijna veertig jaar later moet-verenigingsvoorzitter Dick Sanderman opnieuw vaststellen dat het muzikale klimaat binnen zijn kerkverband nog steeds niet erg gunstig is. Een interview aan de vooravond van een jubileum.

„Toch is er het nodige bereikt in die veertig jaar. Teun Stolk, jarenlang voorzitter, stelde twintig jaar geleden vast dat 98 procent van de orgels in onze kerken van inferieure kwaliteit was. Zonder te beweren dat in alle gereformeerde gemeenten nu juweeltjes van instrumenten staan, mag je toch vaststellen dat er veel ten goede is gekeerd".

Stolk wees voor het ideale orgeltype graag naar instrumenten als het Leeflang-orgel in Dirksland, Frobenius in Oude Tonge en Marcussen in Zierikzee. Staat dat klankbeeld nu nog voor ogen?
„De VOGG heeft in haar orgelbouwadviezen altijd een behoudend standpunt ingenomen. Bij nieuwe opvattingen en stromingen zijn wij er nooit als de kippen bij geweest om ze over te nemen. Wij kijken eerst of er geen sprake is van voorbijgaande modeverschijnselen. De VOGG is nooit koploper in nieuwe tendensen. Het zou onjuist zijn om gemeentegeld te wagen aan experimenten of modeverschijnselen. Maar het is duidelijk dat de VOGG nu andere klankidealen voor ogen staan dan Marcussen of Frobenius. Luister maar naar de orgels in St. Annaland en Oudemirdum waar wij hebben geadviseerd. De neobarokke golflengte is de onze niet meer. Maar wij hebben het niet alleen voor het zeggen. Sommige orgelbouwers krijg je met veel moeite pas zover dat ze een wat bredere toon in hun orgels leggen. Wij horen graag een orgel dat functioneel is binnen de eredienst, waar goed bij gezongen kan worden".

De VOGG zoekt dus naar „het ideale begeleidingsorgel". Hoe ziet dat eruit? Hoe klinkt zo'n orgel?
„Draagkrachtig, het biedt een ondergrond waaraan de gemeente steun heeft. Neo-barokke orgels zijn meer geschikt voor een triosonate van Bach dan voor het begeleiden van gemeentezang. Ik vind het prima dat de neo-barok gekenterd is. Men durft orgels weer meer grondtonig te maken, cornetten te bouwen en zestienvoeten op de klavieren te disponeren. Dat zijn vereisten voor een goed gemeentezangorgel".

Een van de doelstellingen van de oprichters was het werken aan een beter niveau van orgelspelen. Welke normen liggen er ten grondslag aan orgelspel binnen de eredienst?
„Er moet in elk geval verzorgd en correct worden gespeeld. Ook al speel je Worp. Met onze cursus kerkelijk orgelspel willen wij ervoor pleiten dat wat er gespeeld wordt, ook goed wordt gespeeld. Dat is de eerste eis als je in Gods huis bezig mag zijn. Er wordt zoveel aangerommeld. Dat kan helemaal niet als je beseft dat „waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar wil Ik in het midden zijn". Dan móet het goed zijn, ongeacht het niveau waarop je bezig bent".

Ongeacht de muzikale stijl, ongeacht het genre waarin men speelt? De VOGG wekt vaak de indruk zich meer te beijveren voor stijlen en genres dan voor verzorgd orgelspelen.
„Wij hebben niet in de eerste plaats de bedoeling om een of andere stijl uit te bannen. Als je correct en verzorgd Worp speelt, dan is de VOGG daar gelukkig mee. Er is in de loop der jaren op dit punt wel een andere wind gaan waaien binnen de vereniging"

Het VOGG-orgaan Kerk en Muziek stelde onlangs nog dat het spelen van Zwart en Asma veelal synoniem is met slecht orgelspel. Is dat nou écht waar?
„Men zal bedoeld hebben dat dat vaak samengaat. Maar je mag dat zo niet per definitie stellen. Er is veel gemakzucht. Veel organisten zijn te lui om te studeren en grijpen daardoor het liefst naar muziek die, zoals Stoffel van Viegen zei, je op twee meter afstand al kunt lezen. Een eredienst vraagt voorbereiding. En doe je dat niet, dan wordt er aangerommeld. Als iemand verzorgd omgaat met de betere werken van Zwart of Asma, dan liggen wij niet dwars. Het zijn vaak smaakverschillen, en die mogen er zijn".

Hoorde je deze geluiden tien jaar geleden binnen de VOGG ook?
„Ik denk het niet. Vergeet niet dat er binnen alle orgelkringen minder zwart/wit wordt gedacht dan toen. Overal stelt men zich milder op en rent men minder achter kretologieën aan".

Op de laatste jaarvergadering heeft u gesproken over muzikaal normbesef dat in de Gereformeerde Gemeenten moet groeien. Waaraan moeten we daarbij denken?
„Orgelspelen wordt bij ons nauwelijks als een belangrijk onderdeel van de eredienst gezien. Er moet nu eenmaal wat geluid zijn voordat de dienst begint, anders wordt het gepraat van de mensen zo storend. Maar kerkmuziek mag niet als noodzakelijk kwaad worden beschouwd. Gemeentezang is geen loze pauze, geen verpozing. Het is een van de weinige momenten waarop de gemeente actief met haar stem, en als het zo zou mogen zijn, met het hart haar beleving tot God mag richten. Dat mag je geen ondergeschoven rol toebedelen".

Er wordt wel eens gesproken over een fusie tussen de Ned. Organisten Vereniging (NOV) en de Geref. Organisten Vereniging (GOV). Raakt dat op een of andere manier de VOGG?
„Ik denk het niet. De VOGG heeft daarvoor een te duidelijk afgebakend terrein. Wij kunnen met Bonders of Bewaar-het-Panders wel op veel punten werken, maar de kerkmuzikale wereld van GOV en NOV is te zeer verschillend van de onze dan dat samenwerking voor de hand ligt. Wij kunnen nu eenmaal niets met avantgardisme of nieuwe vormen van liturgie en kerkmuziek".

Is het zo dat de VOGG wel in principieel opzicht verschilt van NOV en GOV, maar dat men qua muzikale normen vaak op één lijn zit?
„Ik denk dat dat in grote lijnen wel klopt".

Maar vraagt een eredienst binnen de gereformeerde gezindte dan om dezelfde muzikale invulling als een eredienst van bij voorbeeld een gereformeerde kerk?
„Beide erediensten vragen om dezelfde kwaliteit. Er zijn natuurlijke grote verschillen in liturgische aspecten, maar ik zie niet dat beide erediensten vragen om verschillend inleidend orgelspel, verschillende voorspelen of verschillende begeleidingsvormen voor zover het de psalmen betreft. Zij het dan dat wij iso-ritmisch zingen en de gereformeerde kerken ritmisch".

De VOGG zou ook liever kiezen voor de ritmisch zangwijze?
„Ongetwijfeld. In hun originele gedaante zijn de psalmen ritmisch genoteerd. Wij houden op veel punten vast aan de reformatoren, alleen op dit punt klampen we ons opeens vast aan zingen op hele noten, dat historisch helemaal niet verdedigbaar is. Men verdedigt dat met gevoelsargumenten in plaats van met muzikale argumenten. Ds. Golverdingen heeft op de VOGG-jaarvergadering 1987 beaamd dat er op historische gronden geen bezwaren zijn tegen ritmisch zingen, maar dat we dat omwille van de rust binnen de gemeenten beter niet kunnen invoeren". 

Toch zijn er ook organisten buiten onze kring die waarderend spreken over onze isoritmische zangwijze. Denk aan Klaas Bolt. U haakt dan af?
„Het iso-ritmisch zingen heeft zichzelf bestaansrecht verschaft. Het is niet meer weg te denken en het heeft ook zeker zijn bekoring. Ik zit zondags heus niet met een ongelukkig gezicht achte het orgel, zo van: Nu moet ik alweer iso-ritmische gemeentezang begeleiden. Ook Bach gebruikte psalmmelodieën in een iso-ritmische gedaante. Dat geeft handvatten om bestaansrecht toe te kennen aan iso-ritmische gemeentezang. Maar het heeft daarom nog niet de voorkeur".

Ik citeer uit een artikel van uw hand in Kerk en Muziek: „Door het verlies van het ritme is de gemeentezang statisch, sterk ontzield geworden. De voordracht van de tekst is van natuurlijk-sprekend gedevalueerd tot een eenvormig opdreunen van woorden. Van spanning, van leven is nauwelijks sprake meer. Het langzame tempo is zo ver verwijderd van onze natuurlijke spreeksnelheid, dat vanzelf een gedachtenloos, sleurmatig zingen onstaat. Tekstverbanden gaan verloren doordat ademnood de gemeente dwingt om halverwege een zin, soms middenin een woord, naar lucht te happen. Dan kan de vraag rijzen: Gemeente, verstaat ge nog wat ge zingt?" Kunt u zich voorstellen dat zo'n visie mensen irriteert?
„Als iso-ritmische gemeentezang tè langzaam gebeurt, dan vraag ik me inderdaad af of men nog verstaat wat er gezongen wordt. Ik vrees dan voor sleur. Het is bedroevend hoe gezapig en met welk een mummelmondje men soms zingt. Mensen halen op de onmogelijkste momenten adem binnen een regel. Dat blijft onnatuurlijk. Voorts is het irritant dat men hier en daar aandringt op langzamer zingen alsof dat stichtelijker zou zijn. De ligging van een gemeente wordt vaak afgeleid van het tempo waarin men zingt. Dan is het tempo van gemeentezang ook niet meer bespreekbaar".

Wat heeft de VOGG te bieden aan de jeugd?
„Te weinig. Ik zou graag zien dat daar verandering in komt. De vraag is alleen hoe je dat moet doen. Ik loop wel rond met allerlei ideeën, maar ze zijn nog onvoldoende uitgekristalliseerd".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 3 oktober 1989

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Kerkmuziek is geen noodzakelijk kwaad

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 3 oktober 1989

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken