Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Toumemire geen musicus voor miljoenen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Toumemire geen musicus voor miljoenen

Gemeentemuseum Den Haag wijdt symposium aan 'moderne' Franse componist

6 minuten leestijd

Op 3 november 1939 overleed op 69-jarige leeftijd Charles Tourne mire. Hoewel hij een uitgebreid oeuvre voor allerlei bezettingen naliet, waaronder niet minder dan acht symfonieën voor groot or^kest, worden tegenwoordig eigenlijk alleen zijn oreelwerken nog gespeeld. En zelfs die slechts spaarzamelijk. Morgen houdt men in het Gemeentemuseum van Den Haag een symposium dat gewijd is aan de vijftig jaar geleden overleden componist. Over de betekenis van Tournemire spraken we met tandarts-organist dr. Ton van Eek uit Voorburg.

De in Bordeaux geboren Tournemire studeerde aan het Parijse conservatorium piano bij Bériot en orgel bij Franck en Widor. In 1898 volede hij Pierné oj) in de Ste. Clotilde, waar hij ruim veertig jaar organist zou zijn. Aan het Parijse conservatorium heeft Tournemire het nooit verder kunnen brengen dan leraar voor kamermuziek. Widor was de machthebber op orgelgebied aan het "conservatoire". Na hem zou hij Guilmant op de bok helpen. Tournemire kwam nimmer aan de bak. NS;;

De biografische gegevens over Tournemire zijn schaars. Niettemin weet Ton van Eek, bestuurslid van de Charles Tournemire Stichting, een aardig beeld te schetsen van deze 'moderne' Franse orgelcomponist.

Liturgie

„In het orgelspel van die dagen stond het concertante aspect bovenaan. Het was de school van Widor en Dupré. Tegenover deze "l'organiste moderne" plaats ik Tournemire als "l'organiste liturgique". Hij was de man die het liturgisch orgelspel nieuw leven inblies. Dat kan van Franck niet gezegd worden. Die heeft wel prachtige improvisaties gemaakt. Ze klinken heel mystiek en zijn heus wel religieus geïnspireerd, maar ze zijn niet functioneel in de liturgie".

De orgelkunst van Tournemire wordt wel gerekend tot het impressionisme. In elk geval schiep hij de band tussen symfonische muziek en liturgie. Orgelkunst was volgens Toumemire vooral liturgische kunst. Tournemire zag de taak van de organist slechts in dienst van de liturgische plechtigheden. „De organist moet de kerkelijke dienst „becommentariëren" op zijn orgel", vond Tournemire. 

L'Orgue mystique

„Tournemire had natuurlijk wel zijn tijd mee. Na het "motu proprio" in 1903 was de belangstelling voor het Gregoriaans groeiende. Tournemire heeft daarop ingehaakt, met name met zijn l'Orgue mystique". Dat werk is-een serie van 51 afleveringen, verdeeld in de kerst-, paas- en pinksterkring, en bestemd om de organist elke zondag en hoge feestdag een zeker aantal pre-, inter- en postludia te verschaffen die het Gregoriaanse gezang voorbereiden of overdenken en de muzikale leegte tussen de verschillende misdelen opheffen. In het voorwoord van dit werk maakt Tournemire een vergelijking met Bach, zonder diens naam te noemen: „Wat de grote zon voor zijn protestantse liturgie deed, bied ik in alle bescheidenheid voor onze katholieke liturgie". Een soort tegenhanger van Bachs Orgelbüchlein, al is "l'Orgue mystique" veel omvangrijker geworden.

Opmerkelijk dat een figuur als Tournemire constateerde dat er voor de protestantse eredienst bij voorbeeld Bachkoralen waren, en er voor de katholieke eredienst weinig was wat echt geschikt genoemd kon worden.

Van Eek verklaart dat de vergelijking met de Franse,klassieke orgelmuziek er wel was, „maar waarschijnlijk was deze toch te mondain om te kunnen spreken van liturgische muziek. In die leemte heeft Tournemire voorzien. En wel op eenheel bijzondere wijze".

Flor Peeters zei het als volgt: „De poëzie die Bach over de koralenschat van de protestantse kerk uitspreidde, wordt door Tournemire toegepast op het Gregoriaanse melos. De cantus firmus is echter niet gebonden aan vaste metriek, maar geheel vrij. In zijn harmonische rijkdom is hij onuitputtelijk. Nu eens gebruikt hij ingetogen accoorden van zuiver modale oorsprong, dan weer een simpel contrapunt of ongrijpbare arabesken. Een onuitputtelijke rijkdom van speelse echo-effecten, lichte staccatoomspelingen, tere Debussyaanse harmonieën die de melodie met een waas van geheimzinnigheid omhullen, zwaar dreunende accoorden of schrille dissonanten, daverende unisono's die het gehele gebouw doortrillen of het wegstervend gezang van een smekeling. De vorm is zeer vrij, meer improvisatorisch bedoeld, en laat soms ook verkorting of verlenging toe. Het is bijna onbegrijpelijk hoe hij zijn "l'Orgue mystique" heeft kunnen schrijven zonder in herhalingen te vervallen.

Het schoonste en belangrijkste zijn de naspelen van deze cyclus. Zij zijn veel breder van opzet dan de overige delen en daarom ook voor de concerterende organist van belang. Maar welk een geheel andere geest heerst hierin dan bij de Toccata's van Guilmant en de meeste van Widor! Elk theatraal effect is vermeden en het middelpunt van alles is het Gregoriaanse thema. Tournemire was een virtuoos in de beste zin van het woord". Peeters citeert Tournemire: „De organist moet een waardige en rustige houding hebben en begrijpen, dat de techniek in dienst staat van een zeer hoge gedachte; hij moet in zich doden elk verlangen om te schitteren, zelfs al zou hij hierdoor de gunst van het publiek verliezen". 

Modern

De compositorische taal van Tournemire bestempelt Ton van Eek als „poly-~ modaal". „Het is niet echt polytonaal.

Tournemire is dè vernieuwer van de orgelkunst van deze eeuw. Volgens Van Eek wordt Tournemire nooit een „componist voor miljoenen. Dat ligt in de eerste plaats aan de stijl van zijn muziek. Het is niet het populaire deuntje, dat je zo even fluit. Helaas zijn Tournemires symfonische werken wat overvleugeld door Debussy".

Op zaterdag 2 december kunnen amateurs terecht in de Agneskerk aan de Haagse Beeklaan, waar Ton van Eek uit de Petites Fleurs Musicales en de Postludes Libres van Tournemire zal doceren.

Tournemire maakt gebruik van de Gregoriaanse modie en die transponeert hij dan. Dat doet hij in een voor zijn tijd modern klankidioom. Hij heeft zich ontworsteld aan de chromatiek. Vierne probeert tot aan de grenzen van de chromatiek te gaan, maar blijft helemaal tonaal. Tournemire komt daar toch bovenuit. Ook de ritmen die hij toepast zijn vrij. Hij maakt bij voorbeeld gebruik van Hindoe-modi en -ritmen. Daarin doorbreekt hij als het ware het tonale kader. Dan is Tournemire de schakel naar Messiaen. Eigenlijk moet ik zeggen: de schakel tussen de Franse symfonische orgelschool en Messiaen. Tournemire is de wegbereider van Messiaen".

Tournemire is dè vernieuwer van de orgelkunst van deze eeuw. Volgens Van Eek wordt Tournemire nooit een „componist voor miljoenen. Dat ligt in de eerste plaats aan de stijl van zijn muziek. Het is niet het populaire deuntje, dat je zo even fluit. Helaas zijn Tournemires symfonische werken wat overvleugeld door Debussy".

Morgen wijdt de Nederlandse Charles Tournemire Stichting een symposium aan de componist. Ook zal er die dag in het Haags Gemeentemuseum een kleine expositie gewijd aan Tournemire worden opgezet.

Vanavond spelen Ton van Eek en Bernard Bartelink in de Haagse Jacobuskerk aan de Parkstraat delen uit "l'Orgue mystique". Daarbij worden dia's geprojecteerd van triptieken die, door het orgelwerk geïnspireerd, zijn geschilderd door de Engelse kunstenaar Tom Walker.

Op 7 en 8 novejnber zal er in samenwerking met het Brabants conservatorium een tweedaagse cursus voor conservatoriumstudenten en vakorganisten worden gegeven.
Op zaterdag 2 december kunnen amateurs terecht in de Agneskerk aan de Haagse Beeklaan, waar Ton van Eek uit de Petites Fleurs Musicales en de Postludes Libres van Tournemire zal doceren. Verdere informatie: Charles Tournemire Stichting, Kon. Wilhelminalaan 532, 2274 BM Voorburg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Toumemire geen musicus voor miljoenen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken