Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Schetsen van Anne

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Schetsen van Anne

4 minuten leestijd

Als er iets is waarvan ik niet gecharmeerd ben, dan is het wel van officiële gelegenheden. Van die avonden waar je verplicht zeer goed gekleed naar toe moet, bij voorkeur met hooggehakte schoenen aan, waar het wemelt van de mensen die elkaar met een drankje in de hand oppervlakkig toespreken. Waar de lucht te snijden is vanwege de sigarenwalm en de hutspot van exclusieve parfumgeuren en waar in de regel veel te luide muziek wordt geserveerd zodat, absoluut niet passend bij de gewenste chique, de menigte elkaar staat toe te schreeuwen.
Iedereen kent die verplichtingen wel. Er zijn weinig van die gelegenheden die ik me nog kan herinneren. Maar één ligt me nog vers in het geheugen. Het was zo'n verplicht nummer van Lex zijn werk en de aanleiding ertoe was een kennismakingsbezoek aan een nieuw binnengekomen hooggeplaatst persoon. Verder herinner ik me nog dat ik er geen zin in had en al moe was voor ik er met Lex arriveerde. Omdat ik ervan uitging dat ik de avond op een canapé of in een fauteuil zou doorbrengen, had ik mijn schoenen met hakken aangetrokken, wat op zich al gewaagd mag heten. Ik beweeg mij namelijk op platte hakken al niet bijzonder elegant omdat ik, het zal in mijn ijver zijn, altijd wel ergens tegenaan loop, laat staan als ik schoenen met hakken draag. 
Daarbij heb ik al zere voeten voor ik er de eerste stappen mee gedaan heb, dus de ogenblikken dat u mij op hakken ziet verschijnen, mogen welhaast in de annalen vermeld worden. Maar bij deze gelegenheid droeg ik ze dus.

Toen we binnenkwamen, werden onze mantels hoffelijk in ontvangst genomen door een jongeheer (zo heet dat in die kringen) met de vermelding dat we ons na afloop van de plechtigheid bij hem konden vervoegen, daar wegens de drukte de jassen op de bovenverdieping bewaard zouden worden. Ik had al direct spijt van mijn hakken, want het was overvol: de kans om te beschikken over een zetel was dus nihil. Er stond een lange rij mensen voor ons om zich aan de nieuwe VIP vooKiOgstBlleiwea-.n: iedereen deed ontzettend zijn best om zo charmant mogelijk over te komen. Behalve een dame in een tomaatrode blouse in de rij.

Ik stond achter haar op mijn beurt te wachten, toen links de jongeheer naderde die onze jassen in ontvangst had genomen, nu balancerend met een blad vol drankjes om de reeds neergestreken gasten te laven. Vanwege de drukte liep hij dwars door de rij heen, het blad hoog ceheven. Het bleek al snel dat het laveren met volle bladen in het dagelijks leven niet tot zijn vaste bezigheden behoorde, want hij had juist de dame in de rode jurk en de dame met de witte blouse doorkruist toen er boven zijn hoofd iets mis ging. Op een der hoeken van het blad had hij, ook al niet erg professioneel, de glazen tomatensap opgesteld.

Wat daarop volgde, zou een passende scène in een goedkope film geweest kunnen zijn: een der glazen kantelde en de gehele inhoud droop over de dame met de witzijden blouse heen. Een moment van verstarring volgde. Het gelaat van de jongeheer nam een kleur aan die sterk geleek op de kleur van het sap, terwijl het gezicht van de dame overeenkwam met de oorspronkelijke kleur van de blouse. En iedereen dacht hoe veel beter het geweest zou zijn als de dame in de rode jurk het slachtoffer was geweest. De dame in de tomaatrode blouse met het witzijden gezicht droop af en keerde later op de avond weerom.

Van het verdere herinner ik mij alleen nog de zere voeten. Ik worstelde de avond door met een glas witte wijn en wippend van de ene voet op de andere. Uit verveling en van pijn nam ik nog een glas en eindelijk gingen we naar de jongeheer om onze jassen weer op te halen. Hij hield mij een jas voor. „Dat is mijn jas niet", zei ik enigszins nevelig. „Maar u had een donkerblauwe", zei hij, „en dit is de enige jas in die kleur". „En toch is dit mijn jas niet", hield ik vol. „Ik heb niet zo'n merk aan de binnenkant". 
Na een zoekpartij en het opperen van de mogelijkheid dat een der andere gasten er met mijn jas vandoor was, zei ik ten slotte om van het gezeur af te zijn: „Nu ja, geef maar op die jas, dan bel ik er later wel over terug". Ik trok hem aan en hij zat perfect! En toen ik in de zakken voelde, kwam daar mijn eigen zakdoek te voorschijn. Ik dacht: „Plet is de pijn in de voeten, gecombineerd met de witte wijn". Maar ik zag de jongeheer denken:    De stand is 1-1, dame!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Schetsen van Anne

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken