Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Soedan, van de regen in de drup

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Soedan, van de regen in de drup

•Nieuw bewind niet in staat strijd tussen noord en zuid te beëindigen

5 minuten leestijd

KHARTOEM - Soedan stevent af op een bloedige hervatting van de burgeroorlog. De militaire junta reist de Arabische hoofdsteden af op zoek naar wapens: De zuidelijke rebellen brengen intussen duizenden manschappen in stelling bij Juba, de belangrijkste zuidelijke stad die de regering nog in handen heeft.

Soedan lijkt met de militaire junta die 30 juni aan de macht kwam van de regen in de drup gekomen. Het parlement is opgeheven, politieke partijen en vakbonden zijn verboden en het leger en de politie zijn gezuiverd. De militaire regering deelde vorige week mee dat volkscomités als in Libië een veel betere vorm van democratie zijn dan het westerse meerpartijenstelsel.

In Afrika en het Westen is de reputatie van het nieuwe regime ook om andere redenen als een baksteen gekelderd. Luitenant-generaal Omar al Basjir (45) legt een totaal gebrek aan beleid aan de dag bij het beëindigen van de burgeroorlog tussen noord en zuid. 
Volgens kolonel John Garang, de leider van het Soedanese Volks Bevrijdingsleger, is de staatsgreep „een ramp voor de pogingen, om de burgeroorlog te beëindigen".

John Garang heeft de militaire leiders beschuldigd van pro-fundamentalistische opvattingen. De achtergrond van veel van de militairen die bij de coup waren betrokken, en van een aantal leden van de marionettenregering, is inderdaad duidelijk fundamentalistisch.

Afscheiding

Basjir heeft voorgesteld een referendum te houden over de wenselijkheid van de invoering van de islamitische wetgeving. Tijdens zijn bezoek aan Cairo op 12 juli heeft hij ook gesuggereerd dat het christelijke zuiden van Soedan zich van het noorden kan afscheiden, als men dat in het zuiden wenst. Daarmee verwoordde hij opvattingen die al jaren door dr. Hassan al-Turabi's Islamitische Front worden verkondigd.

In het noorden groeit het gevoel dat men het zuiden beter gewoon van Soedan kan afscheiden. Een 'noordelijke' professor aan de universiteit van Khartoem waarschuwt: „Separatistische gevoelens worden sterker in het noorden. Als noordelijke nationalisten niets ondernemen, ben ik bang dat we het zuiden zullen verliezen": Het Islamitische Front vindt de islam belangrijker dan nationalisme, en beschouwt het zuiden als een hindernis bij het arabiseren en islamiseren van Soedan. Deze partij kiest daarom liever voor een klein maar door de islam beheerst Soedan dan voor een groot land dat seculiere wetten heeft.

Rebellenleider John Garang vindt dat een multi-etnische, cultureel verscheiden en religieus verdeelde natie een seculier en federaal bestuur moet hebben. Vlak voor de staatsgreep in juni had expremier Sadeq al-Mahdi in principe met die eisen van het zuiden ingestemd. Basjir laat een ander geluid horen. „De islamitische wetten zullen worden toegepast op de moslims omdat het islamitische normen zijn. Anderen zullen hun eigen wetten hebben".

Basjirs belofte dat „de islamitische wetten niet zullen worden toegepast op niet-moslims", is geen troost voor de zuiderlingen. Het is een wezenlijk kenmerk van de islamitische wetgeving dat de niet-moslims in zekere mate hun eigen wetten mogen handhaven. Maar de niet-moslims worden daarmee tegelijk bij de wet een-soort tweederangsburgers, die hooguit worden gedoogd, maar verder rechteloos zijn.

De noordelijke strijd om de islamitische wetten in te voeren loopt parallel met de noordelijke Arabische overheersing over het Afrikaanse zuiden. Om deze reden hebben de rebellen geëist dat Soedan de militaire verdragen met andere Arabische staten verbreekt.

Afro-Arabisch

De zuidelijke Soedanezen ontkennen niet de belangrijke betekenis van de Arabische wereld voor Soedan, maar vinden dat Soedan geen Arabisch land is. Zij spreken liever over een AfroArabische staat. Typerend voor Basjirs ontactische optreden is zijn reactie: „Soedan is een Arabisch land, dat de Arabische nationale eenheid steunt. Hoe kunnen we dan onze overeenkomsten met Arabische landen verbreken?"

Symbool voor de noordelijke macht is dat in het 21 man tellende kabinet maar 4 zuiderlingen zijn opgenomen, die bovendien de scepter zwaaien over onbelangrijke ministeries. Zuiderlingen beschouwen deze posten als de 'kruimeltjes' die het noorden van de tafel laat vallen.

Basjir verbreekt geen militaire verdragen met Arabische staten; hij haalt er juist nieuwe wapens vandaan. Toen Basjir Bagdad bezochf, heeft de Iraakse president Saddam Hoessein Soedan beschreven als een „frontlijnstaat" in de verdediging van de Arabische wereld. Saddam beloofde daarom meer politieke, economische en militaire hulp.

Voor de troepen van John Garang is het geen prettig vooruitzicht dat Irak zich met Khartoem heeft verbonden. Irak heeft in eigen land laten zien idat het bereid is Iraniërs en Koerden desnoods met chemische wapens te lijf te willen gaan. Voorlopig heeft het Soedanese Volks Bevrijdingsleger echter nog niets te vrezen. De getrouwen van Garang zijn in uitstekende staat.

Voor de wapenstilstand in april kon de SPLA zestien garnizoenen op de regering buit maken. Daarmee werden tegelijk grote voorraden wapens heroverd. Bovendien hebben de zomerse bezoekjes die Garang heeft gebracht aan Europa en de Verenigde Staten hem en zijn SPLA veel goodwill opgeleverd.

Een aanwijzing dat Khartoem weer op het oorlogspad gaat, is dat ontwikkelingswerkers in militair 'gevoelige' gebieden een enkele reis naar huis moesten kopen. „Ze mochten eens zien hoe de regering haar belofte niet nakomt om een eind te maken aan de Arabische milities, die de ergste misdaden begaan. Bloedbaden, marteling, verkrachting, slavernij en roof tegen ongewapende zuidelijke burgers", aldus het pro-zuidelijke blad "New African".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 oktober 1989

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Soedan, van de regen in de drup

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 oktober 1989

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken