Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Twee lutherse Hongaren Hepen in vrijheidsstrijd van 1848 voorop

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Twee lutherse Hongaren Hepen in vrijheidsstrijd van 1848 voorop

Evangelisch Nationaal Museum in Boedapest weinig bekend

7 minuten leestijd

"Geschied en gegeven op de dag van Epifaniën 1542. Ik, Philippus Melanchthon, en ik, Caspar Cruciger, en ook ik, Johannes Bugenhagen, getuig dit". Het staat er in het Duits en Latijn en ik lees het in een museum in Boedapest: het testament van hervormer Maarten Luther. Dat de Hongaarse hoofdstad een nogal calvinistisch bolwerk is, is bekend. Maar dat Boedapest aan het Frans Deak-Plein ook een mooie lutherse kerk en museum heeft, ontdek je min of meer bij toeval. Het "Evangelisches Landesmuseum" in Hongarije timmert weinig aan de weg. Ik ben er op zaterdagmiddag de enige bezoeker. Zo heeft men rustig de tijd om het testament van Luther met de verklaringen van zijn vrienden te bestuderen.

De naam van het "Evangelische Landesmuseum" (Evangélikus Orszagos Müzeum) wekt niet meteen de indruk dat het hier om de geschiedenis van het lutheranisme in Hongarije gaat. Toch is dit museum juist tien jaar geleden geopend, onder supervisie van het presidium van de Lutherse Kerk in Hongarije. 

Lutherse dominee en kerk

Het museum is een tamelijk onopvallend gebouwtje, van de grote lutherse kerk gescheiden door een poort die toegang geeft tot een armoedige en naargeestige binnenplaats. Daar ontmoet ik ook een nogal sjofele man die slechts een beetje Duits spreekt. Zijn vrouw treedt soms als tolk op. Hij woont in een flatje aan deze binnenhof en blijkt de lutherse predikant van de grote, nu torenloze, kerk te zijn. Op zondagmorgen zijn er enkele diensten, maar ik heb niet de indruk dat het dan zo storm loopt als het geval was bij de vier hervormde diensten aan het Calvijn-Plein. Op zondagavond worden er soms orgelbespelingen georganiseerd in deze lutherse kerk. Het lijken me eerder gewone concerten dan muzikale kerkdiensten (vespers) te zijn.

In het museum zelf treffen we een welwillend oud moedertje aan als suppoost. Ze spreekt moeizaam Duits, maar is blij met dit Hollandse bezoek, want „ik ben heel lang geleden wel in Haarlem geweest". Zeker als vooroorlogs hongerlijdend bleekneusje, denk ik dan. Zij wil me graag over het lutherdom in Hongarije vertellen, maar liever kijk ik zelf wat rond. En het bescheiden gidsboekje, geschreven door kerkhistoricus prof. dr.Tibor Fabiny en kunsthistorica Marta Peter, biedt aardig materiaal, al'is het geen complete catalogus.

Lutherdom en volkscultuur

Men krijgt hier een overzicht van het lutheranisme vanaf Luthers testament tot en met de situatie nu, en men beperkt zich niet tot Hongarije: ook de Lutherse Wereldbond en de oecumene worden kort aangeduid. Maar het accent ligt toch op de kerkhistorie. Het museum is de „derde loot aan onze serie verzamelingen: naast de nationale Evangelische Bibliotheek en het Archief van de kerk", zegt de gids bij deze tentoon

stelling "Het lutheranisme in de Hongaarse cultuur".

Hoewel er ook Duitse en Engelse gidsboekjes en stencils liggen, rekent het museum niet op veel buitenlands bezoek: de begeleidende teksten aan de wanden en in de vitrines zijn uitsluitend in het Hongaars. Dat is soms even wennen: Luther Marton, Melanchthon Fülöpot, Agosta (Augsburg) en zo meer. Kerk en museum dateren uit de late 18e eeuw en zijn fors gerestaureerd. De kerk mist de vroegere klokketoren en lijkt van opzij eerder een grote schouwburgzaal zoals het Amsterdamse Carré. Het museum is de vroegere school, lang en smal, en wat nu groots als „zalen" worden aangeduid, zijn meer kabinetten en nissen.

Artikelen van Ödenburg

Het museum wil „een antwoord geven op de vraag of en in hoeverre de aan haar Augsburgse Geloofsbelijdenis trouw gebleven Hongaars-, Duits- en Slowaaks-talige bevolking van het Karpatenbekken hier een bijdrage geleverd heeft aan de verbreiding van het Evangelie en aan het ontplooien van onze nationale cultuur". De lutheranen maken momenteel krap 4 procent van de Hongaarse bevolking uit.

Naast dit museum in Boedapest is er sinds 1978 in Nemeskér (in het westelijke district Györ-Sopron) naast de lutherse kerk nog een klein museum, vooral gewijd aan de kerkhistorie van de Artikular-gemeente Nemescó.

Vorsten contra keizer

Het museum in Pest heeft de zaak chronologisch opgezet in drie hoofddelen, te beginnen met de vooravond der lutherse Reformatie tot het zogeheten "rouwdecennium 1671-1681". Sectie II begint met de Landdag van Ödenburg (nu Sopron) uit 1681 en de strijd van de Hongaarse hervormde en lutherse vorsten voor protestantse vrijheden, tegen de roomse keizer. 
In deze sectie komt heel de 18e eeuw aan bod, tot de bouw van de grote kerk en school (nu museum) in Pest, dat toen nog niet samen met Boeda over de Don^u, één geheel vormde. In de laatste afdeling wordt de 19e eeuw met de revolutionaire bewegingen in Europa en de tijd tot het einde van de Tweede Wereldoorlog getoond. De grote Hongaarse revolutionairen Petöfi en Kossuth waren lutheranen.

Ik wil niet beweren dat dit lutherse museum van unieke 'toppers' aan elkaar hangt, maar er zijn toch aardige stukken te zien, zoals het handgeschreven testament van Luther uit 1542.
Ook veel originele (of soms facsimile's van) oude bijbels in de vertalingen van Luther en Erasmus, boeken van de christen-humanist en bijbelvertaler Japos Sylvester, gegevens over de verspreiding van Luthers leer over Hongarije en Slowakije. Ook over de voor Erasmus en later Luther ingewonnen steden Boeda en Sopron en de „Hongaarse Luther" Matyas Dévai, die de colleges van Luther volgde en diens leer 'importeerde'.

Bijbelvertalers

Dat de lutherse hervorming hier al vroeg doorbrak, was mede te danken aan de steun van de adel. Zo was een vertrouweling van koning Ferdinand, paltsgraaf Tamas Nadasdy, bevorderaar van de nieuwe leringen. Op zijn landgoed Sarvar in het komitaat (provincie) Vas stichtte hij een school en boekdrukkerij, waar de geleerde Sylvester als schoolmeester en vertaler van het Nieuwe Testament werkte.

Maar van deze vroege lutherse mannen van naam maken we een snelle wandeling door de historie naar de 19e en 20e eeuw. Bij voorbeeld naar de jonge christen-verzetsstrijder Endre Bajcsy-Zsilinszky, naar wie een brede straat bij het Deak-Plein is genoemd. Hij werd in de kerstdagen van 1944 in Sopron geëxecuteerd, niét vanwege zijn luthers belijden, maar omdat hij zich schuldig had gemaakt aan linkse politieke activiteiten. Die revolutiegeest is het Hongaarse lutherdom bepaald niet vreemd (geweest), hoewel men vanuit Luthers opvattingen over de overheid, de twee-regimenten-leer, toch niet zo vanzelf uitkomt bij het omverwerpen van wereldlijke overheden en bij politieke strijd op de barricaden.

Petöfi en Kossuth

Toch waren de voornaamste Hongaarse revolutionairen van de 19e eeuw, Sandor Petöfi en Lajos Kossuth, gedoopte en belijdende lutheranen. Petöfi, vermaard als dichter, kwam in 1823 in Kiskörös als Alexander Petrovits ter wereld. Het museum toont ook zijn dichterlijke arbeid. Hij is hier 'thuis': dit gebouw herbergde de lutherse school, die Sandor in 1833-'34 bezocht.

Lajos Kossuth —wiens naam en standbeeld we, met die van Petöfi, alom in de Hongaarse steden tegenkomen— was in 1848-'49 dè aanvoerder van de Hongaarse vrijheidsstrijd. 'Zijn' doopbekken —in september 1802 in de lutherse kerk van Tallya benut— is evenals de grote witte doopvont van Petöfi een belangrijk museumstuk. Ook twee kinderen van Kossuth werden in de lutherse kerk van Pest gedoopt. Het museum toont van hem ook iets minder geestelijks en meer natuurlijks: zijn verzameling gedroogde planten uit het Italiaanse merengebied. Ook een zilveren avondmaalsbeker uit de gemeente Boeda is hier te zien; een geschenk van Karoly Kiss, die in het revolutiejaar 1848 lid was van de Nationale Garde.

Schotse jodenzending

Naast zilverwerk, munten, oude' boeken, kerkmuziek en schilderijen zijn er diverse voorwerpen: van een oude collectezak tot de Latijnse grammatica uit Leipzig die Petöfi gebruikte. Hij schreef daar als jong scholier in: „Hie liber est meus/ Testis est Deus/ Alexander natus/ Petrovics vocatus" (Dit boek is van mij. God is Getuige. Als Alexander geboren ben ik Petrovics genoemd). Ook de vrouw van aartshertog Joseph op de Burcht van Boeda, Maria Dorothea, was actief in de kerk van Pest en ijverde voor de hier werkzame Schotse jodenzending.

Dat adel en kerk een grote rol speelden in de onafhankelijkheidsstrijd, wordt hier wel met genoegen gemeld. Want die beweging van 1848 lag goed bij de communisten en het kon tien jaar terug, onder Janos Kadar en kerkvorsten als (de hervormde) Tibor Bartha, geen kwaad te bewijzen dat de kerk ook in het verleden al de kant van de onderdrukten en vrijheidslievenden koos. Over Luthers partij-kiezen voor hen die de (sociale) Boerenopstanden van de jaren 1525 gewelddadig neersloegen, lees ik in dit museum nog niets... Mogelijk brengen de winden van verandering, die nu in Hongarije met orkaankracht opsteken, hierin een wijziging. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1989

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Twee lutherse Hongaren Hepen in vrijheidsstrijd van 1848 voorop

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1989

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken