Bekijk het origineel

Palet & pennestreek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Palet & pennestreek

6 minuten leestijd

Romantische reizen

Het Haags Gemeentemuseum richt in het —onlangs nog met sluiting bedreigde— Institut Néerlandais te Parijs een viertal exposities in van beeldende kunst en kunstnijverheid uit Den Haag. Voor de eerste, "Romantische reizen", koos men uit de verzameling 19eeeuws grafisch werk van het Haagse Prentenkabinet. Door de hoge vlucht van de nieuwe prentkunst, de litho of steendruk, ontstond er grafische overproduktie. Sommige kunstenaars keerden daarom terug naar de oude ets en gravure. In Parijs worden nu, tot 17 december, hoogtepunten getoond uit zowel de bloeitijd van de steendruk als de later weer herlevende etskunst.

John Sillevis, conservator v^n de afdeling 19eeeuwse kunst, maakte een keuze uit het werk van onder anderen de lithograaf Eugène Isabey ("Six Marines"), J. B. Jongkind, Richard Bonington en de als meesterlijk geprezen lithograaf èn etser Rodolphe Bresdin. Bresdins leven was één tragische, romantische reis en zijn grillige en fantastische prenten leggen daarvan getuigenis af. 

Jan Mankes herdacht

Jan Mankes, kunstschilder, werd een eeuw geleden, op 15 augustus 1889, te Meppel geboren en het is goed dat er nu in het Gemeentemuseum te Arnhem een herdenkingsexpositie van hem is ingericht. Kent men deze schilder van (vooral) geitjes en zelfportretten nog? Hij overleed jong, al in 1920, en binnen de kring der christelijke Nederlandse letteren kennen we hem vooral als iemand die 'iets' te maken had met de dichter Willem de Mérode. Op het kleine dorpskerkhof van Eerbeek op de Veluwe liggen de zerken van de dichter en de schilder en diens vrouw, de doopsgezinde predikante dr. Anna Mankes-Zernike, vlak bij elkaar. Dat is wel meer dan een toevallige plaats.

Jan Mankes was al overleden toen De Mérode in 1924 in Eerbeek kwam wonen, maar de dichter wijdde minstens twee verzen aan de schilder. En De Mérode was soms te gast bij mevrouw Mankes, toen zij zich na het overlijden van haar man elders vestigde. Zij maakte naam omdat ze de eerste vrouwelijke predikant van ons land was. De expositie, gewijd aan haar man, is nog tot 21 januari a.s. in Arnhem te zien. Dit museum heeft nogal wat werken van „Hollands meest verstilde schilder" in zijn bezit. De reizende tentoonstelling was eerder al te zien in Heerenveen en gaat hierna nog naar Dordrecht.

Verdroomde stilte

Bij uitg. Veen/Reflex te Utrecht verscheen over Mankes een officieel boekje annex catalogus (29,50 gulden) en men kan ook wat over hem en zijn werk vinden in "Jan Mankes 1889-1920", een uitgave uit 1979 van "De drijvende dobber" te Leeuwarden en in het museum voor 17,50 gulden te koop. Wat voor schilder was Jan Mankes? Hij schreef er zelf over: „Ik schilder of liever zou wenschen te schilderen schilderijen, stille, doch zingende door, ja juist door die stilte. Ik zie ze duidelijk, en toch hoever ben ik er af. Die afstand, die is het die overwonnen moet worden, en iedere duimbreed is er een".

Jan Mankes was een tijdlang werkzaam op een Delftse glasschilderfabriek die de Goudse gebrandschilderde glazen restaureerde. Maar als jongen van achttien koos Jan voor het vrije kunstenaarschap. Veel van zijn werken verkocht hij via de Haagse kunsthandelaar Schüller en aan sigarenfabrikant Pauwels, die als zijn maecenas optrad. Later woonde Mankes in De Knijpe bij Heerenveen. Daar ontstaan ook hoogtepunten uit zijn werk, zoals zijn dromerige "Zelfportret met uil", diverse kinderportretten en naast enkele landschappen en stillevens veel dieren, waaronder de diverse geitjes die hem een zekere faam bezorgden. 

Ets en houtsnede

Na hun huwelijk in 1915 wonen Jan en Annie een tijd in Den Haag, waar hij strand en zee schildert, maar in 1916 verhuizen ze naar Eerbeek, omdat Jan tuberculose heeft en in de bosrijke omgeving verlichting voor zijn kwaal verwacht. Hier wordt ook hun zoon Beint geboren, maar al snel wordt Jan Mankes bedlegerig en na anderhalf jaar ziekte overlijdt hij, op 23 april 1920. Al in 1923 wordt in een Utrechtse kunsthandel een "eere-tentoonstelling" van zijn werk ingericht, waarin een verdroomd zelfportret uit 1910 centraal staat.

Behalve aan zijn olieverven en tekeningen wijdde Mankes zich vanaf 1912 ook aan de grafiek; hij kocht een tweedehands-etspers en maakte ook houtsneden van vogel, vis of egel. Muizen en vogels geeft hij ook in ets en kopergravure gestalte, naast bijna oosterse meer- en bosgezichten. Trouwens, zijn grafisch en schilderwerk doet vaker oosters aan, zoals diverse portretten en landschapjes. En men zou zijn olieverven soms bij eerste aanblik voor aquarellen houden.

Literair 'Schepsel'

We hebben in ons land nog lang niet de Belgische gewoonte dat ieder die iets aan letteren doet ook een eigen -soms goed verzorgd en in geringe oplage gedrukt- literair tijdschrift uitgeeft. Er zijn hier wel wat van zulke blaadjes, maar meestal komen ze niet verder dan een gestencild, geniet en nietig werkje. Het zojuist verschenen eerste nummer van "Het Schepsel", een nieuw "christelijk tijdschrift met vooral gedichten en verhalen", 'oogt' ook nog niet zo geweldig, maar redacteur Jan Spoelstra te Bellen bedoelt het goed. Hij wil het blad vooral als podium zien voor beginnende christelijke schrijvers en dichters, omdat „juist christenen iets te zeggen hebben".

Samen met Corné van Dooren en Tamme Spoelstra vormt hij de redactie van het kwartaalblad, waarop men zich voor 17,50 per jaar kan abonneren. (Veenakker 32 te 9711 LV Bellen). Het eerste nummer telt 26 blz. en opent met een naar mijn smaak kneuterig redactioneel "Het beginnen", waarin, evenals elders in dit nummer, veel taalfouten staan. (Wat zijn 'satalieten'? Wat is een 'kernfabriek'? 'Immers', waar 'immer' bedoeld wordt, en zo meer).

Hoe christelijk?

Daarna begint de poëzie van "Jajan van Daag", die ook in Woordwerk wat verzen kwijtraakte. Hier staan onder meer zijn "Jeremia" en "Naakt" (over een „oude blote vrouw"). Het is af en toe, net zoals de bijdragen van F. Elzenaar, Simon Draaier of Siske van Oostrum, vers'kunst' om van te húilen. En het 'christelijke' van deze scheppingen is mij volkomen duister. Ook het proza van A. H. Dool is verspreiding in tijdschriftvorm nog nauwelijks waard.
üe enige bijdrage van enig niveau is het korte essay van Tamme Spoelstra over "De onbekende Achterberg". Maar voor die vier pagina's hoef je geen nieuw, zich christelijk noemend, tijdschrift op te richten! Dat "Het Schepsel" „vooral gedichten en verhalen" bevat, is wel duidelijk. Maar wat mogen we in volgende afleveringen dan nog meer verwachten? Kleurenfoto's? Of ingekleurde litho's?


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 december 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Palet & pennestreek

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 december 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken