Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Twijfelachtige bondgenootschappen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Twijfelachtige bondgenootschappen

Midden-Oosten, ingewikkeld netwerk van vrienden en vijanden

5 minuten leestijd

JERUZALEM - Het Israëlische belang in Libanon beperkt zich tot het handhaven van de veiligheid van de noordgrens van Israël. Dit zei de Israëlische minister van buitenlandse zaken, jMosje Arens, afgelopen zaterdag op de Israëlische radio. Vorige week nam de ' spanning in Libanon toe door de dreiging van een nieuwe militaire confrontatie tus, sen generaal Michel Aoun en de Syrische strijdkrachten en Syriës bondgenoten. Israël is van plan zich buiten de strijd te houden.

Arens herinnerde zijn gehoor er aan dat Libanon bijna de hele geschiedenis van Israël door een probleem is geweest, omdat vanuit dit land vele aanvallen op Israël werden ondernomen. De politiek van Israël is erop gericht geweest „waakzaam 'te zijn en soms militaire acties te ondernemen" om de grensincidenten tot een minimum te beperken. Volgens Arens nam met de toeneming van de Syrische macht in Libanon ook het aantal incidenten dat tegen Israël werd ondernomen toe. Een vergroting van Syrische invloed in Libanon gaat dan ook tegen de belangen van Israël in.

De christelijke generaal Aoun, de commandant van het christelijk deel van het Libanese leger, verzet zich tegen de aanwezigheid van de circa 40.000 Syrische manschappen in Libanoi). Dit jaar heeft Aoun tevergeefs getracht hen te verdrijven. In de bloedige gevechten verloren circa 700 burgers het leven. 

Furieus

Aoun verklaarde zich een tegenstander van de overeenkomst die in oktober in de Saoedische plaats Taif gesloten werd. Hier kwamen 31 christelijke en 31 islamitische parlementsleden uit Libanon bijeen om gedurende drie weken te zoeken naar een oplossing voor de al veertien jaar durende burgeroorlog. Besloten werd dat de moslimmeerderheid in het land een groter aandeel zal krijgen in de macht ten nadele van de christelijke minderheid. Verder zouden minderheidsgroepen als de druzen en sji'ieten ook hun afgevaardigden in het parlement krijgen.

Aoun was furieus over het akkoord. Hij zei dat de vertegenwoordigers die de overeenkomst steunden het verdienden dat hun keel zou worden doorgesneden. 
De generaal was tegen het akkoord was omdat het in feite de Syrische hegemonie in Libanon sanctioneert. Maar Aoun verzet zich ook tegen elke beperking van de heerschappij van de christelijke minderheid in het land.

Het vredesplan werd in de Arabische wereld met voorzichtig optimisme ontvangen. Toch had het vanaf het begin enige zwakke punten. De vraag was namelijk in hoeverre de 62 parlementariërs -mannen die in 1982 werden gekozen en op leeftijd zijn- het volk werkelijk konden vertegenwoordigen. Aouns aanhang in het land mag dan een minderheid vormen, maar met zijn wensen werd in elk geval weinig rekening gehouden. Volgens Aoun zou de overeenkomst het land naar de ondergang leiden.

„Met keukenmessen"

Het vredesplan kreeg de eerste terugslag op 22 november, toen een krachtige bom een eind maakte aan het leven van de christen René Moeawad, die zeventien dagen daarvoor tot president was gekozen, en 23 anderen. Toch verloor de Arabische Liga de moed niet. De afgezant van de Liga bij de Verenigde Naties, Clovis Maksoud, noemde de moord „een lafhartige daad" door iemand die Libanon haat, maar de moord zou geen eind aan het vredesproces betekenen. Syrië beschuldigde de „verraderlijke officier Michel Aoun" van de aanslag. Vele waarnemers beschouwden hem als het brein achter de moord.

Snel werd Elias Hrawi tot opvolger gekozen. Evenals Moeawad heeft Hrawi zelfs geen eigen machtsbasis. Hij moet het helemaal hebben van de steun van Syrië. De nieuwe christenpresident ontsloeg Aoun als legercommandant en als tijdelijke premier. Aoun weigert zich bij deze beslissing neer te leggen en verklaarde eventueel „met keukenmessen, stokken en stenen" te zullen vechten. 
Duizenden christenen begaven zich uit solidariteit naar het Ba'abdapaleis, waar de 54-jarige commandant zich schuilhoudt. Hrawi verklaarde dat hun troepen zullen afrekenen met Aoun en ondertussen nemen de Syrische soldaten gevechtsposities in, zelfs tot op enkele tientallen meters vanaf Aouns schuilplaats. 
De strijd kan elk moment weer losbarsten, en de Libanese moslim-premier Salim Hoss verweet gisteren Aoun op een „nationale zelfmoord" aan te sturen door een muiterij te leiden die slechts de tweedeling van Libanon tot gevolg zal hebben. Toch sloot Hoss een militaire actie om Aoun uit het presidentiële paleis te verjagen uit.

Hoewel de generaal zich evenals Israël verzet tegen de Syrische bezetting in Libanon, ziet Israël geen reden hem te steunen. Dit land heeft namelijk na de Libanese oorlog, die in 1982 begon, besloten zich niet meer te begeven in het Libanese moeras. De Libanonoorlog kostte aan 600 Israëlische soldaten het leven en een nieuw avontuur in dit land heeft zeker niet de steun van de bevolking. De Israëlische betrokkenheid in Libanon blijft beperkt tot het steunen van het Zuidlibanese leger van Antoine Lahat en het controleren van de veiligheidszone in Zuid-Libanon. De luchtmacht bombardeert af en toe stellingen van de pro-Syrische groepen ten noorden van dit gebied.

'Vrienden'

Bovendien zijn Aouns vrienden niet noodzakelijkerwijs Israels vrienden. Zo verschenen er in augustus berichten dat de pro-Aoun-christenen de PLO hielpen een militaire infrastructuur op te bouwen bij Sidon en Tyrus. PLO-leider Jasser Arafat is namelijk een vijand van Syrië en een vriend van Irak, dat Aoun steunde. 
Dit laat zien hoe snel de bondgenootschappen kunnen veranderen in dit door oorlog verscheurde land. Het waren de christenen die in 1975 de Syriërs vroegen te hulp te komen in de strijd tegen de moslims. Nu heeft de Syrische aanwezigheid, de steun van de moslims. En het waren de christenen die in 1982 de Israëliërs verwelkomden omdat zij hen bevrijdden van de terreur van de PLO. De christelijke falangisten veroorzaakten een bloedbad in de Palestijnse kampen Sabra en Chatilla. 
Nu beschouwt Arafat Aoun als een bondgenoot.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 4 december 1989

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Twijfelachtige bondgenootschappen

Bekijk de hele uitgave van maandag 4 december 1989

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken