Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ruzie om een standbeeld bij Port Said

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ruzie om een standbeeld bij Port Said

Egypte actualiseert breedte en diepte van strategische Suez-kanaal (II)

6 minuten leestijd

CAIRO - „Egypte heeft zwaar geleden door de aanwezigheid van het Suez-kanaal. We moesten vanaf 1882 tot 1952 de Britse bezetting van Egypte dulden, alleen vanwege het kanaal". Dat zegt Mohammed Ezzat Adel, de voorzitter van de Suez Kanaal Autoriteit (SCA).

Het Suez-kanaal is nauw verbonden met de moderne Egyptische geschiedenis van kolonialisme en oorlogen. Voor veel Egyptenaren is het dan ook niet te pruimen dat Port Said heeft voorgesteld het standbeeld van Ferdinand de Lesseps, de Franse architect van het kanaal, een dezer dagen in ere te herstellen bij de ingang van het kanaal.

Het beeld van De Lesseps werd in december 1956 van zijn voetstuk gegooid door een woedende bevolking, toen Franse, Britse en Israëlische troepen de aanval op Egypte inzetten. Dat deden deze drie westerse machten om de Egyptische president Nasser te onttronen. Nasser had op 26 juli 1956 immers het Suez-kanaal genationaliseerd.

De jurist Galal Khalil heeft een rechtzaak aangespannen tegen het bestuur van Port Said om te voorkomen dat De Lesseps als symbool van kolonialisme met een beeld wordt geëerd. Volgens Galal was De Lesseps „een Franse zakenman, met als enige obsessie het maken van winst, een bloedzuiger van de Egyptenaren".

Het idee van het graven van een kanaal die de reis van Frankrijk naar de kolonies in Azië met weken zou bekorten, leefde in de vorige eeuw sterk in Parijs. De Egyptische heersers hadden er weinig oren naar, totdat Khedive Ismail aan de macht kwam, in 1863.

Europa

Khedive Ismail was zo enthousiast over de Franse macht en cultuur, dat hij zichzelf en Egypte ook een deel van Europa waande. „Mijn land is niet langer in Afrika, het is in Europa". Met Frankrijk sloot hij het contract waardoor in 1869 het Suez-kanaal kon worden geopend.

De Khedive heeft zich in de Egyptische geschiedenisboeken bijzonder ongeliefd gemaakt. De herinnering aan zijn bewind en zijn kanaalbouw is stevig in het onderbewuste van dg Egyptenaren verankerd. Nog steeds spreken miljoenen oude Egyptenaren, tot in de kleinste dorpjes, over hun overgrootvader „die in een ver land een kanaal ging graven, maar nooit meer terugkwam".

In het contract dat Ismail met de Fransen sloot, was opgenomen dat hij de arbeiders aan de Suez Kanaal Maatschappij zou leveren. In de traditie van de Franse 'corvee' liet hij miljoenen arme boeren verplicht aan het kanaal graven. Zeker 100.000 slaafse arbeiders vonden door hitte en uitputting de dood.

Egypte werd in zoverre deel van Europa dat Europese controle over de Egyptische staatskas werd ingesteld. Ismail gaf zulke fantastische bedragen uit om de infrastructuur van zijn land te verbeteren, en moest voor de aanleg van het Suez-kanaal zo veel westers geld lenen, dat hij bijna bankroet ging.

Alleen door het Egyptische ministerie van financiën te laten beheren vanuit Parijs en Londen, stemde Ismail het Westen lankmoedig met de incassering van de Egyptische schulden. In 1875 was Ismail zo diep gezonken, dat hij zijn 176.602 aandelen in de Suez Kanaal Maatschappij aan Londen moest verkopen.

Voor 4 miljoen pond werd GrootBrittannië in een klap de belangrijkste aandeelhouder van het kanaal. De Londense beurs was daarmee zeer ingenomen, want door de grootste stem in het bestuur van het kanaal was de toegangsweg naar India stevig in Britse handen. Tenminste, in die overtuiging konden de Britten zich een paar jaar .koesteren.

Nasser

Een nationalistische Egyptische opstand in 1882 door de inmiddels legendarische Orabi deed de Britten het ergste vrezen voor hun wereldwijde imperium. Om de route naar India veilig te stellen nestelde het Britse leger zich in Egypte, om daar 70 jaar lang te blijven.

Zelfs het ontstaan van Israël is een rechtstreeks gevolg van het Suez-kanaal en van de Britse wens dat kanaal veilig te stellen. Door de Eerste Wereldoorlog, toen het Turks-Duitse leger de oostoever van het Suez-kanaal bereikte, besloot Londen dat de oost flank van het Kanaal beter be schermd moest worden. In 1917 werd Palestina bezet. Toen Britse troepen op 14 mei 1948 weer vertrokken, hadden ze aan de kleine zionistische beweging uit Europa vaste voet aan de Arabische 'wal' gegeven.

Egypte zat, vanwege de Britse belangen in het Suez-kanaal, nog tot begin 1956 met Britse troepen opgescheept in het gebied rond het kanaal. In oktober probeerden die troepen weer terug te keren, toen president Nasser en diens kameraden het kanaal nationaliseerden.

Nasser deed dat omdat Egypte geen enkele inbreng in het beheer van het Suez-kanaal had en ook bijna geen tolgeld ontving. Britse en Franse ambtenaren van de maatschappij stuurden de inkomsten door naar hun hoofdsteden, en beheerden het kanaal als een 'staat in de staat'.

De antikolonialistische daad van nationalisatie van het kanaal maakte Nasser in een klap razend populair in de hele Derde Wereld, en vooral in het Midden-Oosten. Voor Londen en Parijs werd Nasser het symbool van de strijd van de koloniën tegen de westerse overheersing.

Het Suez-kanaal werd in 1967 de grens tussen Egyptische en Israëlische troepen na de Zesdaagse Oorlog. Nog steeds is de 20 meter hoge Israëlische verdedigingslinie aan de oostkant van het kanaal te zien. Deze zandhoop is genoemd naar generaal Bar Lev, die het liet aanleggen.

In 1973 trokken Egyptische troepen in een verrassingsaanval over het Suez-kanaal om de Sinaï-woestijn op Israël te heroveren. Eindelijk kon Egypte het kanaal, dat vanaf 1967 onbevaarbaar was, weer van puin ontdoen om de zo nodige tolgelden te verdienen.

Kolonialisme

Het Suez-kanaal blijft de gemoederen m Egypte bezighouden. Hoewel het kanaal dit jaar 1,3 miljard dollar voor de Egyptische schatkist oplevert en hoewel de Suez Kanaal Autoriteit 25.000 Egyptenaren werk biedt, waait de geest van kolonialisme nog rond de waterweg.

De havenstad Port Said, die zijn bestaan aan het kanaal te danken heeft, viert het 120-jarig bestaan van net kanaal deze maand. Door het beeld van De Lesseps weer op te richten doet Port Said, volgens een columnist, niets anders dan „zich ver ontschuldigen voor de 'zonde' van de nationalisatie van het Suez-kanaal. Zo'n verontschuldiging is onaan-: vaardbaar".

Sami Khodeir, de gouverneur van Port Said, was in 1956 persoonlijk betrokken bij het omverhalen van De Lesseps. De forse kritiek die hij heeft .gekregen op zijn voorstel het beeld weer op te richten, heeft hem voorzichtig gemaakt. Om aan de critici tegemoet te komen heeft de gouverneur van Port Said éen Egyptische beeldhouwer opdracht gegeven om een beeld van een boer, een arbeider en een soldaat te maken, als herinnering aan degenen die om het Suez-kanaal hun leven gaven. Niemand weet^ of hij het ook aandurft De Lesseps daarnaast te zetten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 januari 1990

Reformatorisch Dagblad | 11 Pagina's

Ruzie om een standbeeld bij Port Said

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 januari 1990

Reformatorisch Dagblad | 11 Pagina's

PDF Bekijken