Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KGB krijgt heimwee naar tijd van ouderwetse komplotten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KGB krijgt heimwee naar tijd van ouderwetse komplotten

Vader van de perestrojka heeft ondanks face-lift een geschonden aangezicht

15 minuten leestijd

MOSKOU - Wanneer begint de echte perestrojka in de KGB? Volgens onbevestigde, maar meestal vrij betrouwbaar geachte berichten was het niet Michail Sergejewitsj Gorbatsjov, maar juist de KGB die de aanzet gaf tot de perestrojka. De Poolse sociologe Jadwiga Staniszkis meent dat reedskort na het onderdrukken van de Praagse Lente in 1968 een speciale werkgroepvan tsjekisten (zo noemen de Russen de KGB'ers) werd gevormd, die een hervorming van het systeem moest voorbereiden.

Ze zagen dat de Sowjetmaatschappij en -samenleving steeds verder wegzakten in corruptie en immoraliteit en stelden zich ten doel die maatschappij te redden, zelfs al zouden ze de Communistische Partij ervoor moeten opofferen. Een intrigerend idee, de KGB als de vader, of de moeder zo u wilt, van de perestrojka. Des te meer daar "de organen" (nog zo'n Russische aanduiding voor de KGB) eigenlijk toch vooral als conservatief, behoudend, gelden. Maar als je er van uitgaat dat ze juist wilden hervormen en vernieuwen om te behouden is het ook weer niet zo'n gek idee. Het uiteindelijke doel was en is om de Sowjet- Unie in stand te houden. De KGB noemt zich niet voor niets "het zwaard en schild van de CPSU (communistische partij)" of, zoals de huidige chef-tsjekist Wladimir Krjoetsjkov met een kleine, maar belangrijke nuance zegt: "Het zwaard en schild van de Sowjet- Unie".

Landsbelang gaat bij de KGB blijkbaar ook boven het partijbelang, zeker nu de partij zelf haar "leidende rol" ter discussie stelt. Het lijkt er overigens niet op dat de genoemde wapenrusting tegenwoordig nog in alle omstandigheden afdoende is. Neem slechts de recente pogroms in Bakoe als voorbeeld, of de vele andere felle protesten tegen Moskou. Eerder doemt hier het bekende beeld op van de tovenaarsleerling die de geest van "glasnost" en nog minder prettige zaken als nationalistische onrust uit de fles heeft gehaald en hem er niet weer in kan krijgen.

Maffia

Maar, als er iemand op de hoogte is van de werkelijke situatie in het land, dan is het wel de KGB. Die heeft bijna overal zijn ogen en oren. Het was volgens Staniszkis dan ook die organisatie die het eerste aan de bel trok en als George Orwells "grote broer" probeerde de situatie nog in goede banen te leiden. Een andere aanwijzing voor de rol van "de organen" bij de totstandkoming van de "perestrojka" vormen de uitlatingen van de huidige tsjekisten-chef Wladimir Krjoetsjkov (dus niet uit helemaal onbevooroordeelde bron).  

Volgens hem had partijleider en oud KGB-chef Joeri Andropov kort voor zijn overlijden hem en een aantal andere hoge collega-generaals gezegd dat ze Gorbatsjov als zijn opvolger zouden moeten kiezen. Dat eerst toch Konstantin Tsjernenko de nieuwe partijleider werd, had hoogstwaarschijnlijk te maken met de persoonlijke voorkeur van de toenmalige KGB-chef Viktor Tsjebrikov. Net als Tsjernenko en de vroegere Oekraïense partijleider Sjtsjerbitski is Tsjebrikov een spruit van de zogenaamde "Dnjepropetrowsk-maffia" en waren ze beschermelingen van Brezjnev. Als zodanig hielden ze elkaar de hand boven het hoofd.  

Wat de ware toedracht echter ook geweest mag zijn, het is wel duidelijk dat nu de staatsveiligheidsdienst in meerderheid helemaal niet gelukkig meer is met de huidige situatie. Men wil wel een vernieuwing, maar dan een controleerbare vernieuwing. De leiding moet zelf uiteindelijk het roer wel in handen kunnen houden en de tsjekisten moeten buiten schot blijven. Aan die voorwaarden wordt helaas voor hen niet meer voldaan.  

Ongenoegen   

Het regeringsapparaat en de KGB hebben het gebeuren in het eigen land duidelijk niet meer volledig in de hand. Daarover uiten dan ook steeds meer KGB'ers hun ongenoegen. Krjoesjkovs voorganger Viktor Tsjebrikov dreigde vorig jaar zelfs met hard optreden tegen het groeiende "extremisme", "chauvinisme" en andere ongecontroleerde verschijnselen, en hij was niet de enige.

Bovendien komt de KGB zelf onder een steeds heviger spervuur van kritiek. Tegenwoordig komt de kritiek zelfs vanuit de eigen gelederen van "de organen" op het functioneren van de club. Dat was zeker een zware deuk voor het superioriteitsgevoel van de echte tsjekisten. Die beschouwen zich eigenlijk toch wel als de elite van het land. Niet alleen omdat ze "alles" weten, problemen vaak als eerste signaleren, maar ook helpen bij het aandragen van oplossingen en, vooral niet te vergeten, nog steeds gelden als een van de weinige nog niet door corruptie verziekte instellingen van het land.

Toch blijken er dus medewerkers te zijn die een andere en een heel kritische mening hebben over hun werkgever. Zo publiceerde het weekblad Ogonjok een brief van een hoge KGB'er uit Swerdlowsk, die uit angst voor de gevolgen zijn naam niet wilde bekendmaken, maar slechts ondertekende met de initialen "T. V.".

Hij schreef: „In de tijd dat Jeltsin bij ons partijchef was is er door onze KGB geen enkele buitenlandse spion ontdekt en ook is geen enkel staatsgevaarlijk komplot opgerold, zoals Jeltsin terecht zei. Na zijn vertrek naar Moskou is er aan die situatie niets veranderd".

Volgens hem vult de veiligheidsdienst in zijn stad -de tijd voornamelijk met nutteloze bezigheden, maar probeert ze af en toe toch een komplot of iets dergelijks te bedenken om zijn bestaan te rechtvaardigen. Desondanks dijen de KGB-organisaties steeds verder uit en worden er nog steeds nieuwe kantoorflats voor hen gebouwd, die beter benut kunnen worden om de nijpende woningnood mee te lenigen.

Boete

In andere grote steden is de situatie vergelijkbaar, meent de hoge KGB'er. In een tweetal andere nummers van Ogonjok probeert de gepensioneerde KGB-kolonel Jaroslav Karpowitsj af te rekenen met zijn verleden als medeVverker van het Vijfde Hoofddirectoraat. Hij doet publiekelijk boete voor het misdadige optreden van hem en zijn collega's tegen gelovigen, schrijvers en kunstenaars (wat hem door zijn collega's overigens niet in dank is afgenomen).   

De gevreesde Vijfde afdeling is vorig najaar met veel tamtam zogenaamd opgeheven. Het was dit hoofddirectoraat dat toezicht moest houden op "staatsondermijnende activiteiten" van de kerken, de pers en de culturele wereld. Het Vijfde Hoofddirectoraat heeft zich nog in het recente verleden ernstig vergre-pen aan met name de Baptisten Kerk en ook andere niet geregistreerde geloofsgemeenschappen, zoals de Oekraïens-Orthodoxe Kerk en de dissidente Russisch-orthodoxe beweging van mensen als Gleb Jakoenin.   

Innerlijk dezelfde    

Echter, in plaats van dat het directoraat geheel is opgeheven is het vervangen door een nieuw directoraat "Voor de bescherming van de Constitutie van de Sowjet-Unie". Deze organisatie heeft in feite veel van de oude taken overgenomen van de afdeling die ze vervangt. Bovendien zijn de oude bekende artikelen uit de RSFSR-strafwet, zoals het beruchte artikel 70, en uit de grondwet waarop dissidenten en gelovigen vroeger werden aangeklaagd vervangen door nieuwe wetsartikelen, die volgens juristen nog even veel kansen bieden voor misbruik.

Uiterlijk is er veel veranderd aan de KGB en heeft de organisatie ook een perestrojka (hervorming) ondergaan, maar onderhuids is nog veel bij hetzelfde gebleven. Zo denken veel burgers er ook over. Zelfs een grote publiciteitscampagne ten behoeve van "de goede en eerbare tsjekist" kan daar maar weinig aan veranderen.    

Burgers tonen steeds openlijker hun afkeer van en haat tegen de organisatie. De burger V. Klokov schreef in een brief aan het weekblad Argumenty i Fakty dat naar zijn mening de KGB ondanks alle reorganisaties en dergelijke nog steeds het grootste afzonderlijke gevaar is voor de perestrojka. De KGB heeft met haar enorme en nog goeddeels verborgen organisatie de maatschappij naar zijn zeggen nu eenmaal nog steeds in haar greep en kan op elk gewenst moment de hervormingen de nek omdraaien.    

De eerste openlijke en meest gedurfde kritiek kwam echter van oud-wereldkampioen gewichtheffen en nu volksvertegenwoordiger Joeri Wlasov. Hij zorgde tijdens de eerste zitting van het Congres van Volksvertegenwoordigers in juni van het afgelopen jaar voor een enorme sensatie door uiterst fel van leer te trekken tegen „het verborgen en alles verstikkende netwerk" van de KGB, dat volgens hem zo snel mogelijk moest worden blootgelegd en ingeperkt.    

Ongetwijfeld verwoordde hij daarmee de gedachten van veel medeburgers. Er zit nog veel oud zeer dat nog lang niet vergeten en verwerkt is, vooral niet als bijna ieder gezin of iedere familie wel persoonlijk met repressie door de KGB of haar voorgangers NKVD en Tsjeka te maken heeft gehad.    

Haatgevoelens     

De situatie in de SU is voor de KGB nog niet zo zorgwekkend als in bij voorbeeld de DDR -waar het bijna bijltjesdag werd voor de geheime politie Stasi- maar toch heeft men terecht reden tot bezorgdheid over het eigen imago. Zo langzamerhand blijft daar inderdaad weinig goeds van over. Ja, erger, tallozen koesteren een diepe haat tegenover "de organen".    

Tot voor kort probeerde de KGB de schuld voor de "excessen" af te schuiven op Brezjnev en vooral Stalin. Zelf zou de veiligheidsdienst ook vooral slachtoffer zijn geweest. Het zou met name Stalin, met helpers als Beria, Jezjov en Jagoda, zijn geweest die de toenmalige KGB, de NKVD, maakte tot het bloeddorstige moordwapen dat miljoenen de dood in dreef. Volgens de KGB zijn er toen echter ook tienduizenden "eerlijke" NKVD'ers omgebracht wegens hun verzet tegen de "excessen".    

Echter, in wezen was de geheime politie toch een eerbare organisatie geweest, zo houdt de KGB zelf vol. Vooral de eerste veiligheidsdienst, de Tsjeka (Buitengewone Commissie) onder Felix Dzjerzjinski (ook wel: "IJzeren Felix" of "De allesziende Sfinx" genoemd), zou een organisatie van hoge morele standing zijn geweest.    

Ze was misschien wel streng, maar zou zich niet aan excessen te buiten zijn gegaan. Helaas gelooft onderhand ook niemand meer in deze laatste nog overgebleven mythe, zeker niet meer wanneer men verhalen leest als het vorig jaar gepubliceerde "Het Spaantje" van de schrijver Zazoebrin. Hij beschrijft daarin het wrede en moorddadige optreden van juist die Tsjeka in een Siberisch strafkamp, begin jaren twintig.    

Hoofdrol     

Het geschonden imago verhindert de KGB niet om nog steeds een hoofdrol te vervullen bij het functioneren van de Sowjetstaat. De dienst is nog steeds nodig, dat zien zelfs de hoogste leiders van het land in. Behalve voor het beveiligen van het huidige regime (ook voor Gorbatsjov zelf van groot belang) en voor het vervullen van allerlei andere politietaken, zoals strijd tegen de georganiseerde misdaad, is de KGB er om spionage te verrichten in het buitenland.    

Dat is een van de paradepaardjes van Krjoetsjkov, zelf van oorsprong een buitenland-man. Het gaat daarbij nu trouwens niet meer in hoofdzaak om militaire, maar om economische spionage ten behoeve van de modernisering van de industrie. Verder moet de KGB ondanks glasnost en democratisering de regering nog steeds essentiële informatie geven over wat er leeft in de samenleving. Niet vergeten moet worden dat ondanks het opener worden van de samenleving en ondanks de komst van sociologisch onderzoek en dergelijke "de organen" nog altijd als geen andere instantie, op de hoogte zijn van de maatschappelijke processen in het land.    

Gorbatsjov heeft daarom van meet af aan altijd dankbaar gebruik gemaakt van de ogen en oren van de binnenlandse veiligheidsdienst. Dit in navolging van Andropov, zelf een KGB-man. Bovendien is de KGB niet alleen een instrument maar ook een machtsfactor om rekening mee te houden. KGB-chef Tsjebrikov was zodoende altijd al een belangrijk en machtig lid van Gorbatsjovs Politburo, maar in september 1988 leek de relatie tussen Gorbatsjov en Tsjebrikovs KGB wel op een hoogtepunt aanbeland.

Gorbatsjov leek zijn lot steeds nauwer te verbinden met de veiligheidsdienst. Viktor Tsjebrikov werd gepromoveerd tot secretaris van het Centraal Comité voor justitiële zaken. In die hoedanigheid had hij een macht die een hoofd van de geheime dienst niet meer had gehad sinds Lawrenti Beria, Stalins gevreesde chef van de geheime politie. Hij kreeg niet alleen de KGB onder zijn verantwoording, maar ook de MVD (de binnenlandse ordetroepen) en het leger.

Omhelzen

Vele Sowjetkenners wezen er aan de hand van die gebeurtenis nog eens een keer op hoe belangrijk het is voor een partijleider om de steun te hebben van de geheime politie. Zonder hun steun ben. je als sterke man nooit zeker van je positie. Na Stalins dood bij voorbeeld was het voor Malenkov en zijn medestanders eerst zaak de macht van Beria en zijn geheime politie te breken en voordat Leonid Brezjnev en zijn medesamenzweerders het in 1964 waagden de poten onder Chroesjtsjovs stoel weg te zagen hadden ze zich eerst terdege van de instemming van de KGB overtuigd, zo vertelde oud KGB-generaal Semisjtsjastni.

Gorbatsjov leek daarom de KGB steeds steviger te omhelzen. Maar wie dacht dat hij zich al te zeer aan de organisatie had verbonden, vergiste zich. Tijdens het plenum van eind september 1989 werd Tsjebrikov zonder veel ceremonieel weer vervangen, schijnbaar even gemakkelijk als hij was gepromoveerd. In zijn plaats kwam nieuwe man Wladimir Krjoetsjkov in het Politburo.

Tsjebrikov was te conservatief gebleken en begon te kritisch te worden tegenover het hervormingsproces. Bovendien wist Gorbatsjov in de KGB andere, ambitieuze en meer voor zijn doel geschikte mensen te vinden, zoals Krjoetsjkov. Daar wist Gorbatsjov zijn voordeel mee te doen. Hij vervreemdde zich niet van de veiligheidsdienst, maar gebruikte delen daarvan voor zijn eigen doel, een beproefde methodedie hij elders in zijn politiek ook had gebruikt. Bovendien zijn het nu geheel andere tijden en is de macht van een geheime politie ook niet meer wat ze eens was.

In het geval van Tsjebrikov speelden bovendien verschillende factoren mee die leidden tot zijn val. Ten eerste dreigde hij.zich te sterk met andere conservatieve figuren, zoals Ligatsjov, te verbinden en zo een gevaar voor Gorbatsjov te vormen. Verder zocht men nog steeds een zondebok voor het bloedige legeroptreden van april afgelopen jaar tegen betogende Georgiërs in Tbilisi. Een onderzoekscommissie van de Opperste Sowjet concludeerde dat, hoewel het moeilijk .was vast te stellen wie precies het bevel had gegeven tot het inzetten van troepen, het bijna vaststond dat het Tsjebrikov moest zijn geweest (Waarschijnlijk was Ligatsjov medeverantwoordelijk voor de besluitvorming, maar die durfde of kon men waarschijnlijk nog niet aanpakken omdat zijn positie nog te sterk was. Gorbatsjov zelf was niet gekend in de beslissing. Hij was op dat moment op bezoek bij Thatcher).

Nieuwe stijl?

Tsjebrikov werd dus het slachtoffer. Ten slotte speelde ook nog mee dat hij behoorde tot de oude "Dnjepropetrowsk-maffia", de groep van beschermelingen van Brezjnev door hem naar Moskou gehaald om zijn belangen daar te beschermen of om elders voor hem op te treden. Tsjebrikov was bij de KGB geplaatst om voor Brezjnev een oogje op de veiligheidsdienst té houden, Tsjernenko was ook naar Moskou gehaald en Wolodimir Sjtsjerbitski werd aangesteld als partijchef van de Oekraïne. Het is waarschijnlijk ook Tsjebrikov geweest die zijn oude compaan Sjtsjerbitski steeds de hand boven: het hoofd heeft gehouden en hem heeft behoed voor aftreden. Het isin ieder geval opvallend dat in afgelopen september beiden tegelijk zijn vertrokken. Gorbatsjov achtte blijkbaar de tijd gekomen zich ook van deze laatste, gecorrumpeerde brezjnevianen te ontdoen.

Maar is de KGB na Tsjebrikovs vertrek ook een echt hervormingsgezinde medestander van Gorbatsjov geworden? Op het eerste gezicht zou je zeggen van ja. Krjoetsjkov is in ieder geval veel publiciteitsbewuster. Hij geeft bij voorbeeld heuse persconferenties aan de buitenlandse pers en gaat bij die gelegenheden heel "open" in op de successen van de KGB in het buitenland. Ook besteedt hij veel aandacht aan de de KGB-strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. Hij presenteert zijn dienst graag als een soort superpolitie. Verder wil Krjoetsjkov zich zelf graag doen kennen als een vooruitstrevende vernieuwer a la Gorbatsjov, compleet met het volledige perestrojkataalgebruik en al. Maar, zo zeggen velen, als je door het mooie uiterlijk en de mooie woorden heenprikt, dan blijkt er bij de KGB nog niet echt veel verandert. Veel van de oude behoudende ideeën blijven, tegen al te vergaande, en vooral ongecontroleerde, vernieuwingen.

Dat zie je aan het feit dat er blijkbaar toch een vervanger moest komen voor het Vijfde Hoofddirectoraat en er in de strafwet toch nog mazen voor de KGB zijn blijven zitten. Je zou kunnen zeggen dat zoiets ingebakken zit bij een zo machtig veiligheidsapparaat, die angst om niet alles meer te kunnen controleren.

Inleveren

Maar als de hervormingen verder gaan, zal ook de KGB moeten inleveren, ja zelfs zelf onder toezicht worden gesteld. Het begin is er al; in de vorm van een commissie van de Opperste Sowjet voor toezicht op de strijdkrachten en de veiligheidsdiensten. Deze commissie heeft vooralsnog weinig echte macht.

Echter, door sommigen is al voorgesteld de KGB té plaatsen onder strenge 'controle van een permanente en gevolmachtigde Defensie- en Veiligheidsraad van de Opperste Sowjet. Daar zal de KGB niet blij mee zijn, maar het zal veeï burgers wel geruster stellen. Dit te meer daar velen vermoeden (ook in het parlement trouwens) dat dé KGB niet alleen strijd voert bij voorbeeld corruptie en georganiseerde misdaad, maar die soms ook de hand boven het hoofd houdt.

Een commissie van de Opperste Sowjet onderzoekt momenteel wat er waar is van beschuldigingen als zou de KGB een corruptieonderzoek van een tweetal onderzoeksrechters, T. Gdlyan en V. Iwanov, tegen een beschermeling van Jegor Ligatsjov in de doofpot hebben gestopt en de zaak nu tegen de speurders zelf hebben gekeerd. De twee beschuldigde rechter zijn inmiddels uitgegroeid tot volkshelden. Een ervan is zelfs tot volksvertegenwoordiger gekozen. Voor de meeste mensen zijn er nauwelijks argumenten voor nodig om te geloven dat hier de KGB fout zit.

Daar ziet het er feitelijk gezien ook wel naar uit, aldus de eerste conclusies van de onderzoekscommissie van de Opperste Sowjet,. maar de mensen geloven het zonder die feiten ook graag. De KGB is niet populair en zal dat ook niet gauw meer worden. Velen zien liever een zodanige perestrojka van "de organen" dat er weinig meer van overblijft. Er kleeft te veel duisters, ongrijpbaars en niet-hervormds aan de organisatie om ooit echt sympathiek te kunnen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1990

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

KGB krijgt heimwee naar tijd van ouderwetse komplotten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1990

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken