Bekijk het origineel

Braks zit in loopgravenoorlog met boeren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Braks zit in loopgravenoorlog met boeren

Oplossen problemen in akkerbouw wordt bemoeilijkt door slechte verhoudingen

11 minuten leestijd

Braks wordt wakker, er is nood op de akker". Massaal voeren de akkerbouwers acties tegen het landbouwbeleid van de EG en minister Braks. Met hun stalen 'rossen' blokkeren ze wegen en overheidsgebouwen om hun eisen voor hogere graanprijzen en extra steunmaatregelen kracht bij te zetten. Het wateris de boeren tot aan de lippen gestegen in de loopgravenoorlogmet Braks.

Het gezegde „'t Is geen kunst om boer te worden, maar om boer te blijven", gaat in deze tijd zeker op. De inkomenssituatie van veel boeren is de laatste jaren hard achteruitgegaan éndaarom wordt gezocht naar alternatieven om hun financiële positie te verbeteren.


Tussen de ongeveer 14.000 akkerbouwers in ons land bestaan overigens grote inkomensverschillen. Deze verschillen worden niet alleen veroorzaakt door de bedrijfsgrootte, maar ook door het soort gewas dat wordt geteeld. Voor de boeren die het afgelopen jaar veel zogenaamde vrije produkten als aardappelen en uien verbouwden, waren de resultaten goed. Overigens waren de prijzen van deze gewassen in de jaren daarvoor aanzienlijk 'slechter'. De boeren die vorig jaar veel marktordeningsprodukten als graan en fabrieksaardappelen verbouwden, bleven bijna allemaal onder de rode streep.


Verder speelt bij de inkomensverschillen ook de regio waar de boer woont een rol. De akkerbouwers in de noordelijke kleigebieden en de Veenkoloniën komen er het slechtst van af. Zij zijn vanwege de grondsoort aangewezen op het verbouwen van fabrieksaardappelen en graan. Het is juist de prijsvorming van dit laatste gewas die heeft gezorgd voor de slechtere inkomenspositie van de akkerbouwers.


Grillig


De belangrijkste oorzaak van de problemen in de akkerbouw vormt echter de structuur, aldus de landbouweconoom prof. dr. C. P. Veerman, die overigens zelf een akkerbouwbedrijf van 135 hectare in Nieuw-Beijerland heeft. „Het is wel bekend dat de kleinschalige structuur van de akkerbouw de oorzaak is, maar het wordt door de overheid niet erkend".


„Een herstructurering van de akkerbouw is zeker nodig. Er moeten grotere bedrijven komen en andere teelten. Hierbij heeft echter ook de overheid een taak, want als de overheid in Nederland de plantaardige' en dierlijke produktie wil behouden, is er altijd een vorm van ondersteuning nodig. Dat is de hele geschiedenis door bewezen. Niet om de boeren aan het werk te houden, maar om de voorziening veilig te stellen. De markt voor landbouwprodukten is namelijk erg grillig en daarom kunnen de marktrisico's niet worden gedragen door individuele bedrijven. De overheid zal dan ook altijd een zekere bescherming moeten bieden".


„Minister Braks moet zowel degenen helpen die willen afbouwen, door bij  voorbeeld een goede beëindigingsregeling te bieden, als degenen die door willen gaan met het zoeken naar nieuwe produktiemogelijkheden. Ook andere sectoren die in nood zijn, worden toch geholpen door de overheid?"


Het zoeken naar een oplossing voor de akkerbouw wordt volgens professor Veerman bemoeilijkt doordat de sfeer tussen de minister en de boeren is vertroebeld. „De boeren hebben geen vertrouwen meer in minister Braks. Hij roept dat hij de boeren niet kan helpen en dat de sector bovendien te klein is. Daardoor hebben de boeren het idee dat ze zijn afgeschreven. Dat heeft tot gevolg dat zij vervolgens ook niet al te genuanceerde opmerkingen richting de minister roepen. Hierdoor is er ook bijna geen normaal overleg meer mogelijk tussen de akkerbouwers en de minister. Ze zijn in een loopgravenoorlog verwikkeld. Het beste is dan ook om een onafhankelijke commissie van wijze mannen te benoemen die oplossingen gaan uitwerken voor een herstructurering".


Marktgericht


De daling van de graanprijs heeft de problemen in de akkerbouw sneller aan het licht gebracht. In de afgelopen zes jaar is de graanprijs met ongeveer 30 procent omlaag gegaan. Deze ligt nu op 38 cent per kilo. Een van de belangrijkste eisen van de actievoerders is dan ook een verhoging van de graanprijs met 6 procent.


Minister Braks kan over een prijsverhoging niet zelf beslissen. De graanprijs wordt door de EG bepaald. Brussel eing over tot verlaging van de graanprijzen om zijn landbouwuitgaven te beperken. Deze uitgaven rezen namelijk de pan uit door het ontstaan van grote overschotten bij produkten als graan. De EG exporteert die overschotten naar de wereldmarkt. Het prijsniveau op de wereldmarkt is veel lager dan de prijs binnen de EG, Brussel moet dus flinke subsidies geven om die export mogelijk te maken. Die subsidies kosten echter handen vol geld en daarom besloot de EG in de loop van de jaren tachtig om een marktgericht beleid te gaan voeren, waarbij de prijs vooral wordt bepaald door vraag en aanbod.


De daling van de graanprijzen had ingrijpende gevolgen voor de boeren, want graan vervult een zogenaamde spilfunctie: de prijzen van bij voorbeeld fabrieksaardappelen zijn gekoppeld aan de graanprijs. Werd de graanprijs verlaagd, dan volgde die van fabrieksaardappelen automatisch. Bovendien gingen de boeren steeds meer andere produkten, als aardappelen en erwten verbouwen, waardoor de prijzen van deze produkten ook daalden.

Hennep

Het streven naar een meer marktgericht beleid is ook een gevolg van onderhandelingen op internationaal niveau over liberalisering van de handel in agrarische produkten. In bij voorbeeld de tuinbouw is daar al sprake van. Die liberalisering legt minister Braks ook tevens beperkingen op bij het bepleiten in EGverband van steunmaatregelen voor de akkerbouw. Deze sector vormt 8 procent van de bruto-produktiewaarde van de agrarische sector in Nederland, terwijl de tuinbouw, rundveehouderij en intensieve veehouderij elk een aandeel van zo'n 30 procent hebben. Als Braks ingrijpende steunmaatregelen voor de akkerbouw voor zou stellen, staan die op gespannen voet met zijn pleidooien voor vrijheid van produktie in de andere sectoren. Daar komt bij dat Nederland in Europees verband nog geen 1 procent van het graan teelt. De kracht van de Nederlandse akkerbouw ligt met name in hoogwaardige produkten als pootaardappelen en het streven naar een betere kwaliteit van de produkten. Nu wordt bij voorbeeld zo'n 80 procent van het Nederlandse graan vanwege de mindere kwaliteit gebruikt voor veevoer.


In de landbouw is men al bezig om alternatieve teelten voor de akkerbouwers te ontwikkelen. Initiatieven op dit gebied zijn onder andere de teelt van hennep voor de papierproduktie en de produktie van koolzaadolie voor brandstof. Dit soort projecten staat echter nog in de kinderschoenen. Ook hier speelt de terughoudendheid van de overheid een rol volgens professor Veerman.


Een andere mogelijkheid is de omschakeling naar vollegronds groenteteelt en bloembollenteelt. Met dit laatste is men al jaren aan de gang in de gemeente Kloosterburen in Noórdwest-Groningen. Het opvallende is dat het hier een nieuwe burgemeester was die met een initiatief kwam.


Burgemeester


Ing. J. A. Leegwater was de afgelopen negen jaar burgervader van Kloosterburen en sinds kort is hij dat van het Groningse Scheemda. „Toen ik in Kloosterburen kwam, had men het steeds over de grote problemen in de akkerbouw. Ze vertelden dat met de grond daar niet veel was te beginnen. Dat ben ik toen maar eens gaan onderzoeken, want ik kom uit de agrarische sector. Zo was ik hoofd van de Vakschool voor Bloembollen- en Bolbloementeelt in Heerhugowaard".


„Uit het onderzoek bleek dat dat deel van Groningen beschikte over grond die geschikt was voor bloembollenteelt. De resultaten van het onderzoek lieten verder ook duidelijk zien dat de ligging van het gebied zeer gunstig was, want de Waddenzee zorgt voor een gunstig teeltklimaat, zonder extreme temperaturen".


Voor een goede bloembollenteelt zijn volgens Leegwater ook vakmanschap en zoet water heel belangrijk. „Het ontbrak echter aan beide. In het verleden was er al eens een Stichting voor de Ontwikkeling van de Tuinbouw in Noordwest-Groningen opgericht, met het doel het telen van tuinbouwprodukten in dit gebied te stimuleren. Maar dit kwam eigenlijk niet goed van de grond en de stichting leidde dan ook een slapend bestaan. Toen ik ze echter mijn plannen duidelijk maakte, zijn we meteen aan de slag gegaan".


Funest


Het grondwater in Kloosterburen en omgeving vormde een probleem voor bloembollenteelt, het was namelijk brak. Voor de teeltgronden is dit funest, aldus Leegwater. „Gelukkig hebben we dit probleem weten op te lossen. Nu wordt zoet water uit het IJsselmeer gehaald en dat wordt gemengd met het brakke water. Hierdoor zal circa 4000 hectare geschikt worden voor de bloembollenteelt".


„Ook de akkerbouwers kunnen overigens in droge perioden van het zoete Usselmeerwater gebruik maken voor de beregening van hun gewassen. Hierdoor brachten de pootaardappelen vorig jaar 1000 tot 1200 gulden per hectare meer op dan in voorgaande jaren", aldus Leegwater, die overigens een nazaat is van de drooglegger van de Haarlemmermeer...


Om vakmanschap aan te kweken worden er cursussen georganiseerd. Reeds 120 personen zijn intussen opgeleid. „Vakmanschap laat zich echter het beste in de praktijk overdragen. Met deze wetenschap heeft het gemeentebestuur een bestemmingsplan gerealiseerd voor elf kavels waar bollenkwekers zich kunnen vestigen. Op iedere kavel komt een huis, een schuur en een kas. In deze kas kunnen bolbloemen worden gekweekt". „De bollen moeten geteeld worden op de omliggende akkergronden. Deze kunnen door de bollenkweker gepacht worden. We hopen op deze manier te bereiken dat de akkerbouwer die zijn grond gedeeltelijk aan een bollenkweker verpacht, zelf ook interesse krijgt in de bloembollenteelt. Via persoonlijk contact kan zo'n kweker dan prima know-how overdragen aan die boer".


Ideale positie


„We moeten ons echter niet alleen op bloembollen richten", aldus Leegwater, „maar ook op andere tuinbouwprodukten. Hier in Scheemda bij voorbeeld gaan we ons nu vooral bezighouden met glastuinbouw voor bloemen en vollegronds-groenteteelt. Het starten van tuinbouwactiviteiten is voor de boeren in Groningen van het grootste belang, vanwege de problemen in de akkerbouw".


Leegwater is zeer enthousiast over de toekomstperspectieven voor de tuinbouw in Groningen. „Het moet lukken, want we zitten in Groningen in een ideale positie. We hebben namelijk ruimte genoeg voor tuinbouwbedrijven, terwijl de hele Randstad vol zit".


Een afzetgebied voor de tuinbouwprodukten heeft de burgemeester ook al. „Alleen al in Groningen voeren we jaarlijks voor 30 miljoen gulden aan groenten in. Laten we eerst maar eens zelfvoorzienend worden. Verder kunnen we ons gaan richten op Scandinavië en Duitsland".


Voordat Groningen op deze markten zal kunnen opereren, moet er volgens Leegwater nog wel een mentaliteitsverandering optreden. „De akkerbouwers moeten leren hun eigen broek op te houden. Dat doen tuinders ook. Het heeft geen zin je aandacht te richten op het telen van gewassen waarmee je vergeleken met de prijs op de wereldmarkt te duur bent. Dan denk ik bij voorbeeld aan graan en fabrieksaardappelen. Te meer daar straks de concurrentie op de wereldmarkt bij deze produkten nog verder zal toenemen als men in het Oostblok efficiënter gaat produceren. Kunstmatige maatregelen als braaklegging en een toeslag per hectare moeten als zeer tijdelijke oplossingen worden gezien. Vandaar dat je naar andere dingen moet gaan zoeken".


Schepping


De agrarische sector komt verder onder druk te staan vanwege de steeds zwaardere milieu-eisen. Een mogelijkheid om in te spelen op deze ontwikkeling is het zogenaamde geïntegreerde teeltsysteem. Hierbij vtordt onder andere zo min mogelijk gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen. Mechanische middelen en dierlijke bemesting staan voorop. Volgens de plannen van minister Braks moet in het jaar 2000 de hele akkerbouw op dit teeltsysteem zijn overgestapt. Een van degenen die hier al toe overgegaan zijn, is G. Andringa, uit het Friese Oosterbierum.


Andringa: „Bij het besluit om over te stappen op geïntegreerde akkerbouw speelden milieu-overwegingen de belangrijkste rol. De druppel die de emmer deed overlopen was het feit dat ergens in Drenthe sporen van chemische bestrijdingsmiddelen in het grondwater gevonden waren. Toen begon ik mij toch wel af te vragen waar we eigenlijk mee bezig zijn. We zijn immers toch ook rentmeester over de schepping?" zegt het lid van de Christelijke Boeren- en Tuindersorganisatie (CBTB).


Vorig jaar werd Andringa lid van een studiegroep Geïntegreerde Akkerbouw. De studiegroep bestaat uit twintig boeren. Samen met de Dienst Landbouwvoorlichting overleggen de boeren over hun produktiewijze. Hierbij komen zaken aan de orde als: of en hoeveel er gespoten moet worden.


Liever niet


Andringa heeft een akkerbouwbedrijf van 40 hectare. Zijn inkomen hangt voor 60 procent van pootaardappels af. Op een perceel grond worden bij hem een keer in de vier jaar pootaardappelen gezet. De meeste boeren doen dit een keer in de drie jaar. Andringa wil echter door zijn werkwijze aardappelmoeheid voorkomen. Op tuinbouwprodukten overgaan doet Andringa liever niet. „Zolang we het met dit bouwplan kunnen redden, doen wij dat liever".


Geïntegreerde akkerbouw vindt nog niet op grote schaal plaats, want er zit een aantal haken en ogen aan. De opbrengst van een geïntegreerde akkerbouwer is namelijk vaak minder groot dan van een 'gewone' akkerbouwer. Daar komt nog bij dat geïntegreerde landbouw vrij arbeidsintensief is. Andringa: „Op korte termijn lijkt het misschien ongunstig, maar op langere termijn zal blijken dat je de grond veel schoner houdt en dat is ook beter voor de produkten".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Braks zit in loopgravenoorlog met boeren

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken