Bekijk het origineel

Edese bossen zijn nog redelijk vitaal

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Edese bossen zijn nog redelijk vitaal

Naaldbomen kwalitatief beter dan loofhout

3 minuten leestijd

EDE - De vitaliteit van de Edese bossen is matig tot goed, gemeten naar de normen van het landelijk vitaliteitsonderzoek van de directie bos- en landschapsbouw. Dit blijkt uit een vervolgonderzoek van de in 1988 gehouden vitaliteitsinventarisatie met kleur-infrarood-luchtfoto's.

Bij het laatste onderzoek zijn 1250 bomen in 50 proefopstanden op hun uiterlijke vitaliteitskenmerken beoordeeld. Daarnaast zijn 52 van deze bomen intensiever onderzocht. De voedingsstoffenvoorziening is bestudeerd door chemische analyse van bladeren of naalden. Op tien plaatsen zijn ook de noodzakelijk geachte elementen in de bodem beoordeeld.

Uit het onderzoeksrapport blijkt dat de Amerikaanse eik en lariks het meest vitaal zijn. Een minder goede vitaliteit scoren eik en grove den. De douglas, fijnspar en berk zijn weinig vitaal. Er zijn voor de verminderde vitaliteit van een aantal soorten tal van factoren te noemen.

Het laat zich aanzien dat de zomerdroogte de conditie van de meeste bomen beïnvloed heeft. Het is echter op dit moment niet mogelijk deze invloed getalsmatig uit te drukken. Vooral .soorten die hoofdzakelijk op droogtegevoelige bodems voorkomen, zoals grove den en berk, lijken zichtbaar geleden te hebben.

Extra bemesting

De resultaten van de blad/naaldanalyse van inlandse eik, beuk, grove den, douglas, lariks en fijnspar wijzen in de richting van onevenwichtigheden in de voedingsstoffenbalans. De geconstateerde lage niveaus, met name van fosfor en magnesium, in relatie met een vrijwel overal optimale voorziening met stikstof komen op zich overeen met in de literatuur vermelde gevolgen van luchtverontreiniging en verzuring.

De onzekerheden over fie interpretatie van deze gegevens maken echter het nauwkeurig volgen van de vitaliteitsontwikkeling noodzakelijk.

Het kiezen voor de juiste boom op de juiste groeiplaats is in de bosbouw altijd een belangrijke stelregel geweest. Dit is eens te meer het geval nu het bos aan veel belastingen bloot lijkt te staan. Daarnaast is het van belang elke boom door bij voorbeeld dunning voldoende groeiruimte te bieden. Als bomen door gebrek aan groeiruimte in minder goede conditie verkeren, is de kans op aantastingen groter. Met andere woorden: bomen met grote kronen lopen over het algemeen minder risico's om aangetast te worden.

De vraag rijst, aldus de conclusies van de onderzoekers, of de geconstateerde storingen in de voedingsstoffenbalans met behulp van besmetting gecorrigeerd moeten worden. Door middel van bekalking kan men de gevolgen van verzuring van de bodem tegengaan. Daarnaast moet dan het niveau van elementen als kalium, magnesium en fosfor kunstmatig aan de verhoogde toevoer van stikstof uit de atmosfeer worden aangepast.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Edese bossen zijn nog redelijk vitaal

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken