Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pragmaticus versus dogmaticus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Pragmaticus versus dogmaticus

Pronks uitspraken over mensenrechten werken contra-produktief

5 minuten leestijd

Het bezoek dat minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) enkele wekengeleden aan Indonesië bracht, heeft een forse weerhaak opgeleverd in zijn samenwerking met collega Van den Broek (Buitenlandse Zaken). In diverse toonaarden stelde Pronk tijdens zijn bezoek in Indonesië de daar door hem ervaren schendingen van de mensenrechten aan de orde. Dat klonk Van den Broek bepaald niet als muziek in de oren. De pragmaticus Van den Broek moet niets hebben van zulke uitspraken van de dogmaticus Pronk.

De gedreven socialist moest tijdens zijn bezoek aan Indonesië zijn afschuw, zij het in politieke termen, kenbaar maken over de recente executie van enkele politieke gevangenen die 25 jaar geleden ter dood waren veroordeeld. Niet alleen de executie van de gevangen communisten zelf maar ook en vooral de buitengewoon lange tijd tussen vonnis en executie deed Pronk gruwen. Derhalve, verhief hij zijn stem. Maar daarmee overschreed de bewindsman zijn bevoegdheden en berokkende hij zichzelf en ons land toch wel enige schade.

Pronk maakte tegenover Nederlandse journalisten ervan gewag dat de Nederlandse regering nieuwe diplomatieke stappen tegen de regering van president Soeharto had ondernomen om executie van nog meer politieke gevangenen te voorkomen. Dat had Pronk beter niet kunnen zeggen, want al na enkele dagen bleek dat de bewindsman zijn bewering niet kon waarmaken. Bovendien had hij moeten beseffen dat hij met zo'n uitspraak fors op de tenen van collega Van den Broek trapte.

Gevolgen

De gevolgen bleven niet uit. Nog tijdens Pronks verblijf in Indonesië zag Van den Broek zich, vanuit Dublin, genoodzaakt zijn collega tot de orde te roepen. Immers, Pronk ging zijn boekje te buiten, want het mensenrechtenbeleid behoort tot de portefeuille van de minister van buitenlandse zaken. Bovendien introduceerde Pronk een nieuw element in het beleid van de Nederlandse regering door verband te leggen tussen ontwikkelingssamenwerking en de mensenrechten. Na zijn terugkeer in Nederland zwakte Pronk zijn in Indonesië gedane uitspraken af door te verklaren dat hij zich in het kabinet zou beijveren voor bijstelling van het beleid in de door hem gewenste richting. Dat is heel wat anders dan het doen voorkomen alsof die bijstelling al had plaatsgevonden. Maar ondanks die afzwakking leverde de bewindsman opnieuw commentaar op een beleidsgebied dat niet tot zijn competentie behoort.

Afgelopen woensdag mochten beide bewindslieden in een besloten vergadering van de commissies buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking van de Tweede Kamer uitleggen wat er zoal gezegd was. Volgens planning zal over dit onderwerp volgende week een openbaar plenair debat worden gehouden. Naar verluidt hebben woordvoerders van CDA en VVD tijdens het besloten overleg nogal wat kritiek geuit op het optreden van Pronk. Hij zou de discrete, diplomatieke manier waarop Van den Broek meestentijds geschilpunten met vertegenwoordigers van andere landen bespreekt op een te grove manier hebben doorkruist. Die kritiek zal Van den Broek zeker niet tegenspreken.

Karakters

Naast het feit dat Pronk buiten zijn boekje is gegaan, is ook de wat luidruchtige manier waarop deze bewindsman uiting heeft gegeven aan zijn gevoelens een gruwel in de ogen van de meester-diplomaat Van den Broek. In het geschil is sprake van verschil in karakters, die gevormd zijn door de milieus waarin beide bewindslieden zijn opgegroeid. De rooms-katholieke advocaat Van den Broek, met veel affiniteit voor de commercie, is van een gans andere structuur dan de gereformeerde econoom Pronk, die na afronding van zijn studie via wetenschappelijke weg carrière maakte.

Overigens is het de vraag welke methode ten opzichte van Indonesië het meest effectief is: de publicitaire methode van Projik of de stille diplomatie van Van den Broek. Gezien de zelfbewustheid van het Indonesische volk en zijn leiders in combinatie met de oosterse karakterstructuur kan Pronks methode uiteindelijk alleen maar contraproduktief werken. Het is zonder meer een fout dat de bewindsman zich hierin te weinig heeft verdiept. Zou hij dat wel hebben gedaan, dan zou hij zich van commentaar hebben onthouden of dat anders hebben geformuleerd.

Maar ook de effectiviteit van de methode van Van den Broek moet niet al te hoog worden ingeschat. In het algemeen laat Indonesië niet toe dat het binnenlandse beleid wordt beïnvloed door buitenlandse betrekkingen. Die inbreuk op de soevereiniteit van haar land is voor de Indonesische regering onaanvaardbaar. In elk geval blijft de schade bij stille diplomatie voor de beide landen beperkt, omdat alle publiciteit worden gemeden.

Fundamenteler

Achter de vraag naar effectiviteit ligt de fundamentelere vraag of onze regering bij verlening van ontwikkelingshulp de mensenrechten in het ontvangende land als criterium mag laten gelden. Die vraag wordt door de PvdA bevestigend beantwoord. CDA en VVD zijn daarin veel terughoudender.

Ook het GPV meent dat ontwikkelingshulp genormeerd moet worden door de mensenrechten. Bij de selectie die ons land moet maken voor het geven van effectieve hulp is de manier waarop landen de mensenrechten handhaven een criterium, zo staat in de vorig jaar verschenen studie "Mensenrechten wereldwijd" van het wetenschappelijk instituut van het GPV. Het GPV is het dus met minister Pronk eens.

De SGP doet op dit gebied minder heldere uitspraken. De praktijk is dat SGP-politici hulp aan landen en regimes die de vrijheid van geweten niet erkennen zonder meer afwijzen, zoals W. Büdgen in zijn studie "Hulp aan omstreden regimes" concludeert. Dit SGP-criterium lijkt, met alle interpretatie-vrijheid die nodig is om de relatie met ontwikkelingslanden in stand te houden, nog het meest wenselijk.

De zaak is vrij gecompliceerd, omdat ook criteria verschillend geïnterpreteerd kunnen worden. Bovendien is er in mondiaal opzicht een rijke geschakeerdheid aan culturen. Daarom is voorzichtigheid geboden bij be- of veroordeling van de rechtsgang van bepaalde landen als die afwijkt van de in ons land gangbare. Wat wij vanuit onze westerse cultuur eigenlijk niet aanvaardbaar vinden, is in andere culturen normaal, of behoort zelfs tot de heersende zeden.

Voorkomen beter

Het is de vraag of de dogmaticus Pronk daarmee voldoende rekening heeft gehouden. In de ogen van de pragmaticus Van den Broek in elk geval niet. Derhalve zijn de verhoudingen verstoord. En met de constatering dat Pronk met zijn uitlatingen zijn bevoegdheden heeft overschreden, is het duidelijk wie zal moeten retireren: minister Pronk. Voorkomen was in dit geval beter dan genezen. Want dat laatste laat soms littekens na.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 mei 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Pragmaticus versus dogmaticus

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 mei 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken