Bekijk het origineel

Prikkelend boek zet mes in vlees van traditioneel-gereformeerden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Prikkelend boek zet mes in vlees van traditioneel-gereformeerden

Graaflands "Gereformeerden op zoek naar God" 'geboren' uit de praktijk

9 minuten leestijd

Onder de titel "Gereformeerden op zoek naar God" heeft prof. dr. C. Graafland een prikkelend boek geschreven met als ondertitel: "Godsverduistering in het licht van de gereformeerde spiritualiteit". Het gaat in dit boek van meer dan 200 bladzijden om een bijdrage aan het gesprek over de Godsverduistering. Tot de vele gesprekspartners behoren onder anderen H. Berkhof, aan wie heel veel aandacht besteed wordt, L. Newbigin, K. Runia, Aleid Schilder en wijlen ds. G. Boer. De auteur baseert zich voor een deel op (beperkte) min of meer sociologische onderzoeken. Zijn geschrift is echter vooral geboren vanuit de praktijk in de gemeenten, het horen van preken, terwijl gesprekken met theologische studenten er nader vorm aan hebben gegeven. Men zou kunnen zeggen dat de gesprekspartners samen met de praktijk hem aan het denken en zoeken hebben gezet.

Het boek is dan ook duidelijk vanuit de zoekhouding geschreven. Een zoeken naar vernieuwing en opwekking. Dat veronderstelt dat er iets mis is. Er heerst Godsverduistering. Dat betekent eigenlijk dat God niet of nauwelijks meer een werkelijkheid is in het leven der mensen. En dan denkt de schrijver niet alleen maar aan progressieven, maar in zijn boek vooral aan de traditioneel-gereformeerden.

Een prikkelend boek. Daarmee bedoel ik in de eerste plaats dat de titel en ondertitel prikkelen om het boek aan te schaffen. Want het gaat deze keer niet over gereformeerden die het weten en hebben, maar over gereformeerden die in verlegenheid zijn en op zoek zijn. Op zoek naar God in een tijd van Godsverduistering. Dat laatste alleen al maakt je nieuwsgierig. Waarom? Omdat wij allen op de een of andere manier te maken hebben met het gegeven dat God zo weinig een werkelijkheid is onder de mensen. Maar ook in andere zin is het een prikkelend boek. Want het gaat in dit boek niet om anderen, maar om wat de schrijver noemt de traditioneel-gereformeerden. En daarmee bedoelt hij gereformeerde bonders, christelijke gereformeerden, de mensen van de Gereformeerde Gemeenten enzovoorts. Hij richt zich tot zichzelf en tot ons. En daarom zou iedereen dit boek moeten aanschaffen. Niet om instemming te betuigen —daar vraagt de auteur niet om— maar om mee te denken. Want nogmaals, wij hebben ermee te maken of we willen of niet!

Het mes in eigen vlees

De schrijver zet het mes in eigen vlees, in het vlees van de traditioneel-gereformeerden. Want in veel gevallen —zo schrijft hij— blijkt dat de buitenkant en de binnenkant in een volstrekt ongelijkwaardige verhouding tot elkaar staan. Het ziet er van buiten aardig uit (nog trouwe kerkgang, al wordt dat minder, positief- christelijke levensstijl, degelijke prediking), maar aan de binnenkant is het geestelijke ontwortelingsproces van de Godsverduistering bezig zich te voltrekken. En dat mondt bij sommigen (of velen?) op den duur uit in kerkverlating. Hij wijst op het proces van de jaren twintig en dertig in de Gereformeerde Kerken, dat hij nu ook signaleert in de Christelijke Gereformeerde Kerken, maar ook, in misschien wat mindere mate, in de kring van de Gereformeerde Bond en in andere kleinere kerken. In de Gereformeerde Gemeenten is de kerkverlating onder de jeugd zelfs het grootst, volgens de auteur.

Daarnaast wijst hij op de uitholling in het christelijk onderwijs, op het naar zijn oordeel zwakke godsdienstonderwijs op reformatorische scholen en vooral op de abstracte, traditionele prediking.

De prediking


Ik beperk mij nu maar tot het laatste: de prediking. Meer dan eenmaal wijst hij erop dat er wel veel en goed en gereformeerd wordt gepreekt, maar dat er toch niets of weinig onder gebeurt. Er komen geen mensen tot het geloof. God is geen werkelijkheid meer. Je kunt-je natuurlijk afvragen of er dan werkelijk goed en gereformeerd (liever: bijbels) wordt gepreekt?!  In ieder geval wordt het mes in eigen vlees gezet. En dat doet pijn. We zijn het niet gewend. Wij doen —eerlijk is eerlijk— niet veel aan zelfkritiek. En toch zou dat wel eens heilzaam kunnen zijn. We moeten maar niet al te snel denken dat we zo goed preken.  Soms is de auteur "wat erg ongenuanceerd bezig, bij voorbeeld ten aanzien van het onderwijs en de prediking —hij constateert dat gelukkig ook zelf!— maar zijn intentie is om de Godsverduistering te laten zien. En in die zin is het een ontdekkend boek. Maar wat van de prediking geldt, geldt ook van een boek: ontdekking alleen is niet voldoende. Daarom gaat de schrijver op zoek. 

Op zoek  

In de eerste plaats gaat hij op zoek bij zijn gesprekspartners. Vooral Berkhof heeft hem geboeid. Hij krijgt dan ook de meeste aandacht. Telkens kom je zijn naam tegen. Maar ondanks veel waardering voor Berkhof —soms denk ik: te veel— ontbreekt ook de kritiek niet. Ook Berkhof echter helpt niet echt verder. Newbigin helpt hem in christologisch opzicht, maar laat hem in de pneumatologie toch in de steek. Runia oogst misschien de meeste waardering, maar toch... 

Uiteindelijk komt de auteur toch terecht bij de gereformeerde spiritualiteit. Zijn verwachting —in de inleiding uitgesproken— dat deze gereformeerde geloofstraditie met haar spiritualiteit de kracht en vitaliteit bezit om haar inbreng te geven naar het zoeken van een weg tot opwekking en vernieuwing, komt in een vijfde hoofdstuk aan de orde. 

Gereformeerde spiritualiteit  

In de mij toegemeten ruimte kan ik helaas slechts aanstippen. Vanuit de gesteldheid dat wij ook als gereformeerden God kwijt zijn, kijkt de schrijver rond in de wereld van de gereformeerde spiritualiteit. De schrijver bedoelt daarmee de bevinding plus de hele gereformeerde "way of life". Hij waarschuwt intussen voor verabsolutering van de bevinding, maar ook voor het afvijlen van de scherpe kantjes. Vooral de vroegere discussie tussen Berkhof en Boer komt ter sprake. Hij heeft kritiek op beide theologen. Bij Boer bij voorbeeld mist hij de toeleidende weg en krijgt de persoonlijke rechtvaardiging veel nadruk. Te veel volgens de auteur. Hij pleit voor een katholieke gereformeerdheid, kritiseert scherp A. Schilder, maar vraagt ook hier en daar om bijstelling van de gereformeerde belijdenis. Het blijft echter nog een zoeken. 

Zoeken naar de weg, dat is vooral de toeleidende weg. Uitvoerig aandacht wordt besteed aan de wedergeboorte bij Calvijn, de Dordtse Leerregels, Boer, Johannes 3 en 4, het werk van de Heilige Geest. De schrijver schroomt niet om te zeggen dat God begint.  Dan komt waarop we wachten: er is een weg! Dat is het verlangen naar de Geest, die machtiger is dan wij denken. Het is ook de Geest van de charismata. Hij vertelt van zijn ervaringen bij de zigeuners en anderen. Het laatste hoofdstuk handelt over verkiezing en spiritualiteit. Velen lopen en liepen stuk op de verkiezing. Het gaat vooral over de interpretaties die daarvan worden gegeven. Ik moet dat laten rusten. Want ik heb vele vragen. 

Weg der genezing  

Het aanwijzen van het probleem lijkt mij het sterkste deel van dit boek. De betrokkenheid van de auteur doet weldadig aan en toch heeft dit boek mij niet het moment van de herkenning van de -weg der genezing gegeven. Dat zou voor een deel kunnen liggen aan de opzet van het boek, dat ik niet zo belijnd vind als we van de schrijver gewend zijn. Zo is het mij bij voorbeeld niet duidelijk geworden wie nu die gereformeerden zijn die op zoek zijn naar God. Kennelijk niet de traditioneel-gereformeerden zonder meer, omdat er onder hen velen zijn die menen gevonden te hebben. Maar wie zijn het dan wel? 

Ik kan ook moeilijk uit de voeten met de varianten van de rechtvaardiging. Je kunt naar mijn oordeel wel spreken over vruchten van de rechtvaardiging. Het is mij evenmin duidelijk hoe de schrijver over een bewuste rechtvaardiging kan spreken. Wat is dan een onbewuste rechtvaardiging?  Er wordt gewezen op het feit dat in de loop der eeuwen het accent van de rechtvaardiging naar de wedergeboorte is verschoven. Soms heb ik het gevoel dat hij dat lijkt te betreuren, maar even later legt hij zelf veel nadruk op de wedergeboorte. Worden wedergeboorte en rechtvaardiging, rechtvaardiging en wedergeboorte niet veel te veel uit elkaar getrokken? Een grondige exegese van 1 Petrus 1:3-5: — om maar één voorbeeld te noemen— zou verhelderend kunnen werken. De hele kwestie van de toeleidende weg, met de kritiek op G. Boer heeft mij niet overtuigd. Ik denk bij voorbeeld dat Boer dat wel (beperkt) preekte, maar er geen enkele grond in legde. En dat lijkt mij voluit bijbels.  En wat bedoelt de schrijver met de ervaringswereld waarin de prediking van onder andere Boer niet landde? Is de ervaringswereld de maat voor de prediking? Hoe ziet de auteur dat?

Herijking en aanvulling

De auteur zoekt —als ik het goed begrepen heb— door herijking van de belijdenis of een bijstelling ervan en door een aanvulling van het gereformeerd karakter van de prediking door evangelische/ charismatische momenten de weg der genezing in de huidige Godsverduistering. Het gaat hem daarbij om de Godsbeleving, ook in het gewone leven van alle dag. Dit laatste doel moet ons aller doel zijn. Alleen zie ik een andere weg naar dat doel. Dat is de weg van vernieuwde predikers, die doorleefd getuigen vanuit Gods Woord van de Vader, de Zoon en je Heilige Geest en die weet hebben van de schrik des Heeren en de liefde van Christus en die in hun prediking niet rusten aleer een zondaar voor God gebogen heeft en in Christus is vrijgesproken en mag kennen de liefde, de vrede en de blijdschap van-de Heilige Geest. Slechts de prediking vanuit de zekerheid van het geloof wijst de weg en brengt mensen onder de beademing van de Heilige Geest op de weg. En de Weg is Christus. Tot op de dag van vandaag mogen daarop de vruchten gezien worden. Ik beveel hét boek van prof. Graafland ter kritische lezing aan. U mag het niet ongelezen laten.

N.a.v "Gereformeerden op zoek naar God", door prof. dr. C. Graafland; Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen, 1990; Prijs 29,50 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juni 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Prikkelend boek zet mes in vlees van traditioneel-gereformeerden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juni 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken