Bekijk het origineel

Minieme hoop voor een maximaal geteisterd land

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Minieme hoop voor een maximaal geteisterd land

Honger, burgeroorlog, vluchtelingen, dictatuur in Ethiopië

9 minuten leestijd

ADDIS ABEBA - Volgens een oude Ethiopische legende heeft de Schepper de Ethiopiërs —Zijn geliefde land— de mooiste kleuren die Hij had geschonken: groen, rood en geel, de kleuren van de regenboog. Nóg zijn het de kleuren van het land. Maar te betwijfelen valt of het Ethiopische volk nog steeds „geliefd" is. Wordt het niet, geteisterd door ontelbare rampen, ernstig op de proef gesteld?

De eerste tegenspoed is honger. Men schat dat in Noord-Ethiopië (met name in de provincies Eritrea en Tigre) 4 miljoen mensen de hongerdood wacht wegens droogte en burgeroorlog. In het afgelopen jaar bleef de regen uit en mislukten alle oogsten. Hulpverleners van de Britse organisatie Christian Aid zeggen dat de situatie dramatisch is en dat het leven van honderdduizenden gevaar loopt.







Deskundigen van de VN-wereldvoedselorganisatie menen dat ongeveer 1 miljoen ton voedsel nodig is om de dreigende ramp af te wenden. Ook hulporganisaties hebben gewaarschuwd dat, tenzij de hulptransporten door kunnen komen, er een soortgelijke hongersnood als in 1984/1985 te wachten staat, waarbij een miljoen mensen om het leven kwamen.







Misoogsten dwingen Addis Abeba er telkens opnieuw toe aan te kloppen bij internationale instanties. Ditmaal echter lijkt de situatie, gezien de vijandelijkheden die hulppogingen bedreigen, veel gecompliceerder. De oorlog verhindert hulptransporten te komen op plaatsen waar nijpende voedseltekorten heersen.

Grensroute

De zwaarst getroffen provincies (Eritrea en Tigre) worden nagenoeg helemaal door rebellen gecontroleerd. Maandenlang hebben de Ethiopische autoriteiten niet toegestaan voedsel door deze oorlogszones te vervoeren. Hulporganisaties werden gedwongen terug te vallen op de 800 mijl lange, uiterst moeilijke oversteekroute vanuit Port Soedan. En deze route is nog steeds van vitaal belang, met name voor Eritrea.

Alleen in maart werd de route van de garnizoenstad Desse (in bezit van het regeringsleger) naar de noordelijke provincie Wollo (in handen van het opstandige bevrijdingsfront van Tigre) geopend voor hulpkonvooien. Dat was mogelijk door een soort veiligheidsovereenkomst tussen de Ethiopische regering en rebellen om noodtransporten toe te staan.







Het noodprogramma voor voedseldistributie werd gestart door Joint Relief Partnership, een consortium van verschillende kerkelijke organisaties. De operatie begon met oorspronkelijk elf trucks pionierswerk te verrichten. Momenteel zijn er, met steun van de Verenigde Naties, meer dan honderd trucks die tientallen tonnen spijsolie, melkpoeder, meel en andere etenswaar voor de droogteslachtoffers naar noordelijk Wollo en Tigre vervoeren.







Armetierig







Probleem is niettemin dat de wegen in deze regio van zeer armetierig kaliber zijn. Reparatie van zwaar gehavend asfalt of kapotte bruggen lijkt er voor het aanstaande regenseizoen niet in te zitten zodat de hele campagne misschien op losse schroeven komt te staan.







De woordvoerder van de VN-wereldvoedselorganisatie zegt desgevraagd dat er méér voedsel dan de oorspronkelijk geplande hoeveelheid kan worden afgeleverd. Hij waarschuwde echter dat de operatie makkelijk kan stuklopen. Men heeft hoge verwachtingen van de haven van Massawa, in februari veroverd door Eritrese rebellentroepen. Massawa wordt misschien heropend en kan in dat geval worden gebruikt voor hulpvoorziening. Momenteel is dat echter onwaarschijnlijk, omdat de stad door de Ethiopische luchtmacht hevig wordt gebombardeerd. De regering wordt ervan beschuldigd Massawa met napalm en plasticbommen op de knieën te dwingen;. „Al deze omstandigheden verergeren de situatie voor het hongerende volk. Kinderen en bejaarden zijn stervende. Meer dan 25.000 mensen zijn al van Tigre naar Soedan gevlucht. 'De oorlog heeft honger veroorzaakt en als deze honger in een ramp verandert, is dat ten gevolge van de politiek', zegt men.

De tweede andere grote Ethiopische calamiteit is de burgeroorlog. Momenteel beheerst het Eritrese Volks Bevrijdings Front (EPLF) 90 procent van de provincie, uitgezonderd de hoofdstad Asmara, dat door zwaar toegeruste regeringsmanschappen staande wordt gehouden. Een andere provincie, Tigre, is ook in handen van de opstandelingen. Het.Tigrese Volks Bevrijdings Front (TPLF) beheerst niet alleen de provincie Tigre, maar ook de noordelijke delen van de provincies Wollo, Gonder en Shoa. De rebellen zeggen nog maar op 100 mijl ten noordoosten van de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba te zijn verwijderd. Feitelijk zijn het EPLF en het TPLF grote opstandelingenlegers. Er zijn ten minste 150.000 guerrilla's die een soort conventionele veldoorlog tegen het Ethiopische leger voeren. Daarnaast vechten veel kleinere, maar niet minder militante groepen tegen de regering van president Mengistoe. Dit zijn onder meer de Ethiopische Democratische Volksbeweging, het Ethiopisch Revolutionair Democratisch Front en, sinds recent, het Oromo Bevrijdings Front.

Beslissend






Momenteel wordt er vooral in het noorden hevig gevochten. Een Ethiopische autoriteit gaf onlangs toe „dat de oorlog in het noorden een beslissend stadium heeft bereikt". Feit is dat na een reeks aanzienlijke verliezen het Ethiopische regeringsleger zijn laatste overlevingsstrijd voert.  Opmerkelijk is dat Ethiopië jarenlang werd bewapend door de Sowjet-Unie en tot op zekere hoogte door Oost-Duitsland. De DDR heeft al aangekondigd alle militaire steun te staken. Ook de Sowjet-Unie voelt er steeds minder voor de Ethiopiërs te bewapenen. Onlangs heeft Addis Abeba een overeenkomst gesloten met Israël. Dit betekent Israëlische wapenzendingen en de aanwezigheid van Israëlische militaire adviseurs (momenteel ten minste 300). Wat de militaire situatie ook moge zijn, duidelijk is dat in Ethiopië honger wordt gebruikt als een oorlogswapen. „Beide partijen bekommeren zich nauwelijks om de mensen in wiens naam ze , oorlog voeren", merkte onlangs een hulpverlener pijnlijk scherp op.

Buurlanden





Wat de situatie extra ingewikkeld maakt, is de toestand in Ethiopiës buurlanden. De onrust in de hele Hoorn van Afrika draagt niet bepaald bij aan de oplossing van Ethiopiës problemen. In zowel Somalië als Soedan wordt een burgeroorlog uitgevochten. Het vluchtelingenprobleem in deze landen neemt alarmerende proporties aan. Bronnen bij de Verenigde Naties schatten dat 350.000 Somalische burgers zich in Ethiopië en 365.000 Ethiopische burgers zich in Somalië bevinden. Er zijn 660.000 Eritreeërs naar Soedan gevlucht en 350.000 Soedanezen naar Ethiopië. Jarenlang hebben de Soedanezen de Ethiopische rebellen in hun strijd tegen de regering geholpen. Addis Abeba op zijn beurt steunde de Zuidsoedanese opstandelingen van het Soedanese Volks Bevrijdingsleger. De relaties tussen Ethiopië en Somalië -hoe beschaafd die momenteel ook mogen zijn - zijn altijd heel gevoelig geweest vanwege een nog niet geregeld grensconflict.

Mengistoe




Toch is de honger in Ethiopië geenszins het gevolg van oorlog en droogte alleen. Velen geloven dat de werkelijke oorzaak 'm zit in het ontwikkelingsbeleid van de Ethiopische autoriteiten en het autoritaire regime van president Mengistoe. Volgens Gosjoe Wolde, de in Amerikaanse ballingschap verkerende ex-minister van buitenlandse zaken, lijdt Ethiopië aan twee grote kwalen: de TPLF en Mengistoes regering, die het land gedurende vijftien jaar verarmde. Het is hier, in dit land, inderdaad niet moeilijk vast te stellen dat Mengistoe een verre van populair persoon blijkt te zijn. Onlangs gaf hij toe het doelwit te zijn geweest van een negental moordaanslagen. Het algemene gevoelen in Addis Abeba is dan ook dat Mengistoes dagen zijn geteld. 

Iets wat iedere nieuwkomer in Addis Abeba diep treft, is dat Ethiopië ondanks de reputatie van pover woestijnland, veel relatief vruchtbare, goedbevloeide hooglanden bezit. Deze gebieden zouden veel meer kunnen produceren. Immers, de landbouwpolitiek van de regering en dan met name de gedwongen collectivisatie alsmede de primitieve technieken vermenigvuldigd met klimatologische rampen, hebben tot de huidige permanente voedseltekorten geleid.

Hervormingen

Inmiddels heeft men in Addis Abeba openlijk erkend dat het economische beleid van de regering faalde door wanbeheer en allerlei andere factoren. De 'spijtbetuiging" ging vergezeld van de wens tot economische hervormingen. De regeringsraad vaardigde inmiddels een decreet uit waarmee particuliere investeringen in landbouw en industrie worden aangemoedigd. Wel te verstaan: onder beding dat een aantal economische sectoren in handen blijft van de staat. Naar verwachting luidt deze hervormingsgezindheid het einde van de orthodoxe marxistische centraalgeleide planeconomie in ten gunste van een meer op de markt georiënteerde economie. Onduidelijk is echter welke invloed deze hervormingen zullen hebben.

Een regeringswoordvoerder hield stug vol dat deze veranderingen van voorlopige aard zijn. Ze zouden geen politieke manoeuvre betekenen om president Mengistoe in het zadel te houden. Zelfs werd aangekondigd de legale aanwezigheid van andere politieke partijen te heroverwegen en desnoods als regeringspartij terug te treden op het tweede plan. Maar vooralsnog blijft er sprake van de grondwettelijk vastgelegde leidende rol van de communistische partij. Wel verklaarde de woordvoerder dat partij en regering niet langer aan één ideologie (het marxisme-leninisme) zijn gebonden.

Papieren tijger

Ondanks deze verklaringen blijven tegenstanders van de Ethiopische regering in zowel binnen- als buitenland zeer kritisch gestemd. Volgens de publieke opinie van de onafhankelijke intellectueel en de man in de straat is er slechts sprake van kosmetische veranderingen en blijft het werkelijke systeem onveranderd. Bovendien is de populariteit en geloofwaardigheid van de regering uitermate gering.  Reacties van de bevolking op de recente regeringsbesluiten spreken klare taal. „Het is een papieren hervorming. We hebben democratische veranderingen nodig. Ieder moet zijn eigen leiders kunnen kiezen. Niet een militaire regering. Dat is het probleem van ons land". „Gedurende de afgelopen vijftien jaar zeiden ze steevast dat het allemaal wel goed zou komen, maar we hebben alleen maar narigheid gezien. Dat is onze ervaring met deze regering". „Tot nog toe is er niets substantieels gebeurd". Het enige zichtbare resultaat van de Ethiopische regering zich te ontdoen van het marxisme-leninisme als officiële ideologie, was de verwijdering van de veelvuldige portretten van Marx, Engels en Lenin, die de hoofdstad Addis Abeba lange tijd opsierden. Niemand pinkte een traan weg toen Marx" standbeeld groen werd geschilderd. Op Addis Abeba's belangrijkste plein -het plein van de revolutie— is er zegge en schrijve één portret overgebleven. Dat van president Mengistoe als de Grote Onderwijzer. Gigantische slogans als ""Arbeiders ter wereld, verenigt u!" of ""Lang leve de proletarische revolutie" werden eveneens naar de prullenbak verwezen.

Luchthaven

In Addis Abeba zelf heerst geen sfeer van oorlog, ondanks de beweringen van de rebellen dat ze de stad dichter dan ooit zijn genaderd. Wel zijn de ziekenhuizen vol met gewonde soldaten en heerst er op de luchthaven van Addis Abeba na zonsondergang een uitzonderlijke drukte. Tientallen vliegtuigen arriveren en vertrekken er elke nacht. Men vermoedt dat zij het door rebellen belegerde Asmara en het Ethiopische leger bevoorraden. Nadat de havenstad Massawa in februari door het EPLF werd ingenomen, is dit de enige manier waarop de regering dat kan doen. Volgens een Amerikaanse expert is het niet mogelijk Asmara lange tijd via een luchtroute te bevoorraden. Hij voorspelt dat de Eritreeërs dichter dan ooit bij hun doel in de 29-jarige oorlog tegen Ethiopië zijn.  Honger, burgeroorlog, streng militair bewind, de gehate leider Mengistoe, papieren hervormingen, corruptie... Factoren die het extreem arme, in klimatologisch, ecologisch en politiek opzicht hoogst kwetsbare land Ethiopië ernstig aantasten. Vervolgens permanent ernstige ondervoeding, acute armoede, snelle bevolkingsgroei (2,5 procent), nauwelijks toereikend inkomen per hoofd van de bevolking...  Toch leeft tegelijkertijd de hoop dat het tij in Ethiopië ten goede kan keren. Maar zeker niet zonder buitenlandse hulp, niet eerder dan dat het wapengekletter is verstild en niet door hen die het land het moeras binnenleidden.



Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 11 juni 1990

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Minieme hoop voor een maximaal geteisterd land

Bekijk de hele uitgave van maandag 11 juni 1990

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken