Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In staat van beschuldiging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In staat van beschuldiging

Kerken lopen door wetswijziging straks kans om in verdachtenbank terecht te komen

10 minuten leestijd

Mogen christenen homoseksualiteit in het openbaar nog veroordelen omdat zij het als zondig beschouwen? Het is een van de vragen die zich opdringen nu de Tweede Kamer in overgrote meerderheid akkoord is gegaan met nieuwe anti-discriminatiebepalingen. „Deze wetswijziging kan verstrekkende gevolgen hebben voor de vrijheid van belijden", vreest SGP-kamerlid Van den Berg.

De Tweede Kamer stemde afgelopen donderdag over een aantal wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht die bedoeld zijn om discriminatie wegens geslacht en seksuele gerichtheid strafbaar te stellen. Tegen stemden alleen SGP GPV, RPF en CD. Dat het GPV zich in dit rijtje plaatste, was opmerkelijk. Woordvoerder Schutte leek eerst voorstander, maar veranderde uiteindelijk in tegenstemmer.

Roze nota

De nieuwe anti-discriminatiebepalingen in het Wetboek van Strafrecht, die nog door de Eerste Kamer behandeld moeten worden, zijn een uitvloeisel van de discussie die begin jaren tachtig losbarstte over de wettelijke bescherming van homoseksuelen. In een nota van het ministerie van WVC (toen nog CRM) werd voorgesteld om een nieuwe Algemene Wet Gelijke Behandeling in te voeren en tegelijk het strafrecht aan te passen.

De Wet Gelijke Behandeling, die onder meer het arbeidsrecht moet regelen, is er nog steeds niet. Als we de jongste berichten mogen geloven, zal het kabinet in het najaar een herzien wetsontwerp presenteren. Als dat al wordt waargemaakt, zal het naar schatting nog zeker twee jaar duren voordat eventuele wetgeving zijn beslag krijgt.

Minder hoofdbrekens kostte de aanpassing van het Wetboek van Strafrecht. De vorige minister van justitie. Korthals Altes, kwam in 1987 met het voorstel om de bestaande discriminatieverboden uit te breiden zoals in de zogeheten "roze nota" van WVC was bepleit. In het Wetboek van Strafrecht was het discrimineren wegens ras, godsdienst en levensovertuiging al eerder strafbaar gesteld, in de gewijzigde bepalingen moest ook het maken van onderscheid wegens geslacht en seksuele geaardheid aangepakt worden.

Korthals Altes maakte alleen de schriftelijke ronde van de parlementaire behandeling als minister mee. De papieren gedachtenwisseling leverde hem het inzicht op dat de term "seksuele geaardheid" in het oorspronkelijke voorstel veranderd moest worden in "hetero- of homoseksuele gerichtheid". Een nietonbelangrijk verschil, zo blijkt uit het vervolg.

De afhandeling moest de bewindsman overlaten aan zijn opvolger Hirsch Ballin. Die bracht op zijn beurt ook enkele wijzigingen aan. Zo verruimde hij de werkingssfeer van de wet van "openbare leven" tot "maatschappelijk leven". Gerichtheid" Zowel SGP-kamerlid mr. dr. Van den Berg als RPF'er Leerling voerde al in een vroeg stadium van de behandeling fundamentele bezwaren aan tegen het regeringsvoorstel. Die bezwaren werden nog vergroot toen seksuele "geaardheid" veranderde in "gerichtheid". Als argument voor deze aanpassing stelde de minister dat het één onlosmakelijk met het ander was verbonden. Anders gezegd: iemand met een homofiele geaardheid zal dat ook praktizeren. Vandaar dat de homoseksuele leefwijze naar de mening van de minister eveneens bescherming verdiende.

"Ook wij zijn tegen iedere vorm. van discriminatie in de zin van iemand krenkend of beledigend bejegenen", licht SGP-woordvoerder Van den Berg toe. „Maar bij gerichtheid gaat het niet om iemands wezenstrekken zoals huidskleur of geslacht maar om gedragingen, om iemands handelen. Dat is een uitbreiding die verstrekkende gevolgen kan hebben voor het uitdragen van ethische opvattingen die aan de Bijbel zijn ontleend".

„Het punt is namelijk", zo vervolgt Van den Berg, „dat ethische opvattingen als gevolg van de nieuwe wet door de rechter kunnen worden getoetst op de vraag of ze beledigend zijn. Daarbij gaat de rechter niet na hoe een bepaalde uitlating is bedoeld maar hoe die uitlating kan overkomen".

Dat laatste is gebleken in de strafzaak tegen het evangelistenechtpaar-Goeree. De Goerees hadden met zoveel woorden geschreven dat alles wat de joden in de loop der eeuwen was overkomen, hun eigen schuld is. De Hoge Raad noemde deze uitlating beledigend voor het joodse volk, ook al hadden de Goerees niet de bedoeling om te beledigen.

Nu homoseksuele gerichtheid in het rijtje van verboden discriminatiegronden is opgenomen, rijst de vraag of de rechter bij voorbeeld een waarde-oordeel over aids in relatie tot homoseksualiteit nog wel toelaatbaar acht. Ook al zou zo'n uitspraak alleen maar gedaan worden in het kader van een oproep aan homo's- tot onthouding, dan nog zal de rechter zeggen: niet de bedoeling is van belang, maar de aard van de uitspraak. Vindt hij die beledigend voor homo's, dan is in principe sprake van een strafbaar feit.

Bedreigend

„Ik vrees dat deze wetswijziging gevolgen zal hebben voor de vrijheid van belijden", vat Van den Berg zijn bezwaren samen. „De minister heeft onze grote zorgen tijdens de debatten niet kunnen wegnemen, integendeel. Hij heeft wel iedere keer benadrukt dat van discriminatie alleen sprake is bij krenkende en beledigende uitlatingen, maar dat blijkt niet uit de wetstekst. Deze wet wordt straks uitgevoerd door (onafhankelijke) rechters. En welke uitleg de rechter aan het begrip belediging geeft, heb ik al aangegeven".

Vooral GPV'er Schutte wees minister Hirsch Ballin bij herhaling op de vrijheid van godsdienst en de bijzondere positie die aan kerken wordt toegekend in het Burgerlijk Wetboek. Het kamerlid veronderstelde dat de kerken om die reden weinig last zullen hebben van de nieuwe anti-discriminatiebepalingen in het strafrecht.

De minister gaf echter aan dat wel degelijk sprake is van een beperking van de vrijheid van godsdienst. Wel zei hij erbij dat de kerken zijns inziens weinig te duchten hebben, want kerken willen immers niet discrimineren.

Van den Berg: „Dan kom je weer bij het oude punt: wat is discrimineren? Als ik dan bepaalde ontwikkelingen in de samenleving zie, dan vrees ik een toepassing die misschien de minister niet voor ogen stond maar die wel heel bedreigend is. We moeten de geesten onderkennen die zich richten tegen degenen die willen leven naar Gods Woord en daarvoor uitkomen. Vandaar mijn vrees dat dit wetsvoorstel wel eens tot gevolg zou kunnen hebben dat men door het uitdragen van ethische opvattingen voor de strafrechter moet komen en dat men op die wijze gecriminaliseerd wordt".

Afgebakend

Een ander bezwaar vindt Van den Berg dat met de wijziging van het Wetboek van Strafrecht wordt vooruitgelopen op een eventuele Wet Gelijke Behandeling. Hij ziet aankomen dat bij de discussie over deze wet verwezen zal worden naar de nieuwe anti-discriminatiebepalingen in het Wetboek van Strafrecht. „Men zal dan kunnen zeggen: het terrein is toen al afgebakend".

Waar het SGP-kamerlid de minister indringend naar heeft gevraagd, is de filosofie achter de wijzigingsvoorstellen. Anders gezegd: wat zijn de drijfveren? „Helaas", zegt Van den Berg, „bleek de minister daar geen oog voor te hebben. Voor mij is de wetswijziging een uiting van de moderne gelijkheidsideologie, die in korte tijd geweldig veel terrein heeft veroverd. Op de achtergrond woedt een strijd der geesten waar we met recht zeer bezorgd over kunnen zijn".

Misdrijf

De bezwaren van Van den Berg worden in grote lijnen gedeeld door mevrouw mr. dr. A. van Gortmerssen. Zij heeft zich als juridisch adviseur van de RPF grondig in het onderwerp verdiept en is tot praktisch dezelfde slotsom gekomen als de SGP'er. Vorige week schreef mevrouw Van Oortmerssen hierover in Ecclesia, het orgaan van de Vrienden van Kohlbrugge.

Voor de goede orde onderstreept ze dat ook zij tegen discriminatie wegens' geslacht en homoseksuele geaardheid is. „De Bijbel zegt dat we onze naaste moeten liefhebben", stelt'ze voorop. „Maar tegelijkertijd waarschuwt de Bijbel tegen overtreding van Gods geboden. Daarbij dienen we te bedenken dat Gods geboden er zijn tot behoud van mensen. De normen van Gods Woord zijn veel liefdevoller dan mensen die zeggen: Ga je gang maar".

Evenals Van den Berg stelt mevrouw Van Oortmerssen dat nieuwe normen in het strafrecht worden ingevoerd. Dat ook het CDA zich daarin kan vinden, is naar haar overtuiging een aanwijzing te meer hoe zeer de bevrijdingstheologie veld wint. Bijbelgetrouwe christenen zullen zich volgens haar dan ook zorgen moeten maken over de vrijheid van godsdienst.

„Het feit ligt er dat discriminatie wegens geslacht of homoseksuele gerichtheid straks een misdrijf is. Ik kan me niet voorstellen dat kerken straffeloos misdrijven mogen plegen met een beroep op die vrijheid van godsdienst".

Te veel ruimte

De juriste acht het niet uitgesloten dat kerken op den duur geconfronteerd zullen worden met strafklachten van de kant van provocerende groeperingen. Zo'n klacht kan voor een officier van Justitie aanleiding zijn om vervolging in te stellen, waardoor kerkelijke leiders en kerkeraden in de verdachtenbank terecht komen.

„Niemand, ook de minister niet, kan voorspellen hoe zo'n proces afloopt", zegt mevrouw Van Oortmerssen. „Nergens in de strafwet staat zwart op wit dat de kerken van het discriminatieverbod zijn uitgezonderd. Als een kerk zou zeggen dat zij bij voorbeeld geen kleurlingen in het ambt toelaat, zal zij ongetwijfeld veroordeeld worden. Dan geldt de vrijheid van godsdienst toch ook niet?"

Nog afgezien van de afloop van een eventueel strafproces is het de minister kwalijk te nemen dat hij de rechter te veel ruimte heeft gelaten. „In feite moet de rechter straks aangeven wat kerken en gelovigen wel en wat ze niet mogen. Dat is duidelijk een taak voor de wetgever".

Bijbelteksten

Minister Hirsch Ballin heeft in de Kamer richting de kleine christelijke partijen gezegd dat hij zich niet kan voorstellen dat kerken willen discrimineren. Het maken van onderscheid in kerken, zoals het weren van vrouwen uit het ambt en homofielen van het avondmaal, is niet krenkend bedoeld. Dat klinkt toch vrij aannemelijk?

Mevrouw Van Oortmerssen: „Het komt inderdaad heel geruststellend over. Ik realiseer me ook dat de rechterlijke macht in haar overwegingen betrekt wat de minister bij de behandeling van een wetsontwerp heeft gezegd. Maar harde garanties ontbreken. Bovendien houdt de rechter steeds meer rekening met maatschappelijke ontwikkelingen. Als de nieuwe normen in brede lagen van de samenleving zijn aanvaard, welke ruimte krijgen kerken dan nog om een afwijkend standpunt in te nemen?"

Wie denkt dat het zo'n vaart niet zal lopen omdat de rechterlijke macht het niet tot haar taak zal rekenen om godsdienstige opvattingen te beoordelen, wordt door mevrouw Van Oortmerssen herinnerd aan een uitspraak van de Hoge Raad in een van de processen tegen het (ex-)evangelistenechtpaar-Goeree, dezelfde uitspraak waar ook Van den Berg naar verwijst.

De Hoge Raad stelt in die uitspraak dat het leggen van een verband tussen de jodenvervolging en Golgotha beledigend en dus strafbaar is. „Hoe je ook over de Goerees denkt, het feit is er dat de Hoge Raad in dat arrest impliciet een oordeel geeft over opvattingen die gestoeld zijn op de Bijbel", aldus de juriste.

Angst

De nieuwe anti-discriminatiebepalingen zijn niet alleen bedreigend voor de kerken maar ook voor organisaties en particulieren. „Tijdens de kamerbehandeling is het voorbeeld genoemd van de notaris die om principiële redenen weigert om een samenlevingscontract op te maken. Dat mag niet meer, heeft de minister duidelijk aangegeven. Verder kun je denken aan allerlei organisaties die de bijbelse opvattingen over homoseksualiteit en over de verhouding man-vrouw uitdragen".

Ze gelooft niet dat het in de praktijk wel mee zal vallen met de nieuwe strafwetbepalingen maar zelfs als dat anders zou zijn, zullen veel bijbelgetrouwe christenen toch voorzichtiger worden. „De angst om van discriminatie beschuldigd te worden, zal onwillekeurig een rol gaan spelen. Die-terughoudendheid betekent dat bijbelgetrouwe christenen naar de rand van de samenleving worden gedrongen".

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 juli 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

In staat van beschuldiging

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 juli 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken