Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Milieuheffing wegens verontreiniging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Milieuheffing wegens verontreiniging

5 minuten leestijd

Zoals iedereen zich nu wel bewust is, worden natuur en milieu door de menselijke activiteiten sterk bedreigd. Ook de overheid heeft dat ingezien en steeds meer maatregelen getroffen om te voorkomen dat de aantasting onherstelbaar wordt. Een van die maatregelen is het heffen van belastingen op activiteiten die het milieu bedreigen of aantasten. Deze belastingen staan bekend onder de naam milieuheffingen. Ze worden door het Rijk of de lagere overheden geheven, meestal volgens de algemene regels van de belastingheffing.

Dit laatste houdt onder meer in dat tegen aanslagen in de milieuheffingen bezwaar kan worden ingediend en dat tegen een negatieve uitspraak van de instantie die de heffing heeft opgelegd beroep kan worden ingesteld op de belastingrechteren de Hoge Raad. Vandaag wil ik als illustratie zo'n geval bespreken.

Op 1 december 1970 is de Wet verontreiniging oppervlaktewateren in werking getreden. Zoals de naam al zegt, heeft deze wet ten doel het tegengaan en het voorkomen van verontreiniging van de oppervlaktewateren, dat wil zeggen sloten, vaarten, kanalen, beken, rivieren, meren en dergelijke.

Soort stof

Volgens artikel 1 van deze wet is het verboden om zonder vergunning met behulp van een werk afvalstoffen, verontreinigende stoffen of schadelijke stoffen te lozen op oppervlaktewateren. Bij een Besluit van 28 november 1974 is dit verbod uitgebreid. Ook het storten en lozen buiten het uitvoeren van een werk (fabriek en dergelijke) om mag niet, tenzij er een vergunning voor is. De vergunning moet in het algemeen bij de minister van verkeer en waterstaat, de provincie of het waterschap worden aangevraagd.

De instantie die bevoegd is om de vergunning af te geven, kan ter bestrijding van de kosten die gemaakt worden om het water te zuiveren heffingen instellen. Deze worden opgelegd aan degene die schadelijke stoffen op het oppervlaktewater loost of stort. De heffing wordt berekend aan de hand van de hoeveelheid geloosde stoffen, dikwijls ook nog aan de hand van de soort geloosde stof.

Een aannemer sloot in 1986 een overeenkomst met een eigenaar van een stuk landbouwgrond om deze „om te zetten". Dit hield in dat hij een dieper gelegen grondlaag naar de oppervlakte bracht. Daardoor werd het land geschikt voor de teelt yan bloembollen. Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden heeft hij de grond bemalen. Het grondwater is opgepompt van een diepte van 3,5 meter. Dit opgepompte grondwater liet de aannemer weglopen in het oppervlaktewater. Noch de aannemer, noch zijn opdrachtgever heeft een vergunning aangevraagd voor deze lozing. Aanslag

De bevoegde instantie, het Hoogheemraadschap Uitwaterende Sluizen, ontdekte de illegale lozing. Volgens de verordening van dit waterschap, waarbij de verontreinigingsheffing is geregeld, kan het hoogheemraadschap in dit soort gevallen een heffing opleggen aan de gebruiker van de grond. Volgens het schap was dit de aannemer. Hij kreeg dus een aanslag thuis van een flink bedrag aan verontreinigingsheffing, berekend naar 111 zogenaamde vervuilingseenheden. Deze waren vastgesteld aan de hand van de hoeveelheid geloosd water en de vervuilingsgraad van.dit water. Blijkbaar was het grondwater niet al te schoon.

De aannemer bestreed de aanslag. Hij vond dat niet hij maar de eigenaar van de grond de heffing verschuldigd was. Bovendien vond hij dat er geen schadelijke stoffen waren geloosd. Het lozen van water op water is naar zijn mening geen lozing van verontreinigde stoffen, die volgens de wet belast worden met een heffing.

De rechter stelde de aangeslagen aannemer in het ongelijk. Vast staat, aldus het Hof, dat de aannemer een werk heeft uitgevoerd en daarbij opgepompt grondwater in de sloten heeft geloosd. Hij heeft niet kunnen bewijzen dat de eigenaar van het land hem opdracht had gegeven om dit te doen. Het lag ook niet stilzwijgend in de opdracht besloten, want hij had de vrijheid om een ander systeem te kiezen, namelijk het weer terugbrengen (infiltreren) op de vereiste diepte, zodat het grondwater het oppervlaktewater niet had bereikt. Volgens het schap komt het veel voor dat het vrijgekomen grondwater op deze wijze wordt weggewerkt.

Kortom, de aannemer heeft het grondwater uit eigen beweging beweging in de sloten laten weglopen en niet in opdracht van eigenaar.

Monsters

Wel kan de vraag nog gesteld worden of de grond wel bij de aannemer „in gebruik" was. Alleen dan is hij als veroorzaker van de vervuiling aan te slaan. Volgens het Hof was dit geen punt. Door de werkzaamheden van de aannemer werd de grond zeer ingrijpend veranderd. Tijdens deze verandering was de grond niet meer in gebruik bij de eigenaar, maar bij de aannemer. Het was als het ware zijn bedrijfsruimte geworden.

Ten slotte ging het Hof in op de stelling dat natuurlijk water op natuurlijk water niet vervuilt. In zijn algemeenheid is deze stelling volgens het Hof niet juist. Het gaat om de mate van vervuiling door een stof in het oppervlaktewater te brengen die daarvan tevoren gescheiden was. Het onderscheid tussen grondwater en slootwater is, aldus het Hof, goed te maken, zodat alleen de vraag overblijft of het grondwater 'vuil' was. Dit laatste had het schap aangetoond door onderzoekingen van genomen monsters. De aannemer kon het tegendeel niet aannemelijk maken en verloor de strijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 14 augustus 1990

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Milieuheffing wegens verontreiniging

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 14 augustus 1990

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken