Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een eersame herberg tot Kesteren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een eersame herberg tot Kesteren

5 minuten leestijd

KESTEREN - Sedert enige jaren ligt de Hoofdstraat van Kesteren wat beduusd te bekomen van het lawaai waarop de interlocale automobilist de aanwonenden trakteerde. De rondweg biedt de gehaaste horden nu de mogelijkheid om de Kesterense flessehals te vermijden. Kesteren had hen weinig te bieden. Weinig zullen de passanten vermoed hebben, dat terzijde van de prozaïsche Hoofdstraat één van de markantste dorpsgezichten te vinden was: het Dorpsplein, dat tot de dag van vandaag nog iets van de sfeer van vroeger ademt.

Aan de eendewaai, overblijfsel van een vroegere dijkboorbraak, vinden we dicht bijeen de belangrijkste getuigen van een ver en niet onbelangrijk verleden: de Nederlandse hervormde Kerk en het Ambtshuis.
De eerste vermelding van het Ambtshuis in oude documenten stamt uit 1456. Destijds was het gebruik, dat de Lingenmeesters die weigerden om verantwoording van het beheer van het aan hen toevertrouwde dijkvak van de Linge af te leggen moesten "leisten". Dit hield in dat ze op eigen kosten elk met een knecht en twee paarden hun intrek moesten nemen in „eene eersame herberg tot Kesteren", totdat zij aan hun verplichtingen hadden voldaan.
Deze „eersame herberg" zal ook reeds voor die datum minstens tweemaal 's jaars onderdak verschaft hebben aan het ommegaand gericht, de reizende rechtbank die bestond uit de ambtman en de ambtsjonkers van de Neder-Betuwe. Een rechtbank, die al vanaf 1327 functioneerde, maar die aanvankelijk op het dorpsplein onder een eike- of een noteboom rechtsprak of, zoals dat toen heette, de bank spande. Overigens werd het uiteindelijke vonnis buiten aan de kerkmuur geveld, misschien om iedereen in staat te stellen de uitspraak bij te wonen, mogelijk ook om deze plechtige gebeurtenis een gewijd tintje te geven.

De ambtman
De belangrijkste van dit gezelschap was de ambtman. Aanvankelijk werd hij aangesteld door de hertog van Gelre. Als ambtman was hij de vertegenwoordiger van de hertog. Daarnaast oefende hij de functie van dijkgraaf en rechter uit. In die laatste hoedanigheid zat hij de rechtbank van Kesteren voor. Overigens was de ambtman alleen in de ambten Over-Betuwe, Neder-Betuwe en Maas en Waal tevens rechter; in de andere ambten werd rechtgesproken door schepenen.
De ambtsjonkers behoorden tot de voornaamste geslachten in ons woongebied. Om deel uit te mogen maken van de rechtbank moesten zij aan verschillende eisen voldoen. Van zowel moeders als van vaders zijde moest men van adel zijn.
Bovendien, zij „sullen in den Ampte van Hederbetuwe gegoedet weesen boven een aensienlick huys, daer een Edelman met fatsoen mach woonen ende rondom leggende in grachten". Ten slotte moesten zij „jaer ende dagh op de selve eygen huysen effectivelick hebben gewoont en wonen blijven". Ofwel in een wat hedendaagser Nederlands: zij moeten op zijn minst een huis van aanzien in de Neder-Betuwe bezitten, waarin een edelman met fatsoen kan wonen en dat door een gracht omgeven is. In dat kasteel moest men „minstens een jaar en één dag gewoond hebben".

Profijtelijk
Het optreden als gerichtslieden was voor de ambtsjonkers best profijtelijk. Voor civiele zaken kregen zij een gulden per uur van de betrokken partijen. Bij het oordelen over misdrijven mochten zij volgens een resolutie uit 1715 een toelage van 175 gulden van het gewest verwachten: een bedrag dat echter omgeslagen moest worden over ten hoogste zeven gerichtslieden. Aan hun- kennis van de wet moet wel iets gemankeerd hebben. Hun specialiteit zal meer op het terrein van lekker eten en drinken gelegen hebben. Zij konden zich naar believen laten bijstaan door ter zake kundigen. Aan de dis kenden zij echter hun weerga niet: menige rekening, veelal onbetaald, toont ons eenkeur van spijzen maar vooral een verfijnde smaak op het gebied van de betere wijnsoorten.

Rechtszitting met diner
Zo kon zelfs een vonnis wegens landloperij flink in de papieren lopen. Op 31 juli 1728 werden Hendrik Janse en Maria Ansems veroordeeld tot verbanning buiten het gewest.

Waard en dominee
Naar mag worden aangenomen moeten de voorname heren vaak bij deze dienaar van de Hermandad gepoft hebben. Als blijk van erkentelijkheid paste hen in 1656 een tegenprestatie. „Ende is denselven Scholtis toegestaan dat hij de wapens van de Ridderschap zal mogen doen stellen in de giasen van sijn huysinge". Een schrale troost, want voor de kosten zal de schout zelf wel opgedraaid zijn. Omstreeks 1795, bij de inval van de Fransen, zijn deze gebrandschilderde ruiten waarschijnlijk door de boze bevolking kapot geslagen.
Overigens waren het niet alleen de dorpsschouten die tevens de functie van waard uitoefenden. Dit beroep viel ook wel eens ten deel aan de dorpsdominee, wellicht ais die als herder de eindjes niet aan elkaar kon knopen. In de periode 1727-1745 stond ds. Wilbrennink in Kesteren en van 1746-1795 ds. Van Geelkerken.

Het ambtshuis
Over het ambtshuis zelf is in de geschriften niet bijster veel terug te vinden. In het begin van de achttiende eeuw werd het uitgebreid door aankoop van de ernaast gelegen schuur. Tijdens de periode-Wilbrennink stond het ambtshuis te koop, omdat de reparatiekosten te hoog bleken. Mogelijk dat de Nederbetuwse ridderschap van de gebouwen afwilde, omdat de heren een gerieflijker onderkomen in het Wapen van Gelre te Tiel gevonden hadden.
Menige rechtzitting werd naar het nieuwe verblijf verlegd. Van dominee van Geelkerken is een inventarislijst bewaard gebleven, waaruit blijkt dat in 1752 aan glazen en bestek een duidelijk tekort bestond. Maar zijn opvolger Menso doet het nog beter, het ambtshuis wordt verbouwd voor de kapitale som van 10.699 gulden. Nu misschien een aardig bedrag, doch in die tijd de prijs van een boerderij met veertig bunder land. De glorietijd van het ambtshuis was echter voorbij. In 1839 werd het verkocht, ook al omdat in 1797 de gerichtsbank te Kesteren werd opgeheven.
N.a.v. "Uit de geschiedenis van Kesteren"; jubileumuitgave 20-jarig bestaan van de historische kring Kesteren en omstreken; prijs 15,00 gulden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 augustus 1990

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Een eersame herberg tot Kesteren

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 augustus 1990

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken