Bekijk het origineel

Oost-Europa blijft happig op westerse spijkerbroeken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Oost-Europa blijft happig op westerse spijkerbroeken

Investeringsplannen Nijverdal-ten Cate nog onzeker

6 minuten leestijd

ALMELO - In de rij voor McDonald's en Adidas. Als nuchtere Nederlander geloof je je ogen'niet, maar in de landen van het voormalige Oostblok is het —nog steeds— de gewoonste zaak van de wereld. Voor spijkerbroeken geldt hetzelfde verhaal. De namen Levi's en Wrangier brengen er goed geld op. Helaas vooral bij wijze van spreken, omdat het tekort aan harde valuta een van de grootste belemmeringen vormt bij handel met Oost-Europa.

Nijverdal-ten Cate -textiel- en kunststofbedrij f met als hoofdvestiging Almelo- houdt zich inmiddels een jaar of vijftien bezig met de produktie van spijkerstof. Dat gebeurt via twee ondernemingen waarvan het bedrijf voor 50 procent eigenaar is. De ene is gevestigd in Ierland -Atlantic Mills-, de andere in Griekenland - Hellenic Fabrics. Samen produceren deze fabrieken jaarlijks 40 miljoen meter denim. Hiervan gaat 5 miljoen de grens over naar Joegoslavië, Tsjechoslowakije en Hongarije. Ter plaatse worden er daar denimbroeken van bekende en geliefde westerse merken -onder meer Levi's en Wrangier— van gemaakt. De produktie va'n denimstof maakt ongeveer 10 procent uit van de jaaromzet van Nijverdal-ten Cate.

In het jaarverslag over 1989 toont Nijverdal-ten Cate zich verheugd over het herstel van de denimmarkt. Vorig jaar werd bij Hellenic Fabrics begonnen met het uitbreiden van de produktiecapaciteit van 14 naar 20 miljoen meter. Die operatie is nu nog volop aan de gang. Begin dit'jaar startte Nijverdal-ten Cate met onderzoek naar mogelijkheden die de Oosteuropese markt biedt om ter plaatse stof te gaan produceren. Het is nog niet duidelijk of en wanneer de plannen in daden zullen worden omgezet.

Betere pasvorm

Directe aanleiding om de koe bij de horens te vatten waren —uiteraard— de politieke veranderingen die eind vorig jaar in een groot deel van Oost-Europa plaatshadden. Een enorme markt ging daardoor open. Helemaal voor de jeans-activiteiten van Nijverdal-ten Cate, omdat daarvoor al een schijnbaar niet te verzadigen markt bestond.

Drs. C. J. Geers RA is bij Nijverdal-ten Cate verantwoordelijk voor de buitenlandse deelnemingen, waar ook de twee denimweverijen onder vallen. „Waarom er zoveel belangstelling is voor broeken uit het Westen? Waarschijnlijk omdat ze een Isetere pasvorm hebben. Fabrikanten in het Westen hebben immers te maken met een kritisch publiek. Als er iets niet goed is met een bepaald model, wordt dat meteen afgestraft. In OostEuropa geldt dat niet. Voor ons liggen hier echter wel onzekerheden. Waarom willen ze een westers merk? En blijft dat ook zo? Een marktonderzoek uitvoeren is niet mogelijk. Wie zou dat moeten doen? En aan wie zou je de vragen moeten stellen?".

„Je kunt zo'n markt op twee manieren benaderen. Door meer te gaan verkopen, maar dan stuit je op het probleem dat men daar ook buitenlandse valuta moet hebben. En die zijn er niet. Je kunt vervolgens ook beslissen lokaal wat op te gaan zetten. Met onderzoek naar de mogelijkheden die er wat dat betreft zijn, zijn we driekwart jaar geleden begonnen".

Ontstellende puinhoop

„Voor veel landen in Oost-Europa geldt dat het er een ontstellende puinhoop is. De bestaande structuren zijn verdwenen, omdat de overheidsinvloed drastisch is afgenomen. Dat heeft tot gevolg dat er geen centrale verkooporganisaties meer zijn en dat fabrieken zich opeens zelf maar moeten zien te redden. Voor westerse toeleveranciers is dat een probleem, omdat onduidelijk is wie er verkoopt en wie er verantwoordelijk is voor het in ontvangst nemen van een order".

„De verschillen per land zijn ook enorm. In Oost-Duitsland en Tsjechoslowakijke zijn veel bedrijven gedenationaliseerd. De voormalige bedrijfsleider is directeur geworden. Maar voor die man is marketing een onbekend begrip, hij weet niet hoe hij een prijs moet vaststellen, en heeft er geen idee van hoe hij met vraag om moet gaan. Daar staat dan een westerse industrie tegenover die op de wel degelijk bestaande vraag in ^yil spelen. Dat sluit niet op elkaar aan. In Hongarije ligt het weer heel anders. Daar is in veel gevallen de middenstand blijven bestaan, en dus is er een verkoopkanaal. Produkten komen zo in ieder geval van de fabriek bij het publiek terecht. En bovendien zullen de winkeliers aan de producenten doorgeven aan welke zaken de mensen behoefte hebben".

Jaren vijftig
„Vakkennis is er genoeg, maar als je ziet met welke machines er gewerkt wordt. Ongelooflijk. De industrie is stil blijven staan op het niveau van de jaren vijftig. En werkelijk, ze maken daar fantastische produkten mee. Alleen komt er niet voldoende 'uit', volgens onze maatstaven. De westerse industrie is zo flexibel ingericht, dat het voor ons geen probleem is om er wat extra produktie bij te draaien. Daarom zullen veel bedrijven ook wel kiezen voor méér verkopen. Maar dat lost de lokale problemen niet op".

„Ze willen alles van je leren, willen je alles wel laten zien. Het is soms net of je op de maan zit. Laatst was ik in een fabriek waar de directie werd gevormd door een dame op leeftijd en twee heren in overall. Er zijn daar situaties die in Nederland ondenkbaar zijn, maar ik denk dat het allemaal wel op zijn pootjes terechtkomt. Door de stand van oïize techniek en de daarbij behorende infrastructuur kunnen wij nu gewoon nog produceren voor een kostprijs die daar -zelfs met hun veel lagere lonen- niet te halen valt".

„Het is in zekere zin wijs om nog wat langs de kant te blijven staan, om het zich eerst nog wat te laten ontwikkelen. Natuurlijk gaan we in de tussentijd gewoon door met de verkopen waar we ons altijd al mee bezighielden. Het was een juichende start, eind vorig jaar. Maar nu komt de schok van de realiteit".

Geen benzinestation

Geers kan en wil zich er nog niet over uitlaten hoe lang het nog zal duren voor de onderzoeksfase over zal gaan in een concrete uitvoering. „We moeten eerst de plannen uitwerken, reacties binnen het bedrijf bepalen en dan kijken hoe het verder zou kunnen gaan. Dat kan maanden, maar ook wel jaren duren. Naar de directie toe moet natuurlijk ook duidelijk gemaakt worden hoe we de winstdoelstelling -die we natuuriijk hebbenkunnen realiseren". Dit is het vierde artikel in een serie over handelsactiviteiten van Nederlandse bedrijven met Oost-Europa.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Oost-Europa blijft happig op westerse spijkerbroeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken