Bekijk het origineel

Daar sta je dan...Fiets foetsie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Daar sta je dan...Fiets foetsie

Alle kleine criminaliteit bij elkaar opgeteld maakt één grote

5 minuten leestijd

Daar sta je dan. Een boodschapje gedaan en... weg fiets. Een Jaar lang heb je er iedere middag de krant voor bezorgd. Je komt op het politiebureau. Volgens de agent is de kans niet groot dat je je tweewieler nog zal terugzien: slechts een op de twintig fietsen wordt weer teruggevonden. Maar je bent niet de enige. Zes procent van je landgenoten blijkt jaarlijks het slachtoffer van fietsendiefstal te worden. Het is een schrale troost, maar wel tekenend voor de situatie.

Fietsendiefstal is een vorm van veelvoorkomende of kleine criminaliteit. Deze vorm van criminaliteit bestaat uit delicten (strafbare feiten) die op zichzelf weinig om het lijf hebben. De schade is per geval beperkt. Een zak drop in je tas laten glijden in de supermarkt bij voorbeeld. „Ze verdienen toch genoeg aan de andere boodschappen die je koopt". Een fiets 'lenen' van een onbekende omdat je de bus gemist hebt. „Hadden ze hem maar beter op slot moeten zetten". Breed met z'n tienen op koopavond door een winkelstraat lopen, „want het is zo leuk om te zien hoe bang de mensen kijken". Ondertussen gaat er een rek met kleding tegen de vlakte. Een ruit ingooien, een mes in de bekleding van de bus steken... het zijn allemaal vormen van kleine criminaliteit.
Maar wat is „klein"? Vele kleintjes maken een grote. Een op de drie Nederlanders wordt jaarlijks het slachtoffer van kleine criminaliteit. Pas in de jaren zeventig is hiervoor aandacht gekomen. Voor die tijd stonden zware delicten zoals moord, bankovervallen en dergelijke spectaculaire misdaden in de belangstelling. Maar de kleine delicten gingen een steeds belangrijker rol spelen.
Inmiddels is de financiële schade groter geworden dan die van zware criminaliteit. Er wordt jaarlijks een kleine miljoen fietsen gestolen. De gemiddelde waarde is 300 gulden per fiets, totaal dus 300 miljoen gulden. De schade aan eigendommen van particulieren komt op meer dan een half miljard. De schade van winkeldiefstal beloopt ook enkele honderden miljoenen guldens. Hier komt echter wel naar schatting de helft voor rekening van het winkelpersoneel zelf. Een op de zeven Nederlanders geeft toe wel eens iets uit een winkel gestolen te hebben, van scholieren zelfs een op de drie. En dan gaat het hier nog om mensen die het toegeven!

Geen opvoeding
De financiële schade is echter niet alles. De sociale en psychische gevolgen zijn niet te meten. Voor een winkelier die dag in, dag uit wordt geconfronteerd met diefstal kunnen de spanningen en frustraties onaanvaardbaar hoog oplopen. Bejaarden durven niet meer op straat, terecht of niet. En dan de ergenis bij het publiek over vernielde telefooncellen, onleesbaar geworden dienstregelingen bij bushaltes, vernielde bushokjes, bekladde muren en glazen. Het leefklimaat is in veel buurten, vooral in steden, aangetast, de verloedering slaat toe. Nette burgermensen gaan elders wonen.
Om vast te stellen wat er aan kleine criminaliteit gedaan kan worden, moet je wel weten waar de oorzaken liggen. Hierbij moet je uitkijken voor versimpelen. We kennen allemaal wel de 'verklaringen' die op theevisites ten beste worden gegeven: „Ze straffen veel te weinig", „Ze krijgen tegenwoordig geen opvoeding meer", of „Ze hebben veel te weinig te doen". In een aantal uitspraken kan een kern van waarheid zitten, maar dan moet die wel in samenhang gezien worden met andere factoren.

Van de grote hoop
Als voorbeeld nemen we winkeldiefstal. Waarom wordt er zoveel door zoveel mensen gestolen? Het eerste dat opvalt, is dat 90 procent van de gestolen goederen uit warenhuizen en supermarkten afkomstig is. Hoe komt dat? Op bepaalde uren en dagen van de week is het een gekrioel van winkelende mensen. In die drukte heb je volop gelegenheid dingen te stelen. De pakkans is klein. Onder een wijde jas kan veel verstopt worden. Daarbij komt, dat alles aantrekkelijk uitgestald ligt. Dit wordt bewust gedaan om de verkoop te bevorderen en om op dienstdoend personeel te besparen. De aantrekkingskracht wordt echter niet alleen uitgeoefend op menserl met geld, maar ook met weinig geld. Dit gecombineerd met de kleine pakkans, werkt winkeldiefstal in de hand. Het bedienend personeel dat er loopt, is er voor de klant, niet voor de dief. De kenmerkende grootschaligheid en anonimiteit van warenhuizen heeft ook invloed op het normbesef van mensen. Je steelt niet van iemand, maar van iets. Wat je Jan de Kruidenier op de hoek niet wilt aandoen, speelt bij een grote supermarkt geen rol: „Het gaat daar toch allemaal van de grote hoop".

Kick
Bij scholieren komt het stelen voor de kick nogal eens voor. Als het lukt, geeft dat een bevredigend gevoel: je bent het winkelpersoneel te slim af geweest. In groepsverband kan ook een competitie-element meespelen.

Degene die het meest of het duurst steelt, staat hoger in rangorde. Van huis meegekregen normen over het mijn en dijn worden tijdelijk aan de kant geschoven.

Een wat minder voor de hand liggende reden van winkeldiefstal en andere lichtere vergrijpen ligt in het aandacht vragen voor persoonlijke moeilijkheden van jongeren, zoals problemen thuis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Daar sta je dan...Fiets foetsie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken