Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Drama op Tempelberg in Jeruzalem is regelrechte Palestijnse provocatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Drama op Tempelberg in Jeruzalem is regelrechte Palestijnse provocatie

Koppeling tussen Koeweit en Israël door Saddam Hoessein mist elke grond

6 minuten leestijd

Het optreden van de Israëlische politie afgelopen maandag op de Tempelberg in Jeruzalem heeft alom tot felle kritiek geleid. Een deel van die kritiek is begrijpelijk. De Israëlische autoriteiten waren op de hoogte van het voornemen van Palestijnen om in Jeruzalem te demonstreren tegen een handjevol joodse fanatici die de bouw van een Derde Tempel nastreven. De moefti had vrijdag in de moskee hiertoe opgeroepen. Bovendien was het in de dagen voorafgaand aan de tragedie zeer onrustig geweest in Jeruzalem.

Als je ondanks die wetenschap als politiechef maar 45 manschappen ter beschikking hebt om bij de Tempelberg de orde te bewaren, terwijl er vanwege Soekoth (Loofhuttenfeest) duizenden joden naar de Westelijke Muur gaan om daar te bidden, dan handel je onverantwoordelijk. Terecht heeft de Israëlische regering een onderzoek gelast naar het politieoptreden.
Degenen die evenwel beweren dat Israël schuld heeft aan het treffen op de Tempelberg, draaien oorzaak en gevolg om. Het zijn extreme Palestijnen geweest die willens en wetens een Israëlische reactie hebben willen provoceren. Anders ga je niet met stenen en andere projectielen gooien naar duizenden biddende joden.

Geschiedenis
De Palestijnen weten uit de geschiedenis —in 1929 braken er ook rellen bij de Westelijke Muur uit, die later aan zestig joden in Hebron het leven kostten— wat een religieus kruitvat de Tempelberg is. Bovendien was hun bekend dat de demonstratie van de fanatiek joodse groep "Getrouwen van de Tempelberg" door de Israëlische rechter verboden was. Een aantasting van hun heilige plaatsen behoefden ze dus niet te vrezen. Dat ze desondanks met 3000 man joden zijn gaan bekogelen, valt vrijwel alleen te verklaren uit de gebeurtenisen rondom de Golfcrisis.

De inval van Irak in Koeweit en de steun die de PLO daarbij aan Saddam Hoessein gaf, hadden de intifada naar de achtergrond gedrongen. Met de provocatie van maandag wilden de Palestijnse leiders op de westelijke Jordaanoever de Palestijnse kwestie weer op de voorgrond plaatsen. Bovendien zagen ze kans om Saddam Hoesseins stelling dat de bezetting van Koeweit niet opgelost kan worden zonder de Israëlische bezetting van de westelijke Jordaanoever en de Gazastrook te beëindigen, kracht bij te zetten.

Op 12 augustus lanceerde de Iraakse leider een "vredesvoorstel" dat de terugtrekking van Irak uit Koeweit behelsde als Israël zich eerst uit zijn bezette gebieden zou terugtrekken. Sindsdien is de Iraakse en Palestijnse propagandamachine erop gericht de wereld ervan te overtuigen dat beide bezettingen hetzelfde zijn. Doel van die tactiek is de brute annexatie van Koeweit te legitimeren en de Arabische massa's in de eerste plaats tegen het 'westerse' Israël in het geweer te brengen.
Het was dan ook niet verwonderlijk dat Irak na het incident op de Tempelberg Israël onmiddellijk met vergeldingsacties bedreigde als dat land de bezette gebieden niet zou ontruimen. Diverse PLO-woordvoerders verklaarden hetzelfde. Zowel historisch als juridisch gezien is de koppeling van beide bezettingen echter volstrekt misplaatst.
Irak viel zonder enige militaire provocatie van Koeweitse zijde op 2 augustus Koeweit binnen. Enkele dagen later werd het land geannexeerd als de negentiende provincie van Irak. Daarentegen veroverde Israël de westelijke Jordaanoever en Gazastrook in 1967 na door de Arabische buurlanden te zijn bedreigd en door Jordanië te zijn aangevallen. De positie van Israël toen is meer vergelijkbaar met de positie van Koeweit nu, alleen de uitkomst van de strijd was anders.
Op 22 mei 1967 blokkeerde de Egyptische marine de Golf van Akaba, waardoor de Israëlische oliehaven Eilat werd afgesneden. Bovendien sommeerde president Nasser van Egypte de in de Sinaïwoestijn gelegerde vredesmacht van de Verenigde Naties te verdwijnen, hetgeen ze onmiddellijk deed. In het noorden beschoten Syrische troepen met grote regelmaat Israëlische kibboetsiem. Zowel president Nasser van Egypte als minister van defensie Assad van Syrië sprak voortdurend dreigende taal.
Assad (de latere president) verklaarde bij voorbeeld op 20 mei 1967: „Onze strijdkrachten staan helemaal klaar, niet alleen om de agressie af te slaan, maar om de bevrijding aan te vangen door het verwoesten van de zionistische aanwezigheid op Arabische bodem".
Op 5 juni besloot Israël niet langer af te wachten en viel het de luchtmachtbases van Egypte en Syrië aan. De Israëlische regering waarschuwde via de gezant van de Verenigde Naties Jordanië om zich niet in de strijd te mengen. Koning Hoessein beschoot daarop toch Jeruzalem. Daarop viel Israël ook Jordanië binnen. Na zes dagen strijd had Israël de Sinaïwoestijn, de westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en de hoogte van Golan veroverd.

Anders dan Koeweit, waren de Gazastrook en de westelijke Jordaanoever geen autonome staat, maar stukken gebied waarvan de juridische status betwist was. Tot de dag van vandaag heeft Israël die gebieden niet geannexeerd, hetgeen het afstaan ervan in het kader van een vredesregeling mogelijk maakt. Toen overigens in 1967 de toenmalige premier van Israël, Levi Eshkol, aanbood de bezette gebieden (op Oost-Jeruzalem na) op te geven in ruil voor een vredesregeling, reageerden de Arabische leiders uiterst negatief. Op de Arabische topconferentie van Khartoem spraken ze drie „Neens" uit: nee tegen erkenning van Israël, nee tegen vrede en nee tegen onderhandelingen. Het gevolg was, dat Israël die gebieden noodgedwongen moest blijven besturen, in afwachting van een vredesregeling.

Resolutie 242
Juridisch deugt de gelijkstelling van beide bezettingen al evenmin. Op 22 november 1967 nam de Veiligheidsraad resolutie 242 aan. Deze riep enerzijds Israël op zich uit bezet gebied terug te trekken en vroeg anderzijds om de erkenning van het recht van elke staat in de regio „om in vrede binnen veilige en erkende grenzen te leven". Bij het vredesverdrag tussen Israël en Egypte in 1979 gaf Israël op basis van deze resolutie in ruil voor vrede de gehele Sinaïwoestijn aan Egypte terug. Resolutie 242 gaat in wezen uit van het principe "land in ruil voor vrede met Israël".
De resolutie, die de Veiligheidsraad aannam na de Iraakse agressie (resolutie 660 van 2 augustus), veroordeelt evenwel de „Iraakse invasie in Koeweit" en „eist de onmiddellijke en onvoorwaardelijke terugtrekking" van de Iraakse troepen.
Deze achtergrond overziende, kan men niet anders dan president Bush gelijk geven, die na het drama op de Tempelberg verklaarde dat er geen sprake kan zijn van een koppeling van beide kwesties, zoals president Saddam Hoessein eist. Iedereen die dat toch doet, maakt zich aan geschiedvervalsing schuldig en speelt Saddam Hoessein in de kaart. Een snelle regeling van de Golfcrisis wordt er in ieder geval niet door bevorderd.
De auteur is directeur van CIDI, Centrum Informatie en Documentatie over Israël.


De opiniepagina biedt mensen die daaraan vanwege hun specifieke deskundigheid of persoonlijke betrokkenheid behoefte hebben, gelegenheid in te op (semi-)actuele onderwerpen.

De redactie behoudt zich het recht voor aangeboden bijdragen zonder opgaaf van redenen te weigeren. De aanbevolen lengte van een bijdrage bedraagt 1000 tot 1200 woorden.




Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Drama op Tempelberg in Jeruzalem is regelrechte Palestijnse provocatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken