Bekijk het origineel

'Verbouwing' van cel wordt toch afgerekend

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

'Verbouwing' van cel wordt toch afgerekend

4 minuten leestijd

Piet D. sloeg de inboedel van de cel kort en klein. Daarmee uitte hij zijn ongenoegen over het feit dat hij in een zogenaamde separeercel werd opgesloten.Het bewakingspersoneel van de Pompekliniek meende dat Piet anders niet meer te handhaven was. Piet vindt dat hij onheus werd bejegend. En ja, als je meent dat je geen recht wordt gedaan, ga je je recht zoeken. Maar of dat nu op deze manier moet?

De directie van de Pompekliniek vindt dat Piet (veroordeeld voor een aantal zedenmisdrijven) met zijn agressieve gedrag in de cel zijn boekje te buiten is gegaan. Normaliter zou de officier van Justitie ingeschakeld kunnen worden, maar in dit geval was dat niet zo zinvol. Piet zit immers al een straf uit. Vandaar dat de directie van de Pompekliniek besloot het over een andere boeg te gooien. Piet kreeg een brief, waarin hem vriendelijk werd verzocht de schade te vergoeden. Toen de directie niets hoorde, kreeg hij een dagvaarding. Of Piet voor de kantonrechter wilde verschijnen. De kantonrechter werd gevraagd hem te veroordelen en hem te dwingen de schade te betalen. Er was een wastafel vernield, een ruit ingegooid, een tafel beschadigd, enzovoorts. De schade bedroeg ongeveer vijfhonderd gulden.

Piet was daar echter niet voor te porren. Hij meent dat de directie van de kliniek verantwoordelijk is voor het voorval in de cel. „Ik ben volgens de rechter geestelijk gestoord, daarom heeft hij me op laten sluiten in een kliniek. Als ik dan wat verniel, wordt het mij verweten. Jullie bekijken het maar".

Gevangenis
Dit simpele verweer wordt door de rechter niet geaccepteerd. Piet vervolgt zijn betoog: „Moet u nagaan wat er is gebeurd, edelachtbare. Laten we ervan uitgaan dat ik geestelijk ziek ben. Ik wordt verpleegd in de Pompekliniek. Het lijkt daar wel een gevangenis. Je mag er werkelijk niets. Ik heb aan de portier wat wensen geuit, maar die luisterde niet eens. Ja, en toen heb ik hem even flink de waarheid gezegd. Waarom ook niet? Maar hij vertelde dat door aan de directie en deze heeft mij toen in de separeercel opgesloten. Ik vond dat zo onrechtvaardig, dat bij mij de stoppen doorsloegen en ik de zaak van binnen even heb verbouwd. Men kan mij daar niet de schuld van geven, want de directie wist dat ik geestelijk ziek was. En als ze dan zo iemand ten onrechte in een separeercel stoppen, kun je gewoon verwachten dat er wat vreemde dingen gebeuren. Dat was het risico dat de directie nam. Ze moeten de schade zelf maar betalen".
„Ik wil nog verder gaan, edelachtbare. Er wordt nu vijfhonderd gulden van mij geëist. Ik eis vijfhonderd gulden van hen, want ik ben ten onrechte in de separeercel opgesloten en ik heb dus geestelijke schade geleden. Ik wil smartegeld. Daar in de Pompekliniek zetten ze je om het minste of geringste in de cel en dat is in strijd met de grondwet. Ik heb me laten vertellen dat er in de grondwet staat dat elke burger beschermd wordt, in die zin, dat hij een lichamelijke onaantastbaarheid heeft. Alleen als een rechter besluit iemand vast te zetten, kan opsluiting plaatsvinden — en de directie van de Pompekliniek is bepaald geen rechter".

Dat laatste vindt gehoor bij de kantonrechter. Tenminste, deze overweegt in zijn vonnis dat het inderdaad zo is dat artikel elf van de grondwet burgers beschermt in die zin dat ze niet zomaar kunnen worden opgesloten. En dat grondwetsartikel geldt ook voor degenen die gedwongen worden verpleegd. „Maar", zo vervolgt de rechter, „dit betekent niet dat een gedwongen verpleegde alleen zou kunnen worden opgesloten als er een rechterlijke uitspraak was. Er kan sprake zijn van een zodanige noodtoestand, dat er geen andere middelen overblijven om de orde te handhaven".

De directie van de Pompekliniek moet verdedigen dat er in het geval van Piet sprake was van een noodsituatie. „Piet was al een paar dagen lastig geweest. We hebben verschillende gesprekken met hem gevoerd. Zonder resultaat. Op de bewuste dag eiste Piet dat er in zijn kamer onmiddellijk een telefoon zou worden geplaatst. Wij hebben hem uitgelegd dat dat niet direct kon. Daarop is hij zo kwaad geworden, dat hij het verplegend personeel bedreigde met moord. Toen hij zijn moordplannen daadwerkelijk ten uitvoer wilde brengen, hebben wij besloten hem een tijdje af te zonderen.

Dat is voor de kantonrechter voldoende. Piet wordt veroordeeld de schade te vergoeden. „De staf van de Pompekliniek heeft terecht tot separatie besloten. Van geestelijke mishandeling is geen sprake geweest, zodat er ook geen enkele reden is aan de heer P. een schadevergoeding zoals hij dat heeft geeist, toe te kennen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 oktober 1990

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

'Verbouwing' van cel wordt toch afgerekend

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 oktober 1990

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken