Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Middeleeuwse nederzetting in Limburgse bodem

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Middeleeuwse nederzetting in Limburgse bodem

Zeldzame sporen van dorp verdwijnen begin volgend jaar onder nieuwe stadswijk Haagsittard

7 minuten leestijd

SITTARD — „Een uiterst zeldzame vondst". Zo typeert de Limburgse provinciaal archeoloog, drs. H. Stoepker, het aantreffen van een nederzetting uit de Middeleeuwen. Bij Sittard zijn de sporen van een compleet dorp aangetroffen. Zo'n twintig mensen graven momenteel in de bodem om een beeld voor het nageslacht vast te leggen. Begin volgend jaar zullen de graafmachines de sporen voorgoed uitwissen. Waar eens de middeleeuwse woningen stonden, komen nieuwe rijtjeshuizen.

Al op aan halve kilometer prijken gloednieuwe woningen. De stadswijk Haagsittard rukt op. In de richting van het zuiden, waar vroeger onze voorouders rondliepen. Voor het zo ver is moet de grond al haar geheimen prijsgegeven hebben.
Het waait en het heeft de vorige dag hard geregend, zodat de modder hoog opspat. De modder is afkomstig van een eeuwenoud, diep in het terrein ingesleten pad. Vermoed wordt dat dit zelfde pad al in de Romeinse tijd een belangrijke functie heeft gehad voor de bewoners van de nederzetting. De archeologen letten niet op modder en een buitje. Ze hebben haast, want de nieuwbouw heeft voor hen iets dreigends. Hoewel het allerminst zeker is dat er tot januari voldoende geld voor het onderzoek beschikbaar is, kan er na die tijd echt niets meer gebeuren. Dan wordt het eeuwenoude terrein bouwrijp gemaakt. Opnieuw...

Dagelijks is de door het team gehuurde graafmachine in de weer om de in de loop der jaren omgewoelde bovenlaag loss af te schrapen. De voor de onderzoekers interessante ondergrond wordt letterlijk blootgelegd. Vervolgens worden, zonodig weer met behulp van de techniek maar vooral ook met de schop, delen van de verkleurde grond verwijderd. Dwarsdoorsneden geven precies aan waar zich funderingspalen, restanten van waterputten, oventjes, schuren en bijgebouwen bevonden. De grond geeft zijn geheimen prijs.

Aan de ontdekking van het middeleeuwse dorp is onlosmakelijk de naam van de eerder dit jaar overleden amateur-archeoloog Gus Roebroek uit Sittard verbonden. Zijn melding van de vondsten was voor de Rijksdienst aanleiding tot een proefopgraving in 1984.
In schriftelijke bronnen is het bestaan van het Middeleeuwse dorp al heel lang bekend. „Al vanaf de 13e eeuw wordt er over deze nederzetting gesproken. Dat maakt het extra bijzonder. Documenten en nu ook sporen". Aldus Marjon Aarts van het Sittardse museum Den Tempel, waar de eerste resultaten van de opgravingen de afgelopen tijd te zien waren. De conservator stedelijke historie en archeologie is nauw betrokken bij de opgravingen, die al in maart van dit jaar van start gingen.

Roebroec had al eerder 'het veld belopen'. De voormalige conservator van het Sittardse museum was vaak op de ten zuiden van Sittard, nabij de Duitse grens, gelegen landerijen te vinden om in de voetsporen van de boeren scherven te rapen. Toen de gemeente Sittard definitief haar oog liet vallen op dit gebied voor de toekomstige stadsuitbreiding Haagsittard, werd door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek besloten tot een grootscheeps onderzoek. De archeologie in ons land richt zich gewoonlijk op het behoud van sporen in de grond. Opgravingen zijn alleen niet taboe wanneer de vast staat dat de sporen door weg-, woning- of waterbouw voorgoed verloren zullen gaan.
In maart van dit jaar begon het echte werk. De Rijksdienst stelde 100.000 gulden beschikbaar, de gemeente Sittard legde daar uit het fonds stadsuitbreiding nog eens een ton bij en de provincie Limburg was bereid 60.000 gulden in het onderzoek te steken. Inclusief de loonkosten van de twee aan de Rijksdienst verbonden medewerkers en de voor de periode van de opgravingen, die tot eind oktober zouden duren, ingehuurde tijdelijke medewerkers, was er circa 400.000 gulden beschikbaar.

Romeinse tempel
De resultaten liegen er niet om. Uit de opgraving is gebleken dat het terrein rondom de boerderij Haagsittard meer dan 2000 jaar bewoond is geweest. In de nederzetting zelf zijn sporen gevonden uit de IJzertijd (vanaf 500 voor Christus) en de Romeinse tijd. Tijdens de Middeleeuwen zijn haaks op de weg de huizen gebouwd. De huizen liggen op een erf met bijgebouwtjes, waterputten en ovens. Ze dateren uit de 11e en de 12e eeuw. Er zijn ook sporen gevonden uit de 16e en de 17e eeuw. De huidige bestaande boerderij Haagsittard is de opvolger van de oude Haagsittard en dateert uit de 17e eeuw.

Tussen 1100 en 1300 kende het Middeleeuwse dorp zijn grootste omvang. Van de nederzetting zijn funderingen gevonden van niet alleen huizen, maar ook schuren en bijgebouwen. Ook ovens en waterputten zijn de afgelopen maanden aangetroffen. In een put bevonden zich resten van gebeeldhouwde zuilen van vermoedelijk een Romeinse tempel. Marjon Aarts meent dat het niet waarschijnlijk is dat de tempel in de directe omgeving heeft gestaan. Vermoedelijk zijn de zuilen van elders aangesleept. De in de totaal 2 hectare grote locatie vertoont sporen van ononderbroken bewoning vanaf de zevende eeuw.

Blik op oneindig
De belangwekkende vondsten zijn voor de team van de Rijksdienst aanleiding om het onderzoek voort te zetten. Totdat de graafmachines de funderingen voor de nieuwe woningen zullen uitgraven. Het geld is op, maar drs. Stoepker heeft heeft de gemeente Sittard gevraagd nog een keer over de brug te komen. De Rijksdienst zelf legt nog een 50.000 gulden op tafel. Stoepker: „We hebben geluk dat het einde van het jaar nadert. Dan is er uit diverse potjes nog wel iets beschikbaar. Om dit onderzoek af te kunnen ronden is een opgraving nabij Susteren uitgesteld".
Als de gemeente Sittard echter niet ook nog eens vijftig mille bijpast, is het echt binnenkort afgelopen. Er moet daarover nog een politieke beslissing worden genomen. Stoepker heeft goede hoop. „Het geld dat de gemeente Sittard erin zou steken, komt vrijwel geheel ten goede aan de werkgelegenheid hier. Daar wordt vooral de graafmachine mee betaalt. En die is hier gehuurd. De semi-permanente krachten die ons ondersteunen, zijn ook uit deze omgeving afkomstig. „Voorlopig gaan we door. Met de blik op oneindig", aldus Stoepker.
Waarom? „Om een zo'n compleet mogelijk beeld te krijgen. Een maximaal rendement uit het onderzoek. Steeds treffen we nieuwe zaken. Als je één schakel mist, breekt de ketting".
Zo is vorige week nog een grote kuil vol brokken ijzer aangetroffen. Er is niet alleen sprake van slakken als wel van niet duidelijk definieerbare brokken. Nagegaan wordt nu of het ging om een smeedactiviteit, een klein hoogoventje of alleen maar ijzerwinning.

In archeologische kringen legt men zich neer bij het verdwijnen van de twee oudheidkundig zo interessante hectaren. Marjon Aarts: „Na de opgravingen kun je toch niets bewaren. Van de huizen zijn alleen de verkleuringssporen in de grond, op de plaats waar de funderingspalen zich bevonden, over. De houten en lemen bouwmaterialen zijn al lang verdwenen. Alles wordt minutieus op kaarten vastgelegd. Als er hier geen stadsuitbreiding was gepland, was alles in de grond gebleven. De woningbouw is een politieke beslissing, waarbij ook financiële en economische motieven een rol spelen. Wij kunnen en willen dat niet belemmeren".
De talloze scherven worden gesorteerd en bewaard in de gebouwen van de Rijksdienst in Amersfoort. Een deel van de resultaten van de opgravingen was de afgelopen weken te zien in het in de voormalige stadsboerderij in Sittard ondergebrachte museum Den Tempel. Aan elkaar gelijmde aardewerken potten en divers materiaal van brons en ijzer waren in vitrines ondergebracht. Ook is een video-opname van de opgravingen gemaakt. Daarin wordt de methode van opgraven in Haagsittard nader toegelicht.

Expositie
De museummedewerkers zijn blij verrast met de voor Nederlandse begrippen unieke opgravingen. Drs. Stoepker vergelijkt de vondsten met eerdere in ons land bekende opgravingen in Dommelen (1980-1982), Gasselte (eind jaren tachtig) en Kootwijk (1971-194). „Zo om de tien jaar wordt wel een dergelijke vondst gedaan". De historie van Sittard lijkt toch steeds meer te worden bepaald door flinke vondsten, want eerder werden een zogenaamde Bandkeramische nederzetting en een Merovingisch grafveld aangetroffen.
Museum Den Tempel, dat de stedelijke collectie herbergt, krijgt mettertijd ook een deel van de in Haagsittard aangetroffen verzameling in de vorm van een permanente expositie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 8 November 1990

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Middeleeuwse nederzetting in Limburgse bodem

Bekijk de hele uitgave van Thursday 8 November 1990

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken