Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Moordenaars bKjven niet ongestraft

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Moordenaars bKjven niet ongestraft

Heropening zaak-Popieluszko kan voor menigeen nare gevolgen hebben

5 minuten leestijd

WARSCHAU - Het lijkt erop dat in Polen de ergste misdadigers van het voormalige communistische regime alsnog worden gestraft. Dat is duidelijk te zien aan de betrokkenen in de zaak-Popieluszko. Enkele medeplichtigen aan de moord op de populaire priester lopen vrij rond, anderen zien stilzwijgend doorgevoerde maar forse verkortingen van hun straf gedwarsboomd door de aflossing van de wacht in Polen.

De regeringscoalitie van Solidariteit en de voormalige blokpartijen en het Poolse Hooggerechtshof zien niet alle wandaden uit het verleden door de vingers. Volgende week kiest Polen een nieuwe president. Ook hier is nieuwe flinkheid de mode.

Op 19 oktober-1984 werd de populaire priester Jerzy Popieluszko ontvoerd, geslagen en gewurgd. Enkele dagen later spoelde zijn lijk tegen een brug. De wrede moord was weliswaar slechts een voorbeeld van de manier waarop tientallen oppositionele priesters en arbeiders aan hun eind kwamen, maar toch schokte juist de dood van Popieluszko de Poolse natie.

Hij was van de lagere clerus het meest uitgesproken pro-Solidariteit (toen nog voluit een illegale vakbond met tientallen kopstukken in detentie) en had elke dag een propvolle Stanislav Kostka-kerk in Warschau. Iedereen wist ook dat hij door anonieme personen en door huurlingen van de Poolse geheime dienst regelmatig was bedreigd. Popieluszko's dood betekende het einde van de broze relaties tussen staat en kerk en staat en Solidariteit, die na het opheffen van de staat van beleg in het najaar van 1983 waren bewerkstelligd.

Op hol

De Poolse regering liet de drie ontvoerders arresteren en behandelde de zaak als een exces, veroorzaakt door op hol geslagen militairen, die met politieke provocaties tegen het partijbeleid van socialistische vernieuwing ingingen. Hiermee werden alle lijnen naar de hogere politieke echelons gekapt en dat zette kwaad bloed. De heropening van de zaak-Popieluszko door het Poolse ministerie van justitie (eind juli) kan heel nare resultaten opleveren voor figuren die ooit prominent lid waren van de (communistische) Poolse Verenigde Arbeiderspartij, PZPR, en die nu als partijlozen nog vaak op hoge posities zitten.

Minister van justitie is tegenwoordig Alexander Bentkowski, die fractieleider was van de Verenigde Boerenpartij (PPP), ooit een trouwe satelliet van de communisten, maar sinds begin dit jaar zelfstandig. De bewindsman is niet bijzonder besmet door zijn verleden.

Voor de drie moordenaars zelf en hun directe baas is heropening van de zaak een streep door de rekening. Tijdens het 'proces'-Popieluszko (februari 1985) werden vier straffen uitgesproken: kapitein Piotrowski kreeg als „chef de mission" 25 jaar, zijn twee luitenants Chmielewski en Pekala 14 en 15 jaar en de regisserende kolonel Pietruszka eveneens een kwart eeuw. Waarschijnlijk is tevoren de afspraak gemaakt dat het illustere kwartet, als de storm van verontwaardiging eenmaal was gaan liggen, snel vrij zou komen.

Gestuurd

Zo leek het ook te gaan. Chmielewski kwam vorig jaar op vrije voeten, Pekala zou dit jaar vrijkomen en de andere twee in 1991. Maar Piotrowski en Pietruszka blijven voorlopig zitten; zij zijn ook het meest interessant. De rechtsgang van vijf jaar geleden wordt opnieuw bekeken. Het woordelijk verslag ervan is drie jaar geleden al in een Franse en Engelse uitgave verschenen en het lijkt erop dat generaal Jaruzelski (toen partijleider en premier) het proces zelf heeft gestuurd. Hij wilde de afstand tussen de moord en het formele beleid van de veiligheidsdienst zo groot mogelijk maken.

In juli publiceerde de Poolse Gazeta Wyborcza, een krant van het intellectuele, Mazowiecki-gezinde en dus nu door Walesa versmade deel van Solidariteit, een brief die Piotrowski in 1986 schreef aan de minister van binnenlandse zaken, Kisczak. De moord werd daarin gezien als een bedrijfsongeluk tijdens een dienstreis. Bovendien werd duidelijk dat in opdracht was gehandeld. De minister zou hem zelfs hebben omgekocht om als zondebok te fugeren.

Eind juli dit jaar zei Piotrowski toe mee te willen werken aan echte opheldering van de zaak-Popieluszko. Kisczak is op 6 juli, weken voor de heropening van de zaak-Popieluszko, al de laan uitgestuurd door premier Mazowiecki en als bewindsman van binnenlandse zaken vervangen door Krzystof Kozlowski, een rooms-katholiekeSolidariteit-journalist.

Het is goed mogelijk dat we Kisczak nog eens terugzien, maar dan in de beklaagdenbank. Twee van zijn naaste medewerkers, Ciaston en Platek, zijn begin oktober al gearresteerd. Eerstgenoemd heerschap was meteen na de moord weggepromoveerd en was tot eind vorig jaar zaakgelastigde van de Poolse ambassade in het Albanese Tirana.

IJver

Het Poolse ministerie van justitie en commissies van Sejm en Senaat (de Poolse Tweede en Eerste Kamer, met respectievelijk 460 en 100 leden) onderzoeken sinds medio vorig jaar al de politieke moorden uit het verleden. De senaat bestaat uit louter leden van Solidariteit, dat alle andere partijen in de verkiezingen van juni 1989 wegvaagde. De Sejm is nog steeds een mengelmoes van 35 procent Solidariteit (nu 'zelf diep verdeeld), leden van de voormalige blokpartijen PPP en Democraten (DP) en voormalige communisten die nu door het leven gaan als partijloos of lid van de twee splinters waarin de PZPR eind januari uiteenviel: de sociaal-democratische. SDRP van Alexander Kwasniecki en de veel minder socialistische SDU van TadeuszFischbach.

Des te opvallender is de ijver van die Sejm in de speurtocht naar de onverkwikkelijkheden uit het recente verleden. Eind 1989 had (Ie Sejm al een lijstje van 93 te onderzoeken zaken. Hoog op die lijst staat de toedracht van de moord op Piotr Bartoscze, voorman van Boerensolidariteit, die in februari 1984 dood in een vijver werd gevonden. Een familielid van hem, Roman Bartoszce, is (eveneens namens Boerensolidariteit) kandidaat voor het Poolse presidentschap. Hij zal overigens (net zo min als de overige drie kandidaten) tegen de kanonnen Walesa en Mazowiecki geen kans maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 november 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Moordenaars bKjven niet ongestraft

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 november 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken