Bekijk het origineel

„En ze leefden nog lang en gelukkig, maar ze wisten het niet van elkaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„En ze leefden nog lang en gelukkig, maar ze wisten het niet van elkaar"

Prof. Schutte over de lauwer wordende betrekkingen tussen Nederland en Zuid-Afrika

12 minuten leestijd

„Ik verwacht niet dat Nederlanders en Afrikaners elkaar weer juichend in de armen zullen vallen. Eerder voorzie ik een tamelijk lauwe, verre distantie tussen lieden die ooit familie waren. Maar er is zóveel voorgevallen en ze hebben elkaar dagelijks zo weinig te vertellen... Anderzijds, er is natuurlijk wel een relatie".

Prof. dr. G. J. Schutte (50) is bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van het protestantisnne (vanwege het VU-fonds) aan de VU in Amsterdam. Een autoriteit op het gebied van de Nederlands—Zuidafrikaanse relatie. Zijn boek "Nederland en de Afrikaners: adhesie en aversie" bevat een scherpe en voor sommigen ietwat ontnuchterende analyse van de banden die er sinds anderhalve eeuw tussen beide volken bestaan. Verder is hij voorzitter van de Nederlands—Zuidafrikaanse vereniging (NZAV), die zich ten doel stelt de culturele betrekkingen tussen beide landen te bevorderen. Schutte: „We hebben ook altijd gezegd: We verzetten ons tegen een culturele boycot. Dat is een averechts middel, strijdig met de aard van cultuurcontacten. Je moet een volk niet politiek gaan straffen door het intellectueel droog te leggen. Als je invloed wilt uitoefenen moet je blijven praten, desnoods blijven preken". Men verwarre de NZAV niet met de Nederlands—Zuidafrikaanse Werkgemeenschap (NZAW), die het wat meer over de lobby-boeg gooit. „Wij pleiten niet voor zusof-zo-politiek, dus wat de NZAW of die andere clubs deden, zo van: Wie in Nederland z'n hart rechts heeft zitten, staat achter ZuidAfrika. Wij hebben altijd gezegd: Wij staan wel achter Zuid-Afrika, maar dat betekent niet dat je achter apartheid en alles wat onder die naam verkocht wordt, moet staan. Integendeel".

De gebeurtenissen zoals die zich het afgelopen jaar in Zuid-Afrika hebben voltrokken, verrassen hem wel èn niet. „Enerzijds is het duidelijk dat dit moest gaan gebeuren. Het feit dat de regering met het ANC moest gaan praten, dat de noodtoestand en dat soort dingen veranderd moesten worden, dus dat, om het kort samen te vatten, de apartheid afgeschaft moest worden — het kon niet uitblijven. Anderzijds —maak de vergelijking maar met Oost-Europa- zitten er toch verrassende elementen in. Je weet dat het moet komen, dat de bestaande situatie niet te handhaven is, het moet veranderen, maar als het verandert, ben je toch altijd weer verrast als het gebeurt. Een van de verrassende kanten in Zuid-Afrika is dat het toch F. W. de Klerk is die het doet. Dat kon je niet geheel voorspellen. Als je de afgelopen jaren overlegde met allerlei mensen in Zuid-Afrika over de vraag: „Wie volgt Botha op", dan was het altijd: „Het zal helaas F. W. de Klerk wel wezen". Die werd dan gezien als de meest conservatieve kanshebber. Ik wil niet beweren dat hij de meest progressieve Nationale-Partijpoliticus is, maar wel dat-ie verrast heeft door inderdaad met zoveel consistentie de beslissingen te nemen die hij nu genomen heeft, en dat ook vol te houden.

Verrassend zijn ook de effecten die normalisering hebben. Jarenlang was de discussie: Wat is het ANC? Is dat nu wat het voorgeeft, de vertegenwoordiging van de zwarte bevolking? En het leek er ook wel een beetje op. Ik heb altijd gezegd: Laat ze het eerst maar eens tonen, geef Mandela de vrijheid, opdat hij de verantwoordelijkheid kan dragen. Sinds 2 februari of daaromtrent isie vrij, is het ANC vrij, en het heeft bijzonder normaliserend gewerkt, maar het heeft ook wel het ANC van een voetstuk afdoen rollen waar het op terechtgekomen was".

Ook bij de anti-apartheidsbeweging in Nederland of holt die nog achter de feiten aan?
„Eh, die holt zoals gebruikelijk nog wat achter de feiten aan, maar je moet daar een klein beetje onderscheid in maken. Kijk, de officiële anti-apartheidsorganisaties hadden zich, dacht ik, met huid en haar aan het ANC verkocht, die volgden de politieke lijn daarvan, en die hebben het afgelopen jaar dan ook allerlei moeilijkheden gehad omdat zo nu en dan de werkelijkheid in Zuid-Afrika sneller ging dan zij zich konden indenken. We zien wel dat in de pers —wat niet hetzelfde is als de antiapartheidsbeweging...— überhaupt in het nadenken over Zuid-Afrika veel meer variatie is ontstaan. En dat is natuurlijk heel goed. Het is denk ik vorig jaar begonnen, toen Swapo door de mand viel, toen zijn er allerlei mensen gaan nadenken. Winnie Mandela's val was iets soortgelijks. Allerlei mensen hebben moeten bekennen dat ze zich jarenlang kennelijk een rad voor eigen ogen hebben gedraaid. Nou, de voortgaande, zeg maar toegenomen onrust in de zwarte woongebieden, de kennelijke onmacht van het ANC om dat per decreet, per toespraak van Mandela, te veranderen, ook de onwil binnen de ANC-top om met Boethelezi te praten, dat zijn allemaal elementen die de zekerheid hebben weggenomen.

Het is opmerkelijk dat De Klerk toen hij hier was zich liet ontvallen dat hij het niet alleen met meneer Mandela goed kan vinden, maar ook dat-ie hoopt dat meneer Mandela maar een stevige partij achter zich houdt. Want de beide heren zijn op elkaar aangewezen. De onttakeling van het ANC van dè club tot één van de clubs is enerzijds natuurlijk noodzakelijk, maar het heeft ook grote gevaren in zich. Het vergemakkelijkt merkwaardigerwijs de overgang niet".

juist deze week — we schrijven eind november— raakte het overleg tussen De Klerk en Mandela in een impasse.
„Ja, beide partijen zitten met het geweldige probleem van de achterban. Mandela is niet zonder meer de profeet van alle zwarten. Om te beginnen is het de vraag wat het ANC nu eigenlijk wil. Het is intern nogal verdeeld, je zou kunnen zeggen: tussen keurige sociaal-democraten en communisten. Een ander probleem is dat tussen de ballingengroep en de interne leiders. Een derde punt is, denk ik, het verschil tussen radicalen en realisten. Dat zijn allemaal levensgrote problematieken. Het is heel makkelijk om daar wat smalend over te doen, om te zeggen: Nou ja, ze moeten maar eens orde op zaken stellen, en dat moeten ze natuurlijk ook, maar het zal duidelijk zijn dat ze dat zo lang mogelijk uitstellen. Want op het moment dat ze daarin orde op zaken stellen, scheurt er van alles. Daar komt dan nog bij dat het proces vanaf 2 februari enerzijds geweldige kansen biedt aan het ANC, maar aan de andere kant uitdagingen die men, organisatorisch en financieel, niet zomaar aankan. Ze krijgen natuurlijk geweldige bijdragen vanuit het buitenland, maar daar kan een beweging nu eenmaal niet van leven. Bovendien: was het alleen maar een politieke beweging, dan was het misschien niet zo moeilijk, maar het moet tegelijkertijd een totale bevrijdingsbeweging zijn.

Achterban
Aan de blanke kant gaat het natuurlijk ook niet zo simpel. De Klerk heeft dan wel stevig de NP in handen, maar 40 procent van de blanken zou liever Treurnicht aan het roer zien. Of misschien nog wel erger lieden. Dus hij moet heel duidelijk z'n best doen om in het zadel te blijven zitten. Nu lukt hem dat enerzijds doordat hij de linkse, progressieve oppositie vermorzeld heeft. De NP schuift naar het midden tot links van het midden op, en heeft aan de rechterkant een groot probleem. En daar kom je, denk ik, bij een van de redenen waarom het gesprek de laatste keer tussen Mandela en De Klerk niet zo lekker liep: beiden zitten met de absolute noodzaak hun achterban tevreden te houden — en dat betekent dat Mandela het zich niet kan permitteren nog meer concessies te doen, dus de boycot moet worden gehandhaafd en massale demonstraties zijn het laatste middel datie heeft om z'n radicale achterban enigszins, enigszins tevreden te stellen ". Dan is er nog het probleem rond leger en politie. „Enerzijds wordt van De Klerk gevraagd de orde te handhaven, anderzijds om nogal wat over zich heen te laten komen. Dat is een geweldige mentaliteitsverandering, ook voor de gewone normale soldaten en politieagenten, die zich vroeger bij het minste of geringste gedekt wisten als ze fors optraden, en die zich nu dus terughoudend moeten leren opstellen. Dat is voor politieagenten overal ter wereld wat moeizaam, en dus zeker in Zuid-Afrika".

Economie
„Ik denk dat een de belangrijkste dingen van het afgelopen jaar is dat het met de economie in Zuid-Afrika niet goed gaat, dat ook de politieke omwenteling dat niet heeft veranderd. Alle reizen van De Klerk naar het buitenland zijn een succes, en ik denk niet dat de boycot en sancties nog zo zwaar zijn dat er geen investeringen zouden plaatsvinden als de investeerders er heil in zagen, maar het probleem is: de investeerders zien er geen heil in. Dat is een gigantisch probleem, want Zuid-Afrika zit met een explosief groeiende bevolking, en daarvoor alleen al zou je een economische groei van een paar procent per jaar moeten hebben.

Nou, die is er niet. Bovendien moet er zich een zeer gigantisch ontwikkelingsproces afspelen, want de verwerving van politieke vrijheden is natuurlijk slechts een middel om ook economisch tot herverdeling te komen".

Nu de verhouding Nederland—Zuid-Afrika. Krijgt uw boek ooit nog een vervolg met een ondertitel als bij voorbeeld "Van adhesie naar aversie en terug"?
„Nee. En als het een vervolg was. zou het wel flinterdun zijn, denk ik. (Peinzend:) En dat zou dan als ondertitel zoiets hebben als: En ze leefden nog lang en gelukkig, maar ze wisten het niet van elkaar. Of: Ze interesseerden zich niet voor elkaar".
Hij maakt een vergelijking tussen Paul Kruger en Mandela. Hun viel en valt in Nederland dezelfde aanbidding, dezelfde verwachting ten deel. Na 1902, toen de oorlog eenmaal voorbij was, liep de liefde voor Paul Kruger, en de Boeren in het algemeen, pijlsnel terug. „De bemoeienis van Nederland met Zuid-Afrika was niet meer nodig, de boel was gesettled daar, het was verkeerd afgelopen, maar allee. We zien nu in Nederland, denk ik, bijna hetzelfde: kijk, nu is er nog enige belangstelling — u komt nu nog voor een oudejaarsnummer— maar ik denk eind volgend jaar nauwelijks meer. Iedereen hoopt natuurlijk dat het goed gaat, dus zolang dat onderhandelingsproces nog aan de gang is, zeg maar komend jaar, is er nog wel enige interesse. Maar dan komt er iets tot stand dat niemand tevreden zal stellen, en dat een compromisachtig, onduidelijk en niet echt afgerond karakter zal hebben, en dan verwacht ik dat de belangstelling zal inzakken.

Voor anti-apartheidsclubs is er geen werk meer, ze doen krampachtig pogingen, maar dat is binnenkort afgelopen, voor pro-apartheidsclubs geldt precies hetzelfde, en wat blijft er dan aan relaties tussen Nederland en Zuid-Afrika over? Niet zo bar veel. Althans, voor de massa zal dat niet bar veel zijn. Da's juist wel jammer, want er blijft natuurlijk wel een groot stuk betrokkenheid in potentie. Ook in het nieuwe Zuid-Afrika zal natuurlijk een belangrijk deel van de bevolking cultureel en taalkundig redelijk nauwe banden met Nederland hebbén. Neem het terrein van kerk en theologie. Je kunt je toch niet goed voorstellen dat dat helemaal niets met Nederland uit te staan heeft? Er zal dus fors geïnvesteerd moeten worden vanuit Nederland in ZuidAfrika om mensen hierheen te krijgen.

Wat zou volgens u het eerste aangepakt moeten worden in dit verband?
„Ik zou om te beginnen in een intentieverklaring vastleggen dat Nederland, wanneer het wil bijdragen aan de ontwikkeling van het nieuwe Zuid-Afrika, dat vooral op het gebied van educatie kan doen. Dus vrije uitwisseling van ideeën, mensen en boeken. Ik zou een uitvoerig beurzenproject opzetten waarmee mensen in Nederland kunnen komen studeren en ik zou me kunnen voostellen dat je extra maatregelen neemt om voor de wereld van de zwarten die toegang mogelijk te maken.
De Afrikaners hebben de afgelopen tijden afgeleerd naar ons te kijken — en rond het bezoek van F. W. de Klerk is dan wel weer veel over stamen culturele verwantschap gesproken, maar dat is natuurlijk ook een klein beetje, nou ja, de vreugde van de dag. Maar verder hebben ze geleerd zich op andere gebieden te oriënteren. Er zijn wel potenties, maar die zullen dan wel door Nederland aangepakt moeten worden. Ik denk dat Nederland nj echt voor een heel grote uitdaging staat, waar we ook niet te lang meer over kunnen nadenken".

Tijdens zijn persconferentie in Nederland maakte De Klerk overigens de ontnuchterende opmerking dat we ook weer niet te overdreven moeten doen over de stamverwantschap tussen Nederland en Zuid-Afrika.
„Dat is mij ook opgevallen. Vergeet niet: dat was de eerste dag dat De Klerk hier was, toen moest hij de sfeer nog wat aftasten. Zijn departement van buitenlandse zaken had gezegd: Speel het niet te hoog, speel het niet op die stamverwantschap, dat werkt namelijk aan twee kanten wat verkeerd. In Zuid-Afrika wekt het irritaties, in Nederland wekt het weerzin op. De tweede dag sloeg hij een andere toon aan".

Wat betekenen de ontwikkelingen in Zuid-Afrika voor het functioneren van de NZAV?
„Je kunt vooral merken dat er rond Zuid-Afrika in Nederland een soort spanning is weggenomen. Wat de NZAV betreft; er is toenemende belangstelling, die mag blijken. Er komen meer journalisten dan vroeger en ik lees in hun ogen iets van: Grut, jullie hadden dus toch gelijk?! Als de NZAV altijd zei: „Hou de banden aan, kritisch maar desalniettemin, want dat bevordert veranderingsprocessen en die zullen er komen", dan zie je nu journalisten knikken. En als we altijd zeiden: „Het ANC is belangrijk, geef ze de kans, maar het is niet alles", dan zie je nu ook iets  van erkenning. Nu gaat het mij niet om erkenning, maar het gaat er wel om dat er weer gepraat kan worden over Zuid-Afrika. En niet meer in zwart-wit-termen van slecht of goed. Het is weer een serieus intellectueel probleem".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 1990

Reformatorisch Dagblad | 56 Pagina's

„En ze leefden nog lang en gelukkig, maar ze wisten het niet van elkaar

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 1990

Reformatorisch Dagblad | 56 Pagina's

PDF Bekijken