Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kracht in zwakheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kracht in zwakheid

5 minuten leestijd

„Want in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons komt".2 Kronieken 20 : 12b

Josafat is in grote nood. Hij heeft bericht gekregen dat een grote menigte vijanden een inval in Juda heeft gedaan. Als Josafat dit bericht hoort, vreest hij en stelt zijn aangezicht om de HEERE te zoeken. Ook laat hij het volk bijeenkomen bij de tempel om hulp te zoeken bij de HEERE. Zelf gaat hij het volk voor in gebed. We horen hem pleiten op Gods trouw en beloften. Van zichzelf of van Juda's leger horen we hem niet roemen. Integendeel: „in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons komt", zegt hij. Josafat spreekt hier wel over de macht van deze vijanden, maar is hetgeen hij hier zegt over deze menigte niet net zo zeer waar als het gaat over onze geestelijke doodsvijanden? O, als we enige indruk krijgen van de gevaren die ons bedreigen vanuit ons eigen vlees en de wereld, en als we de macht van satan zien; wie zal er dan hopen in eigen kracht staande te blijven? Zal er dan niet steeds weer in de binnenkamer tegen de HEERE gezegd worden: „in ons is geen kracht tegen deze grote menigte"? Ursinus en Olevianus leerden ons toch bidden: „Dewijl wij van onszelven alzo zwak zijn, dat wij niet een ogenblik zouden kunnen bestaan,... zo wil ons toch staande houden en sterken door de kracht Uws Heiligen Geestes". Beleven wij dat ook nog zo? Of kunnen we nog zoveel in eigen kracht? Och, dat het eens wat meer ingeleefd mocht worden dat er in ons geen kracht is! Want zo lang wij menen dat we zelf nog heel wat mans zijn, zullen we niet geneigd zijn onze ogen echt om hulp en uitkomst te richten op Hem Die alleen ons helpen kan. Is dit niet het grote euvel in ons vaderland, dat volk en overheid zo vaak „vlees tot hun arm stellen"?

Maar Josafat zucht niet alleen over eigen onmacht. Hoor! Hij spreekt ook van Gods almacht. Van de HEERE belijdt hij: „Ja, Gij zijt Heerser over alle koninkrijken der heidenen; en in Uw hand is kracht en sterkte, zodat niemand zich tegen U stellen kan". Ja, als er dan in ons werkelijk geen kracht is, zullen we het dan Josafat niet nazeggen: „Maar onze ogen zijn op U"? Zo zullen onze ogen immers op Hem geslagen zijn Die zegt: „Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht".

O, dan mogen nog grote dingen verwacht worden, dat zien we ook in deze geschiedenis. De HEERE antwoordt. Jahaziël mag het woord des HEEREN aan Josafat bekendmaken. Hoe luidde dat woord? Lees maar: „Vreest gijlieden niet en wordt niet ontzet vanwege deze grote menigte; want de strijd is niet uwe, maar Godes". Wat betekende dit voor Josafat? Jahaziël zegt: „Gij zult in deze strijd niet te strijden hebben; stelt uzelven, staat en ziet het heil des HEEREN met u, o Juda en Jeruzalem".

Zo'n belofte Gods behoort geloofd te worden! Zou de HEERE spreken en het niet doen? Maar ach, wie zijn eigen ongelovig hart, dat de HEERE zo wantrouwt, wat kent, die kan zichzelf toch wel voorstellen dat er zo veel ongelovige reacties mogelijk geweest waren. Maar nee, Josafat werd daar voor bewaard. En gelukkig zoekt hij dit keer zijn kracht niet in een bondgenootschap met het goddeloze huis van Achab, want op zulke coalities kan geen zegen rusten. Wat doet hij dan wel? Koning en volk geloven het woord des HEEREN! O, goddelijke genade, wanneer overheid en onderdanen gelovig buigen onder Gods woord! Ach, werd dat in ons vaderland meer gevonden. De HEERE heeft daar zo'n recht op. Josafat en Juda beseften dat nog en aanbaden eerbiedig ter aarde gebogen de HEERE. Ja, de zangers staan op en zingen Gods lof met luider stem. Nadrukkelijk roept Josafat de volgende morgen het volk op de HEERE te geloven, en trekt dan de vijand tegemoet met vóórop de zangers, die Gods heilige Majesteit moeten prijzen. En daarmee belijdt hij dat hij het verwacht van de HEERE. O, zie het leger hier optrekken. In hen is geen kracht, maar ze zingen van de eeuwige goedertierenheid des HEEREN.

En wat gebeurt er dan? Terwijl het leger nog onderweg is, ja op hetzelfde moment dat de zangers de lofzang aanheffen, begint de HEERE Zijn belofte te vervullen. Hij strijdt voor hen. Hij leidt het zo, dat die vijanden zich tegen elkaar keren en elkaar doden. Als Josafats leger aan de rand van de hoogte te Engedi gekomen is, zien ze in de laagte heel die grote menigte verslagen liggen. Zelf hebben ze er niets voor hoeven te doen. Wat is de HEERE een Waarmaker van Zijn woord! Is dat ook al uw bevinding? Hoe heerlijk wordt ons dat getoond in het borgwerk van Christus. Hij heeft de pers alleen getreden; geheel alleen de strijd voor Zijn volk gestreden. Daar was van u niets bij, daar kon van u ook niets bij. De overwinning over de hel en de zonde is door Hem behaald, voor een volk dat leert belijden: „in ons is geen kracht tegen deze grote menigte". Voor zulken sprak Hij: „Het is volbracht!" Hun ogen hoeven maar op Hem te zijn om het heil des Heeren te zien. Ziet u dat nog niet? O, leer dan smeken om geloofsogen om te zien op Jezus alleen. Ach, wat klagen wij dan nog, alsof we het zelf moeten opnemen tegen die menigte. Wat zullen zulken anders doen dan het verwachten van die sterke Held, Die nog steeds voor krachtelozen in het strijdperk wil treden.

Ds. W. van Benthem, Genemuiden

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1991

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Kracht in zwakheid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1991

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken