Bekijk het origineel

Ds. Kwast constateert met leedwezen gebrek aan eenheid in Geref. Kerken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ds. Kwast constateert met leedwezen gebrek aan eenheid in Geref. Kerken

Emeritus predikant voelt zich soms meer verwant met hervormden

6 minuten leestijd

LEEUWARDEN - De dominee is eenzamer geworden. Het aantal ouderlingen die een preek confessioneel kunnen doorzien, is vandaag zeer gering. Dat vindt de gereformeerde emeritus predikant ds. L. H. Kwast. De predikant —morgen wordt hij 65 jaar— noemt zich liever „bezorgd" dan „verontrust" over de ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken. Maar somber gestemd blijft hij. „Er is alleen maar een verdere afkalving te verwachten, kijk bij voorbeeld maar naar de trend van de statistiekcijfers. We verkeren in een geloofscrisis".

Ds. Kwast studeerde theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Dat vond zijn grootvader, afkomstig van de Gereformeerde Kerken onder 't kruis, maar niets. Voor hem was 'Amsterdam' zoveel als „de school van Kuyper".

„Mijn grootvader vroeg mij of de studenten ook onderwijs kregen in de praktijk der godzaligheid. Daarmee bedoelde hij of de universiteit zich ook bemoeide met ons persoonlijk geestelijk leven. Voor mijn grootvader stond vast dat aanstaande predikanten met hart en ziel gebonden moeten zijn aan de Heere God en de zaak van Jezus Christus".

Bevinding

Die „bevindelijke inslag" wil ds. Kwast ook nu gehonoreerd zien. „Bevinding, niet als normatieve kracht voor het geloofsleven, maar als een persoonlijke omgang met de Heere Jezus Christus". Maar bevinding mag niet versmald worden tot allerlei geestelijke ervaringen. „Het betekent de persoonlijke beleving van het heil, die even goed gestalte kan krijgen in een actieve inzet voor de naaste".

De persoonlijke omgang met Christus is in de Gereformeerde Kerken grotendeels verdwenen, zo constateert ds. Kwast. Hij vindt de benaming geloofscrisis voor zijn kerkverband daarom terecht. Voor een nadere verklaring hiervan gaat hij terug naar het verleden. „De spiritualiteit van de kerken der scheiding, hoe gebrekkig die ook kon zijn, is bij de vereniging van 1892 ondergesneeuwd onder het elan van de Doleantie met haar organisatorische kracht".

De Gereformeerde Kerken zijn, zo zegt ds. Kwast, na de Eerste Wereldoorlog een echte „kaderkerk" geworden. „Er was in de jaren dertig en veertig een groot tekort aan spiritualiteit. Toen de kaders begonnen weg te vallen, was er niets anders om hun taak over te nemen. Lange tijd bestond er in kringen van de Bond van jeugdverenigingen bij voorbeeld groot bezwaar tegen evangelisatie en getuigenis. Er moest vooral gestudeerdworden".

Bezorgd

Van zichzelf zegt ds. Kwast dat hij „tot de conservatieven" behoort. Maar, zo nuanceert hij, „ik denk erg historisch". „Geschiedenis is ontwikkeling. De kerken maken deel uit van de geschiedenis, dus zullen ook kerken zich ontwikkelen en posities heroverwegen en ter discussie stellen".

Wie terugkeert naar vroeger, geeft de geschiedenis een normerende kracht. Ds. Kwast vindt dat dat niet kan. Wel is voor hem „onopgeefbaar" de zaak waarvoor de Gereformeerde Kerken gestaan hebben, namelijk „de belijdenis van Christus, vertolkt in belijden, prediking, catechese en andere onderdelen". Die moet volgens hem gehandhaafd blijven. En in dat licht ziet hij een grote kloof tussen de huidige kerk en die van vroeger.

Pluralisme

„We zijn een zeer plurale kerk geworden. De veroordelende uitspraak over de verzoeningsleer van Herman Wiersinga is misschien wel de laatste confessionele uitspraak van de synode geweest. Een leeruitspraak zou nu betekenen een sanctie opleggen, en dat zou het uiteenbreken van de Gereformeerde Kerken inhouden", zo zegt ds. Kwast.

„Met groot leedwezen" zegt hij te hebben geconstateerd dat de Gereformeerde Kerken „bepaald geen eenheid meer zijn". Volgens hem wijkt momenteel een groot aantal gereformeerden fundamenteel af van het belijden der kerk, niet alleen in de periferie, maar ook in fundamentele zaken, zoals de verzoening en de opstanding van Christus. Wie zo belijdt, is eerlijker wanneer hij zijn ambt neerlegt, vindt ds. Kwast. Hij verwijst naar iemand als Busken Huet in de vorige eeuw.

Onderscheid

Ds. Kwast vindt het wel nodig om onderscheid te maken tussen „de zaak van het belijden" en de wijze waarop deze —in de belijdenis— geformuleerd wordt. Maar nu wordt de zaak vaak „weggeformuleerd", al blijft ook ds. Kwast pleiten voor actuele taal. „Ik belijd mijn geloof in de trant van de Heidelbergse Catechismus, maar als ik op de kansel sta, vind ik dat de taal niet modem genoeg kan zijn. Niet plat, maar zo, dat de boodschap van Christus doorklinkt. Je merkt dan dat mensen niet alleen horen, maar ook ophoren".

Verder vindt hij het van belang dat de ouderen de Naam van God weer relevant maken voor hun kinderen. Hij vraagt zich af of voor deze „terugwinning van relevantie" de Gereformeerde Kerken niet te rade zouden moeten gaan bij de Pinkstergemeenten. Wel zegt hij het gevaar van losmaking van de band tussen Woord en Geest te onderkennen. Maar „in die kringen zie je toch dat mensen opbloeien en hun Bijbeltje kapotlezen". Ook verwijst hij naar Zuid-Afrika, waar honderden mensen in de blanke kerken worden aangetrokken door allerlei spiritualisische bewegingen.

Zuid-Afrika

Persoonlijk raakte ds. Kwast enkele jaren geleden 'in opspraak' toen hij een reis maakte naar Zuid-Afrika die georganiseerd werd door het Comité Overleg Zuid-Afrika (COZA). De toenmalige synodevoorzitter dr. H. J. Kouwenhoven noemde deze keuze „onbegrijpelijk". Later volgde ook een reis naar Namibië. Spijt heeft ds. Kwast er echter niet van. „De reizen hebben mijn inzicht in de situatie verdiept", zegt hij.

De voorlichting van de kant van zijn synode, waarvan hij overigens drie keer lid is geweest, vindt hij „eenzijdig". De situatie in Zuid-Afrika is nu „zeer verwarrend". Zijn hoop is dat de gematigde richting van Mandela de overhand krijgt. Zijn bezoeken aan Zuid-Afrika leerden hem vooral dat zwarten totaal anders zijn dan blanken. „Om een voorbeeld te noemen: Democratie betekent bij voorbeeld voor de zwarte: Wie heeft de sterkste stier in de kraal?"

Niet verlaten

Ondanks zijn bezwaren denkt ds. Kwast er niet aan om zijn kerkverband te verlaten. Een oude boom moet je volgens hem nooit verplanten. Hij zegt wel eens mensen te hebben aangeraden om elders te gaan kerken, als ze werkelijk geen kant meer op konden. „Ik kan toch niet van hen vergen tot een hartkwaal toe lid te blijven van de Gereformeerde Kerken", zo zegt hij. Weggaan voor hem zelf wordt pas noodzakelijk „als men van mij zou vragen de Naam des Heeren te loochenen".

Ds. Kwast, die morgen zijn 65e verjaardag viert, blijft actief als redactielid van Centraal Weekblad. Bijna twintig jaar was hij eindredacteur van de Friese Kerkbode. Verder is hij lid van het Confessioneel Gereformeerd Beraad (de verontrusten). Hij verwacht overigens niet dat het aantal verontrusten nog zal groeien. Het is volgens hem een feit dat het overgrote deel van het kerkvolk conservatiever is dan de kerkleiding en „een gewone eredienst verlangt". Het Samen-op-Wegproces kan hij nu niet meer negatief beoordelen. Dat kon veertig jaar geleden nog wel. „Maar nu zijn we als hervormden en gereformeerden eikaars duplicaten geworden. Er zijn nu dwarslagen door de kerken heen ontstaan, waarbij ik me soms meer met hervormden verwant voel dan met eigen gereformeerden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1991

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Ds. Kwast constateert met leedwezen gebrek aan eenheid in Geref. Kerken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1991

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken