Bekijk het origineel

De aarde mag nog steeds niet om de zon draaien

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De aarde mag nog steeds niet om de zon draaien

Galileo Galilei moest als „heilzame boetedoening" elke week zeven boetpsalmen zeggen

10 minuten leestijd

„De bewering: De zon is het middelpunt van de wereld en voor zover het haar plaats betreft volstrekt onbewegelijk, is dwaas, filosofisch ongerijmd en formeel ketters, daar zij uitdrukkelijk in tegenspraak is met de ware woordbetekenis der Heilige Schrift en met de daarmee overeenstemmende uitlegging en opvatting van de kerkvaders en de geleerde theologen". Met deze uitspraak probeerde de Rooms-Katholieke Kerk 375 jaar geleden de wis- en sterrenkundige Galileo Galilei de mond te snoeren.

De paus zelf zat de vergadering voor. Men stelde toen ook maar vast dat een boek van Copernicus waarin deze ketterse beweringen eerder waren geuit, verboden was tot het „verbeterd" zou zijn. Dat besluit gold ook een commentaar van een augustijner monnik op het bijbelboek Job, waarin verdachte passages over de beweging van de zon voorkwamen.

Op 5 maart kwam het Heilig Officium, de hoogste instantie in de RoomsKatholieke Kerk voor beslissingen over leergeschillen, met deze besluiten naar buiten. Het lezen, het bezitten, het drukken of doen drukken van de gevaarlijke boeken werd ten strengste verboden. Iedereen die zo'n boek in bezit had, moest het bij de Inquisitie inleveren. Galileo Galilei mocht absoluut niet meer over de ketterse theorieën van Copernicus publiceren of doceren.

Galilei kwam er in 1609 achter dat een Nederlandse brillenslijper, Hans Lippershey uit Middelburg, erin geslaagd was om met behulp van lenzen een soort verrekijker of telescoop te bouwen. Galilei bouwde er zelf ook een . Met de senatoren van zijn woonplaats, San Marco in Venetië, beklom hij de klokketoren en daar liet hij zien hoe vage beelden van schepen in de verte ineens duidelijk op iemands netvlies konden verschijnen. In oorlogstijd is zoiets van onschatbare waarde en de hoogmogende heren van Venetië oordeelden dan ook dat de jaarwedde van Galilei, die in die tijd hoogleraar in de wiskunde was, verhoogd moest worden van 500 naar 1000 goudguldens. Bovendien benoemden ze hem tot hoogleraar voor het leven.

Succes

Maar voor Galilei was de verrekijker meer dan een stukje militair speelgoed. Hij maakte hem tot zijn wetenschappelijk instrument en richtte dat natuurlijk op de hemelkoepel. En met groot succes. Op zeven januari 1610 zag hij bij de reuzenplaneet Jupiter drie kleine sterren. Als geroutineerd waarnemer noteerde hij de juiste stand: twee links en een rechts van de planeet. Op acht januari stonden ze alle drie rechts van Jupiter. Er zat dus beweging in. Negen januari was het bewolkt. De tiende zag hij maar twee lichtpuntjes. Kennelijk was er een ster achter de planeet verdwenen. Nooit zag hij meer dan vier sterren rond Jupiter. Zijn conclusie was snel getrokken. Jupiter moest, net als de aarde, manen hebben. Met zijn verrekijker van brilleglazenkwaliteit slaagde hij er niet in de twaalf andere manen ook te localiseren, maar het lukte hem wel om de ontdekte exemplaren van elkaar te onderscheiden. Zodoende kon hij ook de omlooptijd van de vierde maan bepalen. Hij kwam op vijftien dagen. Niet slecht voor die tijd, want de juiste waarde bedraagt zestien en een halve dag.

Ook de sterrenwereld is door een verrekijker buitengewoon boeiend. Net als iedereen vandaag, zag Galilei met het blote oog maar zes sterren in het Zevengesternte. Door zijn kijker telde hij er echter 36. Ook de gordel van Orion blijkt op die manier meer dan tachtig sterren te hebben in plaats van de zeven met het blote oog zichtbare.

Ruggesteun

De meest ingrijpende ontdekking was toch dat Jupiter ook manen heeft. Om de reuzenplaneet bleek een planetenstelsel in het klein rond te draaien. Daarmee stond meteen vast dat niet alles in het heelal om de aarde draait. Die ontdekking was, hoewel geen bewijs, toch een enorme ruggesteun voor het copernicaanse wereldbeeld. In dat heUocentrische wereldbeeld draait de aarde, evenals de andere planeten, om de zon. Tot die tijd geloofde men algemeen in het geocentrische model. Daarin staat de aarde stil in het centrum van het zonnestelstel en de zon en de andere planeten en de hele sterrenhemel draaien om de aarde.

In tegenstelling tot Galileo Galilei (1564-1642) heeft de Poolse sterrenkundige Nicolaas Copernicus (1473-1543) het nooit in ernstige mate met kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders aan de stok gehad. Nu kan Copernicus ook geen oproerkraaierij verweten worden. Waarschijnlijk was de tekst van "De revolutionibus orbium coelestium libri sex" —zes boeken over de omwentelingen van de hemellichamen— al in 1532 klaar. Pas in 1543 werd het zesdelige standaardwerk gepubliceerd. Het eerste exemlaar kreeg Copernicus op 24 mei 1543, op zijn sterfbed. Voor het eerst in de geschiedenis stond zwart op wit dat de aarde in een jaar om de zon draait en ook nog in een dag om haar as. Ook het voorwoord dat de lutherse theoloog Andreas Osiander in "De Revolutionibus" schreef, nam kerkelijke commentatoren al heel wat wind uit de zeilen. Osiander stelde in zijn overigens anonieme voorrede: „Moge niemand wat betreft de hypothese, enige zekerheid van de astronomie verwachten, daar ze zoiets niet presteren kan, opdat hij niet, wanneer hij het voor andere doeleinden bedachte voor waarheid houdt, dwazer uit deze leer te voorschijn komt dan hij gekomen is". Het is zeer de vraag of Copernicus met deze voorstelling van zaken, als was zijn werk maar een hypothese, gelukkig geweest zou zijn.

Luther en Calvijn

Pas in 1616 zal het Heilig Officium het stelsel van Copernicus veroordelen. Luther en Calvijn deden er eerder al niet zo vriendelijk over. „De dwaas wil de gehele kunst van de astronomie omkeren", zei Luther. Of Calvijn Copernicus gekend heeft is de vraag: over zijn heliocentrisch wereldbeeld was hij in elk geval niet te spreken. In een preek over 1 Korinthe 10 en 11 zei de Geneefse reformator: „Wij zullen er sommigen zo dol ontmoeten, niet alleen in de godsdienst, maar om overal te tonen, dat zij een gedrochtelijke natuur hebben, dat zij zeggen, dat de zon niet beweegt en dat juist de aarde beweegt en een omloop volbrengt. Wanneer we dergelijke geesten zien, moet zeker gezegd worden dat de duivel van hen bezit genomen heeft, en dat God hen aan ons als spiegels voorhoudt, om ons in Zijn vreze te doen blijven".

Voor Copernicus bleef het, naast ook waarderende woorden, bij deze beperkte kritiek. Galilie zocht van meet af de publiciteit met zijn nieuwe theorieën en waarnemingen. De rooms-katholieke geestelijken die door Galilei uitgenodigd werden om door zijn kijker Jupiter te bestuderen, moeten bijna van de preek van Calvijn geweten hebben. „Als iemand de invloed van de duivel wil ontgaan, moet hij zorgen er niet mee in aanraking te komen", was hun devies. Velen weigerden dan ook te kijken.

Galilei zorgde er wel voor dat ze met zijn ideeën in aanraking kwamen. Als gevierd wis- en sterrenkundige genoot hij in de wetenschappelijke kringen van die dagen evenveel bekendheid als een hedendaagse astronaut. Vooral zijn boek "Dialogo" zette bij de Rooms-Katholieke leiders kwaad bloed. In die samenspraak zet hij de gedachten van Copernicus nog eens voor een breed publiek uiteen, terwijl hem in 1616 bevolen was zijn mond te houden over die theorie.

Eerste klap 

De veroordeling in 1616 was nog maar de eerste klap die de kerk toebracht. Definitief huisarrest krijgt Galileo in 1633. In de veroordeling staat dan onder meer: „Wij bepalen bij openbare afkondiging dat het boek "Dialogo" van Gahleo Galilei wordt verboden en veroordelen u tot een formele gevangenisstraf van dit Heilig Officium voor een tijd die wij willekeurig kunnen beperken, waarbij wij als heilzame boetedoening bevelen dat gij in de drie volgende jaren eens per week de zeven boetpsalmen zult opzeggen, terwijl wij ons het recht voorbehouden de bovengenoemde straffen en boetedoeningen te verzachten, te veranderen of op te heffen, hetzij geheel of gedeeltelijk".

Dat hij bij zijn veroordeling zou hebben opgemerkt „en toch draait zij", moet als een legende worden beschouwd. De sfeer was voor dat soort uitlatingen ook te ernstig, gezien de woorden die hij zeker uitgesproken heeft: „Mocht ik enkele van mijn genoemde beloften, verklaringen en eden (wat God verhoede) overtreden, dan onderwerp ik mij aan alle straffen en boetedoeningen die door de Heilige Canons en andere algemene en particuliere constituties tegen zodanige delinquenten zijn vastgesteld en uitgevaardigd. Zo helpe mij God en Zijn Heihge Evangeliën, die ik met mijn eigen handen aanraak".

Tycho Brahe 

Van gedeeltelijke opheffing van de straf is niet veel terechtgekomen en met zijn eer en aanzien was het voorgoed gebeurd. Galilei moest nog twee dagen in .het gebouw van de Inquisitie blijven en voor zijn verdere leven heeft hij zijn huis als zijn gevangenis moeten beschouwen. Zelfs aan zijn sterfbed stonden twee leden van de Inquisitie. De Rooms-Katholieke Kerk zou 200 jaar nodig hebben om tot andere gedachten te komen.

Het model van Copernicus was niet klakkeloos door alle sterrenkundigen van die tijd overgenomen. Vooral Tycho Brahe (1546-1601), een beroemd geworden Deense astronoom, verwierp het ste;lsel van Copernicus als onbijbels. '"Zelf ontwierp hij een systeem waarbij de centrale positie van de aarde bleef gehandhaafd. Hij liet de andere planeten wel om de zon draaien en samen mochten ze van hem om de aarde cirkelen. Het ingewikkelde model kwam in die tijd niet veel verder dan Brahes eigen studeerkamer, maar op dit moment heeft hij weer aanhangers onder de paraplu van de Tychonian Society.

Een bekend voorvechter van Brahes ideeën is de Nederlandse Canadees W. van der Kamp. In 1985 verdedigde hij het model van Tycho in zijn boek "Houvast aan het hemelruim". Volgens de beginselverklaring van de Tychonian Society houdt men vast „aan het bijbels getuigenis omtrent een aarde die niet kan worden bewogen, in ruste ten opzichte van de Troon van Hem Die haar tot aanzijn riep en derhalve in ruste in het middelpunt van het heelal. Dat wil zeggen: wij aanvaarden het model dat door Tycho Brahe is voorgesteld".

Ruimtevaartuigen

Met name de bevindingen van de ruimtevaart moeten mensen die een geocentrisch wereldbeeld willen verdedigen, voor grote problemen stellen. Bij de lancering van ruimtevaartuigen wordt gebruik gemaakt van de eigen snelheid die de aarde heeft. Dat is de snelheid die veroorzaakt wordt doordat de aarde om de zon draait. Dan komt daar nog bij dat de satellieten die als planeetverkenners op weg gestuurd zijn om verre reizen van miljarden kilometers naar de 'uithoeken' van ons zonnestelsel te maken, allemaal volgens de tijden van het ruimtespoorboekje aankomen bij de verschillende planeten. Dat spoorboekje is samengesteld op basis van het copernicaanse model, waarin de planeten hun banen om de zon trekken. Zo zijn de Voyagers, de Mariners, de Vikings en alle andere planeetverkenners allemaal tot vrijwel op de kilometer en het uur nauwkeurig op de geplande plek aangekomen.

Datzelfde geldt ook voor het traject dat Galileo, het ruimtevaartuig dat op dit moment naar de planeet Jupiter onderweg is, al heeft afgelegd. Bij die reis wordt gebruik gemaakt van het zwaartekrachtveld van Venus en de aarde. Galileo heeft al een baantje rond Venus gemaakt en met de eerste scheervlucht over de aarde, vorig jaar december, lag het ruimteschip precies op schema. Nog één keer zal Galileo in december 1992 om de aarde geslingerd worden, om dan definitief koers te zetten richting Jupiter. Groter postuum eerbetoon aan de verguisde Galilei is in de twintigste eeuw moeilijk uit te voeren.

Maansverduistering 

Al te krampachtig vasthouden aan een bijbelwoord is in sterrenkundige zaken ook niet op zijn plaats. De Bijbel beschrijft de heilsgeschiedenis en is geen astronomisch handboek. Vandaar ook dat astronomische zaken in alledaagse taal worden meegedeeld. In de strijd bij Jozua had het er alles van weg dat de zon stil bleef staan, toen de zonshoogte gedurende een paar uur niet veranderde. Daarom staat er ook dat de zon stilstond. En om diezelfde reden komt vandaag de zon nog steeds op en gaat hij nog steeds onder. Ook de best geschoolde astronomen plegen zich zo uit te drukken, terwijl ze beseffen dat er in werkelijkheid iets anders gebeurt.

Vasthouden aan een onbeweeglijke aarde in het centrum van het zonnestelsel kan daarom misschien het best vergeleken worden met het hardnekkig geloven in een vierkante of rechthoekige aarde —omdat er in de Bijbel ook van de hoeken der aarde wordt gesproken— terwijl bij elke maansverduistering de aarde een cirkelvormige schaduw op de maan werpt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 maart 1991

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

De aarde mag nog steeds niet om de zon draaien

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 maart 1991

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken