Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van Amelsvoort een beetje op herhaling

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van Amelsvoort een beetje op herhaling

Beperking aftrek consumptief krediet tien jaar geleden al in wetsvoorstel vastgelegd

7 minuten leestijd

DEN HAAG - Als staatssecretaris Van Amelsvoort (Financiën) een persoonlijk archief bijhoudt, zal hem bij het doorbladeren daarvan dezer dagen ongetwijfeld een merkwaardig glimlachje om de lippen spelen. Deze week is het immers precies tien jaar geleden dat koningin Beatrix haar handtekening plaatste onder een wetsvoorstel om de belastingaftrek van rente op hypotheken en op consumptief krediet te beperken.

Op grond van de afspraken die in het kabinet-Lubbers-Kok (CDAPvdA) in het kader van de tussenbalans zijn gemaakt, staat Van Amelsvoort de komende periode voor de taak om in ieder geval de renteaftrek voor consumptief krediet te beperken. In zekere zin gaat de staatssecretaris van financiën daarbij de komende maanden op herhaling.

Het wetsvoorstel van destijds werd voorbereid en ingediend door het CDA-duo Van der Stee en Van Amelsvoort, respectievelijk minister en staatssecretaris van financiën in het kabinet-Van Agt-Wiegel (CDA-VVD). In de jaren die volgden, werd het vervolgens aangescherpt door het kabinet-Van AgtDen Uyl (CDA-PvdA-D66), weer afgezwakt door het derde kabinetje-Van Agt (CDA-D66) en uiteindelijk, op 1 juni 1984, ingetrokken door het kabinet-Lubbers-Van Aardenne (CDA-VVD).

Met het uiteindelijke resultaat van zijn eerste inspanningen op het terrein van de renteaftrek op het consumptieve krediet kan Van Amelsvoort dan ook niet erg gelukkig geweest zijn. Want tot een debat in de Tweede Kamer over zijn toenmalige voorstellen is het nooit gekomen. De parlementaire behandeling van het voorstel bleef steken in een schriftelijke gedachtenwisseling met de diverse kabinetten die elkaar begin jaren tachtig snel opvolgden.

Opmerkelijk

Het meest opmerkelijke blijft dat het aanvankelijk CDA en VVD waren die het aandurfden om de in Nederland vrijwel heilig verklaarde hypotheekrente-aftrek ter discussie te stellen. De hypotheekrente-aftrek zou beperkt worden tot hypotheekschulden tot 540.000 gulden.

De aftrek van rente op andere schulden in de privé-sfeer, zoals consumptief krediet, werd eveneens aan banden gelegd. Rente op privéschulden mocht worden afgetrokken voor een bedrag dat overeenstemde met rente uit (privé-)vermogen. Als de rente op schulden hoger uitviel, was de eerste 5000 gulden nog volledig aftrekbaar en alles daarboven slechts voor de helft.

Het voorstel had, met een overgangstermijn van twee jaar, in moeten gaan met terugwerkende kracht tot 1 januari 1981. De Raad van State, het hoogste adviesorgaan van de regering, vond echter dat het voorstel in deze vorm grondig moest worden herzien. Vooral de beperking van de hypotheekrenteaftrek zou volgens de Raad van State tot onbillijkheden kunnen leiden.

Nadat CDA en VVD bij de verkiezingen van 1981 hun meerderheid in de Tweede Kamer hadden verloren, trad na een slepende formatieperiode het kabinet-Van AgtDen Uyl aan, met op Financiën weer minister Van der Stee, maar nu met een socialistische staatssecretaris, J. C. Kombrink.

Hardere aanpak

Dat vechtkabinet was slechts een kort leven beschoren: van 11 september 1981 tot 29 mei 1982. De PvdA wist echter haar voorkeur voor een hardere aanpak van de hypotheekrente-aftrek in die korte periode nog wel door te drukken. De renteaftrek werd op papier verder ingesnoerd tot hypotheken van 430.000 (was 540.000) gulden met ingang van 1983. De aftrek van rente op schulden in de privé-sfeer ging bovendien omlaag van 5000 tot 3500 gulden; daarboven was de helft aftrekbaar. Eind maart 1982, twee maanden voor het kabinet van CDA en PvdA viel, ging dat voorstel naar de Raad van State. Het kon niet meer worden ingediend bij de Tweede Kamer.

De Kamer kreeg vervolgens van het rompkabinetje van CDA en D66, dat bleef zitten tot er nieuwe verkiezingen waren gehouden, een wetsontwerp waarin de aftrek van rente op privé-schulden werd gewaarborgd tot 7500 gulden (meer dan het dubbele van het bedrag waarmee de PvdA akkoord was gegaan) en voor de helft boven dat bedrag. Het was een bedrag waarover de PvdA verzuchtte dat dit, bij een rente van 10 procent, betekende dat, zonder enige ontmoediging door de belastingen, maar liefst 75.000 gulden kon worden geleend.

Twee weken voor het aantreden van het eerste kabinet-Lubbers (op 4 november 1982) reageerde de Tweede Kamer in een voorlopig, schriftelijk verslag op dat voorstel. Op dat moment, zoals toen ook de CDA en VVD waren de eersten die het aandurfden om de hypotheekrente-aftrek ter discussie te stellen. De hypotheekrente-aftrek zou in eerste instantie beperkt worden tot hypotheekschulden tot 540.000 gulden. in de oppositie gedrongen PvdA erkende, waren de sociaal-economische omstandigheden inmiddels drastisch gewijzigd. De markt voor eigen woningen verkeerde in een malaise en de explosieve groei van het consumptief krediet uit de jaren zeventig was afgezwakt.

Scheve verhouding

Toch was er nog steeds alle reden om bij voorbeeld consumptief krediet aan te pakken, meende de PvdA. Wie consumptie uitstelt door te sparen, moet belasting betalen op genoten rente. De burger die voortijdig consumeert op krediet, krijgt een belastingvoordeel mee door de aftrekbaarheid van zijn verschuldigde rente. Dat is en blijft een scheve verhouding, zo betoogden de sociaal-democraten. Het CDA kende daarentegen vanaf 1982 doorslaggevende betekenis toe aan de omslag in de economie.

De excessen van de jaren zeventig, waarbij burgers zich vaak diep in de schulden staken, hadden er bijna toe geleid dat het CDA zelf M. J. J. VAN AMELSVOORT .. :op herhaling... met een initiatief-wetsontwerp was gekomen om daar paal en perk aan te stellen, maar die tijd was volgens de christen-democraten nu voorbij.

Vrijwel niemand beschouwde na 1982 het kopen van een eigen woning nog als een aantrekkelijke methode om in korte tijd belangrijke vermogenswinsten te maken, zo signaleerde het CDA. Nieuwe woningen boven de 430.000 gulden (de grens voor de aftrekbaarheid van hypotheekrente) werden nauwelijks meer gebouwd. Mensen die per jaar meer dan 7500 gulden aan rente op consumptief krediet betaalden waren bovendien uiterst schaars.

Het wetsvoorstel was daarom in aanzienlijke mate achterhaald, concludeerde de CDA-fractie. , De nieuwe coalitiepartner van het CDA, de VVD, deelde die visie. Premier Lubbers liet de Tweede Kamer op 19 november 1982 weten dat zijn kabinet het voorstel niet verder zou verdedigen. Het zou toch nog een kleine twee jaar duren voordat minister Ruding van financiën op 13 juni 1984 het wetsvoorstel definitief introk.

Hoge Raad

De reden van die vertraging was, zo schreef Ruding, dat de beperking van de hypotheekrente-aftrek weliswaar van de baan was, maar dat over rente op privé-schulden nog moest worden nagedacht. De doorslag gaf uiteindelijk dat voor excessen met schuldconstructies inmiddels langs andere weg —via uitspraken van de Hoge Raad— een stokje was gestoken.

Terugkijkend zijn er twee hoofdoorzaken aan te voeren waarom het oorspronkelijke initiatief van Van Amelsvoort (en anderen) om de renteaftrek in Nederland aan te pakken, mislukte. Toen de markt voor koopwoningen begin jaren tachtig instortte en de hausse in het consunlptieve krediet slechts van tijdelijke aard bleek, trokken CDA en VVD al snel de conclusie dat het middel om bij de renteaftrek voorkomende excessen tegen te gaan, te ingrijpend en te zwaar was.

De politieke ontwikkelingen aan het begin van de jaren tachtig, met snel wisselende coalities, belemmerden bovendien snelle besluitvorming, zodat er amper tijd was voor de noodzakelijke bezinning. Het uiteindelijke voorstel was daarom te veel het resultaat van een compromis tussen coalitiepartners en voormalige coalitiepartners, en dat heeft de regeling gecompliceerder gemaakt dan nodig was, zoals het GPV dat destijds taxeerde.

Echtscheiding

Bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen in het begin van de jaren tachtig vormden bovendien een belangrijk bijkomend probleem. Er kwam een echtscheidingsgolf los in de Nederlandse samenleving, waarbij mensen die uit elkaar gingen hun eigen huis vaak met verlies moesten verkopen. Om vervolgens toch de hypotheek af te kunnen lossen moesten zij daarvoor wel privé-leningen aangaan.

Maar niet alleen die categorie zou worden getroffen door de beperking van de renteaftrek op privé-leningen. Ook ouders uit lagere en midden-inkomensgroepen, waar kinderen in veel groteren getale gingen studeren, moesten daarvoor vaak aanvullend krediet opnemen.

Voor die groepen • kon echter geen uitzondering worden gemaakt. Dan zou het hek van de dam zijn, werd de wetstoepassing nodeloos ingewikkeld en werd fraude uitgelokt, zo hebben coalities van uiteenlopende samenstelling sindsdien steeds volgehouden. De vraag of een privé-lening wordt gebruikt voor consumptieve doeleinden of voor onvermijdbare uitgaven wegens persoonlijke omstandigheden (verplichtingen), is eigenlijk niet te beantwoorden, zo concludeerde de politiek." Onderscheid bij de renteaftrek kun je dan ook niet maken.

Staatssecretaris Van Amelsvoort doet er voorlopig waarschijnlijk goed aan zijn persoonlijk archief nog even goed te bewaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 19 March 1991

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Van Amelsvoort een beetje op herhaling

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 19 March 1991

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken