Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Slowaken op zoek naar erkenning

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Slowaken op zoek naar erkenning

Slavische minderheid geeft Havel de nodige kopzorgen

8 minuten leestijd

De kleine Slavische volkeren in Midden- en Zuidoost-Europa hebben het in het verleden niet gemakkelijk gehad. Zij waren te zwak om tussen de machtige buren een eigen staat te creëren. Aan de andere kant waren zij wel sterk en vitaal genoeg om hun nationale identiteit onder de vreemde heerschappij of in welk staatsverband dan ook te bewaren. Zij bestaan nog steeds. Nu de communistische dictatuur is weggevallen, laten zij van zich horen. De vijf miljoen Slowaken in Tsjechoslowakije zijn slechts een voorbeeld. Wel een apart voorbeeld.

Eeuwenlang leefden de Slowaken binnen de Hongaarse invloedssfeer. Zij werden aan het begin van de elfde eeuw door de krijgshaftige Hongaren onderworpen en bleven deel van het Hongaarse koninkrijk uitmaken tot en met de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).

De grenzen van Hongarije veranderden voortdurend door de Turkse aanvallen vanuit het zuiden. Nadat de Turken in 1453 Constantinopel hadden veroverd en daarmee een einde aan het Byzantijnse Rijk hadden gemaakt, kwamen de Hongaren aan de beurt.

In de strijd tegen de Turken, waaraan ook de Slowaken deelnamen, moesten de Hongaren het onderspit delven. Overgrote delen van het toenmalige Hongaarse koninkrijk, inclusief Boedapest, vielen gedurende de zestiende eeuw in Turkse handen. Echter niet de noordelijke gebieden die door de Slowaken werden bewoond. Dit gereduceerde koninkrijk Hongarije, ongeveer het huidige Slowakije, raakte in handen van de rooms-katholieke Habsburgers. Bratislava, dat in het Hongaarse Pozsony heette, werd de hoofdstad en dit Hongarije werd bestuurd vanuit Wenen.

Hongaarse overheersing

Na de verdrijving van de Turken bleef Hongarije deel uitmaken van het Habsburgse Rijk en Slowakije op zijn beurt weer van Hongarije. De Hongaren waren geen gemakkelijke heren. Waar mogelijk trachtten zij de Slowaken te magyariseren (tot Hongaren om te vormen). De druk werd in het begin van de negentiende eeuw voor de Slowaken ondraaglijk toen de Hongaarse autoriteiten zelfs eisten dat de Slowaakse priesters alleen in de Hongaarse taal zouden schrijven, spreken en preken. Dit had het einde van de Slowaakse natie kunnen betekenen.

De reactie van Slowaakse zijde bleef niet ,uit. Allerlei geheime patriottische genootschappen schoten als paddestoelen uit de grond, met als doel de Slowaakse verlangens naar vrijheid meer gestalte te geven. Vooral de jonge Slowaakse intellectuelen hebben in de jaren veertig van de negentiende eeuw baanbrekend werk voor hun natie verricht. Zij keerden zich radicaal tegen de verguisde Hongaarse taal en keken met bewondering naar de naburige Tsjechen, die toen in de Habsburgse monarchie al heel wat meer vrijheden genoten en politieke en economische emancipatie met de Duitsers nastreefden.

Revolutiejaar 1848

De Tsjechen golden voor de Slowaken in menig opzicht als voorbeeld, te meer daar de Tsjechische taal het dichtst bij de Slowaakse moedertaal stond. In die tijd hadden de Slowaken niet eens een officiële schrijftaal. Er bestonden wel verschillende dialecten. Pas in 1844 werden in Slowakije de grondslagen voor de Slowaakse standaardtaal gelegd.

Het revolutiejaar 1848 ging aan de Slowaken niet ongemerkt voorbij. Enkele duizenden kwamen in opstand tegen de Hongaarse heersers, die op hun beurt weer in een opstand verwikkeld waren tegen de keizer in Wenen. De Slowaken eisten van de Hongaren een eigen landdag en meer rechten voor het gebruik van de Slowaakse taal op Slowaaks grondgebied. Zij kregen nul op het rekest.

Als gevolg van de belangrijkste constitutionele hervorming in 1867 werd het Habsburgse Rijk in twee zelfstandige staten gesplitst, een Oostenrijks en een Hongaars deel. Samen vormden zij de zogenaamde Dubbelmonarchie (de "Kuk Monarchie") onder het gezag van de keizer, die tegelijk koning van Hongarije was.

Tsjechoslowakije

Het lot van de Slowaken in het overwegend agrarische gedeelte van Hongarije, waar grote magnaten het voor het zeggen hadden, was onvergelijkelijk zwaarder dan dat van de Tsjechen in de Oostenrijkse helft. Terwijl de Tsjechen in Oostenrijk aan het politieke leven konden deelnemen en zich ontplooien, bleven de Slowaken in Hongarije van elementaire politieke rechten verstoken.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog viel de Dubbelmonarchie uit elkaar. Op haar grondgebied ontstond een reeks nieuwe staten, waaronder de Tsjechoslowaakse Republiek. Voor de eerste keer in de geschiedenis (indien wij de banden van het hertogdom Bohemen met Slowakije in de tiende eeuw buiten beschouwing laten) kwamen de Tsjechen en Slowaken samen in een staatsverband. Een grote rol bij de stichting van Tsjechoslowakije speelden de Tsjechen T. G. Masaryk en E. Benes en de Slowaak R. Stafanik.

Het bewind van president Masaryk deed veel voor Slowakije. Vergeleken met de Tsjechische landen Bohemen en Moravië was het een arm en onderontwikkeld gebied. Masaryk liet scholen bouwen, zorgde voor een administratief apparaat en bevorderde de industrie. Aangezien er aanvankelijk niet genoeg Slowaakse geschoolde krachten waren, werden er uit de Tsjechische landen duizenden leraren en ambtenaren naar Slowakije gestuurd.

Fascistisch Slowakije

Toch was er ook veel kritiek op Masaryk en de zijnen, met name van conservatieve katholieke zijde. De partij die zich tegen Masaryk keerde, heette de Slowaakse Volkspartij en stond onder leiding van de priester Andrej Hlinka. Zij zagen in Masaryk een staatsman die zich vooral door het protestantisme liet leiden en de Tsjechische protestanten bevoordeelde boven de Slowaakse rooms-katholieken. Hlinka pleitte voor verregaande autonomie en schuwde zelfs samenwerking met nazi-Duitsland niet in een periode dat het bestaan van Tsjechoslowakije steeds meer werd bedreigd door het Duitse Rijk.

Hlinka overleed in 1938. Zijn opvolger Jozef Tiso, een hoge katholieke geestelijke, heeft een belangrijke rol gespeeld in de beruchte periode na de Münchencrisis van 1938. Op 14 maart 1939 riep hij met steun van Hitler de onafhankelijke Slowaakse staat uit, terwijl de Wehrmacht van de Führer op hetzelfde moment Bohemen en Moravië bezette.

Tiso werd president van fascistisch Slowakije en was een trouwe handlanger van Hitler. De Slowaakse staat nam onder zijn leiding een fel anti-joodse houding aan, met de meest vérstrekkende anti-joodse wetgeving van al Hitlers bondgenoten. De consequenties voor de joodse bevolking waren desastreus. De gehele joodse populatie, bijna 60.000 mensen, werd opgepakt en naar vernietigingskampen gestuurd.

Centralisme

Het is bekend dat de meerderheid van de Slowaken de collaboratie met Duitsland verafschuwde. In augustus 1944 brak er in Midden-Slowakije een opstand uit, die zich snel verspreidde. Het duurde enkele maanden eer de Duitsers de Slowaakse opstandelingen konden verslaan. Een van degenen die aan de opstand deelnamen was de lafere partijleider Gustav Husak. Tiso en enkele anderen werden na de oorlog ter dood veroordeeld en terechtgesteld.

Het naoorlogse democratische Tsjechoslowakije was geen lang leven beschoren. President Benes trachtte uit de fouten van het verleden te leren. Hij was een voorstander van Slowaakse autonomie, maar de zaken verliepen anders nadat de communisten in 1948 de macht hadden gegrepen. Alles werd nu centralistisch vanuit Praag bestuurd, de Slowaakse autonomie werd teruggedraaid en het gehele land in provincies ingedeeld. Husak en enkele andere Slowaakse communistische leiders werden beschuldigd van „bourgeois-nationalisme" en verdwenen voor jaren achter de tralies

Federatiemodel

Het Praagse centralisme zat de Slowaken dwars, zowel de communisten alsook partijlozen. Vooral de stalinistische partijleider en president Ahtonin Novotny (1953-1968) berokkende door zijn uitgesproken anti-slowakisme de betrekkingen tussen Tsjechen en Slowaken grote schade.

In de hervormingsbeweging die in 1968 in de Praagse Lente uitmondde, vormden de Slowaakse communisten een belangrijke factor. Progressief (Alexander Dubcek) of conservatief (Vasil Bilak), zij allen waren in één opzicht eensgezind: Novotny moest weg.

Onder Dubcek werd gedurende de Praagse Lente een nieuwe staatsvorm voorbereid, een federatie van twee gelijkgerechtigde republieken. Op 1 januari 1969 werd deze federatie gerealiseerd. Toen was de Praagse Lente al verregend en Dubcek praktisch machteloos. Uiteindelijk bleek de installering van het federatiemodel de enige hervorming die was overgebleven. Maar ook deze was onder de dogmaticus Husak flink uitgehold. Net als vroeger bestuurden de communisten alles weer vanuit Praag en kreeg Bratislava slechts de rol van dependance toebedeeld.

In november 1989, tijdens de Fluwelen Revolutie, kwam het communistische regime in Tsjechoslowakije ten val. Hieraan hebben zowel Tsjechen als Slowaken broederlijk meegewerkt. Onder het bewind van president Vaclav Havel is Tsjechoslowakije een federatie geworden met de officiële naam "Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek".

Problemen

De echte problemen ontstonden pas bij de concrete afbakening van de competenties tussen de regeringen van beide republieken enerzijds en de overkoepelende regering anderzijds. Een deel van de Slowaken, onder wie de Slowaakse premier Vladimr Meciar, is voorstander van een lossere federatie. De anderen steunden Havel, die voor een sterke federale regering pleit, omdat de ingrijpende economische hervormingen nu eenmaal een daadkrachtige federale overheid vereisen.

De groep van Slowaken die afscheiding wil, leden en aanhangers van de Slowaakse Nationale Partij, is relatief klein, ongeveer 3 tot 5 procent. Zij is echter groot genoeg om een plein in Bratislava te vullen en luidruchtig genoeg om in het buitenland (en in Praag uiteraard) aandacht te trekken. In de gelederen van deze partij bevinden zich ook lieden inet aantoonbare fascistische ideeën. Zij hebben Vaclav Havel onlangs bij zijn bezoek aan Bratislava uitgejouwd.

Toch bestaat in Tsjechoslowakije geen gevaar voor het uiteenvallen van de republiek, laat staan dat er een bloedbad zoals iaJoegoslavië valt te vrezen. Maar het zal ook Tsjechoslowakije en zijn president nog de nodige kopzorgen kosten eer een aanvaardbare oplossing zal worden gevonden voor de Slowaakse kwestie, die door de communistische leiders vier decennia lang is veronachtzaamd.

De auteur doceert Eigentijdse Midden- en Oosteuropese Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit te Groningen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 maart 1991

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Slowaken op zoek naar erkenning

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 maart 1991

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken