Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Die zich aangordt, beroeme zich niet als die zich losmaakt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Die zich aangordt, beroeme zich niet als die zich losmaakt

7 minuten leestijd

Twintig jaar Reformatorisch Dagblad. Hoe zal de (nabije) toekomst eruitzien voor de christelijke pers? Zal zij nog bestaansrecht hebben? Een poging tot verkenning van haar toekomst vanuit de praktijk van het gemeentelijk leven.

Het behoort tot de goede gebruiken om een jarige geluk te wensen. Het RD is, om zo te zeggen, niet uit de lucht komen vallen. Zeggen we te veel wanneer wij stellen dat het werd opgericht toen anderen zijn ten onder gegaan in de slijtageslag met de secularisatie? Dat bewaart ons voor een al te uitbundige felicitatie. Die zich aangordt —ook nog na twintig jaar— beroeme zich niet als die zich losmaakt. Wij moeten oppassen dat we met het RD niet dezelfde weg gaan. Gearriveerdheid is niet alleen gevaarlijk maar ook verwerpelijk.

Schaduw

Bij dit jubileum zijn schaduwpartijen te constateren. Is dit dagblad de krant van reformatorisch Nederland geworden? Is hel niet wat pijnlijk dat er na twintig jaar nog maar ruim 50,000 abonnees zijn? Je kunt —op dat getal afgaande— met de beste wil van de -reformatorische- wereld niet zeggen dal deze krant algemeen geaccepteerd is, om geen sterker woord te gebruiken. Hoevelen in het potentiële lezersbestand prefereren toch een streekblad of een ander landelijk dagblad? Je kunt die vraag ook uilbreiden tot het toekomstbeeld van het geheel van de christelijke pers.
Dit houdt ons ook bezig wanneer wij kijken naar het kerkelijke leven aan de basis. Daar waar de krant elke dag in de bus valt, in de gezinnen. Er zijn delen van het kerkelijke leven waarin de secularisatie — de loskoppeling van leven en denken van God en Zijn Woord— ver is doorgedrongen. In dit geval zijn christenen en christelijke gezinnen lol eenlingen en restanten gereduceerd. De 'winst' in dergelijke situaties is dat hel overblijfsel veelal zeer sterk is gemotiveerd in geestelijk en kerkelijk opzicht. De dankbaarheid voor wal ons nog in de christelijke pers gelaten is, is er vaak groot. Kunt u het zich indenken hoezeer op dit deel van het lezersbestand veel pietluttige kritiek, die ook deze krant soms te verduren krijgt, over zou kunnen komen als lachwekkend wanneer zij niet zo zorgwekkend was?

Rooskleuriger?

Het beeld lijkt rooskleuriger in de gemeenten van de onderscheiden kerkgenootschappen waar de secularisatie minder ver is opgerukt. Er is nog sprake van een (redelijk) goede kerkgang en een actief gemeenteleven. Het RD zal in deze sector betrekkelijk veel abonnees tellen. Toch klemt de vraag hoe de toekomst van de christelijke bladen die men — ook ter ontspanning— leest, eruitziet. Hoe zullen factoren als secularisatie, ontkerkelijking, televisiebezit etcetera inwerken op de invloed van de christelijke/reformatorische pers?

Als ik deze problematiek aan de orde stel vanuit de praktijk van het gemeentelijke leven, kan ik slechts de stand van zaken in eigen gemeente en kerkverband beoordelen. Al zullen er niet zulke grote verschillen met anderen zijn. Ik vrees dat in veel gezinnen, van welke kerkelijke kleur en snit ook, de christelijke pers een flink aantal concurrenten heeft. Hoeveel kerkelijk meelevenden kopen 's maandags een neutrale krant om op de hoogte te blijven van de zondagssport, als tenminste de televisie hen al niet op de hoogte heeft gebracht? En persoonlijk is het me meer dan eens overkomen dat ik zelfs —of juist?- bij oudere gemeenteleden bladen als Privé en Story de lectuurbak zag 'sieren'. Ons kerkelijk publiek —vergeef me de uitdrukking- blinkt in de regel niet uit door een gezond oordeel des onderscheids. Dal geldt veelal ten aanzien van de prediking, maar evenzeer tegenover allerlei wat zich vanuit wereldse pennekoker of vanaf de beeldbuis aandient. Men verorbert rijp en groen en is in de regel bitter weinig onderlegd en derhalve niet in staat datgene wal aan informatie en verstrooiing wordt geboden op zijn merites te beschouwen.
Een te somber beeld? Ik vrees van niet. De vluchtigheid, eigen aan heel het moderne leven, heeft ons veel dieper aangegrepen dan men vaak wil aannemen. Kort is —in doorsnee— de spanningsboog van aandacht en betrokkenheid. Men is gespitst op koppen in de krant en soms ook op kreten in de preek. Ik acht dat een van de duurste vormen van tol, die betaald wordt aan de moderne lijd. Er zijn gelukkig in elke gemeente kernen die anders doen en denken. Maar de vrees is gewettigd dal de secularisatie geenszins aan haar einde is en dal zich nog heel wal aan verderf in allerlei opzicht zal openbaren.

Interesse

Wij hebben in de doorsnee gereformeerde gezindte te kampen met een huiveringwekkende afwezigheid van, dan wel een benauwend gebrek aan interesse. Dat is te tasten op geestelijk gebied en velen bezitten ook ten aanzien van de problemen op wereldschaal een ver-van-mijn-bed-mentaliteit. Zoiets kan betekenen dat de christelijke pers permanent en misschien wel in toenemende mate geconfronteerd wordt met een beperkte armslag en reikwijdte. Haar bestaan kan iets van een belegerde stad hebben. Dat zou wel eens minder erg kunnen zijn dan de lauwheid van haar eigen 'burgers'. Ik hoop overigens van ganser harte dat ik de plank mis sla. Sterker nog, ik hoop, met vele anderen, op een hernieuwde krachtige werking van Gods Geest, regenererend en verfrissend. Wat zou het een ongekende zegen zijn als de Heere daarin de christelijke pers zou willen gebruiken.

Overwegingen

Een aantal zaken verdient (ter afronding) overweging. In de eerste plaats dit: wanneer zullen wij — tot in deze krant toe— in onze gezindte eindelijk eens ophouden elkaar te bevechten, te verbijten en te vereten? Ik uit deze verzuchting in de overtuiging dat deze zaak onze kracht en ons getuigenis in de pers naar buiten toe breekt en verlamt. Laat voorts het geheel van de pers onder ons eens wat minder in concurrentietermen denken en trachten gezamenlijk op te trekken. Men kan dit verslijten voor typische domineespraat, hetzij zo! De verschijning van diverse kranten, bladen en periodieken binnen onze brede gezindte is nogal eens gepaard gegaan met minder verheffende tonelen. Zoiets werkt ook naar binnen toe bepaald niet goed en lokt niet aan tot een zich abonneren. In de derde plaats —en dan richt ik mij in 't bijzonder tot dit blad— hoop ik van ganser harte dat allen die bij de verschijning betrokken zijn, de wijsheid gegeven zal zijn en worden om de volle breedte van ons volksdeel in het oog te houden.
Hier kan een spanningsveld liggen ten aanzien van het bewaren van de eigen identiteit en het gedachtengoed van hen die destijds 'aan de wieg' van het dagblad stonden. Het is een heel ding om identiteitsgebonden een blad te brengen dat een plaats heeft in zeer diverse interessesferen. Er zijn helaas in dit opzicht schepen op het strand. De rest van het spreekwoord is bekend. Maar er mag ons veel aan gelegen zijn om het erfgoed van de Reformatie — in theologie, ethiek en wereldbeschouwing— uit te dragen ondereen zo breed mogelijk publiek.

De jeugd

Het antwoord op de 'toekomstvraag' heeft ten slotte heel veel te maken met de vraag in hoeverre het RD de jeugd zal weten aan te spreken. Natuurlijk ligt hier een taak voor de ouders. Echter, ook de krant zelf zal zich die uitdaging bewust moeten zijn en haar aan moeten gaan. Ik ben blij met de pagina voorde jeugd maar wellicht kan erin dit opzicht nog meer gebeuren. Uiteindelijk is er een goede mogelijkheid om onze jeugd te informeren en te opiniëren. Soms denk ik wel eens dat onder onze jeugd het tij keert en dat een ,,wolkje als eens mans hand" opkomt.

Veel van de toekomst —ook van dit blad— is onbekend. Ook ten aanzien van de plaats in eigen kring en in het geheel van de Nederlandse samenleving. Maar kleine kracht te hebben is geen schande, is zelfs ten diepste geen belemmering. Wordt het Woord bewaard, ook in de kolommen van een dagblad, dan zal Gods zegen zich openbaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 april 1991

Reformatorisch Dagblad | 64 Pagina's

Die zich aangordt, beroeme zich niet als die zich losmaakt

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 april 1991

Reformatorisch Dagblad | 64 Pagina's

PDF Bekijken