Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Keniaan koopt kleren op de markt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Keniaan koopt kleren op de markt

Regering komt met importverbod om eigen industrie te beschermen

4 minuten leestijd

NAffiOBI - Wie Alice Atieno niet kent, zou denken dat ze een tieel goed betaalde baan heeft. De 25-jarige typiste draagt perfect zittende wollen mantelpakjes en zijden jurken, die in Nairobi's duurste kledingzaken meer dan veertig dollar per stuk kosten. Voor Alice, met haar inkomen van 25 dollar per maand, zijn die kieren vrijwel onbetaalbaar.

Maar Alice Atieno doet, evenals duizenden andere Kenianen, haar inkopen op de markt in Gikomba, een paar kilometer ten noordoosten van Nairobi. Op deze markt, een van de grootste in heel Afrika, wordt geïmporteerde tweedehandskleding verkocht, voor prijzen die vijftig keer lager liggen dan in de gewone winkels. Alle textiel is hier te koop: van wollen kleding en zijden ondergoed tot beddelakens en gordijnen. Jaarlijks worden hier miljoenen kledingstukken verhandeld. .

De handel in tweedehandskleding wordt aangemoedigd door enorme mazen in de importbepalingen, maar als het aan de regering ligt, is het binnenkort afgelopen met de import van kleding.

Lage salarissen

„De salarissen in Kenia zijn extreem laag", zegt Jimmy Ow Andati, een schoolhoofd uit westelijk Kenia. „De import van tweedehandskleding moet mogelijk blijven, want dat is het enige dat de mensen in Kenia kunnen betalen".

Het gemiddelde jaarinkomen in dit Oostafrikaanse land met zijn 23 miljoen inwoners is ongeveer 370 dollar. Daarom is het niet verwonderlijk dat in alle grote plaatsen in Kenia markten voor tweedehandskleding, zoals die in Gikomba, als paddestoelen uit de grond schieten.

Maar volgens Johnson Ogendo, secretaris van de Keniaanse Vakbond van Kleermakers en Textielarbeiders (KTTWU), vormt de handel in tweedehandskleding een grote bedreiging voor de kwetsbare textielindustrie in het land. Julius Kobia, gouverneur van de provincie Nyanza, een van Kenia's dichtstbevolkte provincies, waar veel katoen wordt verbouwd, is het daarmee eens. Bijna een jaar geleden nam Kobia 678 balen illegaal geimporteerde tweedehandskleding in beslag en verbrandde deze.

Verlies

Volgens de gouverneur stond de Kisumu katoenfabriek, een van Kenia's belangrijkste textielbedrijven, op het randje van een faillissement doordat de inwoners van de provincie goedkope kleding uit Tanzania en textiel uit Oeganda bleven kopen. De afgelopen tien jaar hebben de 28 resterende textielbedrijven in Kenia, waarvan meer dan de helft staatseigendom is, hun produktie verlaagd. In dezelfde periode leden de bedrijven een veriies van in totaal 200 miljoen dollar.

De verliezen worden toegeschreven aan het verouderde tweedehandsmachinepark en de onregelmatige leveranties en slechte kwaliteit van de ruwe katoen. Gezaghebbende economen menen echter dat de fabrieken zichzelf de das hebben omgedaan, door onverantwoord hoge investeringen te doen nadat de regering in 1979 de import van textiel en confectie had verboden.

Volgens leden van de „economische denktank", de Keniaanse Economische Commissie (KEC), waren de investeringen niet alleen te groot maar ook weinig doordacht. Pas toen ze, halverwege de jaren tachtig, enorm verlies leden, realiseerden de bedrijven zich dat hun capaciteit veel groter was dan de vraag rechtvaardigde. Maar in plaats van aan te dringen op beter management van de textielindustrie, heeft de regering van de ene dag op de andere besloten dat met ingang van 1 juni 1991 de import van tweedehandskleding verboden, wordt of zwaar zal worden belast.

Stelen

De vereniging van kledinghandelaren benadrukt dat geïmporteerde kledingstukken dan zo duur worden, dat ze voor gewone mensen niet meer te betalen zijn. Bovendien zullen zeker duizenden mensen die nu werkzaam zijn in de handel in tweedehandskleding hun baan verliezen. „Voor die mensen blijft er geen andere mogelijkheid over dan te gaan stelen om hun gezin te onderhouden", aldus de handelaren.

Volgens een kledinghandelaar beschouwen de handelaren zichzelf als een soort „sociaal werkers": „De mensen die naar de markt komen, zeggen dat de lokaal gemaakte kleding zo slecht geverfd en genaaid is, dat ze al na een paar maanden of soms zelfs na een paar dagen terug moeten naar de winkel om de kleding te laten repareren".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 7 mei 1991

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Keniaan koopt kleren op de markt

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 7 mei 1991

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken