Bekijk het origineel

De hele wereld is mijn moskee

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De hele wereld is mijn moskee"

Fundamentalistische opmars in Noord-Afrika heeft het effect van een atoombom

8 minuten leestijd

CAIRO — De wens van islamitische fundamentalisten om Algerije tot een religieuze staat om te smeden, bracht de afgelopen weken heel Noord-Afrika in opschudding. Bepaalde regeringen werden bepaald onrustig van het agressief militante religieuze kolonialisme. „De hele wereld is mijn moskee", zo verkondigt immers de, 'Savonarola' van de Algerijnse fundamentalisten Ali Bejhadj.

Van Marokko tot Egypte werd de adem ingehouden wegens de gewelddadige protestmarsen van het Islamitische Heilsfront (FIS) in Algiers. Cairo, dat al jaren een strijd op leven en dood met het fundamentalisme voert, had goed advies voor de Algerijnse President Chadli Benjedid:

„Je houdt de fundamentalisten toch wel onder de duim, Chadli?"

„Natuurlijk Hosni! We kunnen deze baardmannen die de handen van onze mooie democratie wil afhakken toch niet hun gang laten gaan?"

„Dat is een hele geruststelling voor me. Maar hoe denk je de demonstraties te stoppen?"

„Tsja Hosni... Ik weet het niet..."

„Hoor eens Chadli, wij in Cairo hebben ervaring met dit soort lastpakken. Daarom hebben we hier al jarenlang de staat van beleg. Werkt prima, moet je doen joh!"

Problemen

In de nacht van 5 op 6 juni werd in Algiers de staat van beleg uitgeroepen. Het leger bezette alle belangrijke kruisingen in de stad, en is sindsdien niet naar de kazernes teruggekeerd.

Met geweld heeft president Chadli Benjedid een eind gemaakt aan weken van aanzwellende demonstraties waarbij om zijn aftreden en om het uitroepen van de islamitische staat werd gevraagd.

In Egypte, Tunesië en Marokko werd opgelucht ademgehaald, toen Algerije de fundamentalistische agitatie afblies. In heel Noord-Afrika hebben de autoriteiten problemen met grote bebaarde en gesluierde minderheden.

De Egyptische regeringsgezinde politieke commentator Anis Mansour noemde de islamitische opmars in Algerije 'een atoombom'. Het effect daarvan stopt niet bij de nationale grenzen.

Volgens de in Londen gepubliceerde Arabische krant "Al-Hayat", die niet bekendstaat vanwege zijn sympathie voor het fundamentalisme, heeft de opmars van de FIS in Algerije stimulerende effecten op gelijke bewegingen in Noord-Afrika.

„Algerije grenst aan alle Noordafrikaanse staten behalve Egypte. Daardoor kunnen de leiders van de FIS makkelijk gelijkgestemde bewegingen in de rest van de Maghreb tot daden aanzetten".

Rijk land

Vanwege zijn heroïsche bevrijdingsoorlog tegen Frankrijk, die in 1962 in onafhankelijkheid uitmondde, heeft Algerije voor de overige landen in de regio een sterk 'voorbeeldig' karakter.

Algerije is bovendien rijk. Het heeft veel olie en gas. Met de inkomsten daarvan kan een mogelijke "Islamitische Republiek Algerije" enorme invloed op zijn omgeving uitoefenen, meent "Al-Hayat".

In het Westen is men zich terdege bewust van de mogelijke rol van een "islamitisch Algiers". De afgelopen maanden werden in Europa en de Verenigde Staten ten minste 118 conferenties georganiseerd over de mogelijkheden van een islamitische machtsoverneming in Algerije.

„Het Westen zit blijkbaar goed in de piepzak", concludeerde een Egyptische fundamentalist triomfantelijk over die wetenschappelijke aandacht voor islamitisch Noord-Afrika.

Om de 'Algerijnse ziekte' buiten de deur te houden, heeft Egypte vorige week besloten de visumplicht voor Algerijnen in te stellen. „Dat is om de Egyptische veiligheid te beschermen", zei ambassadeur Ibrahim Yusri in Algiers.

Legalisering

Door de visumplicht kan Egypte voorkomen dat leiders van de Algerijnse fundamentalisten hun hoofdkwartier in Egypte vestigen, nu hun levensruimte in Algiers ernstig wordt verkleind door het leger. President Hosni Moebarak van Egypte zag in 1989 met grote tegenzin dat Algerije het Islamitische Heilsfront als politieke partij erkende. In Cairo kan de Moslim Broederschap enkel dromen van die legalisering.

Ook koning Hassan II van Marokko waarschuwde Algiers tegen de legalisering van de fundamentalistische beweging. De conservatieve monarch van Marokko wenst zonder tegenspraak de politieke en religieuze lakens uit te delen.

President Zine al-Abedine van Tunesië heeft zijn provinciale prefecten afgelopen zaterdag nog eens ingepeperd dat ze de fundamentalistische 'opstand' te lijf moeten gaan.

In Tunis werd weken geleden een aantal leden van de verboden Al-Nahda-beweging opgepakt. Ze waren bezig een staatsgreep voor te bereiden die Tunesië een khomeinistisch aangezicht moest geven.

In Tunis is dus met genoegen gereageerd op het harde ingrijpen van de grote buurman Algerije tegen de beweging der radicalen. „Wij wisten al lang hoe gevaarlijk de fundamentalisten zijn", zegt één Tunesiër.

Grenzen bereikt

Voor Tunesië, de meest seculiere Arabische staat, was het revolutionaire plan van Al-Nahda het zoveelste bewijs dat fundamentalistische partijen verboden moeten zijn. Voor Tunis heeft de democratie bij het fundamentalisme zijn grens bereikt.

„Algiers durfde het in de Arabische wereld unieke experiment aan om wel samen met de fundamentalisten in de richting te gaan van een echte democratie", zegt een door de Arabische wol geverfde westerse diplomaat.

Algerije heeft na bloedige rellen in 1988 besloten tot snelle democratisering. Het sinds de onafhankelijkheidsstrijd heersende Nationale Bevrijdings Front (FLN) van president Chadli Benjedid stond de vorming van 45 partijen toe.

„De tragische fout van de democratische partijen is dat zij onderling ruzie maakten terwijl de niet-democratische FIS zich prima heeft georganiseerd", aldus de genoemde westerse diplomaat die anoniem wil blijven.

Onderling verdeeld

Door de veelheid van partijtjes waren de democratische krachten in Algerije niet in staat de onstuimige groei van de FIS te weerstaan. Bij gemeenteraadsverkiezingen in 1990 won de FIS 60 procent van de stemmen.

Vooral door de zwakke economie van Algerije, met 25 procent werkloosheid en 30 procent inflatie, leek de FIS een welkome verandering na dertig jaar wanbeheer door de seculiere, corrupte FLN.

President Benjedid wilde niet weer een verkiezingsnederlaag lijden als vorig jaar, en had voor de geplande parlementsverkiezingen van 27 juni een handige indeling van de kiesdistricten geregeld. Kandidaten van de heersende FLN werden bevoordeeld.

„Het regime gebruikte de kieswet om het gat te vullen dat was ontstaan door de onbekwaamheid van de democratische partijen om zichzelf te organiseren", was het commentaar van een diplomaat.

Benjedid dacht met zijn handigheid het tij van de Islam te kunnen keren. Hij wekte er juist de vloedgolf mee op. De aanhangers van sjeik Madani zagen hun nederlaag aankomen en besloten de straat op te gaan.

Wekenlang vonden dagelijks protestmarsen plaats. De eisen werden steeds harder. De FIS wilde ten slotte vervroegde presidentsverkiezingen, eiste de oprichting van een islamitische republiek en riep op tot een algemene staking.

Olifanten

Onder leiding van hun voorman sjeik Abassi Madani, die steeds in de witte khamies gehuld gaat, hebben de Algerijnse fundamentalisten meesterlijk gebruik gemaakt van de ruimte die de democratie hen bood. „Wij zijn olifanten, onze vijanden zijn maar mieren. Wij zijn de Sahara, zij zijn slechts korrels zand. Wij zijn de zee, Benjedid en zijn kliek zijn maar regendruppels", hield Madani zijn enthousiaste volgelingen voor.

De FIS ging met de aanhoudende en steeds gewelddadiger wordende protestmarsen echter net een stap te ver. Die acties waren de zaag waarmee de FIS de democratische tak onder zich wegzaagde. Nu beheersen tanks de politiek.

Sjeik Abassi Madani heeft nog geprobeerd zijn eer te redden door 'vrijwillig' alle acties tegen de regering af te gelasten. Tevens meldde hij in triomf dat over zes maanden niet alleen de uitgestelde parlementsverkiezingen maar ook vervroegde presidentsverkiezingen worden gehouden.

Madani viert met zijn FIS een Pyrrhus-overwinning. De heersende FLN heeft wel toegegeven aan de eis van de FIS om vervroegde presidentsverkiezingen, maar de toch al ten dode gedoemde FLN 'overwinnen' is geen verdienste.

De enige echte machthebber in Algerije is het leger. En dat greep in, niet om de FLN te helpen, maar „om de staat van de ondergang te redden". De officieren hadden al lang kritiek op wat zij de 'slappe houding' van de FLN tegen de fundamentalisten noemden.

Onder de militairen is de FIS zeer onpopulair. De officieren zijn Franssprekende modernisten met een hoge opleiding in de Sowjet-Unie, Italië, Frankrijk, of de Verenigde Staten. Velen van hen hebben zich verzet tegen de legalisering van de FIS in 1989.

Een paar weken geleden hebben militairen, onder leiding van generaal Khaled Nezzar, een "Defensieraad" opgericht. Het Algerijnse leger is niet van plan zich snel weer naar de kazernes terug te trekken. Dit tot tevredenheid van de meeste Algerijnen, geloven veel politieke waarnemers.

Wurgen

„Wij hebben er genoeg van. Twee weken lang hebben de barbaren van de FIS onze stad beheerst. Hele dagen galmden koranverzen en preken van Madani van de moskeeën. De manifestaties gingen maar door, ze blokkeerden het verkeer, dat was toch niet meer te harden?" zegt een jonge student.

„Voor de FIS is enkel van belang dat de macht moet worden gegrepen in de naam van Allah. Geweld en destabilisatie zijn voor hen geoorloofde middelen om het doel te bereiken", zegt Said Saadi, leider van een seculiere oppositiepartij.

„De FIS heeft geen ander doel dan om een islamitische staat te stichten en zo de vrijheid van het land en van de vrouwen te wurgen", meent dichteres Nafissa Boudalia.

„Wie het belang van Algerije en het volk op het oog heeft, denkt vooral aan het vinden van werk voor onze wanhopige jeugd", aldus Nafissa. „Dat kan alleen door het versterken van een open economie die buitenlandse investeerders aantrekt".

De vorige premier -Mouloud Hamrouche- is het met dat laatste eens. Hij ziet de versterking van de economie tevens als de manier om de fundamentalisten te verslaan. „We zijn met hen in oorlog".

„We gokken erop dat de onbuigzaamheid en het geweld van de leiders van FIS ertoe zullen leiden dat een groot deel van de publieke opinie hun de rug gaat toekeren. Zeker als we een opbloei van de economie te zien krijgen", aldus Hamrouche.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 juni 1991

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

De hele wereld is mijn moskee

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 juni 1991

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken