Bekijk het origineel

Iran wordt weer grootmacht in Golf

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Iran wordt weer grootmacht in Golf

Egypte is bang voor verandering van Iraaks in Iraans gevaar

11 minuten leestijd

CAIRO — De pogingen van Iran om zich met economische draden onlosmakelijk in het kleed van de Arabische Golfstaten te weven, beginnen vruchten af te werpen. Iran wordt weer de grootmacht van de Golf, zoals voor de islamitische revolutie.

Vorige weeic boekte Iran een enorm diplomatiek succes, toen de Qatarse kroonprins sjeik Hamad ben Khalifa al-Thani in Teheran verregaande economische afspraken maakte over de levering van Iraans water aan Qatar.

Vier waterleidingen van elk 1800 kilometer lengte zullen over de bodem van de Golf zoet water van de Karun-rivier uit Zuidwest-Iran naar het waterschrale Qatar leiden.

Voor Iran is dit een ongekend succes. Het Arabische ministaatje zal de onkosten van de aanleg van de waterleidingen betalen, dus ongeveer 13 miljard dollar. Bovendien gaat Iran geld als water verdienen aan de export van een produkt dat nu toch ongebruikt de Perzische Golf instroomt.

De Iraanse leiders moeten elkaar in ongeloof hebben aangezien nadat de kroonprins van Qatar weer huiswaarts ging. Hun economische verdrag levert immers naast harde valuta ook grote politieke invloed op. Koeweit, Saoedi-Arabië, Qatar, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten en in mindere mate Oman hebben een niet te lessen dorst naar water. De bevolking van deze woestijnstaten groeit snel, evenals hun industrie.

Turkse 'vredespijp'

Turkije heeft al jarenlang geprobeerd het idee van een aquaduct aan de Golfstaten te verkopen. Een enorme waterleiding moest het kleurloze vocht dat Anatolië in overvloed bezit, naar de dorre woestijnen van de Golf leiden.

Maar de leden van de Raad van Samenwerkende Golfstaten (GCC) waren terughoudend. De Turkse 'vredespijp' zou immers 27 miljard dollar gaan kosten, en zou de AraKHORRAMSJAR (Iran) jaren tachtig. bische Golfstaten heel kwetsbaar maken.

De 'vredespijp' zou door Turkije, Syrië en Jordanië gaan lopen. Daardoor zou elk van die landen, en Israël, in een handomdraai de watertoevoer naar de Golfstaten kunnen stopzetten. „Nee", zeiden de Golfstaten dus tegen het Turkse voorstel, „we willen niet het gevaar lopen dat we gechanteerd kunnen worden. Een waterleiding is immers makkelijk dichtgedraaid".

Die vrees heeft Qatar blijkbaar niet nu het zich met huid en haar aan Iran uitlevert. De waterpijpen zullen immers als de halsslagader van Qatar gaan functioneren, met het pompende hart in Iran.

Gezamenlijke doelen

De kloof tussen de conservatieve monarchieën en de revolutionaire republiek was tot voor kort diep en breed, maar de verschillen werden overbrugd door de gezamenlijke doelen in de oorlog tegen Irak. Een grote rol in de groeiende omgang tussen Iran en de Arabische Golfstaten speelt, dat president Rafsanjani de ondermijnende revolutionaire activiteiten van Iran heeft afgezworen.

Rafsanjani wil weer 'gewoon' de politieagent in de Golf spelen zoals de sjah ooit deed. Toch zijn de Golfstaten nog wat terughoudend. Hoe zal de machtsstrijd in Iran tussen de gematigden en de radicalen aflopen? Gaat Iran zich in de komende tijd verantwoordelijk gedragen?

De Iraanse vice-minister van buitenlandse zaken, Ali Mohamed Besjarati, reisde de afgelopen dagen langs de hoofdsteden van Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein en Qatar, in een poging de relaties verder op te warmen.

In alle besprekingen van Besharati stond centraal dat Iran een rol wil gaan spelen in de GCC. Teheran wil daar bij voorkeur lid van worden. Ook wil Iran bij de Arabische plannen voor de militaire veiligheid van de Golf betrokken zijn.

Nieuwe structuur

In maart, net nadat Irak was verslagen, besloten Egypte, Syrië en de zes leden van de GCC in Damascus dat ze samen een structuur zouden opbouwen om de Golf tegen nieuwe agressie te beveiligen.

Syrië en Egypte moeten volgens de Verklaring van Damascus troepen in de Arabische Golfstaten legeren, in ruil voor omvangrijke ontwikkelingshulp. Irak is vleugellam, dus tegen wie was deze Arabische coalitie gericht dan tegen Iran? Iran is uiteraard fel tegen deze regeling.

Nu Irak is verslagen, wil Teheran weer de enige macht in de Perzische Golf zijn. Egyptische en Syrische soldaten aan de overkaat van het water zijn voor Iran volstrekt onaanvaardbaar.

In een interview afgelopen zaterdag in de Qatarse krant al-Rai zei de Iraanse vice-president, Hassan Habibi, dat zijn land „de landen van de regio probeert te overtuigen van het principe dat elke veiligheidsregeling gebaseerd moet zijn op de landen van de Golf alleen". „Elk systeem van samenwerking met betrekking tot de veiligheid waaraan elementen van buiten de Perzische Golf meedoen, is gedoemd te mislukken", zei radio-Teheran vorige week in verzet tegen Egyptische en Syrische troepen ir de Golf.

„De veiligheidsakkoorden die bepaalde Arabische landen van de Perzische Golf hebben gesloten met de Verenigde Staten zullen evengoed mislukken", zei radio-Teheran op het moment dat in Koeweit een oefening van Amerikaanse mariniers begon.

Geen contacten

De Iraanse vice-president zei in de Qatarse krant dat op het moment geen contacten tussen Egypte en Iran gaande zijn „om het niveau van representatie te verhogen". Dit voorjaar werden alleen vertegenwoordigende bureautjes in eikaars hoofdsteden geopend.

Egypte en Iran zullen steeds scherper tegenover elkaar komen te staan als de islamitische "grootmachten" van het Midden-Oosten. Beide landen zoeken grotere invloed in de Arabische Golfstaten, met uitsluiting van de ander.

Egypte probeert uit alle macht de zes lidstaten van de GCC uit het vaarwater van de Iran te houden. Dat is een verloren strijd, getuigen de woorden van de Qatarse kroonprins in Teheran toen die het waterverdrag sloot.

Sjeik Hamad ben Khalifa al-Thani zei daar dat „Iran op geen enkele manier kan worden uitgesloten van enige regeling voor de veiligheid van de Arabische Golf". De waterleveranties worden dus in klinkende politieke munt betaald.

Zelfs Koeweit en Saoedi-Arabië lijken langzaam overtuigd te raken dat de beveiliging van de Golf ondenkbaar is zonder Iran daarbij te bftrekken. Oman is altijd een woordvoerder van die gedachte geweest. Egypte is diep geschokt. „Natuurlijk is het niet in het voordeel van Qatar, de Golfstaten of de Arabische Natie, om het gevaar van de Arabische avonturiers (in Irak) te vervangen door het Iraanse gevaar", waarschuwde Al-Akhbar.

Ambities

Dat regeringsvriendelijke dagblad waarschuwde Qatar dat „Iran grenzeloze ambities in de Golfregio" heeft „die niet minder gevaarlijk zijn dan die van Saddams Irak". „De Golfstaten maken nu openlijk het hof aan Iran", zegt Samir Ragab, politiek commentator in dagblad Al-Goumhouria in Cairo. „Iran trekt daarvan de meeste voordelen".

„Het is nu mode in de Golf om te zeggen dat Iran een realiteit is in de regio die niet kan worden genegeerd. Maar de vraag is, of de Iraanse bedoelingen wel eerlijk zijn", aldus Ragab.

„Al onze vroegere ervaringen met Iran tonen dat dit land alle middelen, legaal en ilegaal, gebruikt om zijn ideologie en denkstijl in de Arabische wereld te verspreiden. Natuurlijk is Teheran enthousiast (over de waterhandel met Qatar), want het wil een vinger in de pap hebben".

„Nou ja, wij zijn niet de bewakers van de Golf", zegt Ragab ten slotte, alsof Egypte helemaal geen belanghebbende partij is. Maar Cairo hoopte wel degelijk door de Verklaring van Damascus een grote rol in de Golf te gaan spelen met uitsluiting van Iran. Die poging van Egypte is mislukt.

Bilaterale afspraken

De vergadering van de ministers van buitenlandse zaken van de Acht van Damascus die de afgelopen week hier in Cairo werd gehouden, mislukte faliekant. De eenheid die deze landen in hun strijd tegen Irak vormden, is verbrokkeld met het wegvallen van de gemeenschappelijke vijand. In juli begon de Arabische coalitie trouwens al scheuren te vertonen.

Tijdens een bijeenkomst in Koeweit besloten de Golfstaten dat ze niet langer als gezamenlijke GCC naar militaire veiligheid in de Golf zouden streven. Elke lidstaat kon afzonderlijk bilaterale militaire afspraken gaan maken.

Sommige Golfstaten kregen twijfels aan de wijsheid om Syrische en Egyptische troepen permanent op hun zandbodem te legeren. Dit onder meer omdat de zwakke Golfstaten moeten leven met de grootmacht van de Golf Iran, dat fel tegen de aanwezigheid van vreemde troepen in de Golf is.

MoMaal

Geen kleiduiven...
Door drs. B. Belder

„Voor het gezonde verstand". Boven dit veelzeggende antwoordnummer stond onlangs in de personeelsrubriek van de in Belgrado verschijnende krant Borba de volgende advertentie: „Officier van het Joegoslavische Volksleger, die niet aan het duivelse spel van waanzinnige politici wenst deel te nemen, zoekt werkkring. Tien jaar ervaring op commercieel gebied. Kennis van Duits en Engels".

Menig lezer van deze opmerkelijke annonce van een oorlogsmoede Servische beroepsmilitair zal zich waarschijnlijk hebben afgevraagd welke reacties de officier heeft binnengekregen. Toch een aanbieding of wellicht louter beschimpingen aan het adres van zo'n 'verrader'? Hoe dit zij, middenin een almaar voortwoedende burgeroorlog tussen Kroaten en Serven plus een ineenstortende economie valt het zeer moeilijk om zo radicaal van baan te veranderen.

Naar huis en haard

Overigens is de advertentie symptomatisch voor een groeiende afkeer onder Joegoslaviës burgers van het wrede krijgsgebeuren. Al dadelijk na het begin van het door het Volksleger tegen de republiek Kroatië ingeleide offensief manifesteerden zich de eerste tekenen van defaitisme en desertie onder de dienstplichtigen.

Nog voordat de verovering van de inmiddels welbekende frontstad Vukovar —in de Kroatische propaganda een „heldenstad" a la Stalingrad, voor de Serven daarentegen een „rattennest van de Kroatische Ustasa en haar fascistische horden"— uitliep op een uitputtende belegering vielen in de gelederen van de Servische aanvaller de eerste gaten. Complete eenheden van ijlings opgeroepen reservisten, onvoorbereid en slecht uitgerust naar de voorste linies gestuurd en daarbij soms ook nog wel tot overmaat van ramp door de eigen luchtmacht bestookt, verlieten eigener beweging het front en keerden simpel naar huis en haard terug.

Uitgedunde gelederen

Niet zelden konden de voor deserteurs uitgescholden reservisten daarna rekenen op de volledige politieke steun van de plaatselijke autoriteiten. Naar verluidt is de stad Valjevo zelfs het symbool geworden van Servische dienstweigering. De teruggekeerde burgers waren helemaal geen slechte patriotten of zelfs lafaards, heette het. Nee, het was veeleer ontoelaatbaar hoe een chaotische legerleiding met haar manschappen omging, dat zij reservisten als „kleiduiven" prijsgaf aan 't afschieten.

Vanzelfsprekend kampt het Joegoslavische Volksleger als „onverhuld politiek instrument van Servië" sinds de afscheiding van Slovenië en Kroatië èn de Macedoonse en Bosnische weigering hun 'zonen' aan de federale strijdkrachten af te staan in toenemende mate met het probleem de door oorlogsverliezen uitgedunde rijen te sluiten. Overgebleven recruteringsgebieden zijn vandaag de dag de republiek Servië zelf en Montenegro.

Zelfs Montenegrijnen
drag Vlahovic van het locale "Burgercomité voor de vrede" grondde de negatieve instelling van de eens zo heldhaftige bewoners van de "zwarte bergen" tegenover de oorlog op de nuchtere constatering dat de Montenegrijnse grenzen niet verdedigd werden door een „militaire opmars naar Dubrovnik".

Naar het front

Een moedige stap verder ging de gemeenteraad van de stad Senta, in de regio Batsjka van de provincie Vojvodina: een referendum onder de 30.000 burgers (waarvan 80 procent Hongaren) over de Servo-Kroatische 'broederstrijd'. Drie vragen kregen de inwoners voorgelegd: 1. Keurt u deze oorlog goed?; 2. Gaat u ermee akkoord dat onze medeburgers daaraan deelnemen?; 3. Stemt u erin toe dat de gedwongen gemobiliseerde burgers onmiddellijk naar huis terugkeren? De "Democratische Bond van Hongaren in Vojvodina" voegde aan het referendum nog een politiek argument toe: „De Hongaren dienen zich verre te houden van een oorlog tussen Slavische volken".

Eer het resultaat van het referendum vastgesteld kon worden en de vredesbeweging ook oversloeg naar naburige gemeenten zoals Ada, Becej, Temerin of zelfs de hoofdstad Novi Sad, kwamen politie en autoriteiten in actie. De Socialistische Partij van Servië (SPS, in feite de voormalige communistische partij, de achterban van president Slobodan Milosevic) stortte zich in haar politieke tegencampagne vooral op de voorzitter van de Sociaaldemocratische Liga van Vojvodina, Nenad Canak. Canak, voorvechter van de anti-oorlogsbeweging, werd belasterd als een „directe helper van de fascistische horden in Kroatië". Nog voordat het referendum plaatshad, werd Canak gearresteerd, verhoord, aan het militaire gezag overgedragen en naar het front gestuurd...

Politiek vandalisme

Volgens Harry Schleicher, correspondent van de Frankfurter Rundschau in Belgrado, blijkt de toenemende invloed van de antioorlogsbeweging uit de steeds heftiger reacties die zij oproept. Borba berichtte dezer dagen bij voorbeeld van de vernieling van de bureaus van de vredesbeweging in Belgrado. Haar vertegenwoordigers alsmede leiders van oppositiepartijen die kritiek durven te spuien op de oorlogspolitiek worden herhaaldelijk met de dood bedreigd. Opzettelijke beschadiging van hun auto's is 'normaal': doorgeprikte banden, ingeslagen ruiten, geforceerde deuren, zonder dat iets is ontvreemd. De politie trekt eenvoudig de schouders op voor dit politiek geïnspireerde vandalisme.

Vietnam-syndroom

Servische psychologen als Zarko Korac, docent aan de universiteit van Belgrado, vrezen voor een zware geestelijke nawerking van de oorlog onder de bevolking, een soort "Vietnam-syndroom", zij het in grotere dimensies dan toentertijd in de Verenigde Staten. „De Amerikanen voerden in elk geval hun smerige oorlog ver van het eigen grondgebied en bovendien tegen een vreemd volk. Bij ons zijn twee volken slaags geraakt, die samen leefden, die etnisch gemengd zijn. En zelfs al zal iemand nu cynisch lachen, toch zijn Serven en Kroaten broedervolken". '

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 november 1991

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Iran wordt weer grootmacht in Golf

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 november 1991

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken