Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ambt en gezag

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ambt en gezag

5 minuten leestijd

Vice-premier Kok deed afgelopen zaterdag de oude discussie over de gekozen of benoemde burgemeester weer oplaaien. In zijn toespraak voor PvdA-gemeentebestuurders zei Kok te streven naar het kiezen van burgemeesters, tegelijk met de gemeenteraadsverkiezingen in 1994. De bedoeling van de sociaal-democratische voorman is duidelijk. Maar de door hem genoemde streefdatum lijkt veel te optimistisch gekozen.

Met de gekozen minister-president is de gekozen burgemeester een thema waarmee D66 25 jaar geleden als politieke partij uit de startblokken vertrok. De idee van de gekozen burgemeester wint van lieverlee terrein. Die omslag lijkt zich het eerst te voltrekken bij de PvdA.

Overigens zijn er binnen de PvdA spraakmakende politici die al langer openlijk pleiten voor de gekozen burgemeester. Twintig jaar geleden verdedigde drs. E. van Thijn, de huidige burgemeester van Amsterdam, een initiatief-wetsvoorstel op dit gebied in de Tweede Kamer. In zijn onlangs verschenen boek "Democratie als hartstocht" herhaalt Van Thijn zijn standpunt. Dat politiek leider Kok zich nu hierbij aansluit, is opmerkelijk.

De interesse lijkt vooral op te komen uit angst voor een verdergaande vervreemding tussen burger en overheid. Dat die vervreemding er is, dat de afstand tussen overheid en burger steeds groter wordt, is zonder meer een feit. Een gevolg daarvan is een afnemend opkomstpercentage bij verkiezingen. Een ander gevolg deed zich afgelopen zondag in België voor, waar bij de parlementsverkiezingen de rechts radicale partijen forse winst boekten. Geloofwaardigheid

In de visie van de voorstanders zouden rechtstreekse verkiezingen van burgemeesters hun herkenbaarheid en daarmee de geloofwaardigheid van de politiek vergroten. Want juist burgemeesters zijn bij uitstek ambtsdragers die zich lenen voor de noodzakelijke identificatie van burgers met de gemeentelijke politiek. Op zichzelf zit in die redenering wel een waarheidselement. Bovendien lijkt ook een meerderheid van kiezers er zo over te denken. Dat bewees onder andere een onderzoek waarvan de resultaten op Prinsjesdag werden gepubliceerd in het dagblad Trouw. Een grote meerderheid van de burgers is, zo blijkt uit dat onderzoek, voor de gekozen burgemeester. Ruim 40 procent van de ondervraagden vindt dat de bevolking de burgemeester moet kunnen kiezen, bijna een kwart wil die verkiezing overlaten aan gemeenteraden. Slechts 30 procent van de ondervraagden wil het huidige systeem van benoeming door de Kroon na inspraak vanuit de gemeenteraad intact laten. Grondwet

In elk geval lijkt het door Kok genoemde jaar van invoering (1994) wat al te vroeg. Immers, deze invoering vereist een wijziging van artikel 131 van de grondwet. Dat artikel bepaalt dat de burgemeester bij Koninklijk Besluit wordt benoemd. De procedure om tot grondwetswijziging te komen is zorgvuldig en daarom lang. Voorlopig is er nog geen begin van een wetsvoorstel op dat gebied. Daarom is het onwaarschijnlijk dat in 1994 met de verkiezingen kan worden begonnen.

Want Kok heeft voor een wijziging van de grondwet coalitiepartner CDA nodig en die staat helemaal niet te trappelen om de procedure te wijzigen. Een wijziging van de grondwet voltrekt zich in twee lezingen: het parlement in de oude samenstelling neemt de wetsvoorstellen aan met absolute meerderheid. Daarna moeten er verkiezingen worden gehouden, waarna de Staten-Generaal in de nieuwe samenstelling de voorstellen met ten minste twee derde meerderheid moet aanvaarden. Zo'n meerderheid is er nog niet te vinden voor Koks voorstel. Voorstander

Nog in september liet het CDA-kamerlid E J. van der Heijden in Trouw weten een voorstander van de benoemde burgemeester te zijn. Hoewel in het CDA op dit gebied inmiddels ook wat andere geluiden zijn te horen, is de lijn van de partij voorlopig nog die van de benoemde burgemeester. Zeker, pok de christen-democraten willen aan de benoeming het wat geheimzinnige karakter ontnemen. Daarom steunen ze minister Dales in het 'oprekken' van het artikel in de grondwet, door de vertrouwenscommissie uit de gemeenteraad bij de benoeming een voorname taak te geven.

Uit het Trouw-onderzoek blijkt dat de CDApolitici op dit gebied behoudender zijn dan hun kiezers. Want maar 38 procent van de CDA-ondervraagden zit op de partijlijn. Een meerderheid van 56 procent is voor de verkiezing van burgemeesters, hetzij door de bevolking (36 procent), hetzij door de gemeenteraad (20 procent). EG-landen

De benoeming van burgemeesters door de Kroon komt in weinig andere EG-landen voor. In de meeste EG-landen worden burgemeesters gekozen. Overigens is een vergelijking moeilijk te maken, want het takenpakket van de burgemeesters verschilt per land. In elk geval lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat van benoeming of verkiezing van de burgemeester geen principekwestie kan worden gemaakt.

Wel pleit voor de benoeming, dat daardoor de partijpolitieke verhoudingen in ons land wat zorgvuldiger kunnen worden bewaakt. Zeker een partij als de SGP zal het bij verkiezing van de burgemeester buitengewoon moeilijk krijgen. Maar dat is ten diepste geen principieel argument, zij het • dat het bij een uiteindelijke standpuntbepaling, zeker in dergelijke middelmatige kwesties, wel mag meewegen. Het grondargument van PvdA en D66 dat macht en gezag alleen maar wettig kunnen worden uitgeoefend als deze door verkiezing zijn gelegitimeerd, is principieel weinig overtuigend.

Benoeming èn verkiezing zijn beide legale instrumenten om tot het doel, namelijk de vervulling van een ambt, te komen. Maar als het ambt eenmaal is opgelegd of verkregen, dan heeft de ambtsdrager van Godswege gezag. Koks argument dat gemeenten door decentralisatie in de toekomst belangrijker en zelfstandiger worden, waardoor verkiezing is te prefereren boven benoeming, heeft zeker enige zeggingskracht.

Intussen studeert ook de commissie-Deetman, die vanuit de Tweede Kamer is ingesteld om staatkundige en politieke vernieuwing voor te bereiden, ook verder op het verkiezen of benoemen van burgemeesters. De voorkeur van deze commissie lijkt niet uit te gaan naar verkiezing van de burgemeesters door burgers of gemeenteraden, maar naar versterking van de vertrouwenscommissies in gemeenteraden, die met de commissaris van de Koningin meedoen in de sollicitatieprocedure. Mits er maar niet al te veel gesold wordt met kandidaten, of dat de privacy van sollicitanten onaanvaardbaar wordt geschonden. Om puur op de persoon gerichte verkiezingen en daarbij behorende campagnes te voorkomen, lijkt die weg het meest begaanbaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 30 November 1991

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Ambt en gezag

Bekijk de hele uitgave van Saturday 30 November 1991

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken