Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Grootste raciale smeltkroes''

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Grootste raciale smeltkroes''

Latijns Amerika produkt van ontmoeting en confrontatie van drie culturen

5 minuten leestijd

DEN HAAG - Het immense gebied tussen de Rio Grande en de Zuidpool draagt de naam Latijns Amerika, ter onderscheiding van het andere, welvarender Amerika. Het koloniale verleden van het continent wordt gemakshalve vaak alleen geassocieerd met Spanjaarden, Portugezen en Indianen, maar de werkelijkheid was en is veel gecompliceerder en gevarieerder.

„Op het gebied van beschavingen is dat wat in Latijns Amerika is gebeurd een uniek*historisch proces", schreef de Wageningse LatijnsAmerika-kenner en historicus B. H. Slicher van Bath. Zijn Leidse collega H. Ph. Vogel noemt Latijns Amerika het produkt van de „grootste raciale smeltkroes in de geschiedenis". Het unieke schuilt volgens Slicher van Bath in de confrontatie en vermenging van drie beschavingen: de Europese (in haar Iberische vorm), de Indiaanse en de Afrikaanse.

Het resultaat van de ontmoeting en vermenging van die drie culturen is tot de dag van vandaag in grote delen van het Latijnsamerikaanse continent duidelijk zichtbaar. Alle mogelijke denkbare rassen en groepen vermengden zich in de Nieuwe Wereld met elkaar. Zo waren mulatten de nakomelingen van Spanjaarden en zwarte vrouwen. De mestiezen ontstonden als nieuw ras door de vermenging van Indiaanse vrouwen en Europeanen.

Afrikaanse beschaving

De Afrikaanse beschaving en cultuur in Latijns Amerika is lange tijd een vergeten hoofdstuk geweest en krijgt volgens velen nauwelijks de aandacht die ze verdient. De Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano, die een driedelige geschiedenis van het continent schreef, zei in een interview: „Latijnsamerikanen kennen hun eigen geschiedenis niet. Er wordt alleen aandacht besteed aan onze Europese wortels. Over onze Afrikaanse wortels geen woord. De Brazilianen bij voorbeeld weten van Afrika niet meer dan wat ze van Tarzan hebben geleerd. En dat in een land waar het zwarte erfgoed essentieel is en de samenleving diep heeft getekend".

De ontmoeting van de Afrikaanse cultuur met die van koloniaal Latijns Amerika was in eerste instantie een niet bepaald vrolijke ervaring. Het Amerikaanse weekblad Newsweek bracht die confrontatie onlangs nog eens treffend onder woorden: „De brute waarheid is dat zonder de slavenarbeid van 10 miljoen Afrikanen de Amerika's niet zouden zijn ontwikkeld. De Nieuwe Wereld werd op slavernij gebouwd".

In vier eeuwen tijd, tussen omstreeks 1500 en 1900, voltrok zich een ongekend drama en vervoerden Europese slavenhandelaars ruim 10 miljoen Afrikanen (pessimistische schattingen spreken van 20 tot 100 miljoen) naar Spaanse. Portugese, Britse, Franse en Nederlandse koloniën. Het was een van de grootste gedwongen volksverhuizingen in de geschiedenis.

Slavenhandel

Slavernij en slavenhandel hadden in verschillende beschavingen bestaan. Op het Afrikaanse vasteland waren het geaccepteerde fenomenen geworden. Na 1500 kreeg de internationale slavenhandel echter een ongekende impuls. Portugezen voorzagen vanaf 1501 de Spaanse koloniën van negerslaven, omdat de Indianen niet langer in staat werden geacht het zware werk in de mijnen en op de suikerplantages te doen en in grote aantallen stierven.

Korte tijd later was het hek van de dam: ook andere Europese mogendheden stelden slaven te werk. De internationale slavenhandel, waarbij de Hollanders en Zeeuwen zich niet onbetuigd lieten, ging gouden tijden tegemoet. Nederlandse kooplieden stichtten in 1621 met toestemming van de Staten-Generaal de Westindische Compagnie (WIC)^ oorspronkelijk bedoeld voor de kaapvaart tegen Spanje, waarmee de Republiek der Verenigde Nederlanden langdurig in oorlog was.

Ethische bezwaren

De WIC zou zich gaan toeleggen op de zogeheten driehoekshandel, waarvan de handel in negerslaven een belangrijk onderdeel vormde. De schepen vertrokken uit WestEuropa (ook Frankrijk en Engeland namen aan deze Atlantische handel deel) met onder meer geweren, voedsel, alcohol en textiel naar Afrika (Goudkust). De goederen werden daar geruild voor negerslaven die door Afrikaanse slavenhandelaars uit de binnenlanden werden aangevoerd.

De negers gingen naar de suikerplantages in het Caraibisch gebied, midden- en noordelijk Zuid-Amerika en later ook naar de katoen- en tabaksplantages van de zuidelijke staten van Noord-Amerika. Daar werden de slaven verkocht. De schepen keerden vervolgens met suiker, katoen, tabak en andere koloniale waren naar Europa terug. Omdat veel negers de lange reis niet overleefden en het sterftecijfer in de mijnen en op de plantages hoog was, moest de aanvoer van verse slaven op peil worden gehouden.

De koloniale economieën konden de Afrikanen niet missen. Ethische bezwaren tegen de slavenhandel en -arbeid waren er nauwelijks.

Suriname
De Hollanders en Zeeuwen verdienden er immers goed aan. Van Middelburg wordt wel gezegd dat het op 'slavenschedels' is gebouwd. Welke grote vormen de slaveneconomie had aangenomen, wordt bij voorbeeld duidelijk uit de geschiedenis van het voormalige Nederlands-Guyana, het huidige Suriname. Nederland kreeg dat in 1667 van de Engelsen in bezit in ruil voor de Noordamerikaanse kolonie Nieuw-Amsterdam (New York). De bevolking van Suriname bestond toen voor 95 procent uit negerslaven, door de WIC aangevoerd uit Angola. In 1772 zou de bevolking van Parimaribo voor 75 procent uit negerslaven bestaan. Tussen 1667 en 1823 gingen meer dan 300.000 slaven naar Suriname.

„De geschiedenis van Suriname is door en door plantage- en slavengeschiedenis", schrijft de van oorsprong Tsjechische cultuursocioloog Ernest Zahn in zijn veel geprezen boek "Regenten, rebellen en reformatoren" over de Nederlandse geschiedenis. „Zonder de slavenarbeid zouden de zeshonderd koffie-, suiker-, cacao-, en suikerrietplanta? ges, die tegen het eind van de achttiende eeuw waren ontstaan, zich nooit hebben kunnen ontwikkelen". Zahn. van 1963 tot 1981 hoogleraar economische sociologie in Amsterdam, meent dat de Nederlandse heerschappij in West-Indië hemelsbreed verschilde van die in Oost-Indië en „bij uitstek barbaars" was. Hij wijt dit voor een deel aan het feit dat de bezitters van de plantages deze meestal niet zelf bestuurden, maar het werk overlieten aan administrateurs en oppassers. Bovendien was de kolonie het produkt van massale deportaties, waardoor er nauwelijks voorzieningen en regelingen waren getroffen.

Opstanden

Veel slaven in de Europese koloniën legden zich niet bij hun situatie neer. Uit wanhoop pleegden ze

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 23 december 1991

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

„Grootste raciale smeltkroes''

Bekijk de hele uitgave van maandag 23 december 1991

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken