Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Schichtig omziende Boejevski leek wat op Russische bureaucraat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Schichtig omziende Boejevski leek wat op Russische bureaucraat

Wereldraad belangrijkste oecumenische orgaan dat voor invloed communistische geheime dienst vatbaar leek

7 minuten leestijd

Een aantal jaren geleden had ik in Heidelberg een uitvoerig achtergrondinterview met de vroegere studiesecretaris van de Lutherse Wereldfederatie (LWF), dr. Eckehard Lorenz. Ik had dr. Lorenz leren kennen toen hij nog in het oecumenisch centrum in Geneve, waar ook de Wereldraad van Kerken zetelt, werkzaam was. Tijdens dat gesprek in Heidelberg verstrekte dr. Lorenz mij tamelijk gedetailleerde informatie over personen binnen de Lutherse Wereldfederatie van wie hij het optreden hoogst verdacht vond. Zo was er een Hongaar die allerlei personeelsgegevens uit dossiers verzamelde en aan zijn superieuren -volgens Lorenz de Hongaarse geheime dienstdoorgaf. Lorenz vertelde ook over zijn contacten met Russen op internationale oecumenische conferenties die hij regelmatig bijwoonde.

„Er is zeker één poging geweest om mij te recruteren. Als ik bepaalde diensten zou verrichten of voor de Sowjet-Unie gunstige standpunten zou uitdragen, zou daar van Sowjetkant iets tegenover worden gesteld". Lorenz ging op het aanbod niet in. „Maar", zo voegde hij eraan toe, „ik kreeg stellig de indruk dat geheime diensten van het Oostblok bij enkele andere stafleden in het oecumenisch centrum in Geneve meer succes hadden geboekt. Ik weet dat er bij voorbeeld in de Wereldraad van Kerken enkele overtuigde marxisten rondlopen".

Tijdens ons gesprek noemde dr. Lorenz de namen van enkele Russen die volgens hem voor de KGB werkten en die op oecumenische congressen kerkelijke functionarissen probeerden te beïnvloeden of aan te werven. Ruim een jaar geleden kreeg ik van dr. Lorenz een brief waarin hij nog eens aan ons gesprek in Heidelberg herinnerde. Hij schreef: „Nu komt eindelijk in de openbaarheid hoezeer een aantal kerkelijke leiders uit de Oostbloklanden door geheime diensten werd gebruikt. Berichten daarover kunnen niet langer als fantasie worden afgedaan".

Lorenz sprak uit ervaring. Toen de Hongaarse bisschop Zoltan Kaldy president van de Lutherse Wereldfederatie werd, was daar een nadrukkelijke lobbycampagne van de communistische leiders in Hongarije aan voorafgegaan. Dr. Lorenz: „En het ging er bepaald niet zuiver toe. Mensen die dwarslagen, werden onder grote druk gezet. Er werd enorm gemanipuleerd".

Vredesconferentie

Enkele Hongaarse kerkelijke leiders probeerden, onder andere via de Christelijke Vredesconferentie (CFK), ook in andere oecumenische fora invloed uit te oefenen. De Christelijke Vredesconferentie (CFK), gevestigd in Praag, zat geheel op de lijn van de Sowjet-Unie. Eerst was de Russisch-Orthodoxe metropoliet Nikodim, die door velen van KGB-cpnnecties werd verdacht, voorzitter van de CFK; later werd het de Hongaarse bisschop Karoly Tóth. De CFK had ook in de DDR veel contacten met theologen en predikanten die het SED-regime van Erich Honecker steunden. Enkelen van hen zijn inmiddels wegens beschuldigingen aangaande hun vroegere banden met de Oostduitse Staatsveiligheidsdienst, de Stasi, in diskrediet geraakt. Binnen de CFK waren verder enkele Nederlandse theologen en predikanten, onder andere ds. Bé Ruys van het Hendrik Kraemerhuis in Berlijn, actief.

De belangrijkste internationale oecumenische organisatie die voor beïnvloedingsactiviteiten van communistische geheime diensten vatbaar leek, was echter de Wereldraad van Kerken. Tijdens vergaderingen van het Centraal Comité en de Assemblee van de Wereldraad kreeg ik een duidelijk beeld van de wijze waarop gedelegeerden uit de SowjetUnie en Oost-Europa discussies over ontwapenings- en mensenrechtenvragen in een pro-Russische richting probeerden te sturen. De belangrijke Wereldraadcommissie voor Internationale Zaken (CCIA) werd door hen sterk beïnvloed. Zo speelde de Russische metropoliet Nikodim in 1969 een rol bij de benoeming van de nieuwe CCIA-directeur dr. Leopoldo Niilus, een Argentijnse advocaat van Baltische afkomst. Ónder Niilus kwam de CCIA in onmiskenbaar pro-Russisch vaarwater terecht. Niilus had in het verleden enige belangstelling getoond voor Nikodims Christelijke Vredesconferentie.

Een belangrijke rol binnen de CCIA speelde ook dr. Aleksandr Boejevski, secretaris van de afdeling buitenlandse betrekkingen van het Patriarchaat van Moskou en lid van het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken. De soms schichtig om zich heen kijkende Boejevski had iets weg van een Russische bureaucraat. Ik hoorde hem in tal van Wereldraadvergaderingen en -commissies de binnen- en buitenlandse politiek van de Sowjet-Unie met verve verdedigen. Toen "Keston College" in 1975 met uitgebreide beschuldigingen aangaande schendingen van de godsdienstvrijheid in de Sowjet-Unie kwam, reageerde Boejevski met de opmerking dat het hier om „anticommunistische propaganda" ging. Hij zorgde er met succes voor dat Wereldraaduitspraken over dit thema sterk werden afgezwakt. Hij was een van de drijvende figuren achter verklaringen van de Wereldraad over ontwapeningsvragen. In 1980 bij voorbeeld slaagde Boejevski erin een verwijzing naar de Sowjet-Unie als kernwapenmogendheid buiten een Wereldraadresolutie over de kernbewapening te houden. In plaats daarvan werden alleen de Verenigde Staten en de NAVO van voorbereidingen tot een „beperkte kernoorlog" beticht. In Moskou en Oost-Berlijn werd de Wereldraad daarop vanwege dit standpunt geprezen. Inmiddels is uit geheime documenten uit de vroegere DDR gebleken dat de strategie van het Warschaupact wel degelijk gericht was op een aanval met beperkte inzet van nucleaire middelen.

In 1977 schreef ik in mijn boek "Christus of Ideologie?" dat Boejevski's activiteiten binnen de Wereldraad niet los konden worden gezien van beïnvloedingspogingen door de KGB. Nu blijkt aan de hand van inmiddels openbaar geworden KGB-archieven dat Boejevski onder de codenaam "Koeznetsov" inderdaad nauw met de KGB heeft samengewerkt.

Stasi

Ook het Oostduitse ministerie voor staatsveiligheid (MfS of "Stasi") toonde voor kerk en oecumene belangstelling. De Oostduitse media waren vol lof over de standpunten die het Centraal Comité van de Wereldraad in 1981 in Dresden innam. Geen enkele uitspraak over de schending van de mensenrechten in Oost-Europa, wel over de bewapeningswedloop waarvoor de NAVO en Amerika verantwoordelijk werden gesteld. Over de Russische SS-20 raket geen woord. Thans blijkt dat men binnen de Stasi met dit succes zeer ingenomen was. De Oostduitse leider Erich Honecker zond de gedelegeerden van de Wereldraad een verklaring waarin hij schreef: „Uw vele activiteiten hebben onze sympathie". Ze genoten óók de warme belangstelling van de Stasi.

In mei 1989 vond in Bazel een belangrijke bijeenkomst van de "Conferentie van Europese Kerken" (CEC), evenals de Wereldraad in Geneve gevestigd, plaats. Inmiddels is er een geheim Stasi-rapport over deze bijeenkomst bekend, ondertekend door Erich Mielke, de Oostduitse minister voor staatsveiligheid, waarin de beïnvloedingsactiviteiten van de Stasi worden beschreven. Dank zij die activiteiten stemden de uitspraken van deze internationale kerkelijke bijeenkomst in verregaande mate overeen met de standpunten van de „socialistische landen", constateerde Mielke tevreden.

In Geneve wordt op dergelijke documenten schouderophalend gereageerd. Actie zal pas worden ondernomen als er „concrete beschuldigingen" zijn. Het gaat om „speculaties" en de invloed van de KGB of de Stasi „mag niet worden overschat". Dat geldt ook voor een door het Russisch persbureau TASS verspreid bericht dat de KGB de hand zou hebben gehad in de benoeming van de missioloog dr. Emilio Castro tot secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken. Castro stond en staat sympathiek tegenover de bevrijdingstheologie en had in het verleden voor de Christelijke Vredesconferentie belangstelling getoond. Voorzover bekend is dr. Emilio Castro niet door de KGB gerecruteerd, maar wat ongetwijfeld telde, waren zijn politieke standpunten en contacten in Latijns Amerika.

Conclusie

Nu steeds meer uit de KGB- en Stasiarchieven openbaar wordt, worden eerdere vermoedens bewaarheid. De beïnvloedingsactiviteiten van geheime diensten van het vroegere Oostblok tijdens kerkelijke evenementen blijken zelfs groter te zijn geweest dan aanvankelijk werd aangenomen. In de vroegere DDR was de Stasi veel dieper in het kerkelijke apparaat doorgedrongen dan ooit voor mogelijk is gehouden. In de toekomst is te verwachten dat nog meer openbaar wordt over manipulatie van kerken en grote oecumenische organisaties door regeringen die er alle belang bij hebben gehad dat hün onderdrukkingssysteem gehandhaafd bleef.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 februari 1992

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Schichtig omziende Boejevski leek wat op Russische bureaucraat

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 februari 1992

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken