Bekijk het origineel

Uit Hollandse en joodse cultuur

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit Hollandse en joodse cultuur

8 minuten leestijd

In deze aflevering van Boekenschap bekijken we enkele boeken over kunst en cultuur in ruime zin: kunstnijverheid, de IJsselschilder Jan Voerman, gidsen van Zutphense musea en de "Snoge" (synagoge) als "Monument van Portugeesjoodse cultuur." Maar we werpen eerst een blik op kunst(nijverheid) in ons land in de 19e eeuw.

"Kunst, Nijverheid, Kunstnijverheid" is de fraai verzorgde handelseditie van een door de kunsthistoricus Titus M. Eliëns geschreven proefschrift over "Nederlandse nijverheidstentoonstellingen in de negentiende eeuw".

(Volks)kunst

Eliëns onderzocht de nationale nijverheidsexposities die in de periode 1808 tot 1888 in ons land werden gehouden. Zo ontstond een beeld van de totale kunstnijverheid en van de diverse produkten afzonderlijk. Ook bespreekt Eliëns de vraag naar de verhouding van kunst en (ambachtelijke?) kunstnijverheid, mede tegen de achtergrond van soortgelijke vragen en problemen in het buitenland. De 19e eeuw was op dit terrein erg actief. Er werden, ook in ons land, speciale cultuurtempels voor expositie van kunstnijverheid opgericht, zoals het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam. In Rome staat zo'n "Tentoonstellingspaleis" nog overeind. Trouwens, antiek Rome en de klassieke beschaving beïnvloedden sterk die 19e-eeuwse volkskunst. En er is in deze eeuw wat geëxposeerd. Het boek laat ons die exposities zien en begint met twee ervan in de Franse tijd.

In Utrecht -toen de residentie van de Franse koning Lodewijk Napoleon, wiens paleis nu de Universiteitsbibliotheek is- werd in 1808 de „eerste openbare tentoonstelling van de voortbrengselen der volksvlijt" gehouden, aangemoedigd door deze koning. Daarvoor zonden 156 fabrikanten en kunstenaars zo'n 500 voorwerpen in, verdeeld in 24 categorieën, van (als matig ervaren) porselein en lakwerk tot siersmeedwerk en lakense stoffen. Landbouwprodukten werden uitgesloten, „omdat daarin de natuur meer dan de mens de hand gehad heeft". De expositieruimte was het Stads-Erfhuis-kantoor aan de Mariaplaats.

De "Nieuwe Kunst"

Na 'Utrecht' kwam in 1809 de nationale nijverheidsexpositie in Amsterdam, door drie 'nationale' gevolgd in de periode van het verenigd koninkrijk met België: in Gent, Haarlem en Brussel. De auteur gaat ze na, bekijkt wie er wat exposeerde en constateert dat er na de Nationale Tentoonstelling van oude en nieuwe kunstnijverheid in Den Haag in 1888 een beetje de klad in komt: de expositie is op z'n retour. In Den Haag kwamen ook veel minder exposanten opdagen dan verwacht. Wel was er één pluspunt: men keerde zich af van de historische stijlen ten gunste van één genre: de Hollandse Renaissancestijl. En de Nieuwe Kunst (Art Nouveau) kwam eraan en Nederland sloot zich daar tijdig bij aan. De studie bevat bijlagen over Nederlands lakwerk in de 19e eeuw en een lijst van deelnemers aan de vele gehouden kunstnijverheids-exposities. Interessant is het stukje over de Nederlandse inzending voor de Wereldtentoonstelling van 1851 in Londen. Die inzending was volgens een kenner zeer karig en pijnlijk, en het door Nederland ingenomen 'hoekske' was opvallend klein, zelfs in vergelijking met andere kleine landen als België en Zwitserland. Gebrek aan tijd, interesse en medewerking door de fabrikanten speelde een grote rol.

Deze gebonden, ruim in zwart-wit geïllustreerde uitgave van de Walburg Pers in Zutphen telt 223 pagina's en kost 59,50 gld. De tekst bij de afbeeldingen is wel erg summier en ze worden in Eliëns' verhaal ook te weinig toegelicht.

IJsselschilder

Dat Hattem een Museum Voermanhuis heeft, is niet alom bekend en dat is jammer. Want het werk van de "IJsselschilder" Jan Voerman (senior) is de moeite waard, ook voor hen die „geen verstand van kunst hebben", maar wel houden van het Hollandse en Gelderse rivierlandschap en van een stadje als Hattem. Jan Voerman (1857-194 l)is vorig jaar in Zwolle en Kampen herdacht met exposities, een halve eeuw na zijn overlijden. Wie die exposities miste, kan nog altijd grijpen naar het door Waanders in Zwolle uitgegeven boek "Jan Voerman IJsselschilder" (geb., veel kleurenfoto's, 120 blz., 49,50 gld. en gen. gebrocheerd 37,50 gld). Het boek is geschreven door Anna Wagner en geeft in veel korte stukken leven, werk en betekenis van deze -door de uit Kampen afkomstige acteur Henk van Ulsen zeer bewonderde en verzamelde- schilder weer. Van Ulsen leidt het boek ook in en dichteres Ida Gerhardt bezong hem in haar kwatrijn "Herkenning" zó: "'t Wordt voorjaar langs de IJssel bij Veecaten./ Wolken en licht, in wisselende staten,/ scheppen een Voerman: een opalen zwerk/ dat hemels is en Hollands bovenmate". Een bondiger typering van zijn kunst is er nauwelijks.

Dit boek van mevr. Wagner is al 15 jaar eerder verschenen, maar nu herzien als catalogus bij de Voermanexposities in Kampen, het Singermuseum in Laren en in het Belgische Sint-Niklaas. Voerman heeft ook portretten en bloemstillevens vervaardigd, maar blijft vooral bekend door zijn, soms zinderende, doeken als "Warm weer", "Paardjes aan de plas", "Ploeger", "Vallende avond bij Hattem", "Melktijd op de Homoet" en IJsseldoeken als "IJssel", "Zeilende tjalken blauwe IJssel", "Buiig weer" of "Zandtrekkers op de IJssel". Het zijn niet alleen maar "mooie plaatjes". Zó onbetekenend was Voerman niet; zijn stijl kende een boeiende ontwikkeling. Hij was meer dan een kopiist van natuur en landschap.

Henriette Polak

Naast Hattem heeft ook het Gelderse IJsselstadje Zutphen enkele aardige musea, die zich niét alleen bezighouden met lokale historie en volkscultuur. Zowel het Stedelijk Museum als Museum Henriette Polak in deze Hanzestad biedt vaak exposities die uitstijgen boven wat streekmusea veelal bieden. Vooral "Polak" heeft oog voor moderne en hedendaagse kunst. Wat niet zo verwonderlijk is, want het museum onstond uit een schenking van mevr. Henriette Polak-Schwarz, die in 1893 in Zutphen ter wereld kwam en veel moderne schilderijen verzamelde. Van het Stedelijk en van het Henriette Polak Museum zijn nu bij de Walburg Pers in Zutphen -bij nabuur van het Polak-museum aan de Zaadmarkt- in oblong-formaat twee ruim in kleur en zwart-wit geïllustreerde boekjes verschenen met van elk "Een keuze uit de collectie". Meer dan een 'keuze' kan zo'n boekje ook niet zijn. De huidige verzameling van het Stedelijk Museum telt al zo'n 15.000 inventarisnummers. Dit gidsboek onder supervisie van drs. Carin Reinders, directeur van de stedelijke musea, is de eerste catalogus sinds 1932. Toen werden 1208 museumstukken beschreven, verlucht met acht zwart-wit foto's...

Oudheidkamer

Uiteraard beginnen beide gidsen met een historisch overzicht van het onstaan der collecties en musea. Het Stedelijk ontstond in 1877, toen archivaris baron Van Heeckeren in het Wijnhuis een oudheidkamer inrichtte, als onderdeel van het stadsarchief. Die stedelijke historie -de stadsrechten werden omstreeks 1190 verleend door Otto I van Gelre- is nog altijd van groot belang in dit museum: het is (ook) het historisch museum voor de stad en de regio de Graafschap.

Het museum is nu ondergebracht in het vroegere Predikheren- of Broederen-klooster aan de Rozengracht. Branden hebben de collectie tweemaal uitgedund, maar er is, ook door schenkingen, veel bewaard. Van belang is de ruim 100.000 afbeeldingen tellende Historische Topografische Atlas. Klederdrachten, munten, huisraad, Zutphens zilver en de collectie van tekenaar-schilder Jo Spier nemen een grote plaats in. "Stedelijk Museum Zutphen" telt 144 blz. en kost 25 gld.

"Museum Henriette Polak" (96 blz., veel foto's, 32,50 gld.) biedt een overzicht van de moderne kunst in ons land en schetst de vorming van de collectie-Polak vanaf 1968 (en de collectie-Otto uit '88). Het museum ging open in 1975 en toont regelmatig wissel-exposities van onder meer Wim Oepts, Jeanne Bieruma-Oosting, de in 1990 overleden schilder Joop SjoUema en recent van Hermanns Berserik. Aparte hoofdstukken verhalen de historie van het uit twee panden ontstane gebouw: het eeuwenoude logement De Wildeman. Daarin is nu nog een kleine rooms-katholieke schuilkapel aanwezig.

Portugese "snoge"

De Hoogduitse of Ashkenazische synagogen aan het Amsterdamse J. D. Meijerplein zijn mooi gerestaureerd en huisvesten nu het Joods Historisch Museum. Maar aan de overkant van de toenmalige Houtgracht in 1675 verrees ook de Portugese of Sefardische Synagoge ("Snoge" of "Esnoga") en dat gebouw staat er nu zeer slecht bij. Voor restauratie is er fondsenwerving nodig. Het kunsthistorisch adviesbureau D'Art in Amsterdam geeft mede daarom nu het ruim verluchte boekje "De Snoge" uit (96 blz., 32,50 gld., in de boekhandel). Judith Belinfante beschrijft de Spaanse en Portugese joden. Edward van Voolen toont geschiedenis en functie van de synagoge, David Cohen Paraira de bouwhistorie van de 'snoge'.

Ook de bibliotheek (Boom des Levens), ceremoniële voorwerpen en gevelstenen worden belicht. Een woordenlijst maakt het boek voor niet-kenners toegankelijk. Van groot belang is het opgenomen Edict van de Katholieke Koningen van 31 maart 1492, waarin Ferdinand en Isabella alle joden uit hun rechtsgebied verbanden. Toen begon de Sefarischjoodse zwerftocht, onder meer naar Holland. Terecht wordt het verschijnen van dit boekje ook met dit gedenkjaar 1492 verbonden. Voor Zuideuropese joden, Mexicaanse Azteken, Amerikaanse Indianen en anderen was dat jaar bepaald niet zo glorieus als voor Columbus en zijn zeevaarders!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 10 februari 1992

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Uit Hollandse en joodse cultuur

Bekijk de hele uitgave van maandag 10 februari 1992

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken