Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"We maken graag leuke opgaven"

Ruim 100.000 leerlingen van bijna 5200 scholen buigen zich dit jaar over Citotoets

6 minuten leestijd

Zo'n 104.000 leerlingen van bijna 5200 basisscholen in ons land bogen zich vanmorgen over vragen van uiteenlopende aard. Donderdagmorgen zullen ze dat weer doen. Voor deze kinderen uit groep acht van het basisonderwijs is het deze week de week van de zogeheten Eindtoets Basisonderwijs van het Cito, het Instituut voor Toetsontwikkeling. Deze test, kortweg de Citotoets genoemd, moet ouders en leerlingen helpen bij hun keuze voor het vervolgonderwijs.

De 180 meerkeuzevragen waar de leerlingen een antwoord op moeten geven, zijn verdeeld over drie onderdelen: taal, rekenen en informatieverwerking. Dat laatste onderdeel is een soort vergaarbak van vragen over teksten, tabellen, kaarten en grafieken.

Het staat scholen vrij om gebruik te maken van de Citotoets, maar de meeste basisscholen doen eraan mee. De 5200 basisscholen die dit jaar hun leerlingen de toets afnemen, vormen 61 procent van alle basisscholen in ons land. De toets mag zich sinds de start in 1970 in een toenemende populariteit verheugen. Vooral vanaf 1984 is de deelname fors gestegen. De scholen die niet met de Cito-toets ipeedoen, maken vaak gebruik van school- en beroepskeuzebureaus. Soms gebruiken scholen bij hun advies voor vervolgonderwijs helemaal geen test.

Beknopt

De Eindtoets Basisonderwijs mag uit voor volwassenen eenvoudige vragen bestaan, het samenstellen van de toets is een klus waar de nodige tijd en energie in zit, aldus Henny Uiterwijk, projectleider Eindtoets Basisonderwijs bij het Cito in Arnhem. Een aantal voorwaarden waar een vraag aan moet voldoen: hij moet beknopt zijn, hij mag niet gaan over een onderwerp dat niet alle 104.000 leerlingen hebben behandeld en hij moet met de praktijk te maken hebben.

Al twee jaar voor de desbetreffende eindtoets begint het Cito vragen te verzamelen. Ze zijn afkomstig van leerkrachten uit het hele land. Daarna worden de vragen door enkele commissies geselecteerd. Een jaar voor de uiteindelijke toets wordt, onder strikte geheimhouding, een proeftoets onder enkele groepen kinderen gehouden. In de maanden daarna heeft het Cito dan nog de tijd om vragen bij te schaven, zodat ze aan alle criteria voldoen. Ook deskundigen, onder meer op het gebied van wiskunde en taal, laten hun licht nog over de opgaven schijnen.

Moeite

Uiterwijk geeft aan dat het nogal moeite kost om met alle voorwaarden rekening te houden. Zo moet het Cito nagaan wat de deelnemende scholen wel en niet in de lessen behandeld hebben. Nauw omschreven eisen daaraan bestaan niet. „Vragen over geschiedenis en biologie kunnen we bij voorbeeld nauwelijks stellen, omdat basisscholen daar heel projectmatig in te werk gaan. De verscheidenheid is veel te groot. De een doet wel iets aan de Tachtigjarige Oorlog, de ander niet, om maar een voorbeeld te noemen".

De toets heeft zich de afgelopen decennia ook aangepast aan het onderwijs, dat volgens Uiterwijk veel praktijkgerichter is geworden. „Kinderen krijgen nu situaties voorgeschoteld waar ze hun kennis op los moeten laten. In de toets zit geen vraag of een verkleinwoord dat op "je" of "pje" eindigt, maar wel een tekst waar fouten in zitten die de leerlingen eruit moeten halen. Zinsontleding ontbreekt, ook omdat scholen dat in verschillende mate behandelen".

Ook bij het onderdeel rekenen krijgen de leerlingen met praktijksituaties te maken. Een voorbeeld: „Ik breng 200 gulden naar de bank. De bank geeft me 5 procent rente per jaar. Hoeveel kan ik dan over een jaar in totaal van de bank halen?" De leerling kan bij de beantwoording van de vraag kiezen uit 205 gulden, 210 gulden, 220 gulden en 240 gulden.

Valkuilen

Uiterwijk: „Je kunt bij de toets laten zien wat je van je kennis toe kunt passen. Het onderwijs is daar tegenwoordig ook veel meer op gericht".

Het opstellen van de vragen is moeilijker dan menigeen denkt, aldus Uiterwijk. „We maken graag leuke opgaven, maar ze moeten vooral deugdelijk zijn. De vraag moet duidelijk, maar niet te uitgebreid zijn. Er mogen ook geen valkuilen in zitten. Een rekenopgave moet door goede rekenaars goed gemaakt worden, en door zwakke rekenaars fout".

Een vraag moet ook aansluiten bij de belevingswereld van alle kinderen. Een opgave over het gewicht van een voetbal kan niet, omdat niet alle kinderen voetballen. Een vraag over het gewicht van een luciferdoosje kan weer wel. „Hoe we er ook onze best op doen, die proeftoets is toch altijd onontbeerlijk", aldus Uiterwijk.

In de week van 9 maart krijgen leerlingen, ouders en scholen bericht van het Cito, dat alle gegevens met de computer verwerkt. Het leerlingrapport vermeldt de resultaten van de leerling in vergelijking met prestaties van andere deelnemers aan de eindtoets. Het rapport geeft per onderdeel en in totaal aan hoeveel procent van de leerlingen in dezelfde regio het even goed of minder deed dan de desbetreffende leerling.

Keihard advies

Ook vermeldt het rapport hoe goed een kind de hele toets heeft gemaakt in vergelijking met kinderen in het hele land en in voorafgaande jaren. Hoe hoger die score, hoe groter de kans dat de leerling het in een moeilijker vorm van onderwijs goed zal doen.

Het Cito geeft geen keihard advies over de schoolsoort die een leerling moet gaan volgen. Maar de uitkomsten van de toets zijn voor ouders vaak een prettig en redelijk objectief hulpmiddel om te beslissen. Meestal stemt de uitkomst van de toets overeen met de wensen van de ouders of het advies van de school. Maar in ongeveer 10 procent van de gevallen wordt het schooladvies of de wens van de ouders bijgesteld naar aanleiding van de uitkomsten van de toets.

Uiterwijk: „Het is uiteindelijk aan schoolleiding, ouders en kinderen Foto Dijkstra om te beslissen. In die beslissing worden andere factoren meegenomen, zoals de persoonlijkheid van een kind. We geven in ons rapport de kans aan op succes in een bepaalde onderwijssoort. Het blijft een indicatie, al zitten we met de voorspellingen doorgaans redelijk goed. Maar er zullen best leerlingen met lage scores zijn die het uiteindelijk wel redden op de havo".

Ontwikkelingen

Het Cito blijft de leerlingen die aan de toets hebben deelgenomen volgen tot aan het einde van het eerste jaar in het voortgezet onderwijs. Zo blijft het instituut de ontwikkelingen rond schoolkeuze in de gaten houden. Uiterwijk: „Er zijn met die schoolkeuze wat merkwaardige zaken aan de hand, waar we onderzoek naar doen. We kijken vooral naar verschillende deelgroepen. Zo zijn jongens en meisjes qua prestatieniveau gemiddeld gelijk. Toch gaan er meer jongens naar het lager beroepsonderwijs dan meisjes, die meer naar mavo, havo en vwo gaan. Meisjes krijgen dus vaker het voordeel van de twijfel, maar het blijkt dat het de jongens zijn die vaker blijven zitten".

Ook de afzonderlijke scholen krijgen een rapport. Aan de hand daarvan kunnen scholen zien hoe de resultaten van hun leerlingen zich verhouden tot die van kinderen van andere scholen. Dat gebeurt ook per onderdeel van de stof. Uiterwijk: „Als een school een paar jaar achtereen onderaan zit bij het spellen, dan is dat geen toevalstreffer meer. Zo'n school kan daar dan aan werken. De Citotoets zet ook de zwakke en sterke punten van scholen op een rijtje".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 18 februari 1992

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 18 februari 1992

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken