Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Erfrecht kan heel simpel zijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Erfrecht kan heel simpel zijn

Bestuur broederschap zou belang hebben bij accepteren ingewikkelde wet

8 minuten leestijd

Rebellie dreigt binnen de Koninklijke Notariële Broederschap. Met twee assisenten trekt de Nijmeegse prof. mr. M. J. A. van Mourik langs de ringen van de broederschap. Zijn missie kan leiden tot het aftreden van het bestuur van de broederschap. Handjeklap van dat bestuur met het ministerie van justitie mag het Nederlandse volk niet opzadelen met een „gedrocht" van een nieuw erfrecht.

Ontzettend veel „herrie" verwacht Van Mourik binnen de broederschap. Inzet van de strijd tussen Van Mourik en het bestuur van de broederschap is de nieuwe wet die de erfrechteüjke positie van de langstlevende echtgenoot moet regelen. Het op het ministerie van justitie uitgebroede wetsontwerp beschouwt hij als een „onpraktisch, onwerkbaar geheel bedacht door een bureaucraat". Een gedachte die binnen het notariaat veld begint te winnen. Niettemin zag het bestuur van de broederschap kans dat zelfde notariaat achter het door haar en het ministerie bereikte compromis te krijgen.

In zijn kamer op de Katholieke Universiteit doet de hoogleraar notarieel recht uit de doeken hoe het bestuur dat voor elkaar heeft gekregen. „Begin vorig jaar zijn er landelijke vergaderingen belegd over het nieuwe erfrecht. De nieuwe tekst van het wetsontwerp was toen nog niet voor handen. De notarissen wisten dus niet hoe het eruitzag. Op de vergaderingen verschenen een lid van het bestuur en een lid van de commissie erfrecht, éen commissie uit de broederschap die het bestuur in deze adviseert. Die hielden een eenzijdig betoog, dat erop neerkwam: „Beste leden, ik zou dit nu maar accepteren; dit is een werkbaar compromis".

In bijna alle ringen -de negentien 'regionale' afdelingen van de broederschap- gingen de leden onder het mom van „als dit nu het maximaal politiek haalbare is, dan moet het maar" akkoord. Na veertig jaar discussiëren bogen de meeste notarissen het moede hoofd. „Het bestuur zal toch niet gek zijn", zo dacht men.

Zo niet in de ring Arnhem. Daar bracht het lid Van Mourik, behalve hoogleraar ook nog notaris, zijn bezwaren tegen het nieuwe wetsontwerp naar buiten. De hoogleraar, die zich al 25 jaar met het nieuwe erfrecht bezighoudt, had als een van de weinigen op de vergadering de zaak wel bestudeerd en kon de heren van het bestuur van repliek dienen. Hij wist de aanwezigen te overtuigen met als gevolg dat Arnhem tegenstemde.

Belang

Van Mourik vreest dat het bestuur „een zeker belang had bij een milde opstelling. Dat wordt algemeen gefluisterd. Het beroerde is dat dit soort dingen zich niet voor bewijs leent".

Het belang waar de hoogleraar op doelt, is de nieuwe notariswet. In het wetsontwerp wordt voorgesteld om van de notaris een vrije beroepsbeoefenaar te maken. Notarissen moeten met elkaar gaan concurreren en mogen zich vrij vestigen. Dit laatste stuit op weinig tegenstand binnen het notariaat, waar honderden kandidaat-notarissen al jaren wachten op een standplaats. De hete aardappel is echter de vrije concurrentie. Die zou zich niet verdragen met de onafhankelijkheid en onpartijdigheid die van de notaris verwacht mag worden.

Het voorstel over de langstlevende echtgenoot is het zoveelste sinds 1947, toen prof. Meijers begon met het opstellen van een Nieuw Burgerlijk Wfetboek. Bij de invoering op 1 januari van grote delen, daarvan ontbrak boek 4, dat over erfrecht gaat. Over het uitgangspunt van het nieuwe erfrecht verschillen de meningen niet. De positie van de langstlevende echtgenoot moet versterkt worden. Alleen over de manier waarop dat moet gebeuren, wordt al veertig jaar gediscussieerd.

Nu is het nog zo dat de langstlevende echtgenoot even veel erft als een kind. Die langstlevende is in drie van de vier gevallen de vrouw, die haar man gemiddeld acht jaar overleeft. Als er geen testament is opgemaakt, kunnen de kinderen hun erfdeel opeisen. Dit kan tot onverkwikkelijke situaties leiden. Legio zijn de voorbeelden van vrouwen die hun huis of een deel van de boedel moeten verkopen om de kinderen hun erfdeel uit te kunnen betalen.

Huidige situatie

Tegen het opeisen van het erfdeel beschermen veel echtparen elkaar door het opmaken van een testament. In dat testament wordt bepaald dat de weduwe alles mag hebben en dat de kinderen slechts een vordering in geld toekomt. Dat geld kunnen ze in principe pas krijgen als hun moeder overlijdt. Na het overlijden van de langstlevende mogen de kinderen verdelen wat er nog over is. Heeft hun moeder alles opgemaakt, dan hebben ze pech. In de notariële praktijk wordt deze vorm van testamentaire bescherming ouderlijke boedelverdeling genoemd.

Vruchtgebruik

Deze ouderlijke boedelverdeling is de grondslag van het omstreden wetsontwerp. Het pijnpunt in het ontwerp zit hem in het speciale vruchtgebruik dat het ontwerpt kent. Dit komt erop neer dat de weduwe de beschikking over de goederen zou krijgen. Dus niet het geld en eventuele aandelen, die ze sowieso al zou krijgen. Dat vruchtgebruik vereist een gang naar de notaris omdat er een beschrijving opgemaakt moet worden. De regeling vraagt volgens Van Mourik om moeilijkheden over de verdeling.

De kinderen krijgen allerlei rechten op goederen, maar de langstlevende kan alles verkopen zonder het te hoeven te vervangen. „Het geven van die rechten heeft zo geen zin. Het kan wel aardig lijken maar leidt in de praktijk tot de situatie dat de langstlevende alles heeft en de kinderen een vordering".

Die uiteindelijke uitkomst maakt dat Van Mourik ten strijde trekt tegen het onmogelijke wetsontwerp. Het is volgens hem niet de taak van het recht om „aan het psychisch leed van de overlevende na het overlijden van een van beiden materieel leed toe voegen. Mag het recht ertoe bijdragen dat de langstlevende door allerlei aanspraken van de kinderen in de problemen komt?" Voor Van Mourik is het antwoord nee. Ook al zou het ontwerp notarissen de nodige inkomsten opleveren, Van Mourik is „niet op de wereld gekomen om het Nederlandse volk uit te zuigen".

Erfenissen

Bij het ontwerp is men er volgens de hoogleraar ten onrechte van uitgegaan dat erfenissen bestaan uit kastelen, landgoederen en waardevolle portretten die koste wat kost in de familie moet blijven. De realiteit is anders. Wat geregeld moet worden, zijn de nalatenschappen van de gemiddelde Nederlander. De man en vrouw uit de doorzonwoning die al blij zijn dat ze geen schulden hebben.

Wat de Nederlander nalaat aan zijn huwelijkspartner is over het algemeen bitter weinig, zo bleek Van Mourik uit een onderzoek. In 56 procent bedraagt de erfenis na het overlijden van een van de echtgenoten voor de achterblijvende plus de kinderen 10.000 gulden of minder. In een flink aantal gevallen blijven er alleen schulden achter. In 73 procent is wat achterblijft minder dan 40.000 gulden. In maar 30 procent van de gevallen behoort een huis tot de nalatenschap.

Alternatief

Deze wetenschap bracht Van Mourik tot een alternatief wetsontwerp, dat hij in een paar dagen in elkaar draaide. Hij publiceerde het onlangs in het Weekblad voor privaatrecht, notariaat en registratie (WPNR). Zijn voorstel komt erop neer dat de langstlevende alles erft. De kinderen krijgen een vordering in geld maar kunnen die niet opeisen voordat de langstlevende is overleden. Als de langstlevende wil uitkeren tijdens haar of zijn leven kan dat, maar hoeft dat niet.

De nabestaanden wordt zo een gang na de notaris bespaard. Binnen een jaar na het overlijden van de eerststervende ouder kan een boedelbeschrijving opgemaakt worden, maar het hoeft niet. Wordt de beschrijving niet gemaakt, dan vervalt de vordering van de kinderen. Een boedelbeschrijving is verplicht als er minderjarige kinderen zijn. Alleen degene die niet wil dat zijn vrouw alles erft, zal bij het ontwerp-Van Mourik naar de notaris moeten.

In het voorstel erven de kinderen dus op termijn van de eerststervende ouder. Een revolutie in het erfrecht, waarin pas sinds 1923 de vrouw gelijk kwam te staan aan de kinderen. Die revolutie is wat sommigen misschien wat aarzelend zal doen staan tegenover het alternatief. „De conclusie zou kunnen zijn dat de kinderen worden onterfd. Dat gebeurt niet. Zij krijgen een erfdeel in geld, in de vorm van een vordering. Ze hebben geen recht meer op de pendule, maar die kunnen ze krijgen als moeder sterft. Ik geef toe: als moeder die pendule verkoopt, dan is hij weg. Maar dat is hij in de vruchtgebruikregeling ook".

Emoties

Van Mourik vindt dat de emoties rond het eventueel mislopen van een erfenis door de kinderen geen rol mogen spelen bij het opstellen van het erfrecht. „Wat hebben die kinderen bijgedragen aan het vermogen van de ouders? Niks. Zij hebben alleen maar geld gekost. Mag degene die achterblijft een redelijk bestaan leiden? Als de ouders niets nalaten voor hun kinderen, kunnen ze daar ook nog een goede reden voor hebben".

Om zijn voorstel binnen het notariaat aanvaard te krijgen, reist Van Mourik dezer dagen de ringen af. Hij hoopt dat de bezoeken van hem en zijn twee assistenten zullen leiden tot een motie op de jaarvergadering van de broederschap op 8 april, waarin wordt gevraagd het ontwerp-Van Mourik tot uitgangspunt van wetgeving te laten maken. Hoewel hij niet uit is op de val van het bestuur, zal bij aanvaarding van de motie het bestuur weinig anders resten. Het bestuur staat dan immers volkomen geïsoleerd van de rest van haar leden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 februari 1992

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Erfrecht kan heel simpel zijn

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 februari 1992

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken