Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wie is mijn hartsvriendin?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wie is mijn hartsvriendin?

Dr. Pauline Naber: „Jonge vrouwen hebben heus iemand nodig bij wie ze af en toe hun hart kunnen luchten"

9 minuten leestijd

Zo rond haar zestiende doet een meisje alles samen met haar hartsvriendin. Ze hebben geen geheimen voor elkaar, lopen stevig gearmd, zijn onafscheidelijk en gaan voor elkaar door het vuur. Maar wat gebeurt er als de schoolperiode voorbij is en verkering, werk en huwelijk in het spel komen? Betekent dat het einde van de hechte vriendschap? Dr. Pauline Naber deed er onderzoek naar. Niet alle jonge vrouwen hebben vriendinnen, zo constateerde ze. „Een opvallende conclusie in vergelijking met de meeste andere onderzoeken".

Pauline Naber promoveerde vorige maand aan de VU in Amsterdam op een onderzoek onder vijftig jonge vrouwen van rond de 22 jaar, met wie ze zes jaar geleden ook intensieve contacten heeft gehad. „Betrokkenheid bij feminisme en meisjesbeleid is een extra stimulans geweest de studie af te ronden", zegt de sociaal-pedagoge. Het onderzoek was intensief. Maar, zo luidt stelling 10: „Hoewel moederschap en het schrijven van een proefschrift zich moeilijk laten combineren, kan het een gunstig neveneffect hebben: versterking van de vader-kindrelatie".

De vijftig meisjes die de sociaal-pedagoge zes jaar geleden bezocht, zaten in de examenklas van het lbo. Pauline Naber trok intensief met hen op en schreef het boek "Vriendschap onder meisjes". De tieners-van-toen zijn volwassen vrouwen geworden en spelen nu een rol in "Vriendschap onder jonge vrouwen".

Naar de wc

Pauline Naber: „Ik heb heel intensief met die meisjes opgetrokken. Ik ging mee naar de disco, kletste met hen op de slaapkamer, zat met ze op een grasveldje. Dan vroeg ik: Wat betekent het nou, omgaan met leeftijdgenoten? Waar praten jullie over? Wat doe je met elkaar?

Omdat ik met hen meeging, kon ik vragen stellen als: Waarom ga je zo vaak naar de wc als je ergens bent? Dat is niet om te plassen, maar om weer even wat tegen elkaar te kunnen zeggen. Zonder dat anderen het kunnen horen.

Vriendschap is voor meisjes heel belangrijk. Een vriendin is een persoon in wie je vertrouwen hebt, aan wie je alles durft te zeggen en die haar mond weet te houden. Dat is een soort criteriumi Op die leeftijd ben je erg kwetsbaar. Je hebt iemand nodig met wie je kunt praten.

Na zes jaar heb ik deze meisjes weer opgezocht en gekeken hoe de overgang van school naar werk en partnerrelatie is verlopen. De vijftig jonge vrouwen vormen met elkaar een heel bont gezelschap. Sommigen wonen bij hun ouders, anderen zijn getrouwd en hebben kinderen of wonen samen. Dat maakt ook een heel divers beeld van vriendschap zichtbaar".

Ze willen niks

Waarom heeft u juist Ibo-meisjesgekozen voor uw onderzoek?

„Ik denk dat je kunt zeggen dat dat de groep is die het maatschappelijk moeilijker heeft dan de hoger opgeleide meisjes die verder willen komen. Een groep waarvan trouwens heel stereotiepe beelden bestaan: die meiden willen helemaal niks, die willen alleen maar thuis zitten, ze hebben helemaal geen ambitie en kunnen ook niks.

In wetenschappelijke onderzoeken ontbreekt het inzicht hoe dat nou in elkaar zit. Wat houdt die meisjes bezig? Verschillen ze nou zo verschrikkelijk van hoger opgeleiden? Met welke vragen zijn ze bezig? En voor mij was natuurlijk een heel belangrijke vraag: Hoe zijn ze met hun positie als meisjes, als jonge vrouwen bezig? De overheid wil dat zij allerlei loopbanen gaan ontwikkelen en de arbeidsmarkt op gaan en van alles moeten kunnen en willen, maar hoe denken ze er zelf over? Willen ze dat zelf wel?

En als sociaal-pedagoge stel ik dan de vraag: Zijn de maatschappelijke voorwaarden er wel? Daar heb ik zo mijn twijfels over. Als je wilt dat vrouwen gaan werken, moeten er mogelijkheden zijn, kinderopvang bij voorbeeld, en moet er op het thuisfront ook heel wat veranderen".

Plezier

„Werk en gezin moeten ook te combineren zijn met elkaar. In de praktijk blijkt dat dat nelemaal niet zo gemakkelijk is. Bedrijven zijn geënt op ruU-time werkende kostwinners. Als je thuis kinderen hebt, gaat werken buitenshuis niet. Misschien zou de man vier dagen moeten gaan werken. Maar dan moet het hele bedrijfsklimaat veranderen, dat is toekomstmuziek. En zeker voor laag geschoolden is dat niet direct weggelegd.

Je moet ook reëel zijn. Een heleboel vrouwen, zeker uit deze groep, hebben de ambitie niet om aan het werk te gaan. Ze beleven gewoon plezier aan het optrekken met de kinderen en het huishouden. Daar investeren ze in.

Ik heb denk ik het beeld kunnen nuanceren dat huishoudschoolmeisjes helemaal niks willen. De helft is niet verder gekomen dan lbo, omdat ze het niet konden. Zij zochten direct een baan. De andere helft ging een vervolgopleiding doen. Een heel klein groepje, en dat zijn dan vooral de etnische meisjes (die in de literatuur altijd beschreven worden als heel problematisch!), heeft doorgestudeerd. Een van hen is nu 4e-jaars medicijnen".

Romantisch

Wat is een echte vriendin? „Een echte vriendin is iemand met wie je kan praten, die haar mond kan houden en met wie je plezier kunt maken. Die contact met je blijft houden, ook als ze verhuist of een vriend krijgt. Een goede vriendin kan ook tijdelijk zijn. Het is een romantisch ideaal om van je tienertijd tot je tachtigste dezelfde vriendin te hebben. Dat beeld krijg je soms uit allerlei meisjes- en vrouwenbladen. Al die vriendinnen zijn vlot, zien er leuk uit, terwijl dat in de realiteit helemaal niet zo is natuurlijk. In mijn onderzoek blijkt dat een derde van de jonge vrouwen geen vriendinnen heeft. Ze hebben wel een goede band met hun zus of de buurvrouw of een collega, maar geen hartsvriendin.

Dat wil niet zeggen dat zij per definitie eenzaam of geïsoleerd zijn. Jonge vrouwen die thuis zijn (geweest) vanwege werkloosheid of vanwege kleine kinderen, komen wel eerder in een heel klein netwerk terecht. Waardoor ze contacten met andere jonge vrouwen missen. Wat ze dan vooral missen, is de periode dat ze jong waren en met vriendinnen de stad in gingen. Dat lijkt niet meer bij het leven van gehuwde jonge vrouwen te passen".

Geen geld

„Lbo-meisjes zijn vaak gehuwd met laag opgeleide mannen. Gigantische inkomens zijn er niet. Dus als je keuzes moet maken in geldbesteding, dan gaat het geld naar het huis, het gezin. Van optrekken met anderen komt niet veel meer. Ik heb ook vrouwen gesproken die in de bijstand zaten. Zij vinden het moeilijk om andere mensen over de vloer te hebben, omdat ze geen geld hebben om frisdrank te schenken of iets bij de koffie te presenteren.

Wat niet onderschat moet worden, is de centrale rol die de familie in het leven van jonge vrouwen speelt. Vooral de relatie met de moeder is heel belangrijk. Oppassen, met moeder samen boodschappen doen, contact hebben, dat is gewoon belangrijk.

Gehuwde vrouwen die buitenshuis werken, blijken trouwens meer contacten te hebben dan jonge vrouwen die thuis zijn. Meestal wordt er gedacht: daar hebben ze helemaal geen tijd voor. Maar waarschijnlijk zijn ze zó gewend hun leven te organiseren, dat dat erin past. Contact met leeftijdgenoten is héél belangrijk; met elkaar kunnen praten bij voorbeeld over wat er nu tegenvalt aan het moeder-zijn. Moederschap is wel mooi, maar ook moeilijk".

Bedreiging

„Daarom zijn er ontmoetingsruimten nodig voor jonge vrouwen. Een voorbeeld daarvan is het plattelandsvrouwenwerk. Ook het kerkelijk werk speelt daar een belangrijke rol in en het welzijnswerk. Als de emancipatie zich moet voltrekken, dan moet je daar als overheid wel voorwaarden voor scheppen.

Het is gewoon belangrijk dat je met andere jonge vrouwen kunt praten over dingen die jou bezighouden. Dat je een echte vriendin hebt. Er wordt wel eens gezegd dat hechte vriendschappen een bedreiging kunnen vormen voor het huwelijk. Zo van: die vriendin zit ertussen, die kent alle vertrouwelijkheden. Ik denk juist dat vriendinnen het huwelijk in stand kunnen houden. Juist doordat je af en toe je hart kunt luchten bij elkaar".

Hoe kan de gehuwde, jonge vrouw die twee relaties (met man en met vriendin) op een goede manier combineren?

„Verschillende jonge vrouwen zeiden: „Alle vriendschappen zijn ieder voor zich belangrijk voor mij". Soms krijgen meisjes wel eens de vraag voorgelegd: Als je nou moest kiezen tussen je vriend en je vriendin, of tussen je man en je vriendin, wie is dan belangrijker? Ik vind dat een onzinnige vraag. Hoezo kiezen? Het gaat erom dat die verschillende relaties zowel met de echtgenoot, de familie, de buren en de vriendin een plaats hebben in je leven. Dat moeder accepteert dat haar dochter met andere jonge vrouwen omgaat, bij voorbeeld. Als je accepteert dat al die relaties belangrijk zijn, heb je alleen maar te winnen".

Kiezen

„Het dagelijks taalgebruik suggereert een keuzevrijheid die in werkelijkheid niet bestaat. Men zegt: Vriendinnen „maakt" men, een partner „kiest" men, een kind „neemt" men. Maar persoonlijke relaties worden maar voor een deel „gekozen". Je moet in een bepaalde situatie zijn om vriendschappen te kunnen ontwikkelen, om met andere mensen om te gaan. Het is niet zo datje, als je maar sociaal vaardig genoeg bent, dan automatisch vrienden maakt. Het heeft ook met je dagelijkse leefsituaties te maken.

En een partnerrelatie kiezen? Ja, je mag veronderstellen dat je een relatie krijgt met iemand van wie je houdt. Maar het blijkt toch dat dat ook voor een groot deel voorgestructureerd is: binnen kerkelijke kring, binnen opleidingsniveau. Daar zitten heel duidelijke maatschappelijke structuren in. Men spreekt over kinderen „nemen"; nou, er valt meestal niet zoveel te nemen".

Kleppen

Herkent u zichzelf in de resultaten van uw onderzoek? „Ik heb ook gemerkt, net als de lbo-meisjes, dat vriendschappen in de loop van het leven veranderen. Met mijn studievriendin ging ik zeilen. We hadden het heel veel over de toekomst. Met vriendinnen van nu hebben we het over kinderen, het werk. Ik heb twee vriendinnen met wie ik een keer in de drie maanden ga eten, bij iemand thuis. En dan: kleppen. Met twee collega-vriendinnen van een andere universiteit ga ik ook een keer in de zoveel tijd weg. En dan mogen we „zeuren", zoals we dat noemen. Dat we het zo druk hebben. Er is dan niemand die zegt: Ja, maar daar heb je toch zelf voor gekozen? Nee, we mogen zeuren. En dat lost niks op, maar 't is wel lekker om het kwijt te kunnen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1992

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Wie is mijn hartsvriendin?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1992

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken