Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De oranje knipperbol voor Pronk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De oranje knipperbol voor Pronk

Bewindsman heeft onzorgvuldig en onwaarschijnlijk naïef geopereerd

6 minuten leestijd

VENLO (ANP) - De Regionale Arbeidsvoorziening in Midden- en Noord-Limburg heeft samen met de vakbonden en het uitzendbureau Start een plan ontworpen om in het nijpend tekort aan arbeidskrachten voor seizoenswerk in de tuinbouwsector in Limburg te kunnen voorzien.

Minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking gaat de rest van deze kabinetsperiode als „een gewaarschuwd man" door het leven. De door de CDA-fractie geplaatste oranje knipperbol als waarschuwingslicht zal de bewindsman ernstig belemmeren in zijn bewegingsvrijheid. Pronk heeft het er ook naar gemaakt. In de kwestie-Indonesië heeft hij tenminste onzorgvuldig en onwaarschijnlijk naïef geopereeni. En dat is van een minister nauwelijks te tolereren.

Er zijn opvallende overeenkomsten tussen minister Pronk en staatssecretaris Simons van volksgezondheid. Beiden zijn tamelijk bekwame en ervaren bestuurders. Beiden hebben visie op het beleidsterrein waarop ze actief zijn. Beiden voelen zich gedreven door sociaal-democratische motieven. Beiden zijn ook onzorgvuldig in hun uitlatingen.

Naast de overeenkomsten is er ook een niet onbelangrijk verschil: Pronks onzorgvuldigheid leverde hem alleen maar wat politieke averij op omdat er geen maatschappelijke organisaties zijn die zijn hoofd begeren. De poUtieke horizon van Simons daarentegen ziet er op dit moment heel wat zwarter uit. Hij zal het vermoedelijk afleggen tegen het machtige front van specialisten, ziekenhuizen, zorgverzekeraars en hun beschermheren in de politiek.

Smadelijke afgang

Meer dan andere bewindslieden voor hem, heeft Simons gepoogd greep te krijgeii op de kosten van de gezondheidszorg. Wat ondergeschikte fouten zoals voorbarige uitspraken zullen, zoals het er nu naar uitziet, op korte termijn worden aangegrepen om deze bewindsman te lozen. Politiek is hard. Fouten worden afgestraft met een smadeUjke afgang.

Die afgang is minister Pronk donderdagnacht bespaard. Toch zal hij de rest van deze kabinetsperiode als 'aangeschoten wild' verder moeten, niet getroffen door de oppositie maar door de coalitiefractie. Dat is voor een gedreven bewindsman, die Pronk nu eenmaal is, bepaald geen aantrekkelijke gedachte. Want gedreven is hij. Als geen andere bewindsman voor hem koppelt hij ontwikkelingshulp aan respectering van de mensenrechten in het hulpvragende land.

Op zichzelf is daarvoor ook wel wat te zeggen. De herinnering aan verleende ontwikkelingshulp aan puur communistische regimes zoals in Cuba, die in eigen land de rechten van andersdenkenden met voeten traden, is ronduit stuitend. Evenwel zijn er nogal wat nuanceringen op Pronks beleid aan te brengen. Is bij voorbeeld de schending van de mensenrechten een incident, of past deze in de dagelijkse praktijk van het regime? Is het aantal neergeschotenen in Dih, Oost-Timor, een onderdeel van een totaal repressief regime, of is het veel meer een incident?

Mensenrechten

Pronk reageerde alsof er sprake was van een structurele schending. Terwijl alles veel meer wijst in de richting van een -overigens niet te rechtvaardigen- incident. Het is merkwaardig dat Pronk zich in de afgelopen tijd opwierp als de bewindsman die ook de mensenrechtenportefeuille beheerde, terwijl dit een onderdeel is van het pakket van minister Van den Broek. Het is merkwaardig dat de Tweede Kamer Pronk nooit heeft gecorrigeerd, ook het CDA-kamerlid De Hoop Scheffer niet.

Indonesië heeft op zich geen ongelijk als het bij hulp niet afhankelijk wil zijn van donorlanden die deze hulp als politiek drukmiddel gebruiken. Daarbij gaf Pronk er blijk van dat hij de Indonesische mentaliteit onvoldoende invoelde, of dat hij weigerde met die mentaliteit rekening te houden. Een- en andermaal liet de minister in de afgelopen tijd weten, dat hij als IGGI-voorzitter tijdens zijn eerstkomende visite aan "De Gordel van Smaragd" Atjeh wil bezoeken.

De Indonesiërs gaven signalen af, waaruit was op te maken dat dit bezoek „zeer moeilijk" zou zijn. Een ervaren politicus als Pronk had toen niet door, zo bleek donderdagavond, dat het begrip „zeer moeilijk" in Indonesische termen zo ongeveer het equivalent is voor "onmogelijk". Zo'n gebrek aan invoelingsvermogen is voor een minister ontoelaatbaar.

AD-interview

Onbegrijpelijk was ook zijn uitspraak in het interview met het Algemeen Dagblad van vorige week zaterdag, waarin hij op de vraag of hij op langere termijn nog rekening houdt met herstel van de hulprelatie, antwoordt: „Nee. Misschien met een volgende politieke generatie, maar niet eerder". Pronk hield over deze passage in het kamerdebat een tamelijk wijdlopig betoog, waarin hij zijn intentie duidelijk maakte. Dat betoog overtuigde niet, het kwam althans wat naïef, zelfs gekunsteld over. In gangbaar Nederlands is uit deze passage op te maken, dat volgens Pronk eerst president Soeharto, coördinerend minister Radius Prawiro en de andere machthebbers het veld moeten ruimen, alvorens naar zijn verwachting de ontwikkelingsrelatie tussen ons land en Indonesië zal worden hervat. Een grovere manier om de Indonesische autoriteiten te bruuskeren, is nauwelijks denkbaar.

Dit klemde te meer omdat de Engelstalige Jakarta Post een wat vrije vertaUng van het AD-interview opnam in de maandag verschenen editie, zodat ook het Indonesische volk van Pronks uitlatingen kon kennis nemen. De bewindsman had moeten weten dat Indonesiërs zelden of nooit zo'n uitspraak zullen vergeten. Zoals ook niet vergeten is, hoe Pronk in vorige gevallen ingreep in de ontwikkelingsrelatie, als bepaalde gebeurtenissen in Indonesië hem niet zinden. De agressie van Indonesië hiertegen bleek wel uit de brief, waarmee de relatie is opgezegd.

Gebelgd

Het is dan ook begrijpelijk dat het CDA-kamerlid De Hoop Scheffer de kwestie nogal hoog speelde. De fouten en misrekeningen van Pronk logen er niet om. Daarbij zal ongetwijfeld ook in herinnering zijn geroepen, dat minister Van den Broek al eens vaker Pronk het zwijgen moest opleggen, omdat de laatste wat al te boude uitspraken deed over het terrein, waarover Van den Broek de scepter zwaait.

„Een gewaarschuwd minister telt voor twee", aldus een dreigende De Hoop Scheffer. In elk geval is het nauwelijks te verwachten dat Pronk nog uitspraken over Indonesië en zijn machthebbers zal doen. Want aangezien de ontwikkelingsrelatie is verbroken, heeft Pronk weinig tot niets meer in dat immense rijk (meer dan 13.000 eilanden tellend) te zoeken. Bovendien is hij ook IGGI-voorzitter af.

Op een vraag van de liberaal Weisglas antwoordde Van den Broek donderdagnacht, dat Indonesië in het vervolg meer in het normale diplomatieke verkeer, dus onder zijn verantwoordelijkheid valt. Op die uitspraak had de slimme Indonesische diplomatie al gepreludeerd door de christen-democratische bewindslieden, staatssecretaris Van Rooij van economische zaken en Van den Broek, voor een bezoek uit te nodigen. De sociaal-democraat Pronk mag en moet thuis blijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 april 1992

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

De oranje knipperbol voor Pronk

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 april 1992

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken