Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De wind van de liturgische vernieuwing...

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De wind van de liturgische vernieuwing...

7 minuten leestijd

Rita Kohnstamm is -evenals haar vader- een erkend pedagoog. Doch liberaal. Zij gaat, zo schreef zij zelf pas in een bekend landelijk avondblad, „met enige regelmaat" naar een kerk „waar alles min of meer bij het oude is gebleven". „Als ik naar de kerk ga, ga ik niet naar die waarin ik ben grootgebracht. In de kerk van mijn jeugd heeft namelijk de wind van de vernieuwing gewaaid, leidend tot eigentijdse liturgische vormen...".

De woorden van mevrouw Kohnstamm lezend, zag ik mezelf weer zitten, als jongetje van negen, tien jaar, op wat bij ons heette: de grote galerij. "De liturgie", dat geheimzinnige woord stond in mijn psalmboekje. Achter de Dordtse Leerregels. Ik heb mij -bladerend voor kerktijd vaak afgevraagd wat dat woord toch betekende.

Wat is liturgie? Kort gezegd: de vastgestelde vormen voor de openbare eredienst. Koenen brengt jood, protestant en rooms-katholiek onder één dak. Hij zegt het zó: het geheel van gebeden, ceremoniën, symbolen, kerkgebruiken en voorgeschreven plechtige handelingen en gewaden van enige eredienst.

Ceremoniën, kerkgebruiken, voorgeschreven plechtige handelingen, die kun je veranderen Mevrouw Kohnstamm is daar -als het over de kerk gaat- niet zo blij mee. Dat is aardig. Want het resultaat van haar opvatting strookt met de mening van het hoofdbestuurslid van de hervormd-gereformeerde mannenbond, ds. J. van Wier. Waaruit maar weer blijkt dat de gereformeerde richting niet per definitie wereldvreemd is. Dat handhaving van tradities niet per se verwerpelijk is.

Ds. Van Wier betoogde zaterdag tijdens de huishoudelijke vergadering van zijn bond dat in het Nieuwe Testament nergens een welomschreven liturgische orde wordt aangereikt. Nu, dat betekent voor velen, dat zij zich zelf van alle voorschrift en elke norm ontslagen achten. Voor ds. Van Wier -zeer terecht- niet. Onze tijd toont aan, zei hij, dat de problemen van de kerkverlating niet op te lossen zijn door liturgische vernieuwingen. De prediking van het Woord moet het hart zijn van de eredienst.

Geen vernieuwing?

Geen vernieuwing dus in de liturgie? Op grond van opvattingen van zeer onderscheiden mensen als mevrouw Kohnstamm en ds. Van Wier? Kom kom, de Bijbel geeft toch geen voorschriften? De degelijke ds. William Huntington zong in de kerk -als ik zijn biograaf Thomas Wright geloof- immers de gezangen van Hart? Waarom houden wij het dan bij psalmen? De dienst van Russische baptisten wordt toch ook luister bijgezet door een koor? Waarom mag dat bij ons dan niet? En in de samenkomsten van het Hervormd Lokaal werden toch vroeger ook wel publieke persoonlijke getuigenissen gegeven van wedergeboorte en bekering? Niet zo kinderachtig! Waarom geen vernieuwing?

Wie die vraag stelt, kan niet heen om een onderzoekje. Waar ontspruit ons begrip liturgie eigenlijk aan? Waar komt onze liturgie vandaan? De Bijbel geeft geen liturgische orde. Dat zal waar zijn. Maar er is meer te zeggen. „Bepaalde voorschriften hoe wij onze eredienst hebben in te richten, vinden we in het Nieuwe Testament niet, wel de beginselen, en ook de lijnen, waarlangs zich die beginselen hebben te ontwikkelen", zo schreef nu wijlen ds. C. Lindeboom.

Leitourgeo

Het Griekse woord "leitourgeo" betekent letterlijk en oorspronkelijk: werken voor het volk. Op den duur drong het ook door tot in het godsdienstige spraakgebruik. Ook voor de cultus van de Griekse (afgoden in hun 'heiligdom' werd dit woord gebruikt. Vervolgens hanteerde de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, deze term, "leitourgeo", voor de dienst die de priesters en levieten in tabernakel en tempel verrichtten.

Het Nieuwe Testament neemt het woord over in de betekenis van "dienen". In Handelingen 13:2 staat van enige profeten en leraars dat „zij de Heere dienden en vastten". Hebreeën 10:11 zegt: „een iegelijk priester stond wel alle dag dienende".

Liturgie verricht een christen als hij bezig is God op bijzondere wijze te dienen: door zich zelf te offeren, door aan een collecte voor Jeruzalem te geven, door aan bijzondere gebedsbijeenkomsten deel te nemen die met vasten gepaard gaan. „De ware en enige Liturg van het Nieuwe Testament", zegt F. J. Pop, is naar Hebreeën 8:2 Jezus Christus. Zijn dienst in het hemels heiligdom geschiedt ter verzoening en bewaring van zijn volk".

Bestanddelen

Ërg gelukkig gekozen is het woord "liturgie" dus eigenlijk niet om daardoor aan te geven „de vastgestelde vormen voor de openbare eredienst". Maar hier zijn dan toch wel de bestanddelen van die liturgie in de christelijke kerk. Het offer, het gebed, de bediening der verzoening, prediking en sacrament.

Een bepaalde orde wordt niet gegeven. Kunnen we dan maar aanrommelen? Neen, de bestanddelen zijn gegeven. En het centrum van alles is de prediking van het Woord. Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Wood Gods.

Zo heeft de reformator Calvijn -eerst in Straatsburg, in zijn balingschap- gewerkt aan de ordening van de eredienst. De berijming van de psalmen krijgt hier een begin. Hier ligt de oorsprong van zijn formulieren voor de bediening van doop en avondmaal, later bewerkt in Geneve, en waaraan toen ook een huwelijksformulier en formuliergebeden werden toegevoegd.

Maar dat alles vormde geen ijzeren weg. „Binnen de ene kerk van Christus kan ruimte zijn voor verschil van opvattingen en ceremoniën, voor zover het zaken van bijkomstige aard betreft", zo tekent dr. W. F. Dankbaar aan over de opvatting van Calvijn. Als de ceremoniën maar geen aanleiding tot bijgeloof gaven, zoals in het rooms-katholicisme veelal het geval was. „Zo was Calvijn een voorstander van het knielen bij het gebed, een teken van eerbied en nederigheid voor God. Maar tegen het knielend ontvangen der communie was hij scherp gekant, omdat dit herinnerde aan de aanbidding van de hostie".

Een orde

De prediking van Gods Woord staat in de gereformeerde eredienst centraal. Daar omheen heeft zich de orde, een inrichting van de eredienst ontwikkeld. Een vaste orde hebben onze oude synodes nooit gegeven. Kerken van gereformeerde richting zijn de orde gaan hanteren van de Nederlandse 'reformator' Petrus Datheen, in 1566 volledig verschenen achter zijn psalmberijming: votum, lezing van de wet, opwekking tot boete en verkondiging van genade, gebed, de twaalf artikelen, de preek, gebed en zegen.

Het is geen ramp, dat er ook nu nog allerlei verschil is. De ene predikant leest zijn tekst of de te behandelen catechismuszondag vóór, de andere na het gebed. Hier wordt de dienst begonnen met votum en zegen, elders volgen die op het eerste zingen. Maar het is goed dat er in een kerkverband eenheid en orde is. Dat is naar de Schrift.

Opbouw

Enige liturgische verandering hoeft dus op zich zelf-mits niet in duidelijke tegenspraak met de Bijbel- niet zo erg te zijn. Ik kan mij uit mijn jongere jaren goed herinneren dat voorlezen door de dienstdoende ouderling achter de katheder werd afgeschaft - om na een paar jaar weer ingevoerd te worden.

Doumergue schrijft betreffende de opvatting van Calvijn over verandering in liturgisch opzicht: „Hij wilde vrijheid ter wille van de stichting. In middelmatige dingen ten opzichte der ceremoniën kunnen de kerken verschillen. Het kan wel nuttig zijn, dat men geen eenvormigheid in dezen heeft, want daaruit blijkt, dat het geloof hierin niet bestaat. Hij wil geen slaafse eenvormigheid die niet sticht". Het woord "stichten" betekent "opbouwen".

Dat betekent dus een allesbeslissende hinderpaal voor hen die met de plooibaarheid van Calvijn allerlei (liturgische) vernieuwing ruim baan zouden willen bieden. Is het veel gehoorde geluid „het kwaad zit toch niet hierin, het verkeerde zit toch niet daarin" werkelijk bedoeld tot stichting en tot opbouw in het geloof? De praktijk heeft genoeg bewezen dat liturgische vernieuwing jonge en oude mensen niet aan de kerk bindt. Denk aan mevrouw Kohnstamm.

Ik vrees dat de achtergrond, de doelstelling van die vernieuwing veelal samenhangt met een door secularisatie veroorzaakt algemeen argwaan tegen traditie, tegen ceremoniën en ritueel. Ik ben bang dat de liturgische-vernieuwingsdrang van onze tijd verband houdt met de toegenomen individualisering in onze maatschappij. Met de strijd voor de zelfverwerkelijking en persoonlijke keuze van "ik". Het formele is uit de mode. En dat alles hangt weer samen met een -niet zelden in algemene progressiviteit- los van God leven.

Ik bouw de kerk niet op door liturgische vernieuwing door te drijven als ik weet dat een aantal medebroeders en -zusters dat niet kan meemaken. Het navolgen van de grote Liturg is toch juist, zoals Calvijn het ook deed, zonder starheid en slaafsheid handelen naar een sobere, bijbelse orde -niet los van de culturele en historische context, maar- waarin de verkondiging van het Woord centraal staat?

De wind van de liturgische vernieuwing is niet zomaar de wind van de Heilige Geest. Beproeft de geesten, of zij uit God zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 april 1992

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

De wind van de liturgische vernieuwing...

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 april 1992

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken