Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Het Afrikaans zal verantwoordelijk zijn voor zijn eigen ondergang

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Het Afrikaans zal verantwoordelijk zijn voor zijn eigen ondergang"

Hoe een taal geleidelijk van haar blanke huid wordt ontdaan

8 minuten leestijd

HILVERSUM/APELDOORN - Afrikaans „word van sy wit vel gestroop". Met deze ietwat plastische, maar trefzekere uitspraak gaf prof. Van der Eist eind 1990 aan dat het Afrikaans niet meer louter de taal is waarvan de apartheidsdrijvers zich bedienen. Een taal die tegen wil en dank werd gesproken door zwarten omdat ze nu eenmaal op een "plaas" werkten, en een taal die, hier in Nederland, gekoesterd werd door lieden die bij het horen van Sarie Marijs een traan moesten wegpinken. Het Afrikaans mág weer.

Zeg nou zelf: „slegs vir blankes" 'klinkt heel wat discriminerender dan „whites only". Het Afrikaans was -jarenlang een belangrijke lees- en hoorbare uiting van de apartheid alleen dat woord al, dat niet te vertalen bleek. Dat 'goede' blanke AfriKaners zoals Breyten Breytenbach en kleurlingen zoals dominee Allan Boesak deze „taal van de onderdrukker" spraken, werd hun ver: geven. Dat veel Engelstaligen vol overgave het oude NP-beleid steunden werd gemakshalve vergeten.

Met het doorvoeren van de revolutionaire politieke veranderingen in Zuid-Afrika kwam de laatste jaren ook de taal in een wat ander daglicht te staan. Zelfs de meest kritische geesten moesten toegeven dat je in het Afrikaans uiterst behartigenswaardige dingen kunt zeggen. En was het niet Nelson Mandela zelf die, toen hij met alle egards door de Partij van de Arbeid werd ontvangen, weliswaar tot sommiger verbijstering, Afrikaans sprak?

Behalve Engels en Afrikaans worden in Zuid-Afrika nog negen grote talen gesproken, waarvan het Zoeloe, het Xhosa en het Sotho de belangrijkste zijn. Het Zoeloe is numeriek de grootste, op enige afstand gevolgd door het Afrikaans, dat de moedertaal is van ministens zes miljoen mensen in Zuid-Afrika, verspreid over alle bevolkingsgroepen. Het Engels, dat weliswaar in bepaalde steden (zoals Johannesburg en Durban) overheerst en natuurlijk de taal van de elite is, is getalsmatig van veel geringere betekenis.

Bevrijd

Sinds er met vereende krachten wordt gewerkt aan een democratisch en niet meer door huidskleur bepaald Zuid-Afrika, wordt ook de toekomst van het Afrikaans in binnen- en buitenland druk bediscussieerd. Minister Roelof Botha van buitenlandse zaken verwoordde het anderhalf jaar geleden als volgt: „Met het afschaffen van de apartheid en het scheppen van een nieuw Zuid-Afrika wordt niet alleen de Afrikaner, maar ook de Afrikaanse taal bevrijd en blijft haar toekomst verzekerd".

De al genoemde prof dr. J. van der Eist, hoogleraar Afrikaans-Nederlands aan de Potchefstroomse Universiteit vir Christelijke Hoer Onderwys, schreef in het NZAWblad Zuid-Afrika Nu: „Het Afrikaans zal in Zuid-Afrika gedijen. Er zijn tekenen dat het ANC niet vijandig staat tegenover deze taal". Zelfs in het geval dat het slechtste scenario in werking zou treden en het Afrikaans als officiële taal uit de nieuwe grondwet wordt geschrapt, blijft Van der Eist hoopvol gestemd: „Ook dan nog zal een levenskrachtige taal zoals het Afrikaans niet sterkop bo water hou", dat zegt een kind van drie, dat de werkwoordsvormen nog onvoldoende beheerst.

Klammigheidjie

Vast onderdeel van die discussie is de verwantschap tussen het Afikaans en het Nederlands. Voor ruim 80 procent heeft het Nederfands bijgedragen tot de vorming van het Afrikaans, maar ook landen als Madagascar en Sri Lanka leverden een aandeel. De gemiddelde Nederlander beschouwt het Afrikaans echter als een slap en vooral merkwaardig aftreksel van zijn eigen taal. „On kop bo water hou", dat zegt een kind van drie, dat de werkwoordsvormen nog onvoldoende beheerst.

Verder valt er natuurlijk vooral veel genoegen te beleven aan het beluisteren en lezen van het Afrikaans. Neem de "Lekkerleeslys" die ambassadeur Nothnagel eind 1990 het licht deed zien. Een schitterende verzameling van Afrikaanse woorden die zonder vertaling zouden leiden tot misverstanden of schouderophalen. Klammigheidjie (motregen), springjurk (turnpakje), padkafee (wegrestaurant), oorkrabbertjie (oorbel), blinkseun (pientere jongen). Dat bij het doornemen van de lijst de glim- of schaterlach overheerst, is veelzeggend voor de relatie tussen beide talen.

Ondanks de verschillen -en ondanks het feit dat menige Nederlander in gesprek met een Afrikaan soms noodgedwongen op het Engels moet overstappen- is de gelijkenis tussen beide talen bezwaarlijk weg te poetsen. Het voorbeeld van de in ons lans wonende Zuidafrikaanse dichteres Elisabeth Eybers, die vorig jaar juni de P. C. Hooftprijs kreeg, is in dit verband vaak aangehaald. (Al wordt haar poëzie door sommige letterkundigen eerder als een soort tussentaal gezien dan als puur Afrikaans.)

Zou die prijs aan een Engels-, Frans- of Duitstalige gegeven zijn?was de retorische vraag die J. L. M. Kits Nieuwenkamp enkele maanden geleden stelde in "Neerlandia", het orgaan van het Algemeen Nederlands Verbond. De Nederlandse taalgemeenschap in Europa heeft volgens hem belang bij een bloeiende Afrikaanse taalgemeenschap in Zuid-Afrika. „Er zijn bepaalde parallellen te trekken tussen de bedreigde positie van het Afrikaans in Zuid-Afrika en de allerminst zorgeloze positie van het Nederlands in Europa".

Compromis

De zwarte professor J. M. Lenake is hoogleraar in het Zuid-Sotho aan de Universiteit van Suid-Afrika in Pretoria, waar "afstandsonderrig" gegeven wordt. Het Zuid-Sotho wordt onder meer gesproken in Lesotho, Oranje-Vrijstaat, Zuid-Transvaal en delen van Transkei. Bij elkaar gaat het om 8 a 9 miljoen mensen.

Lenake, in Nederland op uitnodiging van de Nederlands-Zuidafrikaanse Vereniging, tijdens wier jaarvergadering hij zaterdag een lezing hield, verwacht dat de diverse zwarte stamtalen naast Afrikaans en Engels een rol blijven spelen in het nieuwe Zuid-Afrika. Engels en Afrikaans zullen als officiële talen gelden, en vervolgens zou Engels wel eens als compromistaai uit de bus kunnen komen: een wereldtaal, met bovendien een neutraal karakter, de associatie met onderdrukking kleeft er niet aan.

„De Afrikaner heeft zijn eigen zaak benadeeld", is Lenakes opvatting. „Ten eerste door exclusief te zijn. Hij heeft Afrikaans als zijn eigendom beschouwd. Als het Afrikaans moet ondergaan, is het grotendeels verantwoordelijk voor zijn eigen ondergang. Ze hebben het zelf proberen weg te vagen. Hoe? Als een blanke een zwarte op straat aanspreekt, gebeurt dat in het Engels. Dat doet hij omdat ,jullie zwarten niet van het Afrikaans houden". Terwijl normaal gesproken veel zwarten communiceren in het Afrikaans! Op het werk, in de bus, in de trein, noem maar op".

„De zaak van het Afrikaans is ernstig benadeeld door de Soweto-opstand. De manier waarop de zaak van het Afrikaans als voertaal op school is doorgevoerd, was verkeerd. De overheden hebben destijds besloten dat Afrikaans de voortaai moest worden vanaf standaard zeven, dat wil zeggen in het voortgezet onderwijs. De swartmense hebben daar bezwaar tegen gemaakt en gezegd: Wat helpt het dat onze kinderen in de hogere school les krijgen in het Afrikaans? De Afrikaanse universiteiten houden de deuren toch voor hen gesloten. Met het gevolg dat ze terug moeten gaan naar de Engelse universiteit. Sommige zwarten hebben dit beschouwd als een andere manier om het zogenaamde Ban toe-onderwij sbeleid voort te zetten. Want het Bantoe-onderwij sbeleid heeft onder andere ook het moedertaal-onderricht benadrukt. En voor de zwarte was de kwestie van het moedertaalonderwijs een man'er om de vorderingen van hun kinderen tegen te houden".

Het Afrikaans dus toch de taal van de onderdrukker? „De Engelsen zijn net zo schuldig aan de apartheid. Met dit verschil, dat ze de deuren van de universiteiten voor zwarte studenten hebben laten openstaan. Maar inderdaad, zowel het Engels als het Afrikaans is te blameren".

In officiële tweeataligheid op lange termijn ziet Lenake niets. „Om praktische redenen zullen we voor één ambtelijke taal moeten kiezen. Maar het voordeel van de Zuidafrikaanse samenleving is dat we op streekbasis nog altijd verplicht zullen zijn om twee ambtelijke talen te erkennen. Het zal nog meer dan honderd jaar duren voordat we één ambtelijke taal, bij voorbeeld het Engels, kunnen hanteren. Want de grote meerderheid van de zwarten is ongeschoold of nauwelijks geschoold".

Hij verwacht trouwens niet dat de keuze van een taal voor de zwarte bevolking op moeilijkheden zal stuiten. „Voor de meesten van hen is de taal geen enkel probleem. Elke zwarte in Zuid-Afrika spreekt, leest en schrijft gemiddeld 5 a 6 talen".

Het maakt Lenake persoonlijk niet veel uit of zijn land in de toekomst Afrikaans- dan wel Engelstalig wordt, al steekt hij zijn waardering voor het Afrikaans niet onder stoelen of banken. „Een taal die een „vinnige" ontwikkeling heeft doorgemaakt, en alom hoog staat aangeschreven". Bovendien, voegt hij er ietwat overmoedig aan toe, „samen met het Nederlands, dat ook in België wordt gesproken, een halve wereldtaal. Ik denk zelfs dat je ook Duitsland erbij mag betrekken; het Afrikaans is tenslotte een zuster van de Germaanse talen..."

Te dom...

Belangrijker dan de keuze voor een bepaalde taal vindt hij het feit dat de Afrikaner afstapt van zijn exclusiviteit, dat hij andere mensen als gelijkwaardigen aanvaardt. Waar exclusief denken, ook op taalgebied, toe kan leiden, wordt op pijnlijk treffende wijze geïllustreerd in NaFoto RD mibië. Daar spreekt 95 procent van de bevolking Afrikaans. Slechts enkelen, zoals de Swapo-leden die in het buitenland zijn geweest, beheersen het Engels. Toch heeft men voor het Engels als officiële taal gekozen, „louter vanwege het feit dat men de Afrikaners voor hun exclusivisme wilden straffen".

De hoogleraar constateert met vreugde dat in het nieuwe ZuidAfrika de kleur van zijn huid geen rol meer speelt. Het moet hem van het hart dat hij het altijd wat wrang vond, te zien hoe iedere blanke, ongeacht zijn ontwikkelingsgraad, meetelde. „Er zijn heel wat halfgeleerde, en ongeleerde, domme witmense. Maar vanwege de kleur van hun huid hadden ze stemrechf'. Hoe onverstandig blanken kunnen zijn werd rond het referendum vorige maand nog eens treffend gedemonstreerd door het geblaat van Eugene Terre'Blance, de AWB-leider. „Misschien", grinnikt prof. Lenake niet zonder leedvermaak, „was het referendum anders uitgepakt als hij niet zo'n grote mond had gehad. Nu kon iedereen zien: deze mensen zijn gewoon te dom om het land te regeren".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1992

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

„Het Afrikaans zal verantwoordelijk zijn voor zijn eigen ondergang

Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1992

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken