Bekijk het origineel

„Hier zit het levende bewijs van de apostolische roeping

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Hier zit het levende bewijs van de apostolische roeping"

Hersteld Apostolische Zendingkerk richt zich met haar boodschap op reformatorisch en evangelisch Nederland

12 minuten leestijd

„Bent u op zoek naar de ECHTE WAARHEID van Gods Woord?" Deze tekst voor een Schakeltje bood de Hersteld Apostolische Zendingkerk het Reformatorisch Dagblad aan. De advertentie werd -met opgaaf van redenen- geweigerd. Maar de vraag bleef waarom de Hersteld Apostolische Zendingkerk, onder leiding van apostel H. F. Rijnders, een voedingsbodem verwacht onder de RD-lezers.

Het aantal apostolischen in de wereld groeide in tien jaar explosief van twee naar zeven miljoen leden. Groei was er vooral door zendingsactiviteiten in Afrika, Azië en Latijns Amerika. Ook in Nederland zijn er aanhangers van de apostolische traditie. De ongeveer 42.000 „verzegelden" zijn echter ook onderling verdeeld. Negen apostolische kerken hebben zo'n 250 gemeenten.

De spoedige wederkomst van de Heere Jezus, Die het duizendjarig rijk op aarde zou stichten, staat centraal tijdens de conferenties die van 1826 tot 1830 op het Engelse landgoed Albury bij Londen worden gehouden. De Schot Edward Irving (1792-1834) doet vurig mee aan het bidden om een vernieuwde uitstorting van de Heilige Geest, die zich in tongentaai en wonderlijke genezingen moet openbaren. Al gauw ziet hij de Anglicaanse Kerk als een afvallige, omdat zij de vier ambten uit Efeze 4:11, die van apostel, profeet, evangelist en herder en leraar, sinds de vroegchristelijke kerk niet meer op de juiste wijze handhaaft. Na zijn afzetting als predikant sticht hij een eigen gemeente, die later de Katholiek Apostolische Kerk gaat heten.

De rijke bankier Sir Henry Drummond, die de conferenties financiert, wijst John, Cardale als eerste apostel aan, die het hoofd van de kerk wordt. In 1835 is het twaaftal apostelen compleet. Omdat men denkt dat de wederkomst in 1864 zal plaatsvinden, worden gestorven apostelen niet aangevuld. Dit leidt tot een splitsing in 1863, als de Duitse „profeet" H. Geyer met „hulpengel" F. W. Schwarz de Hersteld Apostolische Zendinggemeente sticht, die het aantal apostelen wel aanvult. De Katholiek Apostolische Kerk blijft bestaan. Zij heeft een sterk rooms-katholiek getinte liturgie en ordent sinds de dood van de laatste apostel in 1901 geen ambtsdragers meer. In Nederland leidt deze kerk met acht gemeenten en zo'n duizend leden een wat kwijnend bestaan.

Ook apostolischen in Nederland maken een veelvoud aan conflicten en splitsingen mee (1895, 1926, 1929, 1946, 1950, 1956, 1969 en 1971; samenvoegingen in 1956 en 1964). Vaak houdt dit verband met de persoonlijkheid van de leidende apostel en de acceptatie van zijn benoemingen, soms gecombineerd met onenigheid over de leer.

De verschillen zijn groot. De belangrijkste splitsing binnen de 30.000 apostolischen doet zich voor in 1946, als apostel Van Oosbree van de Hersteld Apostolische Zendinggemeente in de Eenheid der Apostelen in de Nederlanden en de Koloniën (Hazea), overlijdt. In zijn testament wijst hij Lambertus Slok aan als zijn opvolger.

Echter, de stamapostel van de wereldkerk had J. Jochems aangewezen. De rechter wijst in 1950 vonnis dat de uit de Hazea gevormde Nieuw-Apostolische Kerk de rechtmatige opvolger had benoemd en dus recht heeft op alle kerkgebouwen. De kerk is met haar 13.000 leden niet de grootste apostolische kerk, maar wel onderdeel van de wereldkerk met zo'n zeven miljoen leden.

Het Apostolisch Genootschap, in '46 gevormd uit de 25.000 volgelingen van Slok, moest aan de nieuwbouw van kerkgebouwen voor de bijna honderd gemeenten beginnen. Zij telt nu zo'n 26.000 leden en is daarmee het grootste onderdeel van "Het apostolische werk in Nederland" (zoals verwoord in het proefschrift van dr. M. J. Tang, 's-Gravenhage, 1982). In het buitenland zijn vijf zustergemeenten.

De Hersteld Apostolische Zendingkerk heeft twee takken, die voor een buitenstaander niet veel van elkaar verschillen. Groep-Ossebaar heeft 400 leden verenigd in drie gemeenten, groep-Rijnders heeft 500 „verzegelden" in tien gemeenten en richt zich sterk op evangelisatie. Daarnaast bestaan nog de Gemeente van Apostolische Christenen, de Gemeente Gods, de Hersteld Apostolische Zendinggemeente en naast de al genoemde Katholiek Apostolische Gemeenten de Katholiek Apostolische Kerk. De meeste gemeenschappen tellen enige honderden leden en hebben (zeer) kleine afdelingen in het buitenland.


Op bezoek bij een apostel (H. F. Rijnders), een profeet (F. Brust) en een evangelist (J. L. M. Straetemans); je zou je kunnen wanen in vroegchristelijke tijden. En dat is het nu juist waarop de Hersteld Apostolische Zendingkerk zegt terug te grijpen. De christelijke kerk heeft de ambten van het vroege christendom verminkt, zo vindt men. De Hersteld Apostolische Zendingkerk (groep-Rijnders) is in 1969 uit de gelijknamige kerk gestapt na onenigheid over het optreden van apostel Van der Poorten.

Apostel H. F. Rijnders is opgegroeid in een hersteld apostolisch gezin. „Veel jongeren verlaten ook onze gemeenten, maar de Heere heeft me daarvoor behoed, tot nog toe". Zijn grootvader was al „herder" van de Hazea in Amsterdam. Rijnders' vader (92) bekleedt nog altijd het ambt van voorganger van de gemeente in Haarlem en hoopt eind deze maand zijn 50-jarig ambtsjubileum te vieren.

Ex-hervormd

F. W. Brust groeide op in een niet-kerkelijk gezin. Door zijn huwelijk met een rechtzinnig hervormd meisje deed hij daar belijdenis en functioneerde hij jaren als ouderling, „soms als het lastige jongetje van de vrijzinnige kerkeraad". Hij werd „zoekende" na een roepingsdienst van apostel Schaap, die in gebed ging tot God. En de Heere sprak". Brust is nu „profeet" van de gemeente van de Hersteld Apostolische Zendingkerk in Haarlem.

J. L. M. Straetemans is het voorbeeld van de grote zendingsdrang van de kerk. Als evangelist heeft hij de opdracht om naar buiten te treden. Zo bood hij het RD de advertentie aan. Ook probeert hij ingang te vinden in de evangelische en charismatische wereld, „omdat ze daar sterk bezig zijn met de Geest. En wij denken hen daarbij te kunnen helpen".

Jacob Straetemans was tot zijn veertiende een „katholiek jongetje". Daarna ging hij niet meer naar de mis. Hoewel zijn vriend en hij van plan waren naar Pink Pop te gaan, ging hij in 1977 naar een roepingsdienst. „Het grijpt je. Je wordt gepakt, toch. En dan is er geen weg meer terug". Zijn functie als mededirecteur van een bedrijf in medische verpakkingsmaterialen moest hij opgeven toen hij „door de profetenmond van Grimmelius" geroepen werd om evangelist in Haarlem te worden.

Profetieën

Het is geen zendingsdrang maar „zendingsbevel", vindt Brust. „We spoeden ons naar het einde der tijden en we moeten de mensen wijzen op het komend duizendjarig vrederijk. De laatste jaren zijn vijf evangelisten en maar één herder en één profeet geroepen door de Heer".

De Heilige Geest geeft volgens Brust rechtstreekse openbaringen om aan te geven dat er veel aan evangelisatie gedaan moet worden. Zo is men ook bezig met straatevangelisatie en huis aan huis folderen. „De laatste jaren zijn er vooral openbaringen geweest die aangaven om zowel in kerkelijk als in onkerkelijk Nederland te werken. Het gaat er ons niet om zieltjes te winnen, maar de Heer geeft aanwijzingen, en dan probeer je met het budget te doen wat je kunt".

Het profetenambt is in de apostolische kerk erg belangrijk. Brust hierover: „Profetie geeft verlichting over onduidelijkheid in gedeelten van de Schrift. Heel de gemeente bidt tijdens de dienst om de Geest. Een verzegeld lid zag eens de profetie als lichtreclame op de muur staan. De zinnen zijn bij profetie steeds in beweging en door drijving komt het als persweeën naar buiten. Je spieren trekken, zijn spastisch te noemen", aldus de „profeet". Rijnders: „Bij Brust is de Geest nog niet naar buiten gekomen, maar hij wordt wel aangeraakt door de

De profetie (in de moedertaal) wordt meestal op de band opgenomen ter controle. Profeten kunnen het, als het goed is, woordelijk navertellen. Zij kunnen de profetie ook verduidelijken als het niet verstaanbaar is", aldus Brust.

Roeping van de apostel

Toen apostel J. Schaap in 1980 overleed, werd er in de gemeente een rouwtijd van zes weken aangehouden, „net als bij Aaron". Daarna werd er een „heilige roepingsdienst" gehouden, waarbij „alle dienaren naar een centrale plaats gingen om de Heer te vragen of Hij de opengevallen plaats wilde vervullen", aldus Rijnders. De profeten „die helemaal leeg waren", moesten knielen en een van de profeten profeteerde. „In die profetie zat de naam vervat die de apostel gaat dragen en in welke plaats of welk land hij moet dienen". Rijnders viel de eer te beurt.

De kerk telt tien gemeenten en vijftien „priesters". Apostel Rijnders kreeg -net zoals vele andere dienaren- een deeltijdfunctie. „De wisselwerking met de maatschappij is heel zinvol". Brust heeft naast zijn profetenambt een confectie-atelier dat gordijnen naait, Straetemans fungeert nog als part-time directeur van zijn bedrijf. In Duitsland bestaan drie gemeenten, met totaal 100 leden. In Zaïre leverde de zendingsarbeid sinds 1987 1000 leden op.

Doop der doden

In tegenstelling tot de gereformeerde leer, stelt de Hersteld Apostolische Zendingkerk dat gestorvenen nog gered kunnen worden. „In het dodenrijk laat de Heer het Evangelie ook klinken", aldus Rijnders. In het maartnummer van het kerkblad "De Stem van de Laatste Bazuin" staat te lezen dat van 1987 tot begin 1991 „de Heere der kerk in een aantal profetische openbaringen heeft bekendgemaakt dat het Zijn wil is dat 23 met name genoemde ontslapenen de Heilige Verzegeling zullen ontvangen. Aan een drietal van hen moest tevens de Heilige Doop toegediend worden". Deze „opdracht" is op zondag 17 maart jongstleden vervuld. De betrokken ontslapenen waren, volgens het kerkblad, voorheen voor het merendeel niet bekend.

„Opnieuw mogen wij constateren", aldus het kerkblad, „dat God ook in het dodenrijk werkt. Want of wij leven of zijn ontslapen, voor Hem leven wij allen. Door deze gebeurtenis in het Koninkrijk van God worden wij ons de „gemeenschap der heiligen" nadrukkelijk bewust".

Op welke bijbelse gronden is deze leer gebaseerd, omdat u toch zegt dat de Bijbel het Woord van God is?

Brust: „Ik meen op 1 Thessalonicensen 5, waar Paulus zegt: Waartoe worden de levenden voor de doden gedoopt? (1 Korinthe 15:29, red.) Gelovigen die gestorven zijn, gaan niet rechtstreeks naar de hemel. Zij gaan naar een verblijfplaats waar de Heer ook kan werken. Wij ontvangen van Hem profetieën in de geest van: Die doden wil ik verzegelen. Soms moeten ze ook nog gedoopt worden. Dat gebeurt dan op het hoofd van de priester, en als het een vrouw betreft op het hoofd van de vrouw van de priester. Het zijn voor ons soms volstrekt onbekende buitenlandse namen. Maar inderdaad is het niet gemakkelijk het bijbels te onderbouwen".

Wat is het bewijs dat er volgens u letterlijk vier ambten, die van apostel, profeet, evangelist, en herder en leraar, moeten worden vervuld?

Straetemans (wijst naar apostel Rijnders): „Hier zit het bewijs".

Rijnders: „Het priesterschap is volgens Efeze 4:11, waar staat dat er vier ambten moeten zijn: dat van apostel, profeet, evangelist, en herder en leraar. Daarnaast zijn er ook bisschoppen, engelen en opzieners. In onze traditie zijn deze laatste ambten naar de achtergrond gedrongen, deze tussenschakel is niet meer nodig. Wij handhaven -in tegenstelling tot de christelijke kerken- de vier ambten uit de oude christelijke kerk".

Wat is de bijbelse grond voor de instelling van een derde sacrament, dat van de heilige verzegeling?

Straetemans: „Efeze 1:13 en 14 zegt: „Gij zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte". De verzegeling is het onderpand van de toekomende erfenis. Je krijgt dan de belofte van de toegang tot de avondmaal op de bruiloft van het Lam en inzicht in de verborgenheden van de Heilige Geest. En Handelingen 8 geeft aan dat de overdracht alleen door apostelen plaats kan vinden".

„Je kunt niet van de ene op de andere dag verzegeld worden. Wij zijn heel nuchter. We laten niet iedereen toe. Ze moeten eerst een jaar studeren in de Bijbel. Als je de heilige verzegeling vraagt, kan en wil je de Heilige Geest ontvangen. Na de heilige verzegeling zie je de dingen heel anders".

Is de Hersteld Apostolische Zendingkerk een sekte? Een sekte in die zin, dat u een aantal vermeende gebreken van de gevestigde kerken verabsoluteert tot hoofdpunt van uw belijden, in uw geval een te geringe aandacht voor de ambten, te weinig aandacht voor de wederkomst en het spreken van de Heilige Geest?

Rijnders: „U hanteert de definitie van Boerwinkel, die de apostolische kerk schaart onder de sekten, die nadruk leggen op het tekort aan hoop in de kerk. Maar de apostolische kerk is geen sekte. Het komt door de situatie dat we een minderheid van de christenheid zijn. Een minderheid heeft de neiging zich sektarisch op te stellen. Helaas moeten wij afzonderlijk vergaderen. Wij hebben niet een kerk ogericht. We willen de kerk terugvoeren naar de eenheid van Christus in de tijd van Johannes de Doper. Toen werd gedoopt in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest".

Brust: „Ik denk dat u toch te weinig let op de aanvang van de apostolische traditie. De Heilige Geest heeft bepaalde structuren gegeven. Mensen die door de Geest geleid werden, zijn buiten de kerk geplaatst. Wij keren terug naar de vier oude ambten van de vroegchristelijke kerk".

Kritiek

Dr. Tang, hervormd ziekenhuispredikant, wie de levenshouding van apostolischen tijdens zijn ziekenhuispastoraat opviel, promoveerde in 1982 op een dissertatie over "Het apostolische werk in Nederland". In deel 3 is een kritisch gedeelte opgenomen. Na kritiek van anderen samengevat te hebben, formuleert hij zelf kritiek op twee punten: "Geest en ambt" (hoofdstuk 12) en "Het omgaan met de heilige Schriften" (hoofdstuk 13). Daarnaast past hij de criteria van prof. dr. A. J. Bronkhorst toe ten aanzien van het gemeenteleven. Die beschrijft hoe een gemeente niet moet zijn.

In het dertiende hoofdstuk levert dr. Tang vooral kritiek op het fundamentalistische karakter van de apostolische traditie. In beide hoofdstukken bepleit hij echter de dialoog met apostolischen.

De Zaamslagse gereformeerde predikant A. B. W. M. Kok schreef in de jaren vijftig in zijn brochure "Waarheid en dwaling, enkele secten en bewegingen" over de apostolische beweging: „De apostelen zijn aan Christus door den Vader gegeven. Zij zijn door Christus zelf geroepen en voor hun taak opgeleid en bekwaamd. Zij zijn oor- en ooggetuigen van Zijn woorden en daden geweest en hebben het Woord des levens zoowel met de oogen aanschouwd als met de handen getast. (...) Wie naar deze apostelen luistert, luistert naar hun Zender en Meester. Zij prediken niet zichzelf, maar Jezus Christus en dien gekruisigd en verheerlijkt. De eigengemaakte apostelen plaatsen bewust of onbewust zichzelf op de voorgrond. De echte, ware apostelen laten het volle licht vallen op Hem, die de eenige weg, de waarheid en het leven is. Zij roepen ons toe: Aanmerkt den Apostel en Hoogepriester onzer belijdenis: Christus Jezus".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 mei 1992

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

„Hier zit het levende bewijs van de apostolische roeping

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 mei 1992

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken