Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geschiedenis Zeeuwse VOC boven water

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geschiedenis Zeeuwse VOC boven water

Expositie over tien jaar onderzoek naar scheepswrakken in Stedelijk Museum Vlissingen

6 minuten leestijd

In het Stedelijk Museum te Vlissingen is tot 27 september de expositie "De Zeeuwse VOC boven water: tien jaar onderzoek naar scheepswrakken" te zien. Tijdens de openingshandeling werd een tabaksvat met tabak, in 1989 geborgen uit het wrak van de Zeeuwse Oostindiëvaarder "'t Vliegend Hart", namens Douwe Egberts van Nelle aangeboden aan J. C. Th. van der Doef, de burgemeester van Vlissingen, die ook de officiële opening verrichtte. Al tien jaar lang duikt de North Sea Archaeological Group in de zomermaanden naar het in 1735 voor de Zeeuwse kust gezonken VOC-schip "'t Vliegend Hart". Voor het Stedelijk Museum in Vlissingen is dit jubileum aanleiding de vele bovengebrachte spullen in een expositie te laten zien.

Van der Doef stelde bij de opening,dat het verleden voor velen fascinerend is. Hij noemde het bijzondere van de archeologie van de zee dat steeds meer voorwerpen boven water worden gehaald. „Veel Nederlanders hebben meer belangstelling voor wat er tweehonderd jaar geleden op de zee gebeurde dan wat er vandaag aan de hand is. Met elke nieuwe vondst wordt een ontbrekend stukje VOC-geschiedenis boven water gebracht. Bij de vermeerdering van onze kennis moeten we het hebben van de voorwerpen. Dat is het mooie van deze expositie. Wij als nazaten van de bemanningen van de VOC-schepen kunnen zo kennis nemen van hun geschiedenis".

Schatgraverij

Conservator W. Weber van het museum hoopt met de expositie de kritiek dat het hier om schatgraverij zou gaan, de grond in te boren. „We weten een heleboel uit de VOC-archieven. Maar een hei2ATERDAG4juli1992 leboel zaken zijn onbekend. Door de bovengehaalde voorwerpen zijn we meer te weten gekomen. Dat er smokkelgeld in tinnen kistjes meeging bij voorbeeld. Dat kwam niet op de laadlijst voor en was in Indië veel meer waard. Luizenkammen die wat zeggen over de hygiëne aan boord. Loden vaten met kaas en nog gevulde tabaksvaten. De lepels en borden van officieren en de kleine houten etensbakjes van waarschijnlijk matrozen of soldaten. Een halfafgemaakte dobbelsteen. Dat soort dingen, die vertellen over het dagelijks leven aan boord, willen we laten zien. In totaal zijn er nu al vierduizend vondstnummers en elk daarvan kan weer uit verschillende objecten bestaan".

Op 3 februari 1735 verging voor de kust van Vlissingen op uitreis naar Indië het VOC-retourschip "'t Vliegend Hart".

Bij bergingspogingen die kort na de ramp in de Gouden Eeuw al werden ondernomen, werden onder andere 700 flessen met witte en rode wijn, tin en een ijzeren kanon gevonden. Het grootste gedeelte van de lading bleef liggen op de bodem van de zee. Vanaf 1980 wordt onder leiding van Rex Cowan opnieuw gedoken naar het gelokaliseerde wrak, twaalf mijl uit de Nederlandse kust. De vondst in 1983 van duizenden Mexicaanse realen en 2000 gouden dukaten zorgde in 1983 voor verhitte debatten over de verdeling van de vondsten en de voortgang van het onderzoek.

A. J. van der Horst, verbonden aan het Amsterdamse Rijksmuseum Nederlands Scheepvaartmuseum, is vanaf het eerste begin bij de recente duikacties betrokken, hij heeft vastgesteld dat door het behouden blijven van de complete monsterrol van het schip zelfs bepaalde voorwerpen met concrete personen, door het ontcijferen van initialen, verbonden kunnen worden.

Dat is bij voorbeeld het geval met een tinnen lepel die de initialen NVDM draagt. Deze lepel behoorde zonder twijfel toe aan Nicolaas Van Der Meer, derde meester (officier) en afkomstig uit Middelburg. Een lepel met de initialen GB kon worden toegeschreven aan Gelein Bevers, bevaren matroos uit VUssingen. Een tinnen bord gemerkt met GP moet toebehoord hebben aan Gilles Ponte, tweede meester, afkomstig uit Middelburg. Een lepelsteelfragment en een bord voorzien van IVS kunnen worden gekoppeld aan Jan Van Steenwegen, derde waak, afkomstig uit Veere. Een gevonden kistdeksel met daarin ADI, kon worden toegeschreven aan Abraham De Jonge, Ie onderstuurman uit Vhssingen. De mensen achter deze objecten worden door deze vondsten iets tastbaarder. Waarom schafte iemand een bepaald type lepel aan: omdat hij het mooi vond? Of was het een geschenk van een geliefde, alvorens de grote reis begon?

Houten rekenliniaal

Op het gebied van navigatie-instrumenten is er buiten een aantal messing kaartpassers niet veel gevonden. In 1990 kwam een zogenaamde "pleinschaal" boven water, weliswaar in twee delen gebroken maar verder in goede staat. Dit instrument is in feite een eenvoudige houten rekenliniaal met ingegraveerde tabellen. Het werd gebruikt om de door het schip afgelegde afstand en verschillen in lengte- en breedtegraad te berekenen en om door stroming ontstane fouten op te heffen. In een op 28 maart 1731 voor de kamer Zeeland opgestelde lijst van boeken, kaarten en stuurmansgereedschappen wordt aangegeven dat elk schip er één aan boord diende te hebben. Destijds kostte dit instrument twaalf stuivers. Op het gevonden object staan tussen sterren en initialen IS gegraveerd. Daar de VOC ook instrumenten aankocht buiten toeleveranciers om, is het mogelijk dat de initialen voor Isaak Swigters staan. Swigters was instrumentm&er te Amsterdam en mede-eigenaar van de winkel "In de Jonge Lootsman" in de Nieuwe Brugsteeg.

Het Vlissingse Stedelijk Museum is te vinden aan het Bellamypark. De openingstijden zijn maandag tot vrijdag van 10.00-17.00 uur en op zaterdag van 13.00-17.00 uur. Het museum gehuisvest in een voormahg woonhuis, gebouwd in 1888, ligt in het best bewaardee deel van het oude centrum van Vlissingen.

Michiel de Ruyter

In het verleden was Vlissingen bekend als handelsplaats en marinestad. In de achttiende eeuw vertrokken van de rede van Vhssingen de schepen naar Indië en vooral ook naar het vasteland van Amerika en de eilanden van het Caraïbisch gebied. Veel is er uit die tijd bewaard gebleven en tentoongesteld op de eerste verdieping van het museum, zoals portretten en schilderijen van figuren als Michiel de Ruyter, maar ook van onbekende Zeeuwen.

Vhssingen ligt al sinds haar ontstaan aan de rivier de Westerschelde. Het is een havenstad. De relatie tussen rivier en de stad is terug te vinden in de collectie van het museum. Om te bereiken dat schepen veilig de havens binnenlopen zijn er loodsen beschikbaar, die de schepen veilig langs de zandbanken dirigeren. Vlissingen is een van de weinige plaatsen in Europa waar het beloodsen tot op vandaag vanaf de Boulevard te zien is. De geschiedenis van het beloodsen wordt dan ook uitgebreid op de tweede verdieping van het museum belicht.

.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 juli 1992

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Geschiedenis Zeeuwse VOC boven water

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 juli 1992

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken