Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Oude stad in een nieuw gewaad

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Oude stad in een nieuw gewaad

Toekomst van Beth Shean ligt in het verleden

11 minuten leestijd

BETH SHEAN - Ami Mazar van de Hebreeuwse Universiteit bekijkt aandachtig de potscherf die een van de studentes archeologie hem net heeft gebracht. Hij spoelt het eeuwenoude voorwerp onder een straaltje water schoon, waardoor de rode, zwarte en gele kleuren beter zichtbaar worden. „Het lijkt op een Kanaänitische strijder", zegt de expert. „Maar deze afbeelding roept gelijk ook veel vragen op, bij voorbeeld wat de lijnen aan de zijkant van de romp betekenen".

De hitte ligt als een zware deken over Tel el-Huseyn, het enkele duizenden jaren oude hart van Beth Shean. Over de tel (archeologische heuvel) zijn zwarte doeken gespannen, zodat de kracht van de zon wordt gebroken. Om kwart voor zes 's morgens, bij het krieken van de dag, zijn de veertig Israëlische werknemers en de veertig vrijwilligers al aan het werk gegaan.

Nog een paar uur, dan is het kwart over twaalf en zit de werkdag er op. Het werken in de middaguren is onmogelijk. „De uren tussen tien en twaalf zijn het zwaarst", zegt professor Mazar, die onder een zonwering zit in het midden van de heuvel. De studenten archeologie die directe leiding geven aan de gravers kunnen zo snel bij hem komen. Het beklimmen van de heuvel was voor mij een moeizame opgave. De tel is niet meer dan een meter of veertig hoog, maar als je de geïmproviseerde en zanderige trappen op loopt, lijkt het door de warmte alsof je lood in de sandalen meedraagt.

Eerst liepen we langs de ruïnes van het Romeinse en Byzantijnse Beth Shean. Als de opgraving op de tel na een periode van zes weken wordt afgerond, gaan de werkzaamheden in dat deel van de stad weer verder. Er is nog voor tweehonderd jaar werk, zegt iemand. Nog maar acht van de honderdvijftig hectare in de meest belovende opgraving van Israël is blootgelegd.

Stam van Manasse

Professor Ami Mazar vertelt dat de eerste bewoners zich al enkele duizenden jaren voor Christus vestigden op deze plaats in de Jordaanvallei, honderd meter beneden de zeespiegel. De Egyptenaren stichtten er in 1480 voor Christus een bestuurscentrum, dat tot 1150 bleef bestaan. De stad was immers strategisch gelegen op de wegen van noord naar zuid, van oost naar west.

Een brand verwoestte de Egyptische beschaving. De stad was daarna eveneens belangrijk voor de Kanaanieten. De Kanaanitische heerschappij wordt ook in de Bijbel genoemd. Het eerste hoofdstuk van Richteren meldt dat de stam Manasse hen niet verdreef, zodat de Kanaanieten „er in slaagden in die streek te blijven wonen".

David echter veroverde de stad en daarmee brak de Israëlitische periode aan, totdat de Assyrische koning Tiglat-Pileser III (745-727 voor Christus) het nodig vond daar een eind aan te maken. Daarna kwamen de beschavingen van de Grieken, de Romeinen en de Byzantijnen. De Grieken noemden Beth Shean voortaan Scythopolis. De stad werd de hoofdstad van de "Decapolis", een groep van tien Romeinse steden, waarvan de meeste in Transjordanië lagen. En ten slotte bouwden de kruisvaarders ook nog eens een kerk op de heuvel.

Aardbevingen

En het grote gebied met opgravingen naast de heuvel? Mazar zegt: „De Romeinen vonden de heuvel te klein. Ze wilden een volkomen nieuwe en grote stad opbouwen". In het jaar 749 na Christus maakte een verwoestende aardbeving aan einde aan de glorie van Beth Shean. Ook nu waarschuwen geologen dat Beth Shean in een zone ligt waar aardbevingen kunnen ontstaan. Toch zijn er geen speciale bouwvoorschriften in het moderne Israëlische Beth Shean. Of het moeten de extra dikke muren zijn die bescherming moeten bieden tegen Katoesja-raketaanvallen. De stad ligt namelijk aan de grens met Jordanië.

De tel beslaat vier hectare. De Universiteit van Pennsylvanië ontdekte hier zeventig jaar geleden maar liefst twintig archeologische lagen, opgestapeld in een laag van twaalf meter. Sinds 1989 gaan de opgravingen verder.

Het gebied rondom de stad was gecultiveerd. Mazar: „Gisteren nog vonden wij een trog met tarwe. De Kanaanieten moeten ook vee hebben gehad. Ik wil niet zeggen dat Beth Shean zo'n grote bevolking had, maar dit was wel een heel belangrijk administratief en militair centrum. We ontdekten hier vijf tempels boven op elkaar. Het waren kleine gebouwen, met banken langs de muren. Uit de tijd van de Israëlieten hebben we geen rituele voorwerpen gevonden".

Gevaarlijk

In de tijd van het Oude Testament bestonden er nog geen synagoges in het land Israël. De eerste joodse gebeds- en bijeenkomsthuizen werden in Babylonië gebouwd, tijdens de ballingschap. Vanaf 300 voor Christus bouwden joden in de verstrooiing synagoges in de hellenistische wereld. De oudste synagoge die tot nu toe in Israël ontdekt is, dateert uit de eerste eeuw voor Christus en stond in Jeruzalem.

Als Mazar nog spreekt, horen we een doffe klap. In een kuil op een meter of zeven afstand is een stofwolk zichtbaar, waar iedereen inmiddels verschrikt naar kijkt. Een enkeling geeft een schreeuw van opwinding. Als het stof neerslaat zien we dat een kruiwagen op een van de werkers in de kuil is gevallen. Een toegeschoten collega zet het grijs geworden slachtoffer op een muurtje en giet water in zijn keel, iets wat in deze droge hitte, ongeacht de afloop van welk incident dan ook, altijd goed is.

De Israëli kijkt daas en suf voor zich uit, maar lijkt niet te zijn gewond. De professor roept hem toe: „Het is hier gevaarlijker dan in Gaza". Hij heeft net als reservist in de Gazastrook gediend. Ik vraag Mazar of zich veel ongelukken hebben voorgedaan in de afgelopen vijf weken. Met al die kuilen en putten, sommige meer dan vier meter diep, en die hobbelige paadjes ertussen lijkt me dit een plek waar wel eens iemand afgevoerd moet worden.

Dat blijkt niet het geval te zijn. Slechts één keer heeft iemand een flinke jaap in zijn vinger gehad en de professor zelf is enkele dagen geleden ook onderuit gegaan. Hij vertelt dat een aantal rode plekken op zijn been en zijn hese stem daar nog van getuigen.

Skelet

Het gonst van activiteiten op de tel. Twee Amerikaanse meisjes borstelen een skelet. Langzaam en voorzichtig wordt de Kanaaniet van het stof ontdaan dat hem eeuwenlang heeft omhuld. De kaak blijkt al te zijn gebroken en kan zo door de Amerikaanse dames worden beetgepakt. Bob Mullins, student archeologie aan de Hebreeuwse Universiteit en leider van dit groepje, vertelt dat het niet zeker is of deze persoon omkwam bij de brand die hier in de Oudheid woedde of dat de Kanaaniet gewoon onder de vloer van het huis werd begraven. De manieren waarop de volkeren in de Oudheid hun doden begroeven zijn talrijk.

In zijn deel van de tel vonden de spitters ook een scarabee „van het type Hyksos" - een kever die de oude Egyptenaren vereerden. De Hyksos regeerden van 1650 tot 1542 voor Christus in Egypte, Palestina en Syrië.

Een Amerikaans echtpaar heeft zichtbaar moeite de ochtenduren vol te maken. De ongeveer zestigjarige man is al gaan zitten, zijn vrouw hakt met een hamertje nog wat moeizaam in de grond. Ze hebben nog geen bijzondere vondsten gedaan in de Kanaänitische kamer waarin ze te werk zijn gesteld. Hij toont een emmertje met wat potscherven en zegt: „Er staat niets op. De archeoloog kan daar niets mee".

Ook deze Amerikanen blijken verwoede amateur-archeologen: ze zijn geabonneerd op vier tijdschriften over archeologie, hebben een twee meter lange rij boeken over hun liefhebberij en verschijnen elk jaar als vrijwilligers bij een opgraving. „Het heeft iets mysterieus", zegt mevrouw. Voor haar komt de oudheid tot leven. „Het is steeds weer een verrassing wat je kunt vinden. En als ik iets vind, vraag ik me af: Wie waren deze mensen? En hoe gebruikten ze dit?"

Twee Nederlanders

In het huidige Beth Shean hebben de vrijwilligers een aantal appartementen, met bedden en televisie en natuurlijk airconditioning en gelegenheid om eigen eten te koken. De 'rijken' wonen in appartementen in de kibboetsiem Kfar Ruppin en Nir David. Ze betalen daarvoor 20 dollar per dag, all in. Alleen als ze langer dan een maand blijven krijgen ze zakgeld. Ze moeten minimaal twee weken blijven.

Onder de buitenlanders bevinden zich twee Nederlanders. Hans Spinhoven, scheepswerktuigkundige en daardoor reeds gewend aan hoge temperaturen, komt bijna elk jaar. Hij staat naast een ongeveer drie meter diepe put die hij zojuist heeft uitgegraven. „Ik heb lange vakanties, archeologie is een hobby van mij en dit is het enige land waar je opgravingen hebt uit zo veel periodes. Toen ik hier kwam was de bovenkant van de put al weg. Toen heb ik verder gegraven. De aarde werd toen geelachtig. Volgens de professor was het misschien een toilet. Toen zijn we gestopt met foto's nemen. Dat kan alleen vlak voor zonsopgang, want met schaduwen kun je geen foto's maken".

Als het kwart over twaalf is lopen de werkers van de tel af, en bereiken via de Romeins-Byzantijnse stad de in- en uitgang van het archeologische park. Het eerst arriveren de Israëliërs, onder wie zich Russische immigranten bevinden, en daarna volgen de vrijwilligers. Toeristen stappen uit de airconditioned touringcars. Dit jaar worden er 200.000 bezoekers verwacht.

Reconstructie

Op de delen ten zuiden van het huidige Beth Shean (waar het oude Beth Shean zich bevond) mag vanzelfsprekend niet worden gebouwd. De ontwikkelingsstad heeft wat industrie, maar verder is er weinig werkgelegenheid. Sinds een jaar of tien is het gemeentebestuur ervan doordrongen dat de toekomst van de stad in de oudheid ligt.

De gemeente ziet graag dat de opgravingen, die de grootste zijn in Israël, doorgaan. Op deze wijze hoopt de stad steeds meer toeristen te trekken. Er zijn ook al plannen gemaakt voor een reconstructie. Toeristen zullen in de toekomst boodschappen kunnen doen in de Romeinse winkelgalerij, geholpen door winkelbedienden in Romeinse gewaden. In een tijdtunnel gaan ze van de Grieken naar de Byzantijnen. In het centrum van het Beth Shean voor vandaag is al een gebied gereserveerd voor de aanleg van een hotel, restaurants en een country club. Nu de investeerders nog.

Menachem Efrony, administratief directeur van het opgravingsproject, is optimistisch over een dergelijk toeristisch project, maar ook wat wantrouwig. Er zijn al allerlei plannen geweest voor de ontwikkeling van de stad, maar tot nu toe bleef het daar bij. Niet zonder cynisme zegt hij: „Als je een steen in Beth Shean wilt verplaatsen, moet je aan ongeveer vijftig mensen toestemming vragen. Elke bouwplan loopt ten minste een halfjaar voordat het uitgevoerd kan worden. Iedereen denkt van zich zelf dat hij het beste weet hoe het moet gebeuren".

Diefstal

De plannenkoorts neemt telkens met name aan de vooravond van de verkiezingen toe, zegt hij. Vooral dan wordt veel gepraat over de bouw van een hotel. Maar Efroni gelooft dat in Beth Shean alleen de echte archeologieliefhebbers een hotel nodig hebben. De anderen zullen Tiberias blijven prefereren, fraai gelegen aan het meer en met veel uitgaansmogelijkheden.

Waar ze nu wel om verlegen zitten is een museum. De mooie voorwerpen die de aarde prijsgeeft gaan nu nog naar het Israël Museum in Jeruzalem. In een voormalig klooster is wel een opslagplaats ingericht, maar deze kan niet als museum gebruikt worden vanwege het instortingsgevaar.

Efroni heeft zijn kantoor in een fraai Turks gebouw in het centrum van de stad. Een Amerikaans meisje dat kunstgeschiedenis studeert en twee weken naar de opgravingen wil, heeft zich net bij hem aangemeld. De opgravingen gaan het hele jaar door, onder de supervisie van vier professoren, die elk hun gebied hebben. Het ministerie van financiën geeft per jaar 3,8 miljoen gulden voor het project uit.

„'t Is moeilijk", antwoordt Menachem Efroni op de vraag hoe hij het gebied beschermt tegen de beruchte dieven, die 's nachts op rooftocht gaan en de antiquiteiten tegen een goede prijs aan keurige zaken verkopen. „We laten 's nachts nooit iets liggen wat voor het grijpen ligt. Alle mozaïeken of beeldjes nemen we onmiddellijk mee. Soms, als het nodig is omdat we een bepaalde opgraving niet hebben afgerond, blijf ik er slapen. En er is ook nog de oudheidkundige dienst die patrouilleert.

Drie jaar geleden werd er een mozaïeken vloer gestolen, maar nu valt het aantal diefstallen mee. Het is heel gemakkelijk om in te breken. Bij de reconstructie zullen niet de oude voorwerpen zelf worden teruggebracht, maar exacte replica's. Deze zien er zelfs nog mooier uit dan het origineel".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1992

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Oude stad in een nieuw gewaad

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1992

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken