Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een levenswerk, een rijp meesterwerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een levenswerk, een rijp meesterwerk

Beknopte dogmatiek is één lange worsteling om handhaving van het gezag van God, Zijn Woord, Zijn Evangelie!

10 minuten leestijd

Het schrijven van een Dogmatiek is niet zelden een levenswerk. Zo was het in elk geval aan het eind van de vorige eeuw bij Bavinck en in de loop van onze eeuw bij Barth. En wellicht mag worden gezegd dat wij daar heden de naam van J. van Genderen aan mogen toevoegen.

Sinds 13 januari 1954 is dr. J. van Genderen hoogleraar aan de Theologische Hogeschool (nu universiteit) van de Christelijke Gereformeerde Kerken, met Dogmatiek als voornaamste leeropdracht. Wanneer nu, 38 jaar later, zijn "Beknopte Gereformeerde Dogmatiek" het licht ziet, zal niemand kunnen zeggen dat de auteur overhaast te werk is gegaan. Een leerwerkzaamheid van enkele tientallen jaren is erin verwerkt.

Deze Dogmatiek heet beknopt; nu ja. Zij omvat dan toch nog altijd meer dan 800 bladzijden, waarvan vele geheel of gedeeltelijk in klein lettertype zijn gedrukt.

Al staat deze Dogmatiek vooral op de naam van Van Genderen, hij is toch niet de enige auteur. Zijn collega dr. W. H. Velema hoogleraar Ethiek en Ambtelijke Vakken, heeft drie hoofdstukken, ongeveer het vierde deel van het werk, voor zijn rekening genomen.

Monumentaal werk

Het is gebleken dat de collega's hebben kunnen samenwerken, en samen dit monumentale werk tot stand hebben kunnen brengen zonder aan de uniformiteit in denkwijze en benadering ook maar iets tekort te doen. Zo kan het als men beide in dezelfde traditie staat en eensgeestes is.

Natuurlijk zijn er wel verschillen in stijl. Van Genderen is over het algemeen wat kortaf en puntig, Velema wat breder en zwieriger. ledere lezer en lezeres kan zelf uitmaken welke vorm hem of haar het meeste ligt.

Wij zouden nu vervolgens een (droge) opsomming kunnen geven van de titels van de hoofdstukken waaruit het geheel van deze Dogmatiek is opgebouwd en een korte weergave van de inhoud; maar dat houden we voor weinig zinvol.

Iets opmerken, over de 'kleur' van het geheel, de structuur en het karakter van deze Dogmatiek, lijkt ons voor het lezerspubliek aantrekkelijker. Laten wij daartoe een poging wagen.

Schriftgebondenheid

Het eerste wat wij dan naar voren willen brengen is de strakke schriftgebondenheid, al vanaf de eerste bladzijde tot de laatste. Tientallen bijbelteksten zijn voluit afgedrukt. Het boek zit vol exegetische excursen. De schrijvers laten onophoudelijk het dogma opkomen uit de Schrift zelf. In vele gevallen willen de auteurs geen stap verder gaan dan de Schrift zelf. Voor redelijke 'conclusies' zijn zij, vooral Van Genderen, doodsbang, al kunnen zij er niet altijd omheen. Soms zegt Van Genderen kortaf: Het staat niet in de Bijbel, en daarmee is dan voor hem de kous af. Bij de bestrijding van anderen heet het meermalen: Er is voor deze bewering geen bijbelse grond!

En toch weigert Van Genderen aan de 'exegese' de alleenheerschappij op theologisch terrein toe te kennen, omdat hij blijkbaar zich bewust is dat ook de exegetische werkzaamheid niet onbevooroordeeld is. Hij wil ook niet weten van een „wettisch Schriftgebruik". Wat hij daar precies onder verstaat zou ik wel graag nader vernomen hebben.

Dat raakt de hermeneutiek, die zich bezighoudt met de vraag hóe de Schrift gelezen moet worden. Een apart hoofdstuk daarover mis ik in deze Dogmatiek. Kan dat nog in een Dogmatiek anno 1992? Zovelen lezen de Schrift heel anders dan wij. Wat zit daar achter? Over de schriftkritiek zwijgt Van Genderen niet; hij is daarin duidelijk genoeg, maar de typisch hermeneutische vragen roert hij slechts aan, meer niet.

Antispeculatief

Een tweede eigenschap van deze nieuwe Dogmatiek is haar uitgesproken antispeculatief en antischolastisch karakter. Beide auteurs geven er hierin blijk van dat zij leerlingen willen zijn van de reformatoren van de zestiende eeuw. Luther en Calvijn waren wars van alle speculatie.

De wortel van deze benadering van het christelijke dogma is bij Van Genderen gelegen in zijn radicale afwijzing van een "natuurlijke theologie". De menselijke rede heeft ten aanzien van de goddelijke waarheid niets in te brengen. Wij zijn voor de kennis daarvan geheel op Gods openbaring aangewezen.

De kritiek van Barth op een natuurlijke theologie hebben, zoals blijkt, de beide auteurs zich aangetrokken. Maar zij zijn niet, zoals Barth, gevallen in het andere uiterste door een "algemene openbaring" te loochenen.

Het antispeculatief element komt onder andere tot uiting in de hoofdstukken waarin over de eeuwige Goddelijke verkiezing wordt gesproken. Men blijft binnen de palen van de Dordtse Leerregels. Ook bij dit dogma valt, evenals bij alle andere leerstukken, de nadruk op het "heilskarakter" daarvan. Verkiezing en verwerping van eeuwigheid worden niet schematisch naast elkaar gezet. Van Genderen wijst op het verkoren zijn „in Christus" (Efeze 1:4) en opereert graag met de uitspraak van Calvijn d!at Christus de „spiegel" der verkiezing is. Om dezelfde reden wordt door Velema een „rechtvaardiging van eeuwigheid" (Comrie, Kuyper) als speculatief van de hand gewezen.

Als derde eigenschap van deze nieuwe Dogmatiek zou ik willen noemen haar confessioneel karakter. We hebben te maken met een „gereformeerde Dogmatiek"; dat staat al in de titel. Doorlopend sluiten de beide auteurs zich aan bij de gereformeerde belijdenisgeschriften. Niet als hoogste norm, die is voor hen de Schrift, maar de Confessie is voor hen de „genormeerde norm". Behalve op de Nederlandse belijdenisgeschriften beroepen zij zich ook nogal eens op buitenlandse, bij voorbeeld op de Westminster Catechismus of Confessie.

Toch is er in de instanties waarop men zich terugtrekt wel een zeker verschil op te merken als wij déze Gereformeerde Dogmatiek vergelijken met de Gereformeerde Dogmatiek van Bavinck. Bavinck steunde heel sterk op de gereformeerde dogmatici uit de zeventiende eeuw, bij Van Genderen en Velema is dat veel minder het geval. Zij worden maar betrekkelijk weinig aangehaald. Het meest nog de "Synopsis", het Leidse dogmatische handboek. Van Genderen en Velema gaan achter hen allen, terug naar Calvijn. Hij is voor hen de autoriteit bij uitstek. Hij weegt hun blijkbaar heel wat zwaarder dan alle andere auteurs. Alleen al de vele Calvijn-citaten geven aan deze Dogmatiek een uitgesproken calvinistisch karakter.

Zelfstandigheid

Toch geeft men ook blijken van zelfstandigheid, zelfs ten aanzien van Calvijn. Hier en daar valt ook aan zijn adres een kritische noot. Bij voorbeeld waar Velema, in tegenstelling tot Calvijn, het man- en vrouw-zijn, inclusief de geslachtelijkheid, en de heerschappij van de mens over al het geschapene, opneemt in zijn leer van het "beeld Gods".

Deze visie liet bij mij overigens wel een paar vragen open. Als dit waar is, hoe zit het dan straks met de volkomenheid van het beeld Gods? Speelt de geslachtelijkheid nog een rol straks als Gods uitverkorenen volkomen beelddragers van God zullen zijn? Neen toch?

Als vierde karaktertrek noem ik het antithetische. Geen enkele dogmatiek kan er ooit onder uit bepaalde meningen af te wijzen en te bestrijden. Bavinck bestreed de Duitse theologen van zijn tijd die uit de school van Schleiermacher kwamen; en ook wel Nederlandse theologen. De Dogmatiek van Van Genderen en Velema is 'bij de tijd', wij komen nogal eens tijdgenoten tegen.

Laten wij vooropstellen dat dit polemisch ofwel bestrijdend element in deze nieuwe Dogmatiek niet overheersend is. Zij is niet in de eerste plaats geschreven met het vooropgezette doel zo veel mogelijk 'ketters' aan te wijzen en die te lijf te gaan. Het gaat de schrijvers er in eerste instantie om de tijdgenoten een eigentijdse verantwoording van de gereformeerde geloofsleer te geven. Maar dat vereist voor hen wel dat zij, zo nodig kritisch, ingaan op stellingen van theologen die deze dogma's of bruutweg loochenen of in ieder geval in het openbaar weerspreken. En dan vallen namen als die van Berkhof, Kuitert, Wiersinga, Barth, Bultmann en Moltmann, om het slechts bij deze enkele te laten.

Wat blijkt nu? Dat de auteurs het een en ander van de 'moderne' theologen geleerd hebben, en dat ook in hun Dogmatiek hebben verdisconteerd. Zij hebben dat kunnen doen omdat beiden door een jarenlange, zeer intensieve studie met de theologische literatuur van onze tijd volkomen op de hoogte zijn.

Kritiek

Maar al hebben zij het een en ander van deze theologen gp'eerd, ze zijn hun bepaald niet 'onderhorig' geworden. Integendeel! Hun kritiek liegt er niet om; is menigmaal puntig en raak. Maar steeds terzake. Nooit kwetsend. De persoon van de bekritiseerde blijft steeds buiten schot, het gaat om wat hij leert en beweert. In de bestrijding van de tegenstanders bespeurde ik zelfs een zekere 'hoffelijkheid'.

Hèt punt waarop het in de polemiek steeds aankomt in deze Dogmatiek, is dat van de ervaring. Wat is ons uitgangspunt: openbaring of ervaring? Ik heb deze Dogmatiek ervaren als één lange worsteling om handhaving van het gezag van God, Zijn Woord, Zijn Evangelie! Dat daarbij Berkhofs "Christelijk Geloof' nogal eens door de mangel gaat is te begrijpen. En hetzelfde geldt voor Barths' Dogmatiek". Zou het niet nodig zijn?

Breed gereformeerd

Een laatste karaktertrek van deze Dogmatiek die ik wil noemen, is dat zij breed gereformeerd is. Niet enghartig. Waar het de gereformeerde religie en de gereformeerde theologie betreft, is men niet exclusief. Natuurlijk hebben beide auteurs hun eigen standpunt, maar zij drijven het niet separatistisch op de spits. Er wordt nu eenmaal onder ons over thema's als verbond en verkiezing en al wat daarmee samenhangt verschillend gedacht, maar wil men ook naar elkaar luisteren?

Typerend voor het geheel vind ik de opmerking van Van Genderen „De verschillen in verbondsbeschouwing hebben in de gereformeerde gezindte wel aanleiding gegeven tot veel discussie en strijd, zowel theologisch als kerkelijk, maar de tegenstelling tussen de gereformeerde opvattingen en de moderne ideeën over het verbond is ingrijpender" (497). Hiermee zijn de geschillen niet gebagatelliseerd, maar wel enigermate gerelativeerd. Wij allen leven in de twintigste eeuw, kijken wij eens om ons heen. Er is een 'verbondsvisie' (de mens Gods partner), bij Barth, Berkhof en anderen, die de gereformeerde religie tot in de wortel aantast. De "secularisatie" is heden een geliefd thema; zij heeft mede theologische wortels!

Eschatologie

Het laatste hoofdstuk in dit boek heet, zoals te doen gebruikelijk is in dogmatieken: De eschatologie (leer der laatste dingen). Zij is heden volop in discussie. Al wie erover spreekt of schrijft pakt hete hangijzers aan. Van Genderen wijst het "chiliasme" af. „De bijbelse boodschap, zoals die in onze belijdenisgeschriften verstaan wordt, laat geen ruimte voor chiliastische voorstellingen" (767). De bijbelteksten die op Israël betrekking hebben worden zorgvuldig geëxegetiseerd en dan is (in navolging van befaamde exegeten) de conclusie: „Romeinen 11:26 moet onzes inziens niet gelezen worden als een schriftbewijs voor een massale bekering van Israël in de eindtijd". Vervolgens: „De belofte van het land wordt in het rijk van Christus vervuld", en ten slotte: „Wat de Schrift van Israël zegt, geeft ons geen reden om dit volk op de een of andere wijze centraal te stellen", wat intussen niet wil zeggen dat Van Genderen het joodse volk geheel afschrijft (771).

Ik weet het: Niet zodra worden dergelijke woorden gezegd, of de hemdsmouwen worden opgestroopt en men maakt zich klaar voor de strijd. Schrijfmachines worden kanonnen en vulpennen worden raketten. Wie kan het nog opbrengen om eens rustig naar 'argumenten' te luisteren?

Verlanglijstje

Zelfs na het lezen van een volledige dogmatiek houdt men nog een verlanglijstje over. Als Van Genderen over het kerkelijk ambt schrijft, lees ik niets over de vrouw en het ambt. De maatschappelijke en politieke consequenties van een aantal bewezen en een aantal afgewezen dogma's blijven zo goed als geheel buiten zicht. Bij het stuk over de kerk had ook het onderwerp "kerk en overheid" of "kerk en staat" aan de orde kunnen komen. Onze belijdenis spreekt er immers ook over? En Calvijn besluit er zijn Institutie mee. Maar ik laat het hierbij.

Wij zijn dankbaar voor deze Dogmatiek. Dit meesterwerk. Een 'rijp' boek. Meer dan één generatie zal er van kunnen profiteren.

N.a.v. "Beknopte Gereformeerde Dogmatiek", door dr. J. van Genderen en dr. W. H. Velema; Uitg. J. H. Kok, Kampen, 1992; 829 blz., gebonden; prijs 97,50 gulden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1992

Reformatorisch Dagblad | 27 Pagina's

Een levenswerk, een rijp meesterwerk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1992

Reformatorisch Dagblad | 27 Pagina's

PDF Bekijken