Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Duinen en polders Zeeland verdrogen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Duinen en polders Zeeland verdrogen

Rijksbeleid gericht op terugbrengen van probleem met 25 procent in jaar 2000

7 minuten leestijd

MIDDELBURG - Zeeland verdroogt. De verdroging is begonnen in de duinen maar komt ook in het agrarische polderland en de natuurgebieden voor. Het is hard nodig om maatregelen te treffen. Inmiddels zijn de eerste stappen genomen om de verdroging tegen te gaan, vertelt John van Beijersbergen, werkzaam als ecoloog op de afdeling waterbeheer van de provincie Zeeland. „Als het Rijk zijn beloften nakomt, zullen wij in Zeeland vrij snel de resultaten van een aantal maatregelen gaan zien".

Volgens John van Beijersbergen is de verdroging van de provincie Zeeland een proces van jaren. „De laatste tijd komen wij gelukkig tot de ontdekking dat het zo niet langer door kan gaan. Ik hoop dat wij het dieptepunt gehad hebben". Op grond van het Nationaal Milieuplan is de provincie verplicht een waterhuishoudingsplan op te stellen. Het waterhuishoudingsplan bestaat uit zes rapporten. Naast verzuring, versnippering en vermesting is verdroging van de grond een apart probleem.

Voor de ecologische inbreng van het deelrapport "Verdroging van natuur in Zeeland" heeft John van Beijersbergen gezorgd. Hij vertelt dat bij het toekomstig waterbeheer zowel boven als onder het maaiveld naar de Waterhuishouding wordt gekeken. Naast kwaliteit wordt ook gekeken naar kwantiteit. De verdroging leidt in natuurgebieden tot veranderingen in de levensgemeenschappen. Deze levensgemeenschappen zijn veelal afhankelijk van vochtige of natte omstandigheden, kort gezegd van een hoge grondwaterstand.

Afhankelijk van de soort kan het gaan om zoet of zilt grondwater. Dit laatste is een typisch Zeeuwse aangelegenheid. Als planten met hun wortels niet meer bij het vocht kunnen konten, sterven zij af waarna hun plaats wordt ingenomen door ruige beplanting. Met andere woorden: orchideeën en kievitsbloemen moeten op die manier plaats maken voor brandnetels en riet. Broedvogelsoorten verdwijnen hierdoor ook, omdat er voor hen geen voedsel meer voor handen is. Ook de amfibieënstand gaat achteruit. Kortom, een goed beheer van de waterhuishouding is noodzakelijk voor de flora en fauna. Het rijksbeleid is erop gericht in het jaar 2000 de verdroging met 25 procent terug te brengen ten opzichte van het jaar 1985.

Verdroging

Wat is verdroging? John van Beijersbergen definieert het moeiteloos: „Directe en indirecte ongewenste effecten op natuur als gevolg van grondwaterstcindsdaling of vochttekort of als gevolg van veranderingen in de invloed van kwel en neerslag". Gebieden in Zeeland waarop deze definitie van toepassing is, zijn de duin- en vroongebieden van Schouwen-Duiveland en Walcheren, de lage delen van Schouwen-Duiveland, Tholen en Walcheren, het Schengebied, De Poel en de Moeren van Zuid-Beveland en de kreekgebieden in Zeeuws Vlaanderen.

„Voor de verdroging in de provincie is een aantal oorzaken aan te wijzen. De twee belangrijkste zijn de drinkwatervoorziening en de landbouw. De verdroging in de duinen heeft een rechtstreeks verband met de onttrekking van het grondwater voor de drinkwatervoorziening. Dit laatste is sterk gestegen door toename van de bevolking maar ook vooral door de recreatie naar de kust. Die zorgt voor een flinke toename van het drinkwatergebruik. In de achterliggende jaren is de winning reeds beperkt en is begonnen met infiltraties in de duinen. Dit is het brengen van rivierwater in het grondwaterbestand van de duinen".

John vertelt dat de duinen normaal bestaan uit droge en natte gedeelte. Dit laatste beslaat een derde van het duingebied. De natte duinen zijn helaas Verdwenen. Ook de ontwatering van de polders grenzend aan de duinen zorgen voor het afvloeien van de zoete kwel in de duinen en dus voor verdroging. „Voor Schouwen-Duiveland geldt nog een apart probleem. Hier zijn naaldbossen in de duinen geplant. Dit soort bomen hoort in de duinen niet thuis. Ze zijn het hele jaar groen en verdampen dus het hele jaar water".

Landbouw

De tweede oorzaak is de landbouw. „De landbouw heeft in het verleden gepleit voor een steeds lager grondwaterpeil. Hierdoor zijn de lager gelegen landbouwgronden ook toegankelijk gemaakt voor de teelt van gewassen. Door bemaling van de polders verdwijnt het regenwater snel uit de polders. Dat is noodzakelijk, anders zijn de percelen niet toegankelijk voor de zware landbouwmachines. Ook is in de achterliggende jaren nat grasland omgezet in akkerbouwgrond. Ook ruilverkavelingen hebben geen goed gedaan aan de waterhuishouding in de landbouw. Door ruilverkavelingen zijn kreekruggen en andere natuurwaarden vaak verdwenen en is een uniforme bodem ontstaan. De verdroging in de landbouw was een bewuste keus, de opbrengsten konden worden vergroot. Een gevolg van die veranderingen is dat natuurgebieden in de buurt van de cultuurgronden aanzienlijk verdrogen, waardoor verschraling van de natuurwaarden optreedt".

Zoetwater

In cijfers uitgedrukt blijkt uit het rapport dat van de natte en vochtige locaties uit het verleden zo'n 124 vierkante kilometer, in twintig tot dertig jaar tijds, 16 procent sterk is verdroogd en 56 procent matig. Dat is respectievelijk 20 en 70 vierkante kilometer.

„Naast verschraling van de natuurwaarden is er ook bijna geen zoet water meer voorhanden voor de landbouw. In de toekomst zal dan ook genuanceerder met de waterpeilen in de polder omgegaan moeten worden. Maatregelen zijn nodig. Natuur en landbouw moeten weer met elkaar in evenwicht gebracht worden. Het is beslist niet zo dat zij eikaars tegenpolen zijn".

Volgens John profiteert de landbouw van een hoger grondwaterpeil. „Het is namelijk zo: hoe hoger het grondwaterpeil des te beter de daaronder liggende zoute kwel tegengehouden kan worden. Nu is het zo dat deze bij een laag grondwaterpeil onweerstaanbaar naar boven komt. Gelukkig nog niet in het maaiveld, daar zorgt de drainage wel voor. Voor alles is het beter dat het grondwaterpeil in de polders omhoog gaat. Hierdoor komt ook meer zoet water voor de land- en tuinbouw beschikbaar. De lager gelegen landbouwgronden, zo'n 3000 tot 4000 hectare, zouden natuurgebied moeten worden. In het kader van de ruilverkavelingsplannen wordt hier nu naar gekeken. Er zullen eisen worden gesteld aan het beheer van grond- en oppervlaktewater. Bij onttrekking van grondwater moet meer gekeken worden naar omringende percelen".

Land- en tuinbouwers die grondwater willen onttrekken, hebben hier voortaan een vergunning voor nodig. In totaal zijn zo'n 130 vergunningen verstrekt. Er zijn 270 pompinrichtingen geregistreerd. De vergunningen zijn afgegeven voor een periode van vier jaar. In die tijd wordt nagegaan welke invloed de onttrekkingen op het grondwaterstand hebben en of er onderling verband is tussen onttrekkingen binnen een gebied. Met veldinspecties en controle op de voorwaarden in de vergunningen wordt nagegaan of ieder zich aan de spelregels houdt.

Ingrijpend

Om de poelgraslanden en de begroeiing langs de kreken weer in hun oorspronkelijke staat te krijgen, zijn ingrijpende maatregelen nodig. Daarbij moet worden gedacht aan ontscheuring en omzetting in natuurlijk grasland. De buisdrainage, zal moeten vervallen en het polderpeil zal op de situatie moeten worden aangepast. In traditionele natuurgebieden kan verdroging alleen worden tegengegaan als de grondwaterstand wordt verhoogd. De winning van drinkwater in de duinen is inmiddels beperkt. Met behulp van rijkssubsidies zijn twee projecten gaande namelijk bij Oranjezon en in de Schouwse duinen.

In het oostelijk deel wordt gewerkt aan de inrichting van natte duinvalleien. Deze duinvalleien zijn verloren gegaan na de aanleg van draineerkanalen door de drinkwatervoorziening. Door stuwing en buffering moet worden voorkomen dat de zoete kwel in de duinen afvloeit naar de omringende polders.

Een proces van tientallen jaren? „Dat valt wel mee", denkt John van Beijersbergen. „Hoewel het Zeeuwse rapport een van de laatste is dat gereed kwam, landelijk gezien, wordt er toch met voortvarendheid gewerkt. Ik vermoed dat wij het laatst gestart zijn met de nota maar het eerst het verst gevorderd zijn in Nederland. Dit laatste dank zij een zestal ruilverkavelingen die lopen.

In al deze plannen worden de natuurwaarden van het gebied gelijk meegenomen. Ook wat betreft de duinen zijn wij al op pad in Oranjezon en Schouwen. Wij zullen in Zeeland vrij snel de resultaten kunnen zien als het Rijk zijn beloften houdt. Van die kant moet het geld beschikbaar worden gesteld. Projecten gaat dit jaar nog van papier af en bestekken zullen worden uitbesteed. Het dieptepunt hebben wij gehad en ik denk dat wij ruim voor 2000 de resultaten al zien".

De Staten van Zeeland zullen zich binnenkort buigen over het waterhuishoudingsplan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 september 1992

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Duinen en polders Zeeland verdrogen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 september 1992

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken