Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Synodeleden geschokt over rapport Kerkjeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Synodeleden geschokt over rapport Kerkjeugd

Christelijke gereformeerden vinden nota deputaten eenzijdig

4 minuten leestijd

APELDOORN - De generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken heeft gisteren geschokt gereageerd op een rapport van de Deputaten voor het contact met de kerkjeugd. Naar het oordeel van de meeste van de achttien sprekers -een record, aldus synodepraeses ds. J. Westerink- hebben de schrijvers zich gecompromitteerd met de christelijke gereformeerde jongerenorganisatie CGJO.

De meeste leden van de -overigens zelfstandige- CGJO zijn christelijke gereformeerde clubs en verenigingen. Verder kent deze organisatie ook een aantal Nederlands-gereformeerde leden. Daarnaast kreeg ook het behoudende Landelijk Contact Jongeren (LCJ) bestaansrecht. Deze organisatie heeft tot nog toe een „moeder-kind-relatie" met Deputaten Kerkjeugd.

Sinds 1944 verloopt het officiële kerkelijke contact met de jeugdbenden door middel van deze deputaten. Tot voor kort waren de verhoudingen tussen deze deputaten en het CGJO echter ernstig verstoord. „Een echt gesprek was niet mogelijk", zo wordt in de Overwegingen bij de uitspraken en opdracht van de generale synode van 1989 gerapporteerd.

Boetekleed

Synodelid ds. H. P. Brandsma (Den Helder) merkte gisteren ter synode op dat deputaten blijkbaar het boetekleed hadden aangetrokken. Hij noemde het rapport „eerlijk", maar tegelijk ook getuigen van gebrek aan grip op de door hem bepleite eenheid. Verder zei hij de indruk te hebben dat sommige kerkeraden druk uitoefenen op de jeugd om de CGJO te verlaten, alsook dat deputaten het LCJ te gemakkelijk zien als een „voldongen feit".

Ds. M. van der Sluys (Nieuwpoort) en ouderling drs. A. Heystek (Veenendaal) pleitten van hun kant voor een inhoudelijke bezinning op het werkmateriaal van de CGJO. Heystek oordeelde dat de door deze organisatie gebruikte methodieken op humanistische leest zijn geschoeid en een positivistisch mensbeeld ademen. Ook attendeerde hij deputaten op de mogelijkheid voorwaarden te stellen aan de jaarlijkse subsidie van 60.000 gulden.

Ramp

Ouderling L. den Butter (Rijnsburg) vond dat het rapport iets oneigenlijks heeft. „Het wekt de indruk dat niet de CGJO, maar deputaten verantwoording hebben afgelegd. De jongeren reageren met woorden als "geschokt" en "verbijsterd". Zoiets hoort bij een ramp, niet bij de kerk. Het lijkt erop dat de eerste twee woorden van de CGJO zijn veranderd in: Controversieel Getint". Verder attendeerde hij op het gegeven dat deputaten in hun verslaglegging over in totaal 43 vergaderingen tien keer zoveel aandacht besteedden aan het CGJO alsook op de de aan het LCJ („het groeit en bloeit, ook zonder hulp van deputaten") toegekende „onevenredige" subsidie.

Ds. J. H. van Dijk (Zaamslag) signaleerde dat deputaten zich zelfs in hun -soms seculiere- woordgebruik hadden laten leiden door het CGJO. Ook protesteerde hij tegen het feit dat het momenteel aan de CGJO zelf wordt overgelaten het jeugdwerk vorm te geven. „Het begrip "verkerkelijking" wordt gezien als een adagium, maar misschien is het wel de remedie", vond ouderling J. M. J. Kievit uit Middelharnis. Ds. J. van Amstel (Ede) zag echter nog maar twee mogelijkheden: Alsnog de opdracht van 1989 uitvoeren of het jeugdwerk onder eigen verantwoordelijkheid van de plaatselijke kerken brengen.

Ontkoppeling

Ouderling D. Koole ('s-Gravenhage) vond dat de kritiek moet worden genuanceerd. De desinteresse van jongeren is zijns inziens ook te wijten aan het gebrek aan overtuigingskracht van de ouderen. Koole pleitte daarom voor een diepgaand onderzoek naar de plaats van de kerk in de wereld. „Een afbakening van grenzen ontbreekt. Als ouderen weten we nauwelijks een antwoord op de vraag in hoeverre .onze jongeren de culturele verworvenheden van onze tijd mogen genieten".

Moderamenlid ds. M. C. Tanis, praeses van de synode van 1989, oordeelde dat de in dat jaar gegeven opdracht moet blijven staan, „of we moeten komen tot een ontkoppeling, waarbij de kerken geen enkele verantwoordelijkheid meer hebben ten aanzien van het CGJO". Synodepraeses ds. J. Westerink oordeelde daarop dat de grootste moeilijkheid ligt in het ten aanzien van het CGJO gebruikte woord "partnerschap". „Kerk en organisatie zijn niet gelijkwaardig. Als de kerk spreekt, doet ze dat niet als partner, maar als herder", zo zei hij.

Het moderamen van de synode deelde na afloop van de zitting mee dat in overleg met commissie en deputaten is besloten in de derde synodeweek op dit thema terug te komen. Ook werd de synodeleden een schriftelijke bijdrage toegezegd, waarin uitvoerig op alle vragen zal worden ingegaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 oktober 1992

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Synodeleden geschokt over rapport Kerkjeugd

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 oktober 1992

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken