Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Afgezette proponent toog „in geloof naar Utrecht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Afgezette proponent toog „in geloof naar Utrecht" om daar te promoveren

Kohlbrugge putte in moeilijke tijd van zijn leven moed uit Psalm 45

5 minuten leestijd

„En nu, wat zal ik zeggen? Ik ben bijna 72 jaar oud en nog is Hij dezelfde Heere voor mij als toen Hij mij als kind zo vele schapen beloofde, die ik zou moeten weiden als ik groot zou zijn. Toen in Holland de ganse macht van hel en wereld de strijd met mij aanging, gaf Hij mij de 45e Psalm. Daar zag ik de Koning in Zijn schoonheid; en werd mij mijn eer, mijn bezit, mijn gezondheid, ja alles afgenomen, mijn Koning heeft men mij niet kunnen afnemen".

Voor het zo ver was dat de schapen geweid konden worden, is er heel wat gebeurd in het leven van dr. H. F. Kohlbrugge. Het zou geen Nederlandse gemeente worden, maar vanuit Duitsland kwam de roepstem: Kom over en help ons. Zorgen in het kerkelijke en gezinsleven waren zijn deel. Afgezet als luthers proponent, dus verder zonder inkomsten, toog hij „in het geloof naar Utrecht" om zich daar voor te bereiden op zijn promotie op Psalm 45. Een tijd waarin hij ook op financieel gebied wonderlijke uitreddingen kreeg. De promotie vond in Utrecht plaats, doch niet zonder strijd met de hoogleraren.

Over deze zaken en veel meer gaat het in het rijk geïllustreerde boek "Uit het levensboek van dr. H. F. Kohlbrugge" van de hand van W. Otten, dat de Houtense uitgeverij Den Hertog uitbracht als jubileumboek. Een waardig boek.

Proponent

De jonge Kohlbrugge, geboren 15 augustus 1803 te Amsterdam, deed op 22 december 1823 openbare belijdenis. Op 19 oktober 1826 legde hij proponentsexamen af om predikant in een „hersteld" lutherse gemeente te kunnen worden. Met ingang van 1 februari 1827 werd hij benoemd tot hulpprediker in Amsterdam, op een jaarwedde van 300 gulden. Als hulpprediker preekte hij zestien maal voor grote aantallen hoorders. De jonge proponent kreeg echter moeilijkheden met ds. D. R. Uckerman. Deze predikant bracht een nieuwe leer en loochende de fundamentele waarheden van de Schrift. Het gevolg was dat het proponentschap Kohlbrugge op 19 juli 1827 weer ontnomen werd.

Na zijn promotie op 4 juni 1829 huwde Hermann Friedrich Kohlbrugge op 30 juli 1829 met Catharina Louisa (Cato) Engelbert. Zij overleed op 12 februari 1833. Kohlbrugge bleef achter als weduwnaar met twee zoontjes. Zijn tweede huwelijk met Ursulina Philippina baronesse van Verschuer werd op 31 oktober 1834 voltrokken. Op 27 juni 1836 werd een dochter uit dit huwelijk geboren. Otten deelt mee dat Kohlbrugges tweede vrouw een grote steun voor hem geweest is. „Mevrouw Kohlbrugge, die de inzichten van haar man deelde, wist door haar tactvol optreden ervoor te zorgen, dat hij voortaan in geval van een conflict gematigdheid betrachtte".

Romeinenbrief

Intensief schriftonderzoek deed Kohlbrugge de betekenis van de hoofdstukken 7 tot 12 van de Romeinenbrief beter verstaan. Hij werd overtuigd van het gereformeerde gevoelen omtrent de predestinatie en de verkiezing. Met instemming las hij hoe Calvijn dacht over de sacramenten. De avondmaalsleer van Luther heeft hij prijsgegeven. Zou hij niet als proponent afgezet geweest zijn, dan had hij toch de lutherse gemeente niet meer kunnen dienen.

Het boek vervolgt met zijn strijd om lid te worden van de hervormde gemeente in Amsterdam. De publikatie van de stukken door Kohlbrugge in 1833 onder de titel "Het lidmaatschap bij de hervormde gemeente hier te lande mij willekeurig belet. Met vooraf de afzetting als luthersch proponent", bracht grote beroering in het land. Ook in Utrecht lukte het niet om lid te worden en een poging in Nijkerk in 1845 liep eveneens op niets uit.

Na het overlijden van zijn eerste vrouw maakte hij op doktersadvies een reis naar Duitsland en kwam in Elberfeld terecht. Friedrich Wilhelm Kriimmacher stelde zijn kansel voor hem beschikbaar om "Gastpredigten" te houden. In zijn "Palmblatter" getuigt Kriimmacher van de diepe indruk die zijn Nederlandse ambtgenoot op hem maakte. Niet alleen door zijn uiterlijke verschijning, maar vooral ook door de betoning van geest en kracht, welke zijn prediking kenmerkte. Deze ontmoeting zou er uiteindelijk toe leiden dat dr. Kohlbrugge op 8 mei 1848 bevestigd werd tot predikant in Elberfeld van de Niederlandisch-Reformierte Gemeinde en daar op 14 mei intrede deed.

Nederlandse vrienden

Kohlbrugge heeft ook na zijn vertrek naar Duitsland steeds contact gehouden met zijn Nederlandse vrienden. Van verschillende kanten werden zijn vanuit Duitsland geschreven geschriften aanbevolen. In een aantal Nederlandse hervormde gemeenten heeft hij op uitnodiging nog van tijd tot tijd het Woord bediend. Na een in 1857 gehouden dienst in Amsterdam werd in een christelijk blad geschreven: „Afgescheiden en niet/afgescheiden, en al wat men in Amsterdam onder het waarachtig volk des Heeren kent, waren er tegenwoordig en getuigden nieuw leven aan hun ziel te hebben ontvangen".

Op 29 mei 1832 schreef de Utrechtse kerkeraad dat elke toegang tot een vaderlandse kansel voor altijd voor hem afgesloten zou zijn. Toch ontving Kohlbrugge op 29 mei 1865 een beroep van de gemeente te Zoutelande. „Een beroep naar zijn dierbaar vaderland dat hij wel aan had willen nemen". Hij was echter zo aan Elberfeld verbonden, „dat er van 's Heeren kant iets bijzonders in de weg zou moeten komen om het beroep aan te nemen".

Réveil

Biograaf Otten staat in twee hoofdstukken stil bij Kohlbrugges contacten met de Réveilkring en zijn breuk met het Réveil. Aanleiding hiertoe was een preek over Romeinen 7:14. Da Costa was de tolk van vele Réveilvrienden die van oordeel waren dat er bij Kohlbrugge van antinomisme sprake was.

In het leven van Kohlbrugge is uitgekomen dat hij een gemeente met vele schapen heeft mogen weiden. Met Paulus zei hij: „Ik ben de voornaamste der zondaren, maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus, Die leeft van eeuwigheid tot eeuwigheid, mij alle geduld zou schenken voor hen die in Hem zouden geloven ten eeuwigen leven".

Belangstellenden voor Kohlbrugge -en die zijn er zeker, gezien de vele bezoekers van de jaarlijkse bijeenkomsten van "De Vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge"- treffen hier een historische studie aan die uitnodigt tot lezen.

N.a.v. "Uit het levensboek van dr. H. F. Kohlbrugge", door W. Otten; uitg. Den Hertog, Houten, 1992; 213 pag.; prijs 39,50 gulden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 oktober 1992

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Afgezette proponent toog „in geloof naar Utrecht

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 oktober 1992

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken